thumb|Breviarium Grimani, f286v bij het begin van het psalter, de zondeval Het Breviarium Grimani is een brevier uit de 16e eeuw (1510-1520). Een dergelijk boek bevat de gebeden die een geestelijke van de Katholieke Kerk dagelijks moet bidden. In de late middeleeuwen lieten ook koningen, koninginnen en de hogere adel zulke gebedenboeken maken, meestal rijkelijk versierd, waarvoor de term lekenbrevier gebruikt wordt. Het brevier was veel omvangrijker dan het getijdenboek, het gebedenboek dat door leken gebruikt werd voor hun dagelijkse gebeden, en men kon er dus veel miniaturen in kwijt. Het lekenbrevier was dan ook veel meer een prestigeobject dan een boek voor dagelijks gebruik. Het Breviarium Grimani is zo'n lekenbrevier dat voor een onbekende opdrachtgever in het begin van de 16e eeuw in Vlaanderen werd gemaakt en verlucht is door de bekendste kunstenaars van die tijd. Het werd vernoemd naar een van zijn eerste eigenaars, kardinaal Domenico Grimani, die het aan de republiek Venetië schonk. Het boek wordt bewaard in de Biblioteca Marciana met als signatuur cod. Lat. I,99.

Geschiedenis De persoon die het handschrift bestelde is onbekend, maar er zijn wel aanwijzingen. Zo is bekend dat een van de vroege bezitters van het handschrift, Antonio Siciliano geheten, in opdracht van Massimiliano Sforza, de hertog van Milaan, in 1514 in Vlaanderen verbleef aan het hof van Margaretha van Oostenrijk. Het is mogelijk dat hij het handschrift gezien en gekocht kan hebben; alleszins is zijn wapen in het handschrift terug te vinden op folium 81r. Siciliano was kamerheer en secretaris van Massimiliano, maar de laatste werd na de verloren Slag bij Marignano in september 1515 gedwongen zijn hertogstitel te verkopen aan koning Frans I van Frankrijk en zal niet meer in de markt zijn geweest voor het kostbare boek.

In 1520 verkocht Siciliano het brevier in Venetië of in Rome aan kardinaal Domenico Grimani voor de som van 500 gouden dukaten.Marcantonio Michiel, Notizia d'opere del disegno, Biblioteca Marcina, Codex It., XI, ref 67. Een secretaris bij de hertogelijke administratie had toentertijd een jaarsalaris van 100 dukaten en een gedrukte Bijbel kostte in die tijd tussen de 6 en 8 dukaten.

De eerste documentaire vermelding van het handschrift komt uit het eerste testament van Domenico Grimani van 2 oktober 1520, waarin hij het handschrift schenkt aan Vincenzo Grimani. Dit testament wordt opgemaakt in zijn woning in Noventa door de notaris Bonifacio Soliano.Repubblica di Venezia, archivo, Fondo di San Antonio di Castello Hij laat een tweede testament opmaken in augustus 1523, de maand waarin hij zou overlijden, in zijn Sint Marcuspaleis in Rome, waarin hij het boek nalaat aan zijn neef Marino Grimani die hem was opgevolgd als Patriarch van Aquileia in 1517. Na diens dood moest het boek aan de doge van de Republiek Venetië worden geschonken om het voor altijd te bewaren bij de schat van San Marco.

Na de dood van Marino in 1546 gaat het boek naar Giovanni Grimani, de broer en erfgenaam van Marino en de laatste telg van het geslacht Grimani. In 1592 wordt Giovanni Grimani zwaar ziek en draagt hij het handschrift over aan de Procura van San Marco;De Procura was na de Doge het hoogste gezagsorgaan in Venetie. Procuratoren werden benoemd voor het leven, ze werden gekozen uit de rijke en belangrijke patriciërsfamilies. hierover bestaat een verslag van Marcantonio Barbaro in naam van Giovanni Grimani, gedateerd op 30 november 1592. Maar Giovanni geneest en het handschrift wordt hem teruggegeven in 1593. In 1594, na het overlijden van Giovanni, komt het breviarium uiteindelijk terecht bij de procuratoren van San Marco en vandaar in de kapel van de dogen. Het boek figureert in een inventaris van 20 april 1600.

