thumb|Polygoon-journaal uit 1958: Dodenherdenking met beelden van de herdenking op de Waalsdorpervlakte en bij het Nationaal Monument op de Dam

De Nationale Dodenherdenking is oorspronkelijk de herdenking van tijdens de Tweede Wereldoorlog omgekomen Nederlandse militairen en verzetsstrijders. Zij vindt jaarlijks in Nederland plaats op 4 mei, met onder andere twee minuten (voorheen een minuut) stilte om 20.00 uur. De landelijke herdenking is sinds 1961 bij het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam en wordt vanaf dit jaar rechtstreeks op de nationale televisie uitgezonden. De organisatie van de dodenherdenking is sinds 1988 in handen van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Honderden andere comités organiseren daarnaast plaatselijke herdenkingen, met een eigen invulling.

Geschiedenis Particulier initiatief De Nationale Herdenking is direct na de Tweede Wereldoorlog ontstaan en was aanvankelijk een particulier initiatief. De eerste Nationale Dodenherdenking vond plaats in het Olympisch Stadion in Amsterdam op 31 augustus 1945, de verjaardag van koningin Wilhelmina. In 1946 werd dit herhaald op 4 mei.

In 1946 nam de Commissie Nationale Herdenking, die voortkwam uit het verzet, daarin het voortouw. Deze commissie stelde ook richtlijnen op voor de lokale herdenkingen. Voorafgaand aan de stille tochten en de twee minuten stilte om acht uur 's avonds werd vanaf 1947 's middags een herdenkingsbijeenkomst met een cultureel en internationaal karakter gehouden in de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag. Hiervoor werd ook het Corps Diplomatique uitgenodigd.

In de oorspronkelijke opzet ging het uitsluitend om Nederlandse militaire slachtoffers, gesneuvelde verzetsstrijders en zeelieden, later ook om burgerslachtoffers in de Tweede Wereldoorlog. Sinds de jaren zestig wordt officieel een ruimere definitie gehanteerd die alle Nederlandse oorlogsslachtoffers of omgekomenen – waar ook ter wereld – sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog omvat.

Datum en tijdstip Van 1946 tot 1968 werd de Nationale Herdenking naar 3 mei verschoven als 4 mei op een zondag viel. Daaraan kwam een einde toen de regering in 1968 besloot de herdenking altijd op 4 mei te houden, ongeacht de dag van de week. Dit in verband met het feit dat voor verschillende religieuze groeperingen de rustdag op een andere dag van de week valt. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei volgt deze lijn. Individueel kunnen gemeenten alsnog afwijken als 4 mei op een zondag valt, zoals in 2025 gebeurde.

Door het invoeren van de zomertijd in 1977 vielen de lokale dodenherdenkingen niet meer vlak voor zonsondergang. Bij oudere verslagen en gedichten wordt gesproken over het vallen van de duisternis bij lokale herdenkingsplechtigheden.

Naar de Dam in Amsterdam thumb|Koningin Beatrix en prins Claus bij hun kranslegging (1986) Het Nationaal Monument op de Dam werd in 1956 onthuld. Vanaf 1961 vond de landelijke herdenking hier plaats; eerst om vier uur 's middags, maar altijd in aanwezigheid van het staatshoofd. Op aandringen van de regering werden verschillende militaire herdenkingen samengevoegd met de herdenking in de Ridderzaal. Vanaf dat moment worden tijdens de Nationale Herdenking ook militairen herdacht die na 1945 zijn omgekomen.

Vanwege de Haagse wortels van de Commissie Nationale Herdenking werden in 1965 en in 1970 nog herdenkingsbijeenkomsten gehouden in de Ridderzaal in aanwezigheid van het Corps Diplomatique. Deze zijn hierna afgeschaft. Sindsdien houdt het parlement in de ochtend van 4 mei een herdenking bij de in 1960 opgehangen Erelijst van Gevallenen 1940-1945 in de hal van de Tweede Kamer.

Naar acht uur Vanaf het einde van de jaren zestig liep de belangstelling voor de herdenkingsactiviteiten terug. Met name tijdens de Vietnamoorlog waren er protesten en werden er ook alternatieve herdenkingen en bevrijdingsfeesten georganiseerd. Toen de deelname nog verder terugliep, besloot het kabinet-Lubbers II hier iets aan te doen. Eind 1987 werd het Nationaal Comité 4 en 5 mei ingesteld om het draagvlak voor 4 en 5 mei onder de bevolking te vergroten en meer samenhang tussen de twee dagen te realiseren. In 1988 werd daartoe de Nationale Herdenking op de Dam verschoven van vier uur 's middags naar acht uur 's avonds.Achtergrondinformatie dodenherdenking, www.4en5mei.nl Sindsdien wordt deze rechtstreeks op televisie uitgezonden.

