thumb|Geboortehuis van Picasso in Málaga Pablo Diego José Francisco de Paula Juan Nepomuceno María de los Remedios Cipriano de la Santísima Trinidad Ruiz y Picasso (Málaga, 25 oktober 1881 – Mougins, 8 april 1973) was een Spaans kunstschilder, tekenaar, beeldhouwer, grafisch kunstenaar, sieraadontwerper en keramist. Hij was een van de bekendste Spaanse kunstschilders.

Familie en afkomst Pablo Picasso was het eerste kind van José Ruiz Blasco en María Picasso López. Ruiz Blasco was kunstenaar, tekenleraar en conservator. Traditiegetrouw kreeg Pablo een aantal naar heiligen verwijzende voornamen: behalve Pablo ook Diego, José, Francisco de Paula, Juan Nepomuceno, María de los Remedios, Cipriano de la Santísima Trinidad. Zijn twee achternamen zijn conform het Spaanse naamstelsel achtereenvolgens de eerste achternaam van zijn vader (Ruiz) en de eerste achternaam van zijn moeder (Picasso). Merkwaardig is dat hij onder zijn tweede achternaam Picasso bekend is en niet als Ruiz. In 1884 werd zijn zus Dolores (Lola) geboren en in 1887 zijn zus Concepción (Conchita).

Vrouwen Picasso had gedurende zijn leven relaties met meerdere vrouwen, die vaak voor hem poseerden als schildersmodel: Fernande Olivier, Éva Gouel (ook wel bekend onder de naam Marcelle Humbert), de Russische balletdanseres Olga Khokhlova, Marie-Thérèse Walter, de fotografe Dora Maar, Françoise Gilot en Jacqueline Roque. Telkens wanneer hij opnieuw verliefd werd, werd dit in zijn werk duidelijk door een wisseling van stijlen.

Kinderen Pablo Picasso kreeg kinderen van verschillende vrouwen. Paulo Picasso (4 februari 1921 - 5 juni 1975) was het eerste kind van Pablo Picasso en Olga Khokhlova. Paulo stond als kind onder andere model voor het schilderij Paulo als Harlekijn (1924) en Paulo op een ezel. Maya Widmaier-Picasso (5 september 1935 - 20 december 2022) werd geboren uit de relatie met Marie-Thérèse Walter. Picasso maakte enkele beeldhouwwerken die Maya als thema hadden, zoals Maya à la poupée (Maya met een pop), dat in februari 2007 uit het huis van Picasso's kleindochter werd gestolen. Maya Widmaier-Picasso woonde in Parijs en was een expert die originelen van vervalsingen kon onderscheiden. Claude Picasso (15 mei 1947) was het eerste kind met Françoise Gilot. Paloma Picasso is eveneens een kind dat hij kreeg van Françoise Gilot.

Levensloop Jeugd Pablo werd in 1881 geboren aan de Plaza de La Merced in Málaga. Het was een zware bevalling in het bijzijn van een oom, die arts was, en een vroedvrouw.Documentaire Krabbé zoekt Picasso, NPO2, 26 januari 2017, afl. 1, de jeugd van een genie De vroedvrouw dacht dat het kind dood was en besteedde alleen aandacht aan de moeder. De oom, Don Salvador, redde het kind van de verstikkingsdood.Ingo F. Walther, Pablo Picasso, 1999, blz. 8

Reeds in 1890 schilderde Pablo, negen jaar oud, in olieverf, de picador, een stierenvechter in de arena; dit geldt als zijn eerste schilderij. In 1891 verhuisde het gezin naar La Coruña in Galicië in het uiterste noordwesten van Spanje, aan de Atlantische Oceaan, waar Pablo's vader als kunstdocent was aangesteld aan de Instituto da Guarda. Vanaf 1894 hield Pablo een dagboek bij, waarin hij portretten en karikaturen tekende. Schilderijen signeerde hij in die jaren met P. Ruiz. In januari 1895 stierf op zevenjarige leeftijd zijn zusje Conchita aan difterie, hetgeen hem zeer aangreep.

Vlak daarna verhuisde het gezin naar Barcelona, waar de vader een nieuwe baan als docent was aangeboden. De 13-jarige Pablo deed toelatingsexamen voor de Koninklijke Catalaanse Academie voor Schone Kunsten van Sint-Joris in Barcelona. Het toelatingswerk, het tekenen van een torso,Studie van een torso, naar een gipsplastiek, 1894/5, Musée Picasso in Parijs waarvoor hij een maand de tijd had, voltooide hij in één dag. Men was hiervan dermate onder de indruk, dat hij onmiddellijk werd aangenomen en de eerste twee leerjaren mocht overslaan.