Op 6 mei 1784 brengt koning Gustaaf III van Zweden een bezoek aan Venetië en bezoekt de schat van de San Marco in de dogenkapel. In het gezelschap bevindt zich ook Jacopo Morelli (1745-1819), hoofdconservator en later directeur van de Biblioteca Marciana. Hij krijgt het handschrift daar voor het eerst te zien en zal alles in het werk stellen om het te laten overbrengen naar de bibliotheek. Hij moest echter wachten tot na de ondergang van de republiek Venetië. Bij de Vrede van Leoben (1797) werd Venetië overgedaan aan Oostenrijk. Pas op 23 november 1801Sommige bronnen zeggen dat het breviarium slechts tot 1781 deel uitmaakte van de schat van San Marco, onder meer de uitgever van het facsimile, maar dit wordt tegengesproken door de Biblioteca Marciana zelf, bij monde van Tiziana Plebani. wordt het breviarium overgedragen aan de Biblioteca Marciana.Tiziana Plebani, Il breviario Grimani e la sua storia, Biblioteca Marciana

Codicologische Beschrijving Het handschrift is geschreven in het Latijn. Het is gebaseerd op een Breviarium Romanum voor FranciscaansVoor het Concilie van Trente (1545-1563) kon elke bisschop het Breviarium opstellen of aanpassen voor zijn eigen diocees en dit werd ook bijna overal gedaan. Elke kloosterorde en elk bisdom had zijn eigen Breviarium, vandaar de term ‘voor gebruik in ....’. gebruik gedrukt in 1477 op last van Paus Sixtus IV.Breviarium Romanum (Franciscaans gebruik), Venetië, Franciscus Renner de Heilbronn, en Nicolaus de Frankfordia, 1477.

Het handschrift bevat 831 folia van 280 x 215 mm.

De tekst is geschreven in een gotica rotunda in bruine inkt, in twee kolommen van 31 lijnen, het tekstblok meet 155 x 115 mm.

Het bevat in totaal 50 volbladminiaturen, 18 grote miniaturen en 18 kleinere. Daarnaast zijn er nog 12 bas de page miniaturen in de kalender.

Inhoud Een brevier bevat de gebeden die de geestelijken dagelijks moeten reciteren. Het ontstond in de abdijen en was het boek dat uiteindelijk gebruikt werd bij het getijdengebed.

De meeste brevieren bevatten vooreerst de 150 psalmen toegeschreven aan Koning David en daarnaast gebeden specifiek voor de dag, in functie van het kerkelijk feest dat gevierd wordt of van de heilige die op die dag herdacht wordt. De psalmen worden voorafgegaan en gevolgd door antifonen, lezingen of teksten uit de heilige schriften, verzen en responses.Vers en respons zijn de delen van een korte beurtzang. Naast de psalmen worden ook hymnen en kantieken gebeden.

De indeling van het breviarium Grimani ziet er als volgt uit: Sectie Plaats OmschrijvingDe kalenderff. 2v – 14rHet tijdeigenTijdeigen (Propium de tempore): bevat de gebeden die eigen zijn aan een bepaald feest op een bepaalde cyclische datum (zoals bv. Kerstmis) en de gebeden voor feesten met een variabele datum (zoals de paascyclus). ff. 14v – 274vTijdeigen voor het volledige kerkelijk jaar, beginnend bij de advent.rubrieken voor de feestdagenff. 278r – 285vUitleg over de klasse van de feestdagen en hun onderlinge rangordeDe psalmenff. 286v – 400vPsalmen en hymnenGemeenschappelijke der heiligenGemeenschappelijke der heiligen (Commune Sanctorum): Gebeden voor heiligenfeesten van heiligen die niet voorkomen in het ‘Proprium Sanctorum’. Deze zijn dan gegroepeerd per ‘type’ heilige zoals martelaren, apostelen, evangelisten, maagden, belijders etc. ff. 401r – 448vOfficie voor de doden en officie van de maagd Mariaff. 449r – 467rEigene der heiligenEigene der heiligen (Proprium Sanctorum): De gebeden gebonden aan de feestdag van een welbepaalde heilige. ff. 468v – 831vVan de heilige Andreas (30 november) tot Saturin (29 november)

Het verluchtingsprogramma Margeversiering De margeversiering bestaat uit drie hoofdtypes. Er zijn een aantal volbladminiaturen zonder margeversiering, de andere folia waarop een miniatuur is aangebracht hebben ofwel een marge die eruitziet als een architecturale lijst ofwel een zogenoemde Gents-Brugse strooirand.

In het eerste type, de architecturale lijst, wordt het eigenlijke kader van de miniatuur, dat lijkt op een houten gotische schilderijlijst, naar de buitenzijde en de onderzijde van de pagina uitgebreid en hierin worden zeer sculpturaal uitziende taferelen of beelden geschilderd. Het geheel simuleert een retabel, waarin de miniatuur dan het centrale geschilderde hoofdtafereel is. De marge is houtkleurig met een gouden glans.In de Nederlandse vertaling van het werk van Salmi en Mellini noemt men dit “goudkever-kleur” en dat beschrijft perfect hoe het eruitziet. Soms zijn in deze retabelmarge extra miniaturen aangebracht, als kleine schilderijtjes in de “gebeeldhouwde” marge.

Het tweede type, de Gents-Brugse strooirand, wordt gebruikt voor de marges bij de alleenstaande volbladminiaturen en bij de kleinere kolombrede miniaturen. In dit type van randversiering kan men ruwweg drie subtypes onderscheiden: Een gekleurde marge met daarover bloemen gestrooid en tussen de bloemen vogels en insecten. Een gekleurde marge met acanthusranken versierd en daartussen bloemen, vogels en insecten. Een gekleurde marge met daarop juwelen en parels, de juwelen zijn soms in bloemvorm

Dan zijn er nog drie bijzondere bladindelingen voor de volbladminiatuur. In de eerste zien we in een rechthoekig kader een tondo en in het rechthoekige kader andere afbeeldingen die de hoofdminiatuur illustreren (folium 449v). In de tweede toont de hoofdminiatuur het interieur van een kerk en in de marge wordt de buitenkant en het voorplein getoond (folium 450r). Het blad is versierd met schuine balken, die van links naar rechts lopen in een hoek van ongeveer 60 graden ten opzichte van de onderste miniatuurrand. Die balken zijn afwisselend gekleurd en afwisselend bestrooid met bloemen, bessen en acanthusranken. De miniatuur is als het ware hierover geschilderd. (folium 660v).

De meeste pagina’s die tekst bevatten hebben een versierde marge langs de buitenzijde van het tekstblok; hiervoor worden zo wat alle margetypes gebruikt die men naast de miniaturen terug vindt, dus zowel Gent-Brugse strooiranden als geschilderde scènes en architecturale lijsten. Een aantal voorbeelden kan men terugvinden in de presentatie van Tiziana Plebani (zie de bronnen hieronder). De teksten naast de grote alleenstaande miniaturen (die niet in een diptiek zijn verwerkt) krijgen een vierzijdige marge in dezelfde stijl als die van de miniatuur.

Miniaturen Een groot aantal van de miniaturen zijn in het boek geplaatst als diptiek.Voor een voorbeeld klik hier. Er wordt dan een volbladminiatuur geschilderd op de versozijde en een andere op de rectozijde, zodat het opengeslagen boek op een tweeluik lijkt. Die diptieken worden gebruikt om de belangrijke onderdelen in het boek aan te kondigen. Miniaturen die alleen voorkomen hebben bijna steeds een marge van het strooirandtype, de marge van het retabeltype komt slechts vier keer voor buiten een diptiek.

De kalenderminiaturen zijn zonder twijfel het meest bekend en het meest beschreven. Zoals in het beroemde voorbeeld van de Très riches heures van de Gebroeders Van Limburg, bestaan ze telkens uit een diptiek. Het breviarium was het eerste handschrift in honderd jaar tijd dat de techniek van de gebroeders van Limburg weer gebruikte. Op de versobladzijde illustreert een volbladminiatuur de werken of de genoegens van de maand. Bovenaan ziet men Apollon of Helios op zijn zonnewagen door de hemel reizen. Op de recto zijde wordt de kalendertekst voor de betrokken maand gegeven in twee kolommen. De tekst is omkaderd met een architecturale lijst. In die lijst vindt men een aantal beelden van heiligen of feestdagen die in de maand gevierd worden, en onderaan een miniatuur, gerelateerd aan de werken van de maand. Bovenaan zien we de dierenriemtekens van het begin en van het einde van de maand. De Jacobus-meester inspireerde zich zeer duidelijk op de Très riches heures zoals in de voorbeelden hieronder duidelijk is te zien.

Kleine miniaturen