Rogier van der Weyden (aanvankelijk Frans: Roger de la Pasture) (Doornik, 1399/1400 — Brussel, 18 juni 1464) was een kunstschilder die gerekend wordt tot de school der Vlaamse Primitieven.
Hij zou opgeleid zijn in het atelier van Robert Campin, samen met onder meer Jacques Daret. Naast Jan van Eyck wordt Van der Weyden als de belangrijkste schilder van de 15e eeuw in de Lage Landen beschouwd. In zijn eigen tijd was Van der Weyden in heel Europa bekend, en hij kan wellicht als de invloedrijkste schilder van zijn eeuw worden beschouwd. Hij versmolt de stijl van zijn tijdgenoot Jan van EyckDe ontstaansperiode van Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck valt nagenoeg samen met de waarschijnlijke ontstaansperiode van de Kruisafneming van Rogier van der Weyden. en van zijn leermeester Robert Campin en voegde het nieuwe element 'emotie' toe aan de Vlaamse schilderkunst. In de zeventiende eeuw begon Rogiers roem langzaam te tanen en werd hij dikwijls met Brugge geassocieerd. Sinds zijn 'herontdekking' in de 19e eeuw bleef Rogier van der Weyden bij het publiek in de schaduw staan van schilders als Jan van Eyck en Hans Memling.
Biografie Levensloop Op 16 en 17 mei 1940 werden de archieven van DoornikDoornik was Frans kroondomein tussen 1187 en 1521. In de periode 1410 tot 1483 stond het onder de invloed van de Bourgondische hertogen, het was in die periode volledig omringd door de Bourgondische gebieden. Zie ook: Wim Blockmans, De Rugerio pictore, in: Rogier van der Weyden 1400-1464. De passie van de meester, ed. Lorne Campbell en Jan Van der Stock, Davidsfonds Leuven, 2009, p. 26. gedeeltelijk vernietigd door Duitse bombardementen die bijna het ganse stadscentrum plat legden. Daardoor is het moeilijk om concrete gegevens terug te vinden over de afkomst en de opleiding van Rogier van der Weyden. Er is in de vakliteratuur dan ook heel wat geschreven hierover. De discussie is ook tamelijk complex en is opgebouwd uit een samenspel van archivarisch bronnenmateriaal en stijlanalyse. De verschillende feiten die de afgelopen anderhalve eeuw aan het licht zijn gebracht laten zich niet zonder een stevige argumentatie aan elkaar verbinden. Hier volgt een opsomming van de feiten zoals ze vandaag algemeen worden aanvaard.
Rogier van der Weyden zou omstreeks 1398-1400 in Doornik geboren zijn als zoon van Henri de le Pasture en Agnès de Watrelos. Zijn vader was een messenmakerTheodore H. Feder, Rogier van der Weyden, a reexamination trough documents of the first fifty years of Roger van der Weydens Life, in: The Art Bulletin Vol. 48, No. 3/4 (Sep. - Dec, 1966), pp. 416-431, College Art Association p. 416, noot 3. en woonde in de Rue Roc Saint-Nicaise midden in het goudsmedenkwartier van Doornik. Zijn geboortedatum werd afgeleid uit twee bewaarde documenten. Een eerste van 21 oktober 1435 over een jaarrente die hij van de stad ontvangt en waarin hij 35 jaar oud werd genoemd: Au xxje jour d'octobre . - A maistre Rogier de la Pasture, pointre, fil de feu Henry, demorant à Brouxielles eagié de XXXV ans, de demoisielle Ysabel Goffart fille [de] Jehan, sa femme, eagié de XXX ans: x livres. A Cornille de le Pasture et Marguerite, sa suer, enffans dudit maistre Rogier, qu'il a de ladite demisielle Ysabiel, sa femme, ledit Cornille eagié de viij ans, et ladite Marguerite de iij ans: c solz. (Op 21 oktober 1435.- Aan meester Rogier de la Pasture, schilder, zoon van Henry, wonende in Brussel, 35 jaar oud, van mevrouw Ysabel Goffart dochter [van] Jehan, zijn vrouw, 30 jaar oud: x ponden. Aan Cornille de le Pasture en Marguerite, diens zuster, kinderen van de genoemde meester Rogier, die hij heeft bij de genoemde mevrouw Ysabiel, zijn vrouw, genoemde Cornille 7 jaar oud en Marguerite 2 jaar oud: c solz)Doornik, Stadsarchief, cartulaire des rentes de 1435 fol. 1; Theodore H. Feder, p. 427, noot 98. Een tweede gelijkaardig document uit september 1441 noemt hem 43 jaar waaruit een geboortejaar van 1398 of 1399 kan afgeleid worden.Dirk De Vos, Rogier van der Weyden, het volledige oeuvre, Mercatorfonds, 1999, p. 70 noot 19.
