De Ultimate Forward Rate (UFR) werd per 30 juni 2012 door De Nederlandsche Bank (DNB) als eerste voor verzekeraars in Nederland ingevoerd.DNBulletin 19 juli 2012: DNB brengt bepaling rentecurve voor verzekeraars in lijn met Solvency II Het is een berekende asymptoot na het laatste liquide punt in de swaptermijnmarkt. Het is aldus een onhaalbare risicovrije rekenrente voor langjarige contracten, waarin wegens de lange looptijd onvoldoende handel in bestaat. Een Nederlandstalige benaming zou kunnen worden: "De langstetermijnrente".

De Europese Commissie is met het Europees Parlement en de Europese Raad in overleg geweest om voor looptijden na 20 jaar deze langstetermijnrente verplicht Europees vast te stellen richting een convergentiepunt van 4,2%. De termijn van 20 jaar is niet onomstreden en er zijn deskundigen die voor 30 jaar pleiten. De onderbouwing van de 4,2% was gebaseerd op een historisch gemeten langetermijninflatie van 2% en een reële rente van 2,2%.

De Ultimate Forward Rate was bij de start de rente voor pensioenfondsen en verzekeraars waarmee de huidige waarde van hun toekomstige verplichtingen na 20 jaar moet worden herberekend. De UFR zal Europees deel uitmaken van de Solvency II-richtlijn en heeft invloed op de dekkingsgraad van pensioenfondsen en verzekeraars.Brief van de minister van sz&w van 30 mei 2012Kamerstuk 32 043: Toekomst pensioenstelsel Nr. 118 Lijst van vragen en antwoorden Later zijn er aanpassingen op gekomen.

Situatie in Nederland Op 30 juni 2012 voerde DNB voor verzekeraars, in het kader van de Solvency II-richtlijn, het convergentiepunt voor deze ultimate forward rate van 4,2% in.De Nederlandsche Bank, persbericht 2 juli 2012: DNB anticipeert op Solvency II voor verzekeraarsHierop vooruitlopend zou Delta Lloyd haar leningenportefeuille hebben geherstructureerd: DNB eist vertrek financiële topman Delta Lloyd. Dit betekent echter niet dat de swaprente van de 60-jarige verplichting op 4,2% uitkomt. De 60-jarige rente steeg voor de verzekeraars van 2,5% naar 3,3% door deze ingreep. Het niveau van 4,2% fungeert als onbereikbare asymptoot. Indien de twintigjaarsrente ooit boven de 4,2% ligt wordt de asymptoot van de bovenzijde benaderd. Met de extreem lage huidige rentes klimt de UFR vanaf de onderkant naar de asymptoot, echter zonder zelfs maar in de buurt van de 4,2% te komen.DNB T1.3.1 Rentetermijnstructuur pensioenfondsen; Jaar/Maand De DNB heeft vooralsnog als convergentieniveau van de UFR de Europese 4,2% gekozen. Als laatst beschikbare betrouwbare swaprente-eindpunt is de 20 jaarsrente opgepikt en derhalve een convergentielooptijd richting het stabiele eindpunt gedurende 40 jaar.

Een identieke tegemoetkoming aan de Nederlandse pensioenfondsen bleef op 30 juni 2012 achterwege. Minister Henk Kamp was niet bereid een gelijk speelveld te behouden voor verzekeraars en pensioenfondsen. Het Actuarieel Genootschap schreef hierover op 23 augustus een brief aan Pieter Omtzigt, de Europese pensioenrapporteur.Brief dd 23 augustus 2012 van het Actuarieel genootschap: De Ultimate Forward Rate Methodiek / Notitie van het AGEconoom Thomas Piketty rekent met een langetermijnrente van 4,3%. Op 24 september nam het kabinet maatregelen, waarin voor de pensioenfondsen de ultimate forward rate op eenzelfde manier werd verwerkt als bij de verzekeraars.Persbericht De Nederlandsche Bank, 24 september 2012: Septemberpakket pensioenfondsen van demissionair kabinet Per 30 september werd de 60-jaarsrente voor verzekeraars en pensioenfondsen daadwerkelijk verhoogd van 2,4% naar 3,3%.Nieuwsbericht De Nederlandsche Bank, 3 oktober 2012: UFR geeft pensioenen aanknopingspunt in woelige marktenKamerdebat 27 9 2012 Overheid.nl. Staatssecretaris De Krom "Die UFR-systematiek leidt ertoe dat de rentecurve, inclusief de UFR, pas na looptijden van twintig jaar begint af te wijken van de actuele marktrente, na het liquide punt, zoals dat ook wel wordt genoemd. Op basis van de stand per 30 juni 2012 zal pas bij een looptijd van 45 jaar het niveau van 3% worden bereikt en over 60 jaar 3,3%. De heer Dijkgraaf weet dat. Daarom zeg ik ook dat die UFR-systematiek, in vergelijking tot de IFRS-systematiek, leidt tot een meer prudente stelling van de rente, dan datgene waar de heer Dijkgraaf voor pleit." Het renteniveau blijft dus in de gewijzigde berekeningsmethode nog erg ver van de onbereikbare asymptoot van 4,2%, van welk percentage de media ten onrechte steeds spreken.Research Insights Dutch Pension Plans, Sept 2012 part 1Ronald Volders, actuaris AZL: ‘Ook met UFR alert blijven op renterisico’ MSCI is in haar rapport gematigd positief over de DNB-ingreep.http://www.top1000funds.com/wp-content/uploads/2012/09/Research Op 3 oktober 2013 bracht DNB de technische invulling als verplichting voor de pensioenfondsen naar buiten.DNB vaststelling UFR Methodiek berekening rentetermijnstructuur (RTS) pensioenfondsen vanaf 30 september 2012Persbericht DNB 3 oktober 2012 Aan het eind van elke maand stelt DNB de nieuwe percentages vast.

