Carlo Ubbiali (Bergamo, 2 september 1929 - 2 juni 2020) was een Italiaans motorcoureur en negenvoudig wereldkampioen in het wereldkampioenschap wegrace. In de jaren vijftig was hij vooral in de lichtere klassen dominant.

Ubbiali werd zes keer wereldkampioen in de 125cc-klasse en drie keer in de 250cc-klasse. Hij won vijf wereldtitels met het maximum aantal punten (met aftrek van streepresultaten). Hij werd ook zes keer Italiaans 125cc-kampioen en twee keer Italiaans 250cc-kampioen.

Carrière miniatuur|links|De 81-jarige Carlo Ubbiali tijdens een veteranenwedstrijd in 2010 Al jong raakte Carlo vertrouwd met motorfietsen toen hij in de motorzaak van zijn vader werkte. Zijn eerste race in 1946, de Coppa di Bergamo, resulteerde in een overwinning, maar ook in een tragedie. Hij racete met zijn broers Franco en Maurizio. Na de festiviteiten om de overwinning te vieren verongelukten twee vrienden van de gebroeders Ubbiali bij een auto-ongeluk. In 1947 won hij de Gran Premio delle Mura di Bergamo (Grote Prijs van de muren van Bergamo) op een DKW RT 125 die hij had geleend van de commandant van de Mobiele Brigade van Bergamo, op voorwaarde dat hij de machine na de race zou laten spuiten. Hij werd echter gediskwalificeerd omdat hij nog geen 18 jaar was. In 1948 werkte Carlo (via het MV Agusta-dealerschap van zijn vader) als monteur bij een race op het Fiera Campionaria-circuit in Milaan. Hij kreeg de kans om tijdens de race een afwezige coureur te vervangen en finishte als tweede achter Nello Pagani. De teammanagers gaven hem de kans te starten in de race ter gelegenheid van de heropening van het circuit van Monza. Ook daar werd hij tweede. Het leverde hem een plaats op als fabrieksrijder voor MV Agusta, zij het tegen een minimumloon. In 1949 nam hij voor MV Agusta deel aan de International Six Days Trial in Llandrindod Wells (Wales), waar hij een gouden medaille won. Hij startte ook in de zware "Valli Bergamasche" (Valleien van Bergamo), waar hij derde werd. Wereldkampioenschap wegrace 1949 RacesTellend125 cc33 Toen in het seizoen 1949 het wereldkampioenschap wegrace werd opgericht, nam Ubbiali daar voor MV Agusta aan deel. Dit openingsseizoen kende slechts zes Grands Prix, maar de lichte klassen waren buiten Italië niet populair. Daardoor reed de 125cc-klasse niet in de TT van Man en de Ulster Grand Prix en ook niet in de Belgische Grand Prix. Zo bleven er slechts drie races over. Bovendien was deze klasse een volledig Italiaanse aangelegenheid. Omdat het Europees kampioenschap geen 125cc-klasse had gekend, was het de vraag wie de snelste machines had. Mondial en Moto Morini verschenen met 125cc-viertakten, de MV Agusta GP 125 "Quattro Marce" had een tweetaktmotor, afgeleid van de MV Agusta 125 Sport C, maar met vier versnellingen ("Quattro Marce"). Voor de 125cc-klasse begon het seizoen met de Grand Prix van Zwitserland op het stratencircuit van Bremgarten. De race werd gewonnen door Nello Pagani (Mondial), Ubbiali werd vierde door Umberto Masetti (Moto Morini) nipt te verslaan. In de TT van Assen scoorde Ubbiali zijn eerste podiumplaats door als derde te finishen. Ubbiali stond nu tweede in de WK-stand, met een kleine, theoretische kans op de wereldtitel. In de GP des Nations op Monza haalde hij de finish niet. Daardoor sloot hij het seizoen als derde af, een plaats die hij deelde met Masetti. Hij was wel veruit de beste MV-Agusta-rijder. Daarom vroeg hij om opslag, wat werd geweigerd. Dat opende mogelijkheden voor aanbiedingen van de concurrentie: Moto Guzzi, Moto Morini en FB Mondial. 1950 RacesTellend125 cc33

