Antoine Joseph Théodore Auguste Clavareau (Luxemburg, 19 september 1787 – Maastricht, 6 maart 1864) was een in Luxemburg geboren, Nederlandse belastingambtenaar en letterkundige. Hij was katholiek en orangist en is bekend geworden als dichter, toneelschrijver, essayist en met name als vertaler.
Biografie Auguste Clavareau studeerde aan het college te Namen en het lyceum te 'Merts' (= Mainz). Vervolgens werkte hij voor de Franse Staat en daarna het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als belastinginspecteur in Gent, 's-Hertogenbosch, Luik, Sint-Truiden, Turnhout, Henri-Chapelle, Oostende, Brugge en Mons. In 1823 werd hij benoemd tot verificateur der comptabiliteit (= belastinginspecteur) te Maastricht. Datzelfde jaar huwde hij (36) de protestantse jonkvrouw Paulina van Panhuys van Haeren (20). Het echtpaar kreeg twee dochters en een zoon.https://www.wiewaswie.nl/. Gearchiveerd op 15 november 2021. Per 1 januari 1845 werd Clavareau gepensioneerd. Hij stierf te Maastricht in 1864, 77 jaar oud.Ubachs/Evers (2005), p. 125: 'Clavareau'.Zie ook Smiets (1871), pp. 243-257.
Hoewel hij van huis uit katholiek was, had Clavareau een grote bewondering voor het (protestantse) Oranjehuis, te beginnen met koning Willem I. Dat was in de eerste helft van de 19e eeuw niet vanzelfsprekend. Toen Clavareau werd geboren, behoorde het hertogdom Luxemburg tot de Oostenrijkse Nederlanden. Op 16 mei 1795 werd het bij de Verdrag van Den Haag voor twintig jaar ingelijfd bij de Eerste Franse Republiek en het latere Franse Keizerrijk; Luxemburg werd een Frans departement in Frankrijk. Vanaf 1815 maakte Luxemburg via de groothertog en koning Willem I deel uit van zowel de Verenigde Nederlanden, als de Duitse Bond. Clavareau was toen 28 jaar. Toen vijftien jaar later in 1830 de Belgische Revolutie uitbrak, in Nederland de Belgische Opstand genoemd, dreigde Clavareau voor de vierde maal in zijn leven van nationaliteit te moeten wisselen. Toen zijn opstandige landgenoten zich in 1830 Belg verklaarden en tijdens de Tiendaagse Veldtocht en in de jaren daarna tegen Nederland vochten, koos hij ervoor een Luxemburgse Nederlander te blijven, en steunde in woord en geschrift Noord-Nederland. Auguste Clavareau (1787-1864), traducteur. Gearchiveerd op 5 maart 2016. Hij stond daarin zeker niet alleen.
Clavareau's politiek kiezen voor een onder het Huis van Oranje verenigd Nederland heeft mogelijk ook te maken gehad met het beleid van Willem I, de 'koning-koopman'. Als belastinginspecteur had hij onder het Frans regime de beschikbare gelden grotendeels onproductief zien afvloeien naar de financiering van steeds weer nieuwe oorlogen. Onder Willem I kwam het belastinggeld uiteindelijk de welvaart van het land ten goede. Clavareau stak zijn bewondering niet onder stoelen of banken. Ook toen de Rooms-katholieke kerk, zijn moederkerk, zich tegen Willem I keerde, bleef hij bij zijn keuze. In 1832 publiceerde hij het Chant guerrier au général Chassé, (Nederlands: Strijdlied voor generaal Chassé), een lofzang op de Nederlandse generaal Chassé, die de Citadel van Antwerpen had verdedigd en daarbij zonder aarzeling de stad had gebombardeerd. Clavareau's Oranje-gezindheid kwam ook tot uiting in een aantal aan de Prinsen van Oranje, de latere koning Willem II en koning Willem III opgedragen werken. Op 28 oktober 1848, kort voordat de koning zou overlijden, verleende Willem II Clavareau het ridderkruis van de Orde van de Eikenkroon. Eretekens en lidmaatschappen Clavareau was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1834 of eerder, koning Willem I) en ridder in de Orde van de Eikenkroon (1848, koning Willem II).Er is eerder gesuggereerd dat Clavareau specifiek om die onderscheiding zou hebben gevraagd, omdat hij uit Luxemburg afkomstig was. Feit is echter dat koning Willem II als groothertog van Luxemburg deze orde van verdienste in 1841 heeft ingesteld als blijk van waardering voor personen in, of afkomstig uit zijn groothertogdom. De orde van de Eikenkroon was een groothertogelijke, geen Nederlandse orde. Vanaf 1830 was hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden. Hij was ook lid van letterkundige genootschappen in Gent, Luik en Athene (1842). In Maastricht was hij een actief lid van de 'Société des Sciences, Lettres et Arts'.Evers (1991)
Straatnaam en overige Te Maastricht is in de wijk Brusselsepoort een straat naar hem genoemd: de Clavareaustraat, een zijstraat ten westen van de Brusselseweg. Van 1901-1909 bestond in Maastricht de Rederijkerskamer Auguste Clavareau, een toneel- en gezelligheidsvereniging, die ook dichtavonden organiseerde.Het archief van de vereniging berust bij het Regionaal Historisch Centrum te Maastricht.Zie ook Boetsen.
