David Teniers II, ook David Teniers de Jonge genoemd (gedoopt te Antwerpen, 15 december 1610 – Brussel, 25 april 1690), was een Vlaamse barokschilder. Hij werkte in vele genres, inclusief landschappen, portretten, genrestukken, kunstverzamelingen en stillevens. Hij was schilder aan het Brussels hof en conservator van de kunstverzameling van aartshertog Leopold Willem van Oostenrijk.

Hij werkte merendeels te Antwerpen en Brussel, maar woonde vanaf 1662 in Perk. Zijn vader en zijn zoon heetten ook beiden David Teniers en waren beiden schilders van een zekere bekendheid, ook al zijn zij nooit zo beroemd geworden als David Teniers de Jonge. Zijn jongere broer Abraham Teniers was ook schilder en werkte samen met hem.

Levensloop

David Teniers II was de oudste zoon van de schilder David Teniers en Dymphna de Wilde. Hij bracht zijn kindertijd door in de Vuilestraat (nu: Otto Veniusstraat) in Antwerpen tot 1628, het jaar waarin zijn vader in zware financiële moeilijkheden kwam.

Hij ging vanaf 1626 in de leer bij zijn vader en werd zijn medewerker. Zij werkten samen aan een cyclus over de geschiedenis en Val van Troje. Hij werd in 1632 opgenomen als meester in de Sint-Lucasgilde en had al spoedig een eerste leerling, namelijk Michiel Bergani. Teniers ondernam in 1635 een reis naar Engeland en kreeg er de opdracht voor een cyclus van religieuze onderwerpen.

miniatuur|Kermis (ca. 1645), Staatliche Kunsthalle Karlsruhe

In 1637 trouwde hij in de Sint-Jacobskerk met Anna Brueghel (1619–1656), de zeventienjarige dochter van Jan Brueghel de Oude. Getuigen waren Peter Paul Rubens en Paul van Halmale. Zijn eerste zoon, David Teniers III, werd geboren in 1638. Zijn dooptante was Hélène Fourment, de tweede echtgenote van Rubens. Hij werd in 1639 aangesteld als kapelmeester in de Sint-Jacobskerk. Zijn dochter Cornelia werd geboren in 1640. In hetzelfde jaar werd hij lid van de Rederijkerskamer "Liefhebbers van de Violieren". In 1642 ging het gezin wonen in het vroegere huis van Jan Brueghel de Oude. In 1643 werd hij lid van de schuttersgilde en schilderde "Het Gilde van de Oude Voetboog op de Grote Markt".

In 1651 vertrok hij naar Brussel, waar hij een tweede beroep uitoefende: beheerder van de schilderijencollectie van de landvoogd der Spaanse Nederlanden aartshertog Leopold Willem van Oostenrijk. De kunstwerken van deze collectie zouden later een deel van de basisverzameling van het Kunsthistorisch Museum van Wenen vormen. Hij had reeds in 1647 opdrachten voor hem uitgevoerd. Ditmaal kwam hij ook wonen in Brussel, namelijk in het Ravensteyngebouw vlak bij het hof van de aartshertog. Als beheerder van de collectie van de landvoogd maakte Teniers reizen om nieuwe kunstwerken aan te kopen. Hij schilderde ook verschillende versies van de Aartshertog Leopold Wilhelm in zijn Galerij in Brussel. Het is niet zeker of de hierop afgebeelde werken waarheidsgetrouw zijn weergegeven. Hij maakte van de werken in de collectie een luxueus geïllustreerde catalogus: "Theatrum pictorium in quo extribuntur ipsius manu, eiusque cura in aes incisae picturae architipae iltalicae quas archidux in pinacothecam suam Bruxellis collegit". Het werk verscheen pas in 1660 in vier talen: Latijn, Nederlands, Spaans en Frans. Veertien graveurs werkten hieraan mee en produceerden de 247 etsen van de catalogus. Hij schilderde tevens de meesterwerken van de aartshertog na in olieverf op kleinere panelen. Vele graveurs konden zich dan hierop baseren om een getrouwe kopie te maken in zwart-wit. David Teniers II werd ten laatste in 1655 benoemd tot kamerheer van de aartshertog.