Commissie UFR Op 21 december 2012 stelde de Nederlandse regering de "Commissie UFR" in onder leiding van Theo Langejan, die voor 1 juli 2013 moet rapporteren over: de hoogte van de UFR, het punt op de curve waar de UFR-methode start, en de extrapolatiemethode.Instelling commissie ufrbrief_regering_instellingsbesluitafschrift-brief-aan-stichting-pensioenbehoud.html

Het adviesAdvies Commissie UFR werd 1 oktober openbaar gemaakt.32 043 Toekomst pensioenstelsel Kabinet en DNB gaven gelijkertijd een reactie.Persbericht DNB 1 oktober 2013 DNB besloot tot 1 januari 2015 niets te veranderen in haar UFR-methodiek. Per die datum wil het kabinet de nieuwe rekenwijze van de Commissie UFR overnemen, welke commissie een eigen Nederlandse oplossing voorstaat los van de Europese EIOPA-voorschriften.European Insurance and Occupational Pensions AuthorityDe ontwikkelingen in Europa laten zien dat landen verschillende oplossingen kiezen met betrekking tot de UFR-methode, afhankelijk van nationale en andere specifieke omstandigheden. Wat dit betreft, is Nederland dus geen uitzondering. De Commissie UFR verlaagde de asymptoot van 4,2% naar 3,9%.Uitgaande van de gerealiseerde 20-jaars forward rentes in de afgelopen 10 jaar komt de UFR volgens deze methode uit op (afgerond) 3,9% gemeten ultimo juli 2013. De UFR-asymptoot beweegt dus in deze methodiek in de tijd Maar omdat de asymptoothoogte afhankelijk wordt gesteld van marktontwikkelingen, is zelfs die 3,9%-asymptoot geen vastigheid meer.Nieuw-UFR-voorstel-kent-haken-en-ogen.aspx Het startpunt van de UFR blijft 20 jaar en het Laatste Liquide Punt (LLP) wordt op 50 jaar gezet.

Nieuwe FTK per 2015

Bij de behandeling van het nieuwe FTK maakte de leden van de Tweede Kamer zich zorgen dat in 2016 de UFR-systematiek voor verzekeraars via Europese regels gunstiger zou worden dan in 2015 voor de nationale pensioenfondsen.http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/kamer_in_het_kort/pensioenregels.jspHoorzitting pensioenen Eerste Kamer 18 november 2014 Het Kamerlid Henk Krol diende een verworpen motie in om het bevoordelen van verzekeraars boven de pensioenfondsen zoveel mogelijk te beperken.33 972 Wijziging van de Pensioenwet In de Eerste Kamer deed staatssecretaris Jetta Klijnsma op 17 december 2014 verdere toezeggingen op dit punt: "Totdat de Europese UFR van kracht wordt, zal de oude UFR gehanteerd worden."Gebroken belofte op 14 juli 2015Wet aanpassing financieel toetsingskader pensioenfondsen aangenomen Op 6 maart 2015 besloot Eiopa de UFR-asymptoot voor verzekeraars op 4,2% te houden.Besluit Eiopa 6 maart 2015

