De Californische grondeekhoorn (Otospermophilus beecheyi) is een zoogdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae). De vacht op zijn rug is bruin met zilveren vlekken. Deze bij voorkeur in groepsverband levende en ecologisch flexibele soort komt voor op verschillende hoogtes boven zeeniveau, heeft een ruime voedselkeus en komt veel voor in graslanden en eikenbossen in Californië. Hoewel hij als "niet bedreigd" is gecategoriseerd, heeft hij een kwetsbare relatie met mensen. Hij veroorzaakt schade aan landbouwgewassen en infrastructuur en verspreidt ziekten, waaronder de pest. Het dier is ook een belangrijke prooisoort voor roofdieren, vleesetende reptielen en roofvogels en graaft holen waar veel andere soorten gebruik van maken.

Beschrijving De Californische grondeekhoorn is te herkennen aan een halvemaanvormige, gepeperde lichtbruine zone, die begint bij de achterkant van de nek en zich over de schouders uitstrekt. Deze grijswitte kraag is meestal aanwezig in de nek, en op de rug en de flanken. Hoewel de rug bij vrijwel alle individuen witgepeperd bruin is, komen ook albino-, zwarte en geelbruine vormen voor. De vachtkleur varieert per seizoen en habitat in het hele verspreidingsgebied. Op onbeheerde graslanden heeft de soort in de herfst een lichtere vacht en in de winter een donkerdere vacht dan die op landbouw- en weidegronden. Deze locatie-specifieke verschillen verhogen blijkbaar de efficiëntie in het regelen van de lichaamstemperatuur en verminderen het risico ontdekt te worden door roofdieren. Individuen variëren in lichaamsgrootte, waarbij de kleinste dieren voorkomen in het zuidelijke deel van het verspreidingsgebied in de droogste omgevingen met verminderde neerslag en beschikbaarheid van hulpbronnen en de grootste in natte en koude (noordelijke) regio's. Het gewicht van volwassenen varieert doorgaans van 280 tot 738 g. Tijdens het groeiseizoen hoopt zich vet op dat aan het einde van de herfst tot een derde van het lichaamsgewicht uitmaakt. Volwassen mannetjes zijn altijd groter dan volwassen vrouwtjes in lichaam en schedel. De Californische grondeekhoorn heeft 19 paar homologe chromosomen (2n=38).

Ontwikkeling thumb|jonge Californische grondeekhoorn

Jongen worden hulpeloos geboren, zonder haar, met hun ogen dicht en ze hebben veel ouderlijke zorg nodig. Hun huid is rood bij de geboorte en wordt geleidelijk roze naarmate ze ouder worden. De snorharen zijn 2mm lang na 3 dagen. Na 3-7 dagen wegen jongen doorgaans slechts 7½-12½g. Na 13 dagen heeft de kop een korte zijdeachtige vacht. Na 27 dagen hebben de jongen hun volledige vacht. Na 21-28 dagen kunnen de jongen meestal kruipen en hebben ze na 1 maand volledig doorgebroken snijtanden. Dan beginnen ook de oogleden open te gaan. De eerste vacht is geel en donzig. Na de tweede rui die plaats vindt vóór de jongen uit het geboortehol tevoorschijn komen is de vacht glanzend bruin met witte vlekken op de schouders, bijna zoals de volwassenen. Rond de leeftijd van anderhalve maand worden de jongen gespeend en wagen ze zich buiten hun holen en meer tijd boven de grond door te brengen. Dat kan al eind april optreden, maar de precieze tijd is afhankelijk van de locale omstandigheden. De meeste jongen komen in mei tevoorschijn, maar sommigen zelfs pas in juni en juli.

Anatomie thumb|schedel

De totale lengte van volwassen mannetjes is 41–46cm, de staart is 16–19cm, de achterpoot 5,7–6,1cm en het oor 1,8–2,1cm lang. De grootste schedellengte bij volwassen mannetjes is 5,7–6,2cm, de jukbeenbreedte 3,6–4,1cm. De totale lengte van volwassen vrouwtjes is 37–44cm, de staart 14–18cm, de achterpoot 5,3–5,9cm, terwijl het oor iets groter is met 1,9–2,2cm. De grootste schedellengte bij volwassen vrouwtjes is 5,4–6,0cm, de jukbeenbreedte 3,4–3,9cm. De tandformule van de volwassen Californische grondeekhoorn is , dat wil zeggen een snijtand, geen hoektand, twee valse kiezen en drie ware kiezen in elke helft van de bovenkaak, en diezelfde elementen in de onderkaak behalve dat er slechts één valse kies is.

Verschillen tussen de ondersoorten De typische ondersoort beecheyi is minder bleek en heeft minder zilvergrijze vacht aan de zijkanten van de nek en schouders dan ondersoort fisheri. De ondersoort beecheyi is minder donker en heeft meer geelbruine vacht op de buik dan ondersoort nesioticus. Ondersoort beecheyi kan worden onderscheiden van ondersoort nesioticus, omdat de eerste geen zwart op de bovenkant van zijn kop en oren heeft, evenals de gemengde zwarte en geelbruine okerkleurige vlek die typisch is tussen de schouders van ondersoort nesioticus. De ondersoort beecheyi is over het algemeen donkerder dan ondersoort rupinarum en mist de zilverwitte mantel die wordt aangetroffen bij ondersoort nudipes. De ondersoort beecheyi mist de zwartachtig- tot roze-beige rug en zijkanten die kenmerkend zijn voor ondersoort atricapillus. De ondersoort beecheyi is over het algemeen bleker dan ondersoort parvulus. De ondersoort beecheyi lijkt qua uiterlijk sterk op de ondersoort sierrae, maar de eerste is meer beige, heeft minder grijs aan de zijkanten van de kop en heeft een donkerdere buik.

Verschillen met andere grondeekhoorns Aan de zijkant en achterkant heeft de Californische grondeekhoorn een grijsbruine vacht met witte vlekjes. Hij is van verwante soorten te onderscheiden door zijn geelwitte tot lichtbruine buik, bossige staart en witte ring rond de ogen. Hij onderscheidt zich van andere grondeekhoorns in Californië door zijn bossige staart met witte vacht. De Californische grondeekhoorn verschilt van de rotsgrondeekhoorn omdat die een kaneelkleurig donkergrijze rug heeft die soms neigt naar lichtbruin, botbruin of donkerzwartbruin. Zijn kop en schouders zijn vaak zwart. O. douglasii verschilt omdat die soort een zwartachtige vlek tussen de schouders heeft.

Taxonomie thumb|Illustratie uit: Wild animals of North America, intimate studies of big and little creatures of the mammal kingdom, 1918

De Californische grondeekhoorn is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door John Richardson in het boek Fauna Boreali-Americana of the zoology of the northern parts of British America, uitgegeven in 1829 en hij noemde deze Arctomys (Spermophilus) beecheyi. De beschreven dieren waren verzameld in de omgeving van Monterey in Californië. De beroemde Franse geoloog en paleontoloog Georges Cuvier meende dat de grondeekhoorns voldoende afwijken van de marmotten om ze in een eigen geslacht te plaatsen en hij creërde zo de nieuwe combinatie Spermophilus beecheyi in 1831. Walter Pierce Bryant onderscheidde in 1889 exemplaren met een zwartachtige kruin en schouderstreek uit het zuidelijk deel van Baja California waaraan hij de naam Spermophilus grammurus atricapillus gaf. In 1893 meende Clinton Hart Merriam dat exemplaren uit Kern Valley nabij Kernville voldoende afwijken om een ondersoort te onderscheiden waarvoor de combinatie Spermophilus beecheyi fisheri in het leven werd geroepen. Daniel Giraud Elliot beschreef dieren afkomstig van Santa Catalina Island onder de naam Citellus nesioticus in 1904. In 1907 was Edgar Alexander Mearns de eerste die de huidige combinatie Otospermophilus beecheyi gebruikte. Laurence Markham Huey onderscheidde in 1931 twee nieuwe ondersoorten, te weten Citellus beecheyi nudipes uit noordelijk Baja California en Citellus beecheyi rupinarum uit centraal Baja California. Dat zelfde jaar beschreef Arthur Holmes Howell de ondersoort Citellus beecheyi parvulus en in 1938 volgde nog Citellus beecheyi sierrae van de nabijheid van Lake Tahoe. In de Generic revision in the Holarctic ground squirrel genus Spermophilus uit 2009 van K.M. Helgen, F.R. Cole, L.E. Helgen en D.E. Wilson worden de rotsgrondeekhoorn en de Californische grondeekhoorn in een nieuw geslacht geplaatst met de naam Otospermophilus.