Anna Breughel overleed op 11 mei 1656 en werd begraven in de kerk van Sint-Jacob-op-Koudenberg in Brussel. Reeds in hetzelfde jaar hertrouwde Teniers met Isabella de Fren, de 32-jarige dochter van Andries de Fren, secretaris van de Raad van Brabant.Frans Jozef Peter Van den Branden, Geschiedenis der Antwerpsche schilderschool, Antwerpen, 1883, p. 754, 981–1008Matthias Depoorter, David Teniers II op de site van Barok in de Zuidelijke Nederlanden. Gearchiveerd op 16 januari 2023. Er wordt wel gesuggereerd dat Teniers' voornaamste motief om met de 'oude vrijster' te trouwen haar nogal verheven positie in de maatschappij was. Zijn tweede vrouw bracht hem ook een grote bruidsschat mee. Het echtpaar kreeg vier kinderen, twee zonen en twee jongens. De houding van zijn tweede vrouw ten opzichte van Teniers' kinderen uit zijn eerste huwelijk zou de familie later in juridische gevechten verdelen.F. P. Dreher, 'The Artist as Seigneur: Chateaux and Their Proprietors in the Work of David Teniers II', in: The Art Bulletin, vol. 60, no. 4 (Dec. 1978), pp. 682–703. Teniers diende een verzoekschrift in bij de koning van Spanje om tot de aristocratie te worden toegelaten, maar zag daarvan af toen als voorwaarde werd gesteld dat hij het schilderen voor geld moest opgeven.

Teniers zou, na het vertrek van de aartshertog naar Wenen, ook de hofschilder worden van diens opvolger, Don Juan van Oostenrijk. Voor diens opvolger, Marqués de Caracena, was Teniers niet langer de hofschilder, maar ze gingen wel op vriendschappelijke voet met elkaar om. In 1661 stuurde hij zoon David Teniers III naar het hof van de Spaanse koning Filips IV, waar deze zou verblijven tot 1663.

Hij speelde een belangrijke rol bij de oprichting van de Antwerpse Academie (1663), meteen ook de vierde oudste kunstschool van Europa. Het schilderij "Stichting van de Academie. Koning Filips IV overhandigt de vrijbrieven aan David Teniers" van Nicaise de Keyser bevindt zich in het KMSKA.

In april 1676 woonde hij in de "Isabellestraet aan de Jodentrappen". Op 21 april van datzelfde jaar adviseerde Teniers in Zemst Constantijn Huygens de Jonge, de secretaris van prins Willem III, over bepaalde tekeningen die hij maakte van het Kasteel van Relegem aldaar.Rijksmuseum. Kunstkrant. Jaargang 31: juli - augustus 2005, nr. 4, p. 11. Omvat een tekening van het Kasteel Van Relegem d.d. 21 april 1676C. HUYGENS. Journaal gedurende de veldtochten der jaren 1673, 1675, 1676, 1677 en 1678, 19 april 1676. Gearchiveerd op 19 april 2021.

Zijn vrouw Isabella overleed in 1686 in zijn landgoed De Dry Torens in Perk.

Hij overleed op 25 april 1690 en werd begraven in Brussel naast zijn eerste vrouw, Anna, en zijn zoon David Teniers III (1638–1685).

Werk Algemeen miniatuur|upright|Rokers in een interieur (ca. 1637), Museo Thyssen-Bornemisza

Teniers was buitengewoon productief: er wordt aangenomen dat de kunstenaar ongeveer tweeduizend schilderijen heeft geschilderd.Hans Vlieghe, David Teniers II, Grove Art Online. Oxford Art Online. Oxford University Press. Web. 3 september 2022 Hij schilderde in vele genres, inclusief taferelen van het boerenleven, korpegaardjes, portretten, landschappen, stillevens, singeries en religieuze afbeeldingen. Hij was zeer veelzijdig en beoefende alle genres die toen in Vlaanderen gangbaar waren, zoals historie, genre, landschap, portret en stilleven.

Teniers is vooral bekend om de ontwikkeling van het boerengenre, de herbergscène en scènes met alchemisten en medici. Hij schilderde ook veel religieuze scènes, waaronder zijn vele composities met als onderwerp de Verzoeking van de heilige Antonius en kluizenaars in grotten of woestijnen.