Wie worden herdacht? In eerste instantie werden alleen de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Nederlandse militairen, verzetsstrijders en zeelieden herdacht. Het initiatief hiertoe werd genomen door Jan Drop (1907-1993) uit Den Haag, wiens vader en broer in de oorlog werden gedood. De in de concentratiekampen vermoorde Joden en andere vervolgde groepen stonden niet centraal, hoewel de afkeer van de massamoorden wel een vanzelfsprekende achtergrond voor de herdenking bood.

Stapsgewijs werd de groep van slachtoffers die werd herdacht uitgebreid. In 1961 werd na een lobby van Indiëveteranen het officiële memorandum voor 4 mei aangepast. Doordoor konden ook Nederlanders worden herdacht die bij andere militaire conflicten de dood vonden, met name ten gevolge van de politionele acties in de nadagen van Nederlands-Indië en in de Koreaanse Oorlog. Uiteindelijk werden alle Nederlanders herdacht die vanaf de Tweede Wereldoorlog zowel in als buiten Nederland door oorlogshandelingen of bij VN-vredesoperaties zijn omgekomen, bijvoorbeeld in Libanon, Bosnië en Afghanistan.

In eerste instantie was de herdenking alleen bedoeld voor gevallen strijders. Vanaf 1950 werden tevens andere slachtoffers herdacht en vanaf 1962 werden burgerslachtoffers uitdrukkelijk genoemd. Daarbij dacht men onder andere aan de slachtoffers van Duitse bombardementen en terreuracties, aan de gestorvenen in de Hongerwinter en de slachtoffers van de Jappenkampen. In 1966 werden, na kritiek vanuit de (Joodse) gemeenschap, voor het eerst ook de meer dan 100.000 weggevoerde en vermoorde Joden uitdrukkelijk in de herdenking betrokken.

Sinds 1969 wordt op 15 augustus tevens een afzonderlijke nationale herdenking gehouden voor de oorlogsslachtoffers in voormalig Nederlands-Indië. Deze herdenking kwam in 1971 extra in de aandacht te staan door het omstreden bezoek van de Japanse keizer Hirohito aan Nederland.

In 1970 probeerden twee mannen van de 'Amsterdamse Jongerenactiegroep Homoseksualiteit' een krans te leggen bij het monument op de Dam voor de homoseksuelen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekampen omkwamen. De kranslegging werd tegengehouden en de mannen werden door de politie afgevoerd.Niet de eerste keer dat herdenking misging, parool.nl, 6 mei 2010 Er werden Kamervragen over gesteld en in 1971 mocht wel een krans voor omgekomen homoseksuelen, alsmede voor de vermoorde Roma, worden gelegd.Geschiedenis van dodenherdenking, isgeschiedenis.nl

Vanaf 1981 is de herdenking mede gericht tegen 'racisme en onverdraagzaamheid'. In 2015 werd vastgelegd dat alle slachtoffers de Nederlandse nationaliteit moeten hebben gehad. In 2019 werd dit weer aangepast, omdat hiermee ongewild groepen buitengesloten zouden kunnen worden, zoals de joodse vluchtelingen uit Duitsland.

In 2013 deden het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom, de Raad van Kerken, het Contactorgaan Moslims en Overheid en het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap een gezamenlijke oproep om alleen nog de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Ze vonden dat de beweegredenen voor het houden van de herdenking "niet meer helder" overkwamen. Nu er ook slachtoffers van andere oorlogen herdacht werden, zou dit volgens hen geleid hebben "tot verwatering en het wegvallen van het onderscheid tussen daders en slachtoffers".

4 mei-voordracht

Vanaf 1992 wordt jaarlijks een 4 mei-voordracht gegeven. De eerste lezing was van Harry Mulisch.