Naamgeving De geslachtsnaam is een samenvoeging van de Griekse woorden ὠτός (otos) hetgeen "oor" betekent, σπέρματος (spérmatos) "zaad" en φίλος (phílos) "geliefd". Deze naam is gekozen omdat deze groep grondeekhoorns relatief grote oren heeft.

Verwantschap De Californische grondeekhoorn wordt gerekend tot de orde der knaagdieren, onderorde Sciuromorpha, familie eekhoorns, geslachtengroep grondeekhoorns. Recente vergelijkingen van homoloog DNA ondersteunen het onderscheiden van O. douglasii als afzonderlijke soort. Daarmee wordt in het geslacht Otospermophilus naast O. beecheyi en de rotsgrondeekhoorn (O. variegatus) ook O. douglasii geplaatst. Er worden acht ondersoorten van de Californische grondeekhoorn erkend: O. beecheyi atricapillus O. beecheyi beecheyi O. beecheyi fisheri O. beecheyi nesioticus O. beecheyi nudipes O. beecheyi parvulus O. beecheyi rupinarum O. beecheyi sierrae

Gedrag thumb|Californische grondeekhoorn probeert indruk te maken door zich van de zijkant groot te maken, de rug te bollen en de staart in de richting van de tegenstander te houden.

Californische grondeekhoorns vertonen sociaal gedrag. Vriendelijk gedrag omvat 'begroetingen', 'wangwrijven' en 'neus-aan-wang'. Bij begroetingen raken de dieren elkaar neuzen aan. Bij een wangwrijf wrijft een eekhoorn zijn wang over die van een andere eekhoorn. Tot slot combineert het neus-aan-wang gedrag een begroeting met een wangwrijf. Die vindt plaats wanneer een eekhoorn een andere eekhoorn recht van voren nadert en zijn neus dicht bij de hoek van de mond van de andere eekhoorn houdt. Deze vriendelijke gedragingen worden voornamelijk gezien tussen leden van hetzelfde geslacht, wat suggereert dat deze gedragingen de sociale cohesie bevorderen in plaats van een seksuele functie te dienen. Spelen is voornamelijk beperkt tot jonge dieren en omvat speels bijten, boksen, achtervolgen, slaan, bestijgen, aanvallen en worstelen. Hoewel een enkele speelpartij eindigt wanneer een dier zich van zijn speelpartner verwijdert, blijven partners meestal in elkaars buurt nadat het spel is afgelopen. Jonge eekhoorns en volwassenen blijven ook ruimtelijk bij elkaar in de buurt. Een eekhoorn kan bijvoorbeeld op minder dan 1 m afstand van een andere eekhoorn lopen of zitten, of in direct lichaamscontact zitten.

Agressie tussen volwassen Californische grondeekhoorns kan bestaan uit eenvoudige verplaatsingen, achtervolgingen en direct contact met bijten en duwen. Na een agressieve interactie rennen tegenstanders vaak weg van elkaar waarna een of beide soms roept. De agressor maakt zijn lichaam zo groot mogelijk door zich van de zijkant te laten zien. De ruggen wordt dan licht gebogen en de staartharen staan rechtop. De staart is gericht naar de tegenstander en de bek is open. Zulke benaderingen zorgen er meestal voor dat een van de eekhoorns zich verder dan 1 meter van de ander verwijderd en fysiek contact blijft dan uit. Een duw met de flank tegen die van zijn tegenstander is een volgende stap. De agressor duwt het andere dier zijwaarts met zijn eigen lichaam. Dit begint vaak met eekhoorns die op 1-2 m afstand naar elkaar klapperen met de tanden waarna de agressor nadert. De aanvaller slaat zijn lichaam tegen de ontvanger, of het doelwit of springt op een agressieve manier op het doelwit. De aanvaller bijt soms agressief. 2 eekhoorns halen soms op met open bek naar elkaar uit. Ook maken de eekhoorns soms snauwende, grommende of sissende geluiden naar elkaar. Soms worstelen dieren door hun onderarmen tegen elkaar te zetten vergrendelen en te pogen de andere eekhoorn tegen de grond te duwen. Volwassen mannetjes schoppen soms aarde naar elkaar toe.

Individuen nemen vaak stofbaden en verzorgen zichzelf om ectoparasieten te verwijderen. Eerst worden het gezicht en het hoofd verzorgd en daarna de romp, waarbij een reeks stereotiepe bewegingen wordt uitgevoerd.

Communicatie thumb|Califorische grondeekhoorn neemt een zonnebad op zijn buik met gestrekte poten met de kop omhoog thumb|Op de uitkijk