Evolutie De vroege werken van Teniers vertonen de invloed van Elsheimer. Deze invloed werd op hem overgebracht via zijn vader, die in Rome bij Elsheimer had gestudeerd en als een volgeling van Elsheimer wordt beschouwd. Elsheimer was vooral bekend om zijn kleine kabinetsschilderijen die gekenmerkt werden door hun vernieuwende behandeling van landschap en lichteffecten.Keith Andrews. "Elsheimer, Adam." Grove Art Online. Oxford Art Online. Oxford University Press. Web. 3 September 2022

miniatuur|De eigenaren voor hun kasteel (ca. 1650), Dulwich Picture Gallery

Een andere belangrijke invloed op het vroege werk van David Teniers de Jonge was het werk van de Vlaamse schilder Adriaen Brouwer, die werkte van het midden van de jaren 1620 tot het midden van de jaren 1630 in Antwerpen, na een langdurig verblijf in Haarlem. Hij was een belangrijke vernieuwer van de genreschilderkunst door zijn levendige afbeeldingen van boeren, soldaten en andere mensen uit de 'lagere klasse', die hij liet zien terwijl ze dronken, rookten, kaartten of dobbelden, vochten, muziek maakten enz. meestal in taveernes of rustieke omgevingen.Matthias Depoorter, Adriaen Brouwer op de site van Barok in de Zuidelijke Nederlanden. Gearchiveerd op 3 september 2022. Brouwer droeg ook bij aan de ontwikkeling van het genre van de tronie, d.w.z. hoofd- of gelaatsstudies, waarin variëteiten van expressie worden onderzocht.Ingrid A. Cartwright, Hoe schilder hoe wilder: Dissolute Self-Portraiture in Seventeenth-Century Dutch and Flemish Art, Advisors: Wheelock, Arthur, PhD, 2007 Dissertation, University of Maryland University of Maryland (College Park, Md.), p. 8 Teniers' vroege werk tot het eind van de jaren dertig stond qua onderwerp, techniek, kleur en compositie zeer dicht bij dat van Brouwer. Van Brouwer nam hij de grove typen over, geplaatst in de karakteristieke rokerige, schemerig verlichte taveernes. Ook deze onderwerpen behandelde hij met dezelfde monochrome tonaliteit als Brouwer.

De persoonlijke stijl van Teniers was van meet af aan zichtbaar. Een belangrijk onderscheid was dat Teniers, in tegenstelling tot Brouwer die deze genretaferelen vooral binnenshuis plaatste, de taferelen geleidelijk aan naar de open lucht verplaatste en vanaf de jaren 1640 het landschap een belangrijke plaats in zijn werk begon te geven. Deze ontwikkeling was wijd verbreid in de Vlaamse schilderkunst van die tijd.Karolien De Clippel, Facetten van de Vlaamse genreschilderkunst in de zeventiende eeuw in: Vlaanderen. Jaargang 56(2007), p. 215–219. Gearchiveerd op 3 september 2022. De rokerige en monochrome tonaliteit van de interieurs uit de jaren 1630 werd vervangen door een heldere, zilverachtige atmosfeer, waarin de boeren op hun gemak zitten te converseren of te kaarten. Deze schilderijen laten een radicale verschuiving zien naar een positievere houding ten opzichte van het plattelandsleven en de boerenstand dan in zijn eerdere, door Brouwer beïnvloede satirische stukken tot uiting kwam.

Teniers' latere werken, zoals zijn Vlaamse kermesse (1652, KMSKB te Brussel) baden in een idyllische arcadische geest. De boerenfiguren hebben hun lompe uiterlijk verloren en mensen uit de hogere sociale klassen zijn nu vermengd met het gewone volk. De nieuwe status van de kunstenaar als hofschilder van aartshertog Leopold Wilhelm vanaf 1651 kan hebben bijgedragen tot deze "gentrificatie" van zijn werk. Dit soort landelijke taferelen werd zeer populair. In veel van Teniers' late schilderijen wordt de opwinding van zijn vroegere boerenfeesten geleidelijk vervangen door verstilde taferelen die slechts door enkele menselijke figuren worden bevolkt. In deze latere periode hanteerde Teniers ook een meer schilderkunstige en lossere stijl.David Teniers (II), A cobbler in his workshop at Sphinx Fine Art

Teniers' taferelen met boeren waren zo bekend dat composities met dit onderwerp 'tenierkens' werden genoemd en wandtapijten met boerentaferelen werden aangeduid als 'Teniers wandtapijten'. Teniers ontwierp zelf geen Teniers wandtapijten. Slechts enkele van deze wandtapijten kunnen rechtstreeks in verband worden gebracht met werken van Teniers. De Teniers wandtapijten waren bijzonder populair vanaf het laatste derde deel van de 17de eeuw tot ver in de 18de eeuw. Deze wandtapijten werden geweven door vele Brusselse wevers en ook in andere centra zoals Rijsel, Oudenaarde, Beauvais en Madrid.Guy Delmarcel, Flemish Tapestry from the 15th to the 18th Century, Lannoo Uitgeverij, 1999, p. 342

Schilderijen van kunstgalerijen