Exposeren in Madrid Op vijftienjarige leeftijd schilderde Pablo een groot werk (197 × 249,5 cm): Wetenschap en liefdadigheid.Science et charité, 1897, Museu Picasso in Barcelona (MPB 110.046) Het onderwerp hiervan: een stervende, met aan haar bed een arts en een non, grijpt terug naar de dood van zijn zusje Conchita. Hiervoor kreeg hij een eervolle vermelding tijdens een tentoonstelling in het Paleis voor Kunst en IndustrieHet tegenwoordige natuurhistorisch museum (Museo Nacional de Ciencias Naturales) in Madrid. Vanaf september 1897 studeerde Pablo korte tijd aan de in hoog aanzien staande Real Academia de Bellas Artes de San Fernando in Madrid. Daar het onderwijssysteem hem niet beviel, volgde hij na verloop van tijd geen colleges meer. Wel bezocht hij de musea, waaronder vaak het Prado, en de kunstgalerieën. In juni 1898 ging hij terug naar Barcelona.

thumb|Café en cabaret 4Gats in Barcelona Nadat hij in april 1899 verhuisd was naar de Carrer dels Escudellers in Barcelona, was hij vaak te vinden in het café en cabaret Els Quatre Gats (De vier katten).website Les 4Gats In deze gelegenheid kwamen kunstenaars elke dag bijeen om te praten over kunst en filosofie, muziek te maken, gedichten voor te lezen, of cabaret op te voeren.Dit sociaal gebeuren wordt in het Spaans aangeduid met tertulia. Hier maakte Picasso veel portretten, waaronder een zelfportret.Die portretten hangen er nog; ook gebruikt het café nog een menukaart die oorspronkelijk door Picasso getekend werd.

Wereldtentoonstelling Parijs Pablo Picasso vertrok samen met zijn vriend Carlos Casagemas per trein van Barcelona naar Parijs, toen dé wereldstad en centrum van de kunstwereld. Het was destijds een reis van enkele dagen. Parijs was de 'lichtstad' met de Eiffeltoren, die evenals enige straten omstreeks 1900 reeds verlicht werd met elektrisch licht.

Daar ontmoette hij zijn eerste Parijse vriend, de journalist en dichter Max Jacob, die Picasso hielp met het leren van de Franse taal en inwijdde in de literatuur. Ze deelden een appartement; Max sliep 's nachts, terwijl Picasso overdag sliep en 's nachts werkte. Het waren tijden van armoede, kou en wanhoop. Veel van Picasso's werk werd verbrand om de kleine woning warm te houden.

Op de Wereldtentoonstelling van 1900 hing in het Spaanse paviljoen het schilderij De laatste ogenblikken van de toen 19-jarige Picasso. Dit schilderij werd later door hem zelf overgeschilderd. Picasso was onder de indruk van het werk van Paul Cézanne, Edgar Degas, Pierre Bonnard, Vincent van Gogh en Henri Toulouse-Lautrec. Pablo en Carlos Casagemas huurden woon- en werkruimte aan de Rue Gabrielle 49 in Montmartre. Daar ontmoette Casagemas Germaine Gargallo, een danseres uit de Moulin Rouge en werd verliefd op haar. Wegens geldgebrek moesten Pablo en Carlos echter terug naar Madrid. Casagemas keerde, verliefd als hij was, terug naar Parijs. Germaine wees hem af, mogelijk omdat hij inmiddels verslaafd was geraakt aan drugs en alcohol. In wanhoop schoot hij op haar en schoot vervolgens zichzelf door het hoofd. Zij overleefde, hij niet. Picasso schilderde hierop het doek Mort de Casagemas,Dood van Casagemas, 1901, Musée Picasso in Parijs. Gearchiveerd op 8 december 2023. waarin hij duidelijk verband legde met Vincent van Gogh, die ook zelfmoord had gepleegd.Ingo F. Walther, Pablo Picasso, 1999, pag. 15 De dood van Casagemas was voor Picasso de opmaat van een jarenlange depressie.

Depressie 1901 - 1904 Picasso schreef:

Dat is dus het begin van zijn blauwe periode. Tot 1905 zou Picasso afwisselend wonen en werken in Barcelona en Parijs.

Gedurende de eerste vijf maanden van 1901 woonde Picasso in Madrid, waar hij en zijn anarchistische vriend Francisco de Asis Soler het tijdschrift Arte Joven (Jonge kunst) oprichtten. Er verschenen vijf nummers; het eerste nummer werd gepubliceerd op 31 maart 1901. Soler schreef de artikelen en Picasso illustreerde het tijdschrift, meestal met grimmige spotprenten die sympathiseerden met de armen.