Ubbiali koos in het seizoen 1950 voor een plek bij FB Mondial, naast Bruno Ruffo en Gianni Leoni. Of Ubbiali deelnam aan de TT van Assen is niet zeker, hij komt in de uitslagen niet voor. Ruffo won hier voor Leoni en Giuseppe Matucci (Morini). De organisatie van de Ulster Grand Prix had besloten de 125-klasse toe te voegen, maar het werd een aanfluiting. Alleen de fabrieksrijders van Mondial verschenen aan de start: Carlo Ubbiali, Bruno Ruffo en Gianni Leoni. Ubbiali won voor Ruffo, maar Leoni haalde de finish niet. De FIM bepaalde hierna dat er ten minste zes starters moesten zijn om een Grand Prix te laten meetellen voor het wereldkampioenschap. Ruffo leidde de WK-stand, Ubbiali was de enige die hem theoretisch nog kon verslaan. In de GP des Nations werd hij tweede achter Leoni, maar Ruffo had aan zijn vierde plaats genoeg voor de wereldtitel. Ubbiali deelde de tweede plaats met Leoni. 1951, eerste wereldtitel miniatuur|Mondial 125 Bialbero uit 1951 RacesTellend125 cc44 In het seizoen 1951 was hij nog steeds lid van het FB Mondial-team, samen met Raffaele Alberti, Gianni Leoni, Guido Leoni (niet verwant met Gianni) en af en toe Nello Pagani, die zich vooral concentreerde op de 500cc-klasse met Gilera. Later werd ook de Ier Cromie McCandless aan het team toegevoegd. In de Spaanse GP werd Ubbiali tweede achter Guido Leoni. Tijdens de TT van Man werd de 125cc-Ultra-Lightweight TT ingevoerd. Dat was een gewaagde stap na de mislukte 125cc-race in Ulster van het jaar ervoor. Er was nu echter een flink deelnemersveld, naast de Italianen ook Spanjaarden met Montesa's en Britten met DOTs. Mondial miste echter al twee coureurs: Guido Leoni en Raffaele Alberti waren een maand eerder (op 6 mei) tijdens een Italiaanse kampioenswedstrijd op het stratencircuit van Ferrara verongelukt. De Italiaanse merken huurden in alle klassen Angelsaksische coureurs in die de 60km-lange Snaefell Mountain Course beter kenden. MV Agusta zette Leslie Graham in (hij viel uit) en Mondial koos voor Cromie McCandless, die al sinds 1947 op het circuit had gereden. McCandless won de race dan ook, voor Ubbiali, Giani Leoni en Pagani. Ubbiali nam de leiding in de WK-stand over van de verongelukte Guido Leoni. In de TT van Assen viel Ubbiali uit met motorpech. Gianni Leoni won en kwam op gelijke hoogte in de WK-stand. De Ulster Grand Prix werd een zware tegenvaller. De FIM had bepaald dat er ten minste zes deelnemers moesten zijn en het team van Mondial reisde af met McCandless, Ubbiali, Gianni Leoni en voorzag ook de Zwitser Gianfranco Zanzi van een machine. Tijdens de trainingen verongelukten Gianni Leoni en Moto Guzzi-coureur Sante Geminiani tijdens een tamelijk bizar ongeluk. Omdat Montesa en MV Agusta niet naar Ulster waren afgereisd stonden er slechts vier rijders aan de start. De race werd gereden, maar het resultaat telde niet voor het wereldkampioenschap. Bij aanvang van de GP des Nations stonden Ubbiali en Gianni Leoni in punten gelijk aan de leiding van het WK. Leoni kon postuum wereldkampioen worden omdat hij een overwinning had behaald en Ubbiali niet. Ubbiali moest minstens een punt scoren en bovendien zorgen dat hij voor McCandless bleef, die slechts vier punten achterstand had. Ubbiali won de race en werd voor het eerst wereldkampioen. 1952 RacesTellend125 cc64 In het seizoen 1952 was het FB-Mondial-team flink uitgedund. McCandless reed twee races voor het team, maar startte ook met Norton en Gilera. Nello Pagani reed ook voor Gilera. Ubbiali was in feite de enige echte fabrieksrijder. MV Agusta had de Brit Cecil Sandford ingehuurd. Hoewel hij nog geen opzienbarende resultaten had geboekt, won Sandford de Ultra-Lightweight TT met bijna 1½ minuut voorsprong op Ubbiali. Dat kon men nog wijten aan Sandford's enorme ervaring op het circuit, maar hij won ook de TT van Assen, waar Ubbiali opnieuw tweede werd. Tijdens de training van de Duitse Grand Prix raakte NSU-fabrieksrijder Roberto Colombo geblesseerd. Daarop kreeg Werner Haas, die met een zeflbouw-Puch reed, diens NSU Rennfox. Hij won de race prompt, voor Carlo Ubbiali en Cecil Sandford. Sandford leidde het WK met 20 punten, Ubbiali had er 18. In de Ulster Grand Prix was het weer armoe troef; het minimale aantal van zes deelnemers werd exact gehaald. Sandford won ook hier, terwijl Ubbiali uitviel. Sandford had 28 punten en Ubbiali nog steeds 18. Met nog twee races te gaan kon Ubbiali op 34 punten komen, maar hij moest nog twee resultaten wegstrepen. Daardoor was Sandford nu al wereldkampioen. Ook in de GP des Nations werd Ubbiali tweede, dit keer achter de verrassende winnaar Emilio Mendogni (Moto Morini). In de afsluitende Spaanse Grand Prix viel Ubbiali uit. Hij sloot het seizoen af als tweede. 1953 miniatuur|NSU Rennfox uit 1953 RacesTellend125 cc64 miniatuur|links|MV Agusta 125 Bialbero uit 1953 In het seizoen 1953 trok FB Mondial zich terug uit het WK. Er waren nog slechts enkele privérijders die met de Mondial 125 Monoalbero-productieracers reden. Ubbiali stapte over naar MV Agusta, waar hij in het 125cc-team samenkwam met Les Graham, Cecil Sandford en Angelo Copeta. Les Graham won met de Lightweight 125 cc TT zijn eerste race op het eiland Man, maar een dag later verongelukte hij dodelijk tijdens de 500cc-Senior TT. Ubbiali haalde de finish niet, Werner Haas werd met zijn NSU Rennfox tweede en Cecil Sandford derde. Haas won ook de TT van Assen, voor Ubbiali en Sandford. Ubbiali won de Duitse Grand Prix voor Haas en NSU-rijder Otto Daiker. Halverwege het seizoen leidde Haas met 20 punten, Ubbiali was tweede met 14 punten. In de uitslag van de Ulster Grand Prix komt Ubbiali niet voor, maar waarschijnlijk viel hij daar uit. Het is onwaarschijnlijk dat hij niet deelnam en de rest van het MV-team wel. Haas won hier voor Sandford en de Ier Reg Armstrong (NSU). Haas was nu welhaast onbereikbaar geworden met zijn 28 punten. Ubbiali had er slechts 14 en deelde de tweede plaats met Sandford. In de GP des Nations had Haas genoeg aan de vierde plaats, maar in het hol van de leeuw (Monza) won hij de race ook. MV Agusta werd zelfs verslagen door Moto Morini, in de persoon van Emilio Mendogni, die tweede werd voor Ubbiali. In de GP van Spanje vielen de NSU-coryfeeën Haas en Daiker uit. Copeta won met MV Agusta, voor teamgenoot Sandford en Rupert Hollaus (NSU). Ubbiali werd slechts zevende. Hij sloot het seizoen af als derde. 1954 miniatuur|De NSU Rennfox werd met zijn blauwe druppelstroomlijn ook "Blauwal" (Blauwe vinvis) genoemd RacesTellend125 cc64 In het seizoen 1954 bestond het 125cc-MV-team uit Carlo Ubbiali, Guido Sala, Cecil Sandford en Roberto Colombo, maar een groot aantal privérijders reed met de MV Agusta 125 Monoalbero-productieracer. De Ultra-Lightweight TT werd verreden op de kortere Clypse Course en dat was een groot succes. Nu zag het publiek de coureurs veel vaker langskomen. Er ontstond een hevig gevecht tussen Rupert Hollaus met de NSU Rennfox en Carlo Ubbiali met de MV Agusta 125 Bialbero. Hollaus won met slechts vier seconden voorsprong. Opnieuw kwam Ubbiali niet voor in de uitslag van de Ulster Grand Prix. Hij bleef puntloos, terwijl NSU het hele podium bezette met Hollaus, Hermann Paul ("Happi) Müller en Hans Baltisberger. In de TT van Assen moest Ubbiali zich tevreden stellen met de derde plaats achter Hollaus en Müller. Hollaus had nu al 24 punten, terwijl Ubbiali vierde stond met slechts tien punten. In de GP van Duitsland werd Ubbiali derde achter Hollaus en Werner Haas. Daardoor was Hollaus zeker van de wereldtitel. Tijdens de training voor de GP des Nations verongelukte Hollaus. Hij was dus postuum wereldkampioen. NSU trok zijn team terug en Guido Sala won de race voor Tarquinio Provini (Moto Morini) en Carlo Ubbiali. Zonder het NSU-team verwachtte men een overwinning voor Ubbiali in de GP van Spanje. Hij reed de snelste ronde, maar viel uit en de overwinning ging naar Provini. Ubbiali sloot het seizoen als tweede af. 1955, tweede wereldtitel RacesTellend125 cc64250 cc54