De vader van Rogier, Henry de la Pasture overleed tussen december 1425 en midden maart 1426Theodore H. Feder, p. 418., misschien aan de pestepidemie die in die tijd in Doornik woedde. Het ouderlijk huis werd, volgens een document van 18 maart 1426 waarin Rogier niet genoemd werd, verkocht aan Ernoul Caudiauwe, de aanstaande echtgenoot van Rogiers zuster Jeanne. Moeder en kinderen blijven in het huis wonen, de moeder had trouwens het vruchtgebruik toegewezen gekregen. miniatuur|left|Portret van een vrouw (Ysabiel Goffaert ?), ca. 1432-1435, Gemäldegalerie (Berlijn).Dirk de Vos, 1999, p. 96. Voor of in 1427 was Rogier al gehuwd met Elisabeth (Ysabiel in het document van 1435) Goffaert, de dochter van een Brusselse schoenmaker. In het document betreffende de uitbetaling van een rente wordt voor zijn echtgenote de leeftijd van 30 jaar opgegeven, ze was dus 5 jaar jonger dan Rogier. In hetzelfde document worden twee kinderen vernoemd Cornille (Cornelis) acht jaar oud en Marguerite (Margaretha) 3 jaar oud. Er wordt ook gezegd dat hij in 'Brouxielles' (Brussel) verbleef. Het kan niet bewezen worden, maar sommige historici menen dat de echtgenote van Campin, Ysabiel de Stoquain en de moeder van Elisabeth of Ysabiel Goffaert, Cathelijne van Stockem, verwant waren en gezien ze dezelfde voornaam hadden was de echtgenote van Campin misschien de meter van Rogiers vrouw.Lorne Campbell, Brussels and Tournai in: Campin in context, Peinture et société dans la vallée de l’Escaut à l’époque de Robert Campin 1735-1445, ed. Ludovic Nys en Dominique Vanwijnsberghe, Valenciennes-Brussel-Doornik, 2007, pp. 117-120.Theodore H. Feder, p. 420-421. Tussen 1437 en 1450 krijgt het paar nog twee kinderen Pieter en Jan.Theodore H. Feder, p. 428.
Rogier woonde dus in 1435 al in Brussel waar hij in de jaren 1443-44 een woning kocht op de hoek van de Magdalenastraat en het Cantersteen.Dirk de Vos, 1999, p. 57, 71 noot 49. Uit een document van 2 mei 1436 blijkt dat hij in Brussel is aangesteld als stadsschilder.Theodore H. Feder, p. 427. In een document uit datzelfde jaar 1436 komen we ook voor het eerst zijn vernederlandste naam 'van der Weyden' tegen, vernederlandsing van 'de la Pasture' ('het grazen' of 'het weiden').
miniatuur|Kruisiging van Scheut, Escorial Hij leefde in Brussel tot aan zijn dood. Dat hij een gezeten en welstellend burger was geworden mag blijken uit zijn lidmaatschap van de broederschap van Sint-Jacob-op-den-Coudenberg waar ook de leden van het Bourgondische hof en de stedelijke elite toe behoorden. Ook zijn echtgenote Ysabiel was lid van deze broederschap. Rogier van der Weyden overleed als een zeer welvarend man; hij werd begraven in de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele in de kapel van de heilige Catharina, die door de confrérie van St. Elooi, waartoe ook de schilders behoorden, werd gebruikt voor hun diensten. Op de grafplaat werd een lofdicht geplaatst dat in 1613 door de Leuvenaar Franciscus Sweertius in zijn Monumenta Sepulcralia Et Inscriptiones Publicae Privataeque Ducatus werd vermeld als:Dirk de Vos, 1999, p. 64.
Rogiers zoon Pieter trad in de voetsporen van zijn vader en nam het atelier over na diens overlijden. Ook zijn kleinzoon Goswin werd schilder en werd tweemaal benoemd tot deken in het Antwerpse Sint-Lucasgilde. Zijn oudste zoon Cornelis was in 1449 ingetreden in het kartuizerklooster van Herne nadat hij aan de universiteit van Leuven was afgestudeerd als magister artium. Rogier schonk een schilderij met de Heilige Catharina aan het klooster. Als daarna in 1456 de kartuis van Scheut werd gesticht, schonk Van der Weyden een Kruisiging, het beroemde werk dat zich nu bevindt in het Escorial in San Lorenzo de El Escorial bij Madrid (inv. 10014602). Zijn dochter Margaretha stierf in 1450. Zijn jongste zoon Jan werd goudsmid.
Opleiding miniatuur|Madonna met kind, ca. 1433, Museo Thyssen-Bornemisza, mogelijk een vroeg werkDirk De Vos, 1999, p. 88-92. Men weet niets met zekerheid over de opleiding van de jonge Rogier. Er zijn geen documenten die over zijn leertijd als jonge knaap handelen. Afgezien van de vernietiging van een deel van de archieven is dit niet verwonderlijk; het was pas vanaf november 1423 dat de gilden statutair verplicht werden meesters en leerjongens te registreren in de gildeboeken.Theodore H. Feder, p. 417. Er zijn dus allerhande hypothesen gemaakt over de opleiding van de jeugdige Rogier maar zonder documentair bewijs blijven het gissingen.
De meeste kunsthistorici zijn het er vandaag wel over eens dat Rogier van der Weyden zijn eerste opleiding kreeg in de jaren 1410 in het atelier van Robert CampinDominique Vanwijnsberghe, De Doornikse wortels van een meester van het pathos, in Rogier van der Weyden 1400-1464. De passie van de meester, ed. Lorne Campbell en Jan Van der Stock, Davidsfonds Leuven, 2009, p. 67. die zich in 1406 in Doornik had gevestigd en in 1410 bourghesie (poorterschap) betaalde. Bij Campin zou in diezelfde periode ook de iets jongere Jacques Daret als leerjongen in opleiding zijn geweest. Daret werd leerjongen bij Campin in 1415 en woonde bij de meester vanaf 1418. Men veronderstelt dat dit ook het geval was voor Rogier. Deze these wordt ondersteund door de stilistische en iconografische eenheid van de werken van de drie meesters. Men stelt dat het bijna onmogelijk is dat dit het resultaat zou zijn van de korte periode tussen 1427 en 1432 waarin, volgens de documenten van het gilde van Doornik, Van der Weyden en Daret als leerling (apprentis) bij Campin werkten als laatste stap naar hun aanstelling als vrijmeester.
Op 17 november 1426 schenkt de stad Doornik vier kannen wijn aan een zekere 'maistre Rogier de le Pasture'.Archives de Tournai, comptes d’entremises 1424-1426 a° 1425-1426, fol. 45; Theodore H. Feder, p. 419 noot 37. Het is echter niet duidelijk of dit document betrekking heeft op de schilder Rogier. Meestal werd de wijn als 'erewijn' aangeboden nadat een student ergens aan een universiteit in den vreemde een meestergraad (Magister) had behaald. Sommige auteurs hebben hieruit opgemaakt dat het om een naamgenoot van de schilder gaat. De meesten echter houden het bij dezelfde Rogier de le Pasture die voor hij zijn schildersopleiding in Doornik voltooide in Keulen of Parijs een meestertitel zou behaald hebben aan de universiteit.Ook dit kan nergens via documenten worden aangetoond, noch voor Keulen noch voor Parijs. Dirk De Vos meent dat in het Doornikse de titel van 'maistre' ook gebruikt werd voor schilders die een hogere opleiding hadden gekregen in contrast met de zuivere ambachtslui. Hij vermeldt dat Robert Campin in alle documenten werd vermeld als 'maistre Campin' dit in tegenstelling tot andere Doornikse vrijmeesters die gewoon met hun naam werden vermeld.Dirk De Vos, 1999, p. 44. Een andere verklaring dan de universitaire magister-titel, en volgens Houtart en De Vos, een meer plausibele zou zijn dat Rogier al in 1426 de eretitel 'maistre' kreeg toegekend ook al had hij zich nog niet gevestigd als vrijmeester. De erewijn zou dan misschien geschonken zijn ter gelegenheid van zijn huwelijk met Ysabiel Goffaert.Dirk de Vos, 1999, pp. 49-50, 71 noot 3.