Verzoening Er bestaat geen consensus over het onderwerp van een (symbolische) verzoening. De toenmalige Duitse ambassadeur Thomas Läufer opperde in een bijdrage aan dit debat eind 2009 in het tv-programma De oorlog: "Als we het met de verzoening serieus menen, horen wij ook op de Dam te staan". Lokaal waren er wel diverse omstreden initiatieven.Dodenherdenking met Duitsers alleen lokaal - Ambassadeur Läufer herdenkt in Vught en Wassenaarpublieke discussie, nationaal comité 4en5mei.nl Expliciete herdenking van Duitse doden ligt echter erg gevoelig'Gedenk op 4 mei alleen slachtoffers Tweede Wereldoorlog', nrc.nl, 1 februari 2013 ook als het niet om overtuigde nazi's maar om jonge dienstplichtigen gaat.

In 2021 hield de Duitse bondskanselier Angela Merkel een toespraak bij de Nationale Herdenking van de Bevrijding. Daarbij is het betekenisvol dat haar bijdrage niet op 4 mei, maar op 5 mei viel.Toespraak van Merkel is belangrijk signaal, rd.nl; 5 mei 2021Langzaamaan krijgen Duitsers een rol bij het herdenken – al ligt dat nog wel gevoelig, nrc.nl; 3 mei 2021

Coronacrisis In 2020 en 2021 vond er in verband met de coronacrisis in Nederland een aangepaste dodenherdenking plaats. Er was in deze jaren een door de regering aangepaste vlaginstructie afgekondigd. Het leggen van kransen, bloemen en het herdenken vond bij de monumenten in stilte plaats. Ook de landelijke herdenking in Amsterdam was zonder publiek.

Herdenking op de Dam in Amsterdam thumb|Koning Willem-Alexander en koningin Máxima leggen de eerste krans (2014) thumb|Amsterdamse burgemeester Van Hall bij de kranslegging op de Dam (1967) miniatuur|Krans van koning Willem-Alexander en koningin Máxima op de Dam, Amsterdam, 2024

De eerste plaatselijke dodenherdenking werd gehouden op 9 mei 1945 op Dam in Amsterdam. Het gemeentebestuur had de dag ervoor daarover beslist. Er werd een minuut stilte gehouden om de gevallenen te herdenken. In de jaren daarna werd daar door de gemeente Amsterdam telkens op 4 mei een herdenking gehouden.

Sinds 1961 is de landelijke herdenking in Amsterdam bij het in 1956 onthulde Nationaal Monument op de Dam. In 1988 werd de herdenking verplaatst van vier uur 's middags naar acht uur 's avonds.

De landelijke herdenking vindt tegenwoordig plaats volgens een vast protocol: Vanaf 18.55 uur vindt in de aan de Dam gelegen Nieuwe Kerk een plechtigheid plaats waar, naast leden van de koninklijke familie en kabinetsleden, oorlogsgetroffenen en nabestaanden en anderen die zich hebben aangemeld, aanwezig zijn. Deze plechtigheid duurt een half uur. Tijdens de plechtigheid wordt ook de 4 mei-voordracht uitgesproken. Om 19.50 uur verlaat de koning de Nieuwe Kerk en loopt, tezamen met zijn echtgenote en enkele politieke en militaire hoogwaardigheidsbekleders, door een erecouloir van veteranen naar het monument op de Dam. Voor het monument stopt de groep. Een lid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei houdt een korte voordracht. Hierna leggen de koning en koningin een krans bij het monument namens alle burgers van Nederland.Willem Alexander en Máxima leggen krans op de Dam, NOS, 4 mei 2013 Vervolgens wordt het taptoe-signaal gespeeld, dat om acht uur eindigt; de klok van de Nieuwe Kerk slaat en er worden twee minuten stilte gehouden ter nagedachtenis aan degenen die zijn omgekomen. Na de twee minuten stilte wordt een couplet van het Wilhelmus gespeeld. Hierop volgt een korte toespraak over de betekenis van 4 mei. Kransen worden vervolgens gelegd door vertegenwoordigers van de regering, onder wie de minister-president, van het parlement, de krijgsmacht, een verzetsbeweging en allerlei organisaties en groeperingen in de maatschappij. Hierbij wordt de volgende tekst uitgesproken: "Er zullen nu drie kransen worden gelegd voor alle burgers die tijdens of direct na de Tweede Wereldoorlog in Europa, zijn omgebracht of omgekomen omdat zij:- in verzet kwamen;- werden uitgesloten, vervolgd, vermoord in concentratie- en vernietigingskampen om wie zij waren;- het leven verloren door oorlogsgeweld of uitputting.