Literaire verdienste Clavareau dichtte aanvankelijk in het Frans, later in het Nederlands. Daarnaast vertaalde hij Nederlandstalige gedichten in het Frans, met de bedoeling de Noord-Nederlandse poëzie grotere bekendheid te geven in het Franstalige Zuid-Nederland. Ter ondersteuning van het onderwijs zette hij de Kindergedichtjes van Hiëronymus van Alphen over in het Frans.Petits poëmes, à l’usage de l’enfance, 1832 en volgende. Die vertalingen hadden in zijn tijd de naam vaak beter te zijn dan de oorspronkelijke Nederlandse versie.
Als letterkundige was Clavareau in de eerste plaats vertaler van Nederlandstalige werken in het Frans, waaronder nationalistische en vaderlandslievende gedichten en teksten van romantische auteurs als Hendrik Tollens, Jan Frederik Helmers, Forster en Feith. Hij vertaalde ook uit het Duits, Engels en het Italiaans. Van zijn eigen hand verschenen toneelstukken, gedichten, liederen en ook proza.
Het was in de negentiende eeuw heel gebruikelijk om gedichten in kranten en tijdschriften te publiceren. Clavareau bereikte daarmee een breed publiek, hetgeen hem van pas kwam bij enkele bijzondere initiatieven. Hij adverteerde verschillende malen in landelijke kranten met dichtbundels waarvan hij de opbrengst na aftrek van kosten ten goede liet komen aan een goed doel. Tal van Nederlanders schreven daarop in en werden als donateurs vermeld in de brochure. Het was crowdfunding avant la lettre en bracht aanzienlijke sommen geld in. Een voorbeeld is de uitgave in 1842 van 'Echos Limbourgeois' ten bate van de slachtoffers van de brand in Hannover.Voor de inhoud zie: (https://www.dbnl.org/tekst/clav001echo01_01). Gearchiveerd op 3 november 2019. Ruim 1.475 personen schreven in, inclusief prins Willem Frederik, de teruggetreden koning Willem I, die een bedrag van 50 gulden bijdroeg.Algemeen Handelsblad, 27 juni 1842
Clavareau's stijl werd door Victor Hugo geprezen.Brief uit 1842: Je vous remercie, Monsieur, de vos beaux vers. La noble et haute poésie est de tous les peuples, comme elle est de tous les temps. Vos belles strophes nous font compatriotes. L’art et la pensée, comme la religion, sont des patries, de saintes patries sans frontières, qui rallient toutes les âmes tournées vers l’infini. Clavareau, Echos Limbourgeois (1842), p. 79. Ook Stéphanie Félicité comtesse de Genlis, François René de Chateaubriand, Alphonse de Lamartine, Xavier Marmier en andere Franse letterkundigen uit die tijd, met wie hij correspondeerde, erkenden zijn verdiensten.Smiets (1881), p. 247 De Maastrichtse letterkundige André van Hasselt (1806-1874), een generatie later geboren en een van degenen die opteerden voor de Belgische nationaliteit, had omstreeks 1833 minder met hem op.Evers (1991), noot p.
Publicaties Vertalingen Hieronder volgt een overzicht van door Clavareau vervaardigde Franse vertalingen van Nederlandse, Duitse, Engelse en Italiaanse werken. Het ging niet altijd om literaire teksten in poëzie of proza, maar ook om vertalingen van historisch werk over de geschiedenis van Nederland. Het merendeel van de teksten was oorspronkelijk Nederlands. Waar geen brontaal wordt vermeld, is uit het Nederlands vertaald.Een grotere collectie werk van Clavareau berust in de Universiteitsbibliotheek te Gent.. De Stadsbibliotheek Maastricht (Centre Céramique) beschikt over veertig titels.