DNB laat de vaste UFR zweven per 15 juli 2015

Op 14 juli 2015 maakte DNB plotsklaps bekend dat ze per 15 juli 2015 de verlaagde UFR uit het advies van de Commissie UFR zal implementeren.DNB Aanpassing UFR leidt tot realistischer rekenrente voor pensioen, 14 juli 2015 De UFR-asymptoot zakte op de dag van het besluit van 4,2% naar 3,3% door deze implementatie en is hiermee ook nog eens afhankelijk gemaakt van degerealiseerde 20-jaars forward rentes in de afgelopen 10 jaar. De disconteringsrente daalde voor 30 jaar naar 1,9% en voor 60 jaar naar 2,5%.DNB geeft informatie over de periode 30 juni tot en met 31 juli. Daarin daalde de 30jaars-rente van 2,069% naar 1,745%, de 60jaars-rente van 3,019% naar 2,421%. https://web.archive.org/web/20150924105917/http://www.statistics.dnb.nl/usr/statistics/excel/t1.3.1nm.xlsVoor verzekeraars bleef de 60jaars rente 3,0% https://web.archive.org/web/20150924105919/http://www.statistics.dnb.nl/usr/statistics/excel/t1.3.2nm.xls De asymptoot van 3,3% wordt dus niet eens benaderd. Dit besluit verlaagde de dekkingsgraad met 3,5% van een gemiddeld pensioenfonds.Dekkingsgraad van gemiddelde pensioenfonds daalt met 3,5% Vooral pensioenfondsen met een jong deelnemersbestand werden hard getroffen. Inmiddels staat eind februari 2016 de 100-jaarsrente met deze verlaagde UFR-correctie op 2,5%. Volgens de OFS voorjaarsnota 2017 van DNB zal de UFR-asymptoot verder dalen bij ongewijzigde rente. Startend in aanvang van 4,2% naar 2,9% in 2016 tot 1,5% in 2022. KPMG geeft in augustus 2017 een historisch overzicht en een inmiddels hogere verwachting voor de dalende UFR-asymptoot in 2022 tot 2,1%.UFR per 31 augustus 2017: 2,7% Wat doet de UFR? In de dekkingsgraadgrafiek, zoals bijgehouden door AON, van de pensioenfondsen geeft de rode lijn de swaprente aan en de blauwe lijn de DNB-curve inclusief de UFR-correctie. Duidelijk is te zien in onderstaande referentie hoe de twee grafieken weer steeds dichter bij elkaar komen na de zweef-maatregel op 14 juli 2015.AON dekkingsgraad sinds 2014

Verzekeraars via EIOPA, pensioenfondsen nationaal via DNB

Eind 2016 kwam uit een brief van de regering naar buiten dat de UFR voor verzekeraars veel hoger ligt dan die voor pensioenfondsen. Laatstgenoemde rente wordt inmiddels vastgesteld door DNB, die van verzekeraars altijd door EIOPA.13 september 2016 Kamerbrief

In 2016 lag de Europees vastgestelde UFR-rentetermijnstructuur voor verzekeraars 1% hoger dan die voor de door DNB bepaalde voor pensioenfondsen.OFS voorjaar 2017 pagina 36 Hiermee behalen verzekeraars een enorm concurrentievoordeel bij het aanbieden van pensioenvoorzieningen.Toekomst pensioenstelsel kamerbrief juni 2017 In 2019 is het verschil tussen de vaste EIOPA UFR van 3,9% verder gegroeid ten opzichte van de zwevende Nederlandse UFR van 2,3%.Dijsselbloem' kan doorstart pensioenakkoord zetje geven, of niet De Pensioenfederatie blijft echter vasthouden aan nationaal Nederlands toezicht.

2019 Commissie Dijsselbloem voor de vijfjaars herijking

Januari 2019 kreeg Jeroen Dijsselbloem de opdracht tot het herijken van de pensioenparameters.FD 18 april 2019 Dit dient elke 5 jaar te geschieden. Het gaat vooral om de rekenrente en rekenrendementen.Commissie Dijsselbloem Op 11 juni kwam het advies naar buiten. De UFR termijn start in het advies weer pas na 30 jaar en wordt veel langzamer benaderd. De commissie denkt met haar advies dat in 2021 ingaat de pensioenfondsen gemiddeld 2,5% aan dekkingsgraad te ontnemen.Commissie Parameters brengt advies uitKPMG:Ultimate Forward Rate voor Pensioenfondsen

2022 Nieuw advies inzake het oude en nieuwe Pensioenstelsel De Commissie Parameters 2022 kwam 29 november onder leiding van Femke de Vries uiteindelijk naar buiten met de parameters, UFR-methode en economische en risico-neutrale scenario’s. Deze moeten worden gehanteerd bij diverse wettelijke toepassingen in zowel het huidige pensioenstelsel als ook in het nieuwe pensioenstelsel en de transitie daarnaartoe zoals voorgesteld in de Wet toekomst pensioenen.Advies Commissie Parameters 2022 Op 6 december gaf de Commissie uitleg in de Tweede Kamer.Commissie Parameters De UFR kan nog slechts in actie komen bij looptijden boven de 50 jaar; daarbeneden is de markt liquide geworden.Voor het extrapoleren van de curve vanaf de 50-jaars looptijd adviseert de Commissie