De Zr.Ms. Adder (1875) was een Nederlandse rammonitor, die op woensdagavond 5 juli 1882 tussen 21:00 en 21:30 uur zonk op de Noordzee voor de kust van Scheveningen. Hierbij kwamen alle 66 opvarenden om (64 manschappen, een loods en een opvarende).Dodenakkers.nl Geraadpleegd 8 september 2012. (Internet Archive) Het wrak is nooit geborgen.
Specificaties De bewapening van het schip bestond uit twee enkele 9 inch (230 mm) kanons. Het pantser langs de zij van de romp was 140 mm dik en het pantser bij de geschuttorens 280 mm dik. De waterverplaatsing bedroeg 1555 ton. Het schip had vijf zusterschepen genaamd Hyena, Panter, Haai, Luipaard en Wesp.
Geschiedenis thumb|left|350px|Diverse monitors, waaronder de Adder De Adder stond niet bekend als een zeer deugdelijk schip maar eerder als een monitor die niet te besturen was. In 1875 ramde het op de rede van Dordrecht de monitor Heiligerlee als gevolg van deze slechte bestuurbaarheid en het jaar daarop bracht het aanzienlijke schade toe aan de Noach.Rammonitor Adder. Algemeen Handelsblad, 13 juli 1882 Het schip vertrok sinds 1875 ieder jaar voor de zomermanoeuvres van IJmuiden naar Hellevoetsluis.Het vergaan van de Adder. De Tijd, 12 juli 1882 Op 5 augustus 1881 vormde de Adder samen met de Piet Heyn, de Buffel, de Stier, de Alkmaar en de Haai het eskader dat op het IJ lag ter nagedachtenis van de Slag bij de Doggersbank honderd jaar eerder. Die dag waren er in Amsterdam verschillende feesten en herdenkingen ter gelegenheid hiervan. Bij Koninklijk Besluit van 30 mei 1882 werden de rammonitors Adder en Haai op 1 juli respectievelijk te Amsterdam en te Hellevoetsluis in dienst gesteld; ieder schip had een bemanning van 115 koppen.De Tijd, 15 juni 1882 Het commando van de Adder was opgedragen aan luitenant-ter-zee eerste klasse E. Simon van der AaSimon van der Aa stond bekend als een uitstekend zeeofficier, die reeds meerdere malen ervaring had opgedaan en steeds getoond had een goed zeeman te zijn.Het vergaan van de Adder. De Tijd, 12 juli 1882 en het état-major bestond verder uit de luitenants-ter-zee tweede klasse M. Smits, R.M.W.O. (eerste officier),Michiel Smits was tot ridder in de Militaire Willems-Orde benoemd bij Koninklijk Besluit van 5 maart 1875 nummer 4 voor zijn verrichtingen als adelborst tijdens de tweede expeditie naar Atjeh. 1940. G.C.E. Köffler. De Militaire Willemsorde 1815-1940. Algemene Landsdrukkerij. Den Haag. G. Borel,Het lichaam van George Borel (23 jaar) werd geïdentificeerd aan de hand van een gouden zegelring aan zijn vinger, van Nieuwe Diep naar Den Haag getransporteerd, waar het opgewacht werd door familiebetrekkingen van de overleden officier en schout-bij-nacht, inspecteur van de geneeskundige dienst H.L. Oudenhoven en officieren van de zee- en landmacht. De begrafenis vond plaats onder zeer grote belangstelling; onder meer oud-minister van Marine H.O. Wichers en viceadmiraal F. de Casembroot waren aanwezig. Viceadmiraal P.A. van Rees hield een toespraak evenals de heer Lens, de aanstaande zwager van de overledene. Deze kon een bittere toon niet onderdrukken over de ramp die aan dit graf het geluk van een gehele familie verwoest had; hij herdacht zijn vriend, wiens leven zo rijk was geweest aan herinneringen en wiens jammerlijk te vroeg verscheiden een niet meer te vullen leegte achterliet. Uiteindelijk werden alle aanwezigen namens de familie bedankt door kapitein der artillerie G.F.W. Borel (de broer van de vader van de overledene), voor de eer aan de overledene bewezen. Het verongelukken van de Adder. Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 20 juli 1882Rammonitor Adder. Algemeen Handelsblad, 20 juli 1882 G. JonckheerJonckheer werd 25 jaar en zijn begrafenis vond te Ginneken plaats.Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 14 juli 1882 en E. van Voorthuijsen, de officier van gezondheid der tweede klasse A. Lofvers, arts,Zijn familie beloofde diegene die het lijk van Lofvers vond een geldelijke beloning. Het verongelukken van de Adder. Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 17 juli 1882 en de officier van administratie tweede klasse W.F. Klompé.Algemeen Handelsblad, 12 juni 1882 De zeemiliciens, aan boord van de Adder geplaatst, waren aan het begin van de maand juli van het opleidingsschip Evertsen naar Amsterdam vertrokken.De rammonitor Adder. Algemeen Handelsblad, 11 juli 1882
Het zinken van de Adder Ondergang van het schip Het schip vertrok op 4 juli 1882 's avonds van Amsterdam en voer de volgende dag, woensdag 5 juli, om half 10 's morgens langs IJmuiden naar zee, met de bedoeling uiteindelijk naar Hellevoetsluis te varen. Zoals ieder jaar zou het schip aldaar tot oktober gedetacheerd blijven om oefeningen op de Noordzee te doen. Wanneer de oefeningen zouden zijn afgelopen dan zou het schip terugkeren naar de marinewerf te Amsterdam, omdat de gelegenheden tot opberging aldaar beter waren.Het verongelukken van de Adder. Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 11 juli 1882 Dat het schip een moeilijke reis zou krijgen was wel bekend omdat er een harde westenwind stond. Op genoemde woensdag stond er eerst een zuidelijke wind, was er een flauwe koelte en viel er een lichte motregen. Om 12 uur schoot de wind plotseling naar westzuidwest, met een zo hevige kracht dat de regenwolken weggevaagd werden en er een heldere zonneschijn verscheen. Tegen drie uur die middag woei het hard.
Op die dag werd de Adder, volgens verschillende berichten, vanaf diverse plaatsen vanaf de kust in de Noordzee gezien. Het schip werd op woensdagmiddag om 4 uur opgemerkt ter hoogte van Scheveningen, toen het in noordelijke richting koerste.Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 12 juli 1882 Om zes uur zag een schipper de Adder ter hoogte van Scheveningen; de monitor vorderde niet en de zee sloeg over het gehele schip, tot zelfs over de schoorsteen. De visser zag niemand op het dek, ook geen noodsein en passeerde het schip aan de landzijde; hij merkte op dat het slecht stuurde en veel gierde. Schipper Abraham Westerduin, van reder D. Verbaan te Scheveningen, meldde dat hij op woensdag op de Noordzee tussen Scheveningen en Katwijk tijdens slecht weer om omstreeks half 7 de Adder ontmoet had, die op dat moment in de richting van de Maas voer. Hij was het schip zo dicht genaderd dat hij bijna overvaren zou zijn als de Adder een halve streek van koers zou zijn veranderd. Omdat de monitor veel water overkreeg bleef Westenduin bij de Adder tot half 10; dat was met het doel om eventueel hulp te verlenen. Even na half tien zag hij een grote rookontwikkeling, die erop scheen te duiden dat de vuren toen doofden. Voor het precieze tijdstip van de ramp werd later, naast de mededelingen van deze getuige, gebruikgemaakt van de tijd die het stilstaande horloge van de loods Duinker aangaf; dat was 21.10 uur.
Abraham den Dulk, stuurman, en Cornelis Dijkhuizen, visser, verschenen later voor de Minister van Marine en verklaarden dat, terwijl zij op woensdag 12 juli, 's avonds om kwart over 7, tussen Katwijk en Scheveningen aan het vissen waren, op 9 vadem water, op een afstand van een kwart Engelse mijl zuidwaarts, er om 8 uur een monitor ten westzuidwesten passeerde; om half 9 zagen zij van dit vaartuig rode, witte en groene vuurpijlen met blikvuren. Dit duurde tot half 10, toen ze een groot vuur zagen, een groot licht, maar slechts een ogenblik. Daarna verdween het vaartuig uit hun gezicht, zodat beide mannen het voor mogelijk hielden dat het schip toen zonk.Het verongelukken van de Adder. Het Nieuws van de Dag, 14 juli 1882 Den Dulk had voor 300 gulden aan netten liggen en wilde niet de kans lopen dat eventuele aangeboden hulp niet nodig geoordeeld en niet aangenomen werd. Toen hij later de blikvuren en de vuurpijlen zag was zijn boot door wind en storm te ver afgedreven om nog zuidwaarts tegen de stroming op te werken, dus om hulp aan te bieden was het toen reeds te laat.De Adder, ingezonden. Algemeen Handelsblad, 21 juli 1882
Na de ondergang van de Adder thumb|left|300px|Doorsnede en bovendek van de Adder Op vrijdag werd te Nieuwediep een reddingsboei opgevist, waarop Zr. Ms. monitor Adder geschilderd stond. In de nabijheid dreven enige stukken hout; later op de dag spoelden aldaar twee lijken aan, van een matroos en van een zeemilicien, en daarnaast reddingsgordels en nog een boei gemerkt met de naam van de Adder. Daarnaast vond men stukken van het wapen, verbrijzelde deuren, het triktrakbord uit de longroom, delen van sloepen en ander houtwerk. Te Callantsoog en Huisduinen spoelde een drenkeling aan en te Petten een reddingsboei. Te IJmuiden vond men dicht bij de zeehoofden drijfgordels en zaterdagmorgen werd aldaar het lijk van de zeeloods Duinker, met een zwemgordel om, gevonden; men vermoedde dat er een vreselijke ramp was gebeurd en zond onmiddellijk daarop twee stoomvaartuigen van het loodswezen en twee particuliere stoomschepen de zee op om te gaan kijken wat er gebeurd was. Men begon te vermoeden dat de Adder met man en muis vergaan was. Het onderzoek werd voortgezet door de stoomvaartuigen van het loodswezen. thumb|300px|Monument ter herinnering aan de omgekomen manschappen van de Adder te Huisduinen
Nadien werden ook elders vele lijken opgevist; zondag werd door de sleepboot Hercules te Nieuwediep een lijk aangebracht en volgens rapporten van Urker vissers dreven ten noorden van Vlieland en Terschelling ook nog vele lichamen.Het verongelukken van de Adder. Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 14 juli 1882 Het Ministerie van Marine zond nu ook de ramschepen Schorpioen en Buffel uit en gaf de stoomboten Hercules en Frans Naerebout opdracht om te blijven kruisen.De monitor Adder. De Tijd, 13 juli 1882 Door het Departement van Buitenlandse Zaken werd een schrijven gezonden aan de Nederlandse consuls in de kustplaatsen van Engeland, Noord-Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen met het verzoek om bij het aanspoelen of bij het aanbrengen van lijken uit zee na te kijken of deze van de bemanning van de Adder zouden kunnen zijn; een beschrijving van de kentekenen van de kleding, waaruit de identiteit zou kunnen worden opgemaakt, werd daartoe aan de consuls gezonden.Het verongelukken van de Adder. Het Nieuws van de Dag, 21 juli 1882 Er was veel kritiek omdat tot zaterdag werd gewacht met het zenden van een schip tot opsporing van de Adder, terwijl de monitor op woensdagmiddag al te Hellevoetsluis werd verwacht.
Reconstructies van de ramp Zinken van de Adder Er waren verschillende gissingen naar de oorzaak van de ramp; van een ontploffing kon, dacht men, geen sprake zijn geweest, omdat de bemanning dan de tijd ontbroken zou hebben zich van zwemgordels te voorzien. Een aanvaring door een schip van groot kaliber achtte men om dezelfde reden niet waarschijnlijk, ook omdat de seinlichten van de Adder dit schip dan wel gewaarschuwd zouden hebben. Uiteindelijk dacht men dat het schip in de Noordzee, bij onstuimig weer, door dwarszeeën was belopen, die het vuur in de machinekamer hadden geblust, waardoor de Adder, die tot de vaartuigen voor de binnenwateren en de kust behoorde en die niet veel storm of zee kon verdragen, volgelopen en vervolgens gezonken moest zijn.