Huayangosaurus is een geslacht van uitgestorven plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de Stegosauria, dat tijdens het Midden-Jura, zo'n 165 miljoen jaar geleden, leefde in het gebied van het huidige China, Sichuan.

Naamgeving en classificatie Van Huayangosaurus zijn in 1979 en 1980 skeletten van een half dozijn individuen gevonden. Deze werden opgegraven te Dashanpu, ten oosten van Zigong in Sechuan. De groeve bevatte daarnaast uitgebreide resten van Sauropoda en Theropoda.

In 1982 werd de typesoort Huyangosaurus taibaii benoemd en beschreven door Dong Zhiming, Tang Zilu en Zhou Shiwu, Zijn geslachtsnaam betekent 'hagedis uit Huayang'. Huayang is een alternatieve naam voor Sechuan, de vindplaats en is meteen een toespeling op het boek Hua Yang Guo Zhi uit de Jindynastie, het oudste bekende Chinese geografisch woordenboek. De soortaanduiding eert de grote klassieke Chinese dichter Li Bai, wiens omgangsnaam Taibai was. De soortaanduiding plaatst voor een Chinees ook de geslachtsnaam in een literaire context.

Het holotype IVPP V6728 is gevonden in een laag van de Onderste Shaximiaoformatie die dateert uit het Bathonien-Callovien. Het bestaat uit en gedeeltelijk skelet. Bewaard zijn gebleven: een vrij complete schedel, drie halswervels, drie ruggenwervels, vier sacrale wervels, twintig staartwervels, twee middenvoetsbeenderen, drie kootjes, drie platen, een stekel en vier osteodermen niet zijnde rugplaten. Daarnaast zijn er nog verschillende specimina toegewezen: ZDM T7001: een veel completer skelet met schedel, acht halswervels, zestien ruggenwervels, vier sacrale wervels, vijfendertig staartwervels, een volledige schoudergordel, een linkeropperarmbeen, beide darmbeenderen, een linkerschaambeen, beide zitbeenderen, drie middenvoetsbeenderen, drie kootjes en elf platen; ZDM T7002: wervels; ZDM T7003: wervels en een bekkengordel; ZDM T7004: staartwervels; CV 720: een schedel, achtentwintig wervels en twintig platen; en CV 721: zeven wervels.

In 1992 werd de schedel opnieuw beschreven door Paul Sereno. In 2006 beschreef Susannah Maidment het postcraniaal skelet, de delen achter de schedel, opnieuw. Maidment verwijderde verschillende specimina uit het bekende materiaal omdat ze geen kenmerken vaststelbaar deelden met het holotype: ZDM T7002, CV 720 en CV 721. Bij CV 720 was de onderliggende reden dat het specimen zoek was en dus niet gecontroleerd kon worden op kenmerken. De bestudering van ZDM T7001 werd gehinderd doordat het skelet, zwaar gerestaureerd, deel uitmaakt van een reizende tentoonstelling. Maidment vond CV 721 zo afwijkend dat ze het waarschijnlijk achtte dat het een apart taxon vertegenwoordigde.

Beschrijving Grootte 380px|thumb|Huayangosaurus, hier uiterst links met nummer één, in grootte vergeleken met andere Stegosauria Huayangosaurus werd volgens Dong 4,3 meter lang — vrij klein voor een stegosauriër. Gregory S. Paul schatte in 2010 de lichaamslengte op vier meter, het gewicht op een halve ton.

Algemene bouw Net als andere stegosauriërs is Huayangosaurus een viervoetige planteneter met stekels op het uiteinde van de staart. Huayangosaurus is de enige basale stegosauriër waarover goede informatie voorhanden is. Hij geeft dus een uniek beeld hoe de vroege vertegenwoordigers van de groep eruitzagen. Huayangosaurus is nog grotendeels gebouwd als basale Thyreophora zoals Scelidosaurus. Het lichaam is langgerekt in plaats van extreem verbreed; het bekken is relatief kort, smal en hoog. De voorpoten zijn bijna even lang als de achterpoten. Daardoor ligt het profiel van de rug vrijwel horizontaal en toont niet de voorste kromming naar beneden toe die zo typisch is voor latere stegosauriërs. De staartbasis ligt laag en hangt wat af; de staart als geheel is langer dan de rest van het lichaam. De staart is daardoor beter geschikt een rennende beweging aan te drijven en inderdaad zijn de achterpoten gebogen bij de knie. Het kniegewricht is lang met naar achteren uitstekende gewrichtsknobbels bij het onderste dijbeen en een lang bovenvlak bij het bovenste scheenbeen. Latere stegosauriërs waren alleen in staat te stappen, niet rennen. De nek is relatief kort en de schedel tamelijk hoog met een duidelijk verbreed achterhoofd. In de snuit staan nog tanden. Ook de pantsering is basaal: de rugplaten zijn laag en de osteodermen van de staart zijn nog plaatvormig. Er bevindt zich een rij osteodermen op de flank die extra versterkt is door verbredingen van de ribben. Bij Huayangosaurus is te zien wat de oorsprong is van de schouderstekel die bepaalde stegosauriden ook nog hebben: het is de gemodificeerde voorste osteoderm van de flankrij. Aan het uiteinde van de staart bevindt zich zelfs een klein knuppeltje. Wel al typisch stegosaurisch is de aanwezigheid van een 'Thagomizer': stekels aan het staarteinde die als wapen konden dienen. Om een zwiepende beweging te vergemakkelijken waren de verbeende pezen die veel Ornithischia tonen al gereduceerd; bij latere stegosauriërs zou er geen verbening meer plaatsvinden.

Onderscheidende kenmerken Dong gaf in 1982 een diagnose. De schedel is wigvormig. Er is een fenestra antorbitalis aanwezig. Boven de oogkas bevinden zich twee of drie supraorbitalia. Het jukbeen is langwerpig. De onderkaak heeft een klein zijvenster. Het coronoïde uitsteeksel van de onderkaak rijst hoog op. Er staan zes tot zeven tanden in de praemaxilla. De kronen hebben vertandingen en zwak ontwikkelde verdikkingen aan de basis. De tandrijen aan de zijkanten zijn lang met minstens achtentwintig maxillaire tanden en zevenentwintig tot achtentwintig dentaire tanden. Er zijn acht halswervels, zeventien tot achttien ruggenwervels, vier vergroeide sacrale wervels, vermoedelijk tussen de vijfendertig en tweeënveertig staartwervels. De doornuitsteeksels van de sacrale wervels vormen een supraneurale plaat die naar bezijden uitloopt in sacrale jukken die ieder doorboord zijn door drie openingen tussen de sacrale ribben. De ribben van de voorste wervels hebben aan hun achterzijde intercostaalplaten — door Dong als processus hamulares aangeduid, 'haakvormige uitsteeksels'. De beenderen van de ledematen zijn hol. Het dijbeen heeft honderddertien procent van de lengte van het opperarmbeen. De formule van de teenkootjes is 2-3-3-?-?. Er staan spinae parascapulares op de schouderbladen die lijken op de spinae parasacrales op de heupen van Kentrosaurus. De beenplaten en stekels zijn variabel in vorm en staan in twee rijen op de rug.

Het probleem met de diagnose van Dong is dat zij niet alleen onderscheidende kenmerken van Huayangosaurus geeft maar ook eigenschappen die met alle stegosauriërs gedeeld worden; in het geval van de holle botten zelfs met een groep groter dan de hele Dinosauria. In 1992 gaf Sereno enkele echte autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. Het bezit van tanden in de praemaxilla, daar waar de stegosauriden in de voorste bovenkaak tandeloos zijn; het hoge aantal maxillaire tanden; de kleine hoorn boven de oogkas; de intercostaalplaten van de ribben; en een pols waarvan de beentjes vergroeid zijn tot één enkel blok.

Maidment herzag in 2006 de diagnose. Aan de schedelkenmerken voegde zij het bezