Cornelis Anthonie (Kees) van Peursen (Rotterdam, 8 juli 1920 – Den Haag, 19 oktober 1996) was een Nederlandse filosoof en theoloog, die zich ook actief bewoog op het gebied van de wetenschapsfilosofie.Red. "C. A. van Peursen 1920-1996," Trouw, 23 oktober 1996. Gearchiveerd op 19 januari 2023.

Levensloop Van Peursen groeide op in een gereformeerd milieu (Gereformeerde Kerken in Nederland, later opgegaan in de PKN) en bleef ook later zijn christelijke wortels trouw. Hij studeerde rechtsgeleerdheid en wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit Leiden en promoveerde in 1948 bij Ferdinand Sassen op het proefschrift Riskante philosophie. Een karakterstudie van het hedendaagse existentiële denken. Hiernaast liep hij enige tijd college in Leuven, en in Cambridge bij Bertrand Russell, volgde hij een seminar bij Ludwig Wittgenstein en onderhield hij contacten met eigentijdse wijsgeren als Heidegger, Sartre en Jaspers.

Van 1948 tot 1951 was hij sous-chef Buitenlandse Betrekkingen bij het ministerie van Onderwijs in Den Haag. Van 1950 tot 1953 was hij lector in de inleiding tot de wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht, van 1953 tot 1960 hoogleraar in de wijsbegeerte en de geschiedenis der wijsbegeerte als opvolger van Helmuth Plessner aan de Rijksuniversiteit Groningen en van 1960 tot 1982 hoogleraar in de wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit Leiden. Van 1963 tot 1985 was hij tevens buitengewoon hoogleraar kentheorie, wetenschapsleer en de geschiedenis van beide aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Als gasthoogleraar gaf hij verder colleges in o.a. Gent en Parijs, maar ook in Keulen, München, Rome, Kaapstad, Yaoundé, Delhi, Manilla, Tokio en Peking. Hij heeft zich ook ingezet om filosofie bij het grote publiek onder de aandacht te brengen. Hij kon ingewikkelde filosofische materie op een begrijpelijke wijze uitleggen. Zo was hij mede-oprichter van het tijdschrift Wijsgerig perspectief, dat dit trachtte te bewerkstelligen.H. Philipse (1996). Een zoekend wijsgeer. In memoriam Cornelis Anthonie van Peursen (1920-1996), in Filosofie Magazine, 5(10), 58. Stichting Filosofie. ISSN 0928-1789. Gearchiveerd op 19 januari 2023.

Van Peursen richtte zich met name op het existentialisme, de fenomenologie, de taalfilosofie, de wetenschapsfilosofie, de cultuurfilosofie, en het postmodernisme. Ook publiceerde hij monografieën over denkers als Montaigne, Leibniz en Wittgenstein. Zijn boeken zijn vertaald in het Engels, Frans, Duits, Chinees, Japans en het Koreaans.

Van Peursens onderzoekswerk richtte zich op de samenhang tussen wetenschap en cultuur, vanuit een kentheoretisch gezichtspunt. Speciale interesse had hij voor de ontologie en de metafysica van wetenschap in relatie tot de dagelijkse kennis.

Persoonlijk Kees van Peursen trouwde in 1950 met de Zwitserse Jeanne Marguerite (Jeanie) Ueltschi. Ze hadden elkaar leren kennen tijdens zijn werk voor het ministerie van Onderwijs op het Unesco-hoofdkwartier in Parijs, waar zij uit hoofde van haar functie zijn gastvrouw was. Ze kregen vier kinderen, geboren tussen 1951 en 1959.Jan Dirk Snel, "Cornelis Anthonie van Peursen: Geboeid door culturele dynamiek," in: Verder kijken. Honderdvijfendertig jaar Vrije Universiteit Amsterdam in de samenleving - zesentwintig portretten, VU University Press, 2016. Gearchiveerd op 19 januari 2023.

Van Peursens filosofische opvattingen In zijn filosofie staat de mens in relatie tot de wereld rondom hem/haar. De mens (het subject) en de wereld (het object) zijn twee polen, die in samenhang met elkaar staan. Het subject, de mens, interpreteert de wereld - de werkelijkheid - (het object). De verhouding tussen subject en object is "verwijzend en opengebogen naar elkaar toe". De relatie is wederkerig: ze beïnvloeden elkaar. De werkelijkheid daagt de mens uit om verhalen te vertellen, en alledaagse gebeurtenissen (de werkelijkheid) worden pas echte gebeurtenissen, en komen pas tot hun recht, als ze (verder) verteld worden. Er komen uitdagingen op ons af, die door ons geïnterpreteerd, en uitgelegd worden. Aan de dingen wordt een naam (Naam) gegeven. De werkelijkheid wordt beoordeeld. Het gaat om normen en waarden, waarmee de mens de wereld, de dingen om hem/haar heen 'vertaalt'. Het taalgebruik van de mens is primair evaluatief, en daarna pas descriptief: de mens beoordeelt en waardeert eerst de wereld rondom hem/haar, voordat hij/zij deze beschrijft. Evaluatieve taal is de uitdrukking van een bepaalde waardering van gebeurtenissen, bijvoorbeeld iets is vervelend of leuk, mooi of lelijk (Sollen). Pas daarna komt de descriptieve of beschrijvende taal (Sein).

De mens vertaalt de werkelijkheid in verhalen, narratio, dat kunnen ook kunstwerken zijn. De werkelijkheid wordt beoordeeld, en krijgt als het ware een meerwaarde. Het is een verdieping van het reële. Het gaat niet om feiten en gebeurtenissen alleen, maar om de beoordeling van deze gebeurtenissen, in ethische, esthetische, religieuze of filosofische zin.

Het gaat volgens de filosofie van Van Peursen niet om de feiten alleen: het Sein (zijn), maar om de zedelijke beoordeling: het Sollen: het gaat erom hoe het zou moéten zijn. Dit noemt hij het 'filosofisch surrealisme': de "intensieve werkelijkheid", een ontsluiting van gebeurtenissen tot hun werkelijke betekenis. Een filosofie geeft een visie, een bezinning op smart en vreugde, teleurstelling en liefde, zin en zinloosheid.

Wetenschapsfilosofie Het was zijn overtuiging dat wetenschap en filosofie nauw op elkaar betrokken zijn. Verschillende van zijn doctoraalstudenten promoveerden op dit gebied. In samenwerking met Cees Schuyt en Geert Verschuuren vormde hij de redactie voor een serie van 25 boeken, die elk de filosofie behandelen van een bepaald wetenschapsgebied, geschreven door experts op dat vakgebied.

Van Peursens theologie Van Peursen was naast filosoof ook theoloog. Van huis uit was hij gereformeerd. Hij preekte in de Nederlandse Hervormde en de Gereformeerde Kerk. Hij zei uit een niet-streng gereformeerd milieu te komen. Contacten met zendingsmensen, met name prof. J.H. Bavinck, en de Wereldraad van Kerken van 1948 wekten zijn theologische belangstelling. Hij vond dat de gereformeerden en hervormden samen moesten gaan, anders zou hij op zijn veertigste, in 1960, uit de Gereformeerde Kerk stappen. In 1960 is hij er echter niet uitgestapt, er was toen ook al het een en ander in beweging. Van Peursen had contact met Herman Ridderbos, G.C. Berkouwer en de veel jongere Harry Kuitert en Herman Wiersinga. Hij vond dat de remonstranten ook moesten meedoen aan het Samen op Weg-proces (het samengaan van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland, en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden).

Hij verzette zich tegen de scheiding tussen orthodox- en vrijzinnig-protestantisme. De religie heeft een bijzondere rol gekregen, omdat mensen weer de noodzaak van waarden inzien. Van Peursen is op een gegeven moment begonnen met de theologie. Hij las de Bijbelteksten en de commentaren en ontdekte dat de woorden iets anders betekenden dan hij aanvankelijk dacht.

In 1969 schreef hij: Hij is het weer! Beschouwingen over de betekenis van het woordje 'God'''. In dit boek verzet hij zich tegen het vanzelfsprekende gebruik van het woordje 'God'. Nauwkeurige lezing van de Bijbelse verhalen laat zien dat de Bijbelschrijvers worstelden met de vraag wat de godsnaam inhoudt. De moderne lezer doet geen moeite meer om hier achter te komen. De Bijbelverhalen leren hoe de godsnaam steeds opnieuw ingevuld wordt. Het blijkt om dezelfde geheimzinnige, goddelijke Aanwezige te gaan, maar steeds met een andere Naam. Wat de mens met taal doet, namelijk de dingen een naam geven, doen de Bijbelschrijvers en de mensen in de Bijbel (zoals Mozes) ook: zij geven de God die zij ervaren een Naam. Zoals gezegd, is de menselijke taal allereerst evaluatief. De mens interpreteert de werkelijkheid in eerste instantie evaluatief en dan pas descriptief. De gebeurtenissen worden door hem beoordeeld, geëvalueerd, en vervolgens beschreven.

Deze evaluatieve taal vormt de oorsprong van het vertellen van verhalen. Door het vertellen van verhalen ontstaat onze identiteit. Zo is het ook met de Bijbelse verhalen. God wordt een Naam gegeven. De gebeurtenissen, waarin de goddelijke Aanwezigheid ervaren wordt, wordt door evaluatieve taal geïnterpreteerd en weergegeven. De gewone, alledaagse gebeurtenissen worden 'beoordeeld'. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van de doortocht door de Rode Zee tijdens de uittocht uit Egypte: de Israëlieten zien de zee, de mist en de wind. De Egyptenaren zien hetzelfde. Maar de Israëlieten interpreteren deze dingen als volgt: God redt hen van de Egyptenaren. Een geheimzinnige, goddelijke Macht is aanwezig in de gebeurtenissen. De gebeurtenissen krijgen een hogere, goddelijke dimensie. Het gaat hier niet om de gebeurtenissen op zichzelf, maar om hun diepere betekenis, die in verhalen wordt verwoord: een "geïntensiveerde realiteit", de échte werkelijkheid. Dit noemt Van Peursen 'Bijbels surrealisme'.

Van Peursen was in de jaren 1980 voorts adviseur van de synode van de Gereformeerde kerken in Nederland, en een van de auteurs van het rapport “God met ons…over de aard van het schriftgezag”, dat in 1981 verscheen. Samen met het werk van theologen als H.M. Kuitert, Tj. Baarda en H. Wiersinga, betekende het rapport een kentering in het traditionele theologisch denken in de Gereformeerde Kerk in Nederland.

Literatuuroverzicht Van Peursen heeft tussen 1948 en 1996 een veertigtal boeken geschreven: 1948 : Korte inleiding in de existentiephilosophie 1948 : Riskante philosophie: een karakteristiek van het hedendaagse existentiële denken 1951 : Het inleidende karakter der wijsbegeerte (rede bij aanvaarding lectoraat Utrecht, 26 april 1951) 1953 : De tijd bij Augustinus en Husserl (inaugurele rede Groningen, 17 oktober 1953) 1954 : Michel de Montaigne. Het reizen als wijsgerige houding 1955 : Cultuur en christelijk geloof 1955 : Angst 1956 : Lichaam, ziel, geest. De mens als oriëntatie vanuit zijn wereld 1956 : Wegwijs in de wijsbegeerte. Een aansporing tot het zelf filosoferen 1957 : Natuur en mens 1958 : Filosofische oriëntatie. Een inleiding in de wijsgerige problematiek 1960 : De werkelijkheidszin der wijsbegeerte. De betekenis van beweging, tijd en geschiedenis voor een deiktische ontologie (inaugurele rede Leiden, 21 oktober 1960) 1963 : Waarheid en de taal der wetenschap (inaugurele rede Amsterdam VU, 18 oktober 1963) 1965 : Feiten, waarden, gebeurtenissen. Een deiktische ontologie, Uitg. W. de Haan, Hilversum 1965 : Ludwig Wittgenstein 1966 : De toekomst van de Universiteit 1966 : Evangelieverkondiging in wereldperspectief 1966 : Leibniz, Het Wereldvenster 1966, 1967 : Wegwijs in de wetenschappen; I: Fysica, biologie, psychologie, sociologie, taalwetenschappen, geschiedenis, wetenschapsfilosofie. (1966) - II: Theologie, rechten, economie, geneeskunde, techniek 1, techniek 2. (1967, 1966) 1967 : Hij is het weer! Beschouwingen over de betekenis van het woordje 'God' 1967 : Fenomenologie en werkelijkheid 1968 : Fenomenologie en analytische filosofie, W de Haan Hilversum 1968 : Informatie. Een interdisciplinaire studie, i.s.m. Doede Nauta en Kees Bertels, Het Spectrum 1969 : Wetenschappen en werkelijkheid 1970 : Inleiding tot de wetenschapsleer, i.s.m. Beerling, Kwee & Mooij, Bijleveld Utrecht 1970 : Strategie van de cultuur. Een beeld van de veranderingen in de hedendaagse denk- en leefwereld, Elsevier Amsterdam 1975 : Cultuur in stroomversnelling, Elsevier Amsterdam 1977 : De plaats van de wetenschap in de huidige en toekomstige samenleving 1977 : Eindigheid bij Spinoza 1980 : De opbouw van de wetenschap. Een inleiding in de wetenschapsleer 1981 : Metafysica. De geschiedenis van een begrip 1982 : Wetenschappelijke openheid en metafysische kwetsbaarheid. Naar aanleiding van Descartes' beeld van het zien als tasten (afscheidsrede Leiden, 24 september 1982)