Winston Leonard Spencer Churchill (Woodstock, Engeland, 30 november 1874 – Londen, Engeland, 24 januari 1965) was een Brits politicus van de Conservative Party en premier van het Verenigd Koninkrijk van 1940 tot 1945 en van 1951 tot 1955.
Churchills eerste ambtstermijn viel samen met de Tweede Wereldoorlog. Het lukte hem de Britse oorlogsinspanning op peil te krijgen en de Verenigde Staten daarbij tot steun te bewegen. Churchill heeft daarmee een beslissende rol in de geallieerde overwinning gespeeld. Hij was daarbij ook verantwoordelijk voor controversiële oorlogshandelingen, zoals het bombardement op Dresden in de nacht van 13-14 februari 1945 waarbij vermoedelijk ca. 25.000 slachtoffers vielen, vooral burgers. Tevens houden sommige onderzoekers zijn beleid verantwoordelijk voor de hongersnood die in India meer dan 3 miljoen levens eiste.https://edition.cnn.com/2019/03/29/asia/churchill-bengal-famine-intl-scli-gbr/index.html
Voor zijn aantreden als premier op zijn 65e had hij een lange en wisselvallige carrière achter de rug, waarin hij tweemaal van politieke partij wisselde. In 1901 werd hij voor het eerst verkozen in het Lagerhuis en in 1910 benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken. Als minister van Marine en als minister van Munitie was hij betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. Later werd hij ook minister van Financiën. Daarnaast was hij een productief en succesvol schrijver en ontving hij in 1953 de Nobelprijs voor Literatuur voor zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Als een van de weinige Europeanen was hij Amerikaans ere-staatsburger.
Winston Churchill was een Volwaardig Ingewijd lid van de Loge Independent Order of Odd Fellows
Biografie Churchill werd geboren in Blenheim Palace te Woodstock in Oxfordshire. Hij was een nakomeling van de Engelse veldheer John Churchill, de eerste hertog van Marlborough, die Blenheim Palace cadeau had gekregen als beloning voor de overwinning in de Slag bij Blenheim in 1704. Churchills vader was Lord Randolph Henry Spencer-Churchill, de derde zoon van de zevende hertog van Marlborough, die in 1886 minister van Financiën was. Net als zijn vader gebruikte Churchill alleen 'Churchill' als achternaam, hoewel hij officieel geregistreerd stond als ‘Spencer-Churchill’. Zijn moeder was Jennie Jerome, de dochter van de Amerikaanse miljonair Leonard Jerome.
Churchill bezocht de Britse jongenskostschool Harrow. De jonge Churchill beleefde op de kostschool een harde jeugd. Hij werd door zijn klasgenoten 'copperknob' en 'ginger' genoemd omwille van zijn rode haar. Hij was er eenzaam en had nauwelijks contact met zijn ouders. Gezag werd door Churchill steeds in twijfel getrokken, daarom was studeren voor hem een zeldzaamheid. Als gevolg haalde hij slechte cijfers, zeker voor Latijn en wiskunde. Hierdoor werd hij door zijn onderwijzers veelvuldig gestraft. Toch had Churchill ook lievelingsvakken, zoals geschiedenis en literatuur, vakken waarin hij uitblonk en waarvan hij op latere leeftijd de vruchten zou plukken.
Churchill wordt meestal als een agnost beschouwd, maar officieel behoorde hij tot de Anglicaanse Kerk.
Militair Na Harrow vervolgde hij in 1893 zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie te Sandhurst. In 1895 ging Churchill als militair waarnemer naar Cuba, waar hij met de Spaanse troepen meeging, die een antikoloniale guerrilla de kop probeerden in te drukken. Hij was indertijd niet slechts militair waarnemer; hij schreef ook een artikel over de vuurdoop op zijn 21e verjaardag in de Graphic Review.
In de rang van tweede luitenant, gestationeerd in Bombay, vroeg en kreeg hij uiteindelijk een aanstelling bij de strijdmacht in het noordwesten van Brits-Indië, het huidige Afghaans-Pakistaanse grensgebied. Mede dankzij de invloed van vrienden van zijn moeder waren enkele kranten bereid zijn verslagen te publiceren over het neerslaan van een Pathaanse opstand in 1897 in dit gebied. Hij schreef reportages voor The Pioneer en The Daily Telegraph. Zijn boek over deze campagne, The Story of the Malakand Field Force, verscheen op 14 maart 1898.
Op 2 september 1898 was Churchill te Omdurman, nabij Khartoem, in Soedan, deelnemer aan de laatste echte cavaleriecharge van het Britse leger. In een brief aan zijn moeder meldde Churchill, dat hij zelf ten minste vijf en mogelijk zeven tegenstanders had gedood. Die cavaleriecharge was overigens maar een bijzaak in de Slag bij Omdurman: het leger van kalief Abdallahi ibn Muhammad, de opvolger van de Mahdi (1844-1885), werd hoofdzakelijk met mitrailleurs vanaf schepen op de Nijl uitgeschakeld. In oktober was Churchill terug in Groot-Brittannië, waar hij begon aan zijn tweedelige werk The River War, dat het jaar daarop werd gepubliceerd. In dit werk beschreef Churchill zijn visie op de gevaren van de invloed van de islam: "Individuele moslims kunnen geweldige kwaliteiten hebben, maar de invloed van de religie verlamt de sociale ontwikkeling van haar volgelingen. Er bestaat geen sterkere regressieve kracht in de wereld. Verre van stervende, is de islam een militant geloof dat mensen wil bekeren. Het is al verspreid over geheel Centraal-Afrika, bij elke stap onverschrokken strijders voortbrengend, en ware het niet dat het christendom wordt beschut door de sterke armen van de wetenschap, de wetenschap waartegen het (de islam) tevergeefs heeft geworsteld, dan zou de beschaving van het moderne Europa kunnen vallen, zoals de beschaving van het oude Rome is gevallen."Churchill, Winston (1899). The River War, Longmans, Green & Company, first edition, Volume II, pp. 248-250 Vertaling van: Individual Moslems may show splendid qualities, but the influence of the religion paralyzes the social development of those who follow it. No stronger retrograde force exists in the world. Far from being moribund, Mohammedanism is a militant and proselytizing faith. It has already spread throughout Central Africa, raising fearless warriors at every step, and were it not that Christianity is sheltered in the strong arms of science, the science against which it (Islam) has vainly struggled, the civilization of modern Europe might fall, as fell the civilization of ancient Rome. Op 5 mei 1899 nam hij ontslag uit het Britse Leger.
In de Tweede Boerenoorlog werkte Churchill als oorlogsverslaggever. Hij werd gevangengenomen door de Afrikaners, die een hinderlaag hadden gelegd voor een Brits treinkonvooi. Hij slaagde erin te ontsnappen naar Lourenço Marques, het huidige Maputo, in de toenmalige Portugese kolonie Portugees-Oost-Afrika, het huidige Mozambique.
Kort daarna, tijdens de strijd voor de Ierse onafhankelijkheid tussen 1918 en 1923, was Churchill een van de weinige Britse functionarissen die voorstander was van het bombarderen van Ierse demonstranten vanuit de lucht, met het voorstel om "machinegeweer vuurbommen" te gebruiken om hen te verspreiden. Als staatssecretaris voor de Koloniën volgde hij die dreiging in Irak op. Hij gaf opdracht tot grootschalige bombardementen op Mesopotamië in 1921, waarbij een heel dorp in 45 minuten werd uitgeroeid. Toen sommige Britse functionarissen bezwaar maakten tegen zijn voorstel voor "het gebruik van gas tegen de inboorlingen", vond hij hun bezwaren "onredelijk".https://www.bloomberg.com/opinion/articles/2019-02-16/churchill-was-more-villain-than-hero-in-britain-s-colonies
Politicus Eenmaal terug in het Verenigd Koninkrijk begon hij aan zijn loopbaan in de politiek. Van 1901 tot 1922Martin Gilbert: Winston S. Churchill, Vol. IV 1917-1922, Heinemann, Portsmouth, 1975, p. 901. en van 1924 tot 1964 was hij lid van het Lagerhuis. In het begin was hij lid van de Conservative Party, maar omdat deze partij zich kantte tegen het principe van internationale vrijhandel, ging hij in 1904 over naar de Liberal Party. In de jaren 1906 tot 1910 legde hij als lid van de regering de basis voor onder meer de werkloosheidsverzekeringen, arbeidsbureaus, de onafhankelijkheid van Ierland en een forse beperking van de macht van het Hogerhuis (waarin geen gekozen vertegenwoordigers zitting hadden en hebben). Door onenigheid met de liberale premiers Asquith en Lloyd George keerde Churchill tijdens het interbellum terug naar de Conservatieven.
In 1910 werd Churchill benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken. Dat jaar stuurde hij bataljons van politie uit Londen en beval hen om stakende mijnwerkers in Tonypandy in Zuid-Wales aan te vallen; één kompel werd gedood en bijna 500 stakers en 80 politieagenten raakten gewond. De Britse arbeidersbeweging hield een langdurig wantrouwen jegens hem aan deze episode over. Als minister van Binnenlandse Zaken was Churchill tegenstander van het vrouwenkiesrecht, wat er zelfs toe leidde dat een suffragette hem fysiek aanviel.
In 1911 werd hij benoemd tot minister van Marine (First Lord of the Admiralty). Hij zou in deze functie actief blijven tot in de Eerste Wereldoorlog. Gedurende deze tijd was hij als lid van het 'Committee of Imperial Defence', samen met onder anderen minister van Buitenlandse Zaken Edward Grey, betrokken bij de voorbereiding van de Britse strijdkrachten op de dreigende oorlog in Europa. Churchill en de First Sea Lord (chef-staf van de Marine) prins Lodewijk van Battenberg zorgden ervoor dat de reusachtige Britse vloot in de zomer van 1914 na oefeningen niet uiteenviel en zo bij het uitbreken van de oorlog direct inzetbaar was. Hij speelde in die tijd een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de eerste Britse tank, de Mark I. In de Eerste Wereldoorlog was Churchill als minister van Marine erg ambitieus om de centrale mogendheden aan te vallen. Zo was hij in 1915 medeverantwoordelijk voor de rampzalige Gallipoli-landingen bij de Dardanellen, die bedoeld waren om de hoofdstad van de Ottomaanse bondgenoot van Duitsland te veroveren en een bevoorradingsroute naar bondgenoot Rusland open te leggen. Aan Britse en Franse zijde waren hierbij niet minder dan 220.000 doden, gewonden en vermisten te betreuren (voor het Ottomaanse Rijk was dit getal ongeveer 250.000). Dit bezorgde hem bij zijn critici de bijnaam "slager van Gallipoli". Hij nam een groot deel van de verantwoordelijkheid op zich door af te treden als minister van Marine, hoewel de hoofdschuldigen voor de mislukking de plaatselijke bevelhebbers waren. Toen er spoedig daarna een regering gevormd werd, die uit alle partijen bestond, werd Churchill kanselier van het Hertogdom Lancaster (Chancellor of the Duchy of Lancaster), een minder belangrijke post. Churchill voelde zich daar niet op zijn plaats, nam al snel weer ontslag uit de regering en voegde zich bij het leger. Hij diende aan het westelijk front als bevelhebber van een Schots bataljon te Ploegsteert, maar bleef lid van het Lagerhuis.wereldoorlog14-18.nl - Winston Churchill als militair tijdens de Eerste Wereldoorlog
In 1917 werd hij benoemd tot minister van Munitie. Toen de Eerste Wereldoorlog afgelopen was, werd hij tevens aangesteld als minister van Oorlog en minister van Luchtvaart. Hij stelde in 1919 voor om gifgas te gebruiken "als experiment tegen weerspannige Arabieren." In zijn ogen was het gebruik van chemische wapens slechts "de toepassing van de westerse wetenschap op moderne oorlogsvoering." Het was dan ook een betrekkelijk nieuw wapen, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog met wisselend succes was gebruikt door de Duitsers, de Fransen en de Britten. Ook was hij er voorstander van om in te grijpen in de Russische Revolutie. Hij zag het als zijn persoonlijke queeste om het bolsjewisme "te wurgen bij de geboorte". Hij werd hierna benoemd tot minister van Koloniën en was de ondertekenaar van het Anglo-Iers Verdrag van 1921, waarmee de Ierse Republiek onafhankelijkheid werd verleend.