(1823) Lord Byron, 'La Fiancée d’Abydos', poème en deux chants, avec des notes, 1823. Vertaald uit het Engels. (1824) Lord Byron, 'Soupir vers l’Italie', 1824. Vertaald uit het Engels. (1824) Diverse schrijvers, 'Études poétiques, imitées de divers auteurs Hollandais', 1824. Bloemlezing van Nederlandse poëzie. (1825) Jan Frederik Helmers,' La Nation Hollandaise', poème en six chants, avec des notes, traduit d’après la sixième édition, 1825. (1827) R. Feith, 'Le Tombeau', poème en quatre chants, traduit d’après la quatrième édition, et suivi de quelques poésies diverses, 1827.
(1828) H. Tollens, 'Les Bataves à la Nouvelle-Zemble', poème en deux chants, traduit de Tollens, suivi de poésies diverses de Tollens, de Bilderdijk et du Traducteur, 1828. Réédition en 1838 (avant d’autres) sous le titre: 'L’Hivernage des Hollandais à la Nouvelle-Zemble', 1596-1597. Une édition scolaire (1851) comprendra une introduction historique. Une édition de luxe a paru en 1839 avec un portrait du traducteur. De "Overwintering op Nova Zembla" is een van meest romantische en vaderlandslievende Nederlandse gedichten. Het hoogdravende werk werd door Clavareau onder de aandacht van Franstaligen gebracht. (1829) de Kruijff, 'L’Espérance de se revoir', poème en deux chants, 1829. (1830) R. Feith, 'Thirsa, ou le triomphe de la Religion', tragédie en cinq actes et en vers, traduite d’après la cinquième édition, 1830. Tragedie (1832) A. van der Hoop jr., 'La Canonnière', ballade dédiée aux marins hollandais, 1832. (1832) A. van der Hoop jr., 'La Campagne de dix jours, couronne de victoire', offerte à S.A.R. le Prince d’Orange et à ses braves, poème, 1832. Lofzang op de latere koning Willem II en zijn dapperen, in de strijd tegen de opstandige Belgen. (1832) Hiëronymus van Alphen, 'Petits poèmes à l’usage de l’enfance', 1832. (1832) H. Tollens, 'Le jour de prière générale dans la Néérlande (2 décembre 1832)', 1832. (1833) H. Tollens, 'L’Anniversaire du prince d’Orange (déc. 1833)', chant populaire, s.d . Liedtekst (1833) H.A. Spandaw, 'Les Femmes', poème en quatre chants, 1833. (1833) A. van der Hoop jr., 'Varsovie', tableaux guerriers et poétiques, 1833. Oeuvre dédiée au Tsar. Opgedragen aan de Tsaar Alexander I van Rusland. (1834) Hiëronymus van Alphen, 'Petits poèmes, à l’usage de l’enfance', 1834 (waarin tevens gedichten van M. van Heijningen-Bosch) (1834) A. van der Hoop jr., 'Le Roi de Rome', 1834. (1835) J. Bellamy, 'Marie (Roosje)', romance, 1835. (1835) H. van Alphen, 'Le Ciel étoilé', cantate, 1835. (1835) Françoise (Francyntje) De Boer, 'Petits poèmes, à l’usage de l’enfance', dédiés à mes petites filles Adèle, Sophie, Thérèse, met vier litho's van Nolthénius de Man, 1835. Vertaling opgedragen aan Clavareau's kleindochters Adèle, Sophie en Thérese. (1836) E.A. Borger, 'À mon enfant', dédié à Mme de Lamartine, 1836. (1836) 'Petits poèmes à l’usage de la jeunesse hollandaise', poèmes de Feith, Immerzeel, Lulofs, P. Moens, Nierstrasz, de Visser, Warnsinck et Wiselius, 1836. (1836) P. Nieuwland, 'Orion', ode, dédiée à Mr. Alphonse de Lamartine, 1836. (1836) 'La Nouvelle Abeille du Parnasse, ou choix de morceaux tirés des meilleurs poètes (dont Le Réveil de J. van Lennep), à l’usage des maisons d’éducation, suivie des extraits de La Nation hollandaise de Helmers', 1836. (1837) J. van Wijk, 'Histoire de la patrie, en cinquante deux leçons', 1837. Vertaling van een schoolboek ten behoeve van het Franstalig geschiedenisonderwijs van de jeugd. (1839) 'Étrennes nationales, chants patriotiques', dédiés à son Altesse Royale le Prince d’Orange, 1839. Vertaling opgedragen aan de Prins van Oranje, de latere Willem II der Nederlanden.