In mei 1901 betrok Picasso, tot eind 1901, een atelier op de zolderverdieping van Boulevard de Clichy 130, de galerie van Pere Mañach. Mañach geloofde in Picasso en bood hem een contract aan van 150 franc per maand voor regelmatige levering van werken. Op die zolderverdieping ontstond Evocatie (de ter aarde bestelling van Casagemas),Evocation (L`enterrement Casagemas), 1901, Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris. Gearchiveerd op 8 december 2023. waarvan de compositie teruggrijpt op De begrafenis van graaf Orgaz van El Greco.El Greco, De begrafenis van graaf Orgaz, 1586, Iglesia de San Tomé in Toledo Pablo werd er onrustig, misschien doordat Casagemas dezelfde ruimte had bewoond. Hij reisde meerdere keren heen en weer tussen Barcelona en Parijs en kon niet kiezen tussen zijn vaderland en de lichtstad.

Van 25 juni tot en met 14 juli 1901 werd, op verzoek van Pere Mañach, de eerste tentoonstelling van Picasso's werk gehouden bij Ambroise Vollard. Voorafgaand aan de tentoonstelling waren reeds vijftien werken verkocht.Ingo F. Walther, Pablo Picasso, 1999, pag. 90 Vanaf dat moment begon de kunstenaar zijn werk te signeren met Picasso, de naam van zijn moeder, in plaats van met P. Ruiz of P. Ruiz y Picasso.

In 1901 schilderde Picasso taferelen uit het Parijse leven, zoals de absintdrinksterLe Buveur d'Absinthe, 1901, Melville Hall Collection, New York. Gearchiveerd op 28 september 2023.Buveur d'Absinthe, 1901, Hermitage, Sint-Petersburg. Gearchiveerd op 28 september 2023. en in 1902 het 'straattheater' in Parijs, zoals Harlekijn en zijn maatArlequin et son compagnon. Gearchiveerd op 29 mei 2023. en Clown met aap.Clown au singe. Gearchiveerd op 3 december 2023. Vanaf het moment dat hij in het derde kwartaal van 1902 weer in Parijs woonde, maakte hij bijna alleen tekeningen, omdat hij geen geld had voor schilderslinnen.

Gedurende minstens één jaar woonde hij in deze periode in Barcelona. Mogelijk heeft hij daar in 1903 het schilderij De armen op het strandLes pauvres au bord de la mer, 1903, National Gallery of Art in Washington D.C. gemaakt, over 'mensen zonder leven'.Ingo F. Walther, Pablo Picasso, 1999, blz. 17-18 Zeker is dat hij daar in hetzelfde jaar het mysterieuze schilderij La vie maakte. Het schilderij was een overschildering van De laatste ogenblikken,Krabbé zoekt Picasso, NPO, extra's aflevering 1 Verborgen betekenissen over vriendschap en voortplanting en verving daarmee de dood door het leven. Misschien wilde Picasso met dit doek laten zien, dat hij de dood van zijn vriend had verwerkt en zelf weer verder kon leven.

Definitief Parijs In 1904 verhuisde Pablo definitief naar Parijs, waar hij, tot 1909, een atelier betrok op Rue Ravignan 13, wederom in het 18e arrondissement (Montmartre, een adres dat lag tussen de Moulin Rouge en de Sacré-Cœur.

In deze "obscure bouwval vol vreemde geluiden, boeken en met een wirwar van trappen",Typering van Roland Dorgelès in zijn boek Bouquets de bohème.Standaardgids Parijs, blz. 416 dat vanwege zijn vreemde indeling Le Bateau-Lavoir (de wasschuit) werd genoemd en waar maar één waterkraan was, ontmoette Picasso Fernande Olivier, een bohemienne en kunstenares die zijn eerste grote liefde werd. Deze ontmoeting luidde zijn roze periode in, waarin Fernande veelvuldig op zijn schilderijen voorkomt en met wie hij zeven jaar zou samenwonen.Ingo F. Walther, Pablo Picasso, blz. 20 De buurt was gewild onder kunstenaars vanwege de lage huur. In atelier Bateau-Lavoir hebben ook veel andere kunstenaars gewerkt, zoals Kees van Dongen, Juan Gris, Maurice de Vlaminck, Georges Braque, Pierre-Auguste Renoir, Paul Cézanne, Max Jacob (dichter) en Appolinaire (schrijver). Bateau-Lavoir is in 1970 afgebrand.

thumb|Cabaret Au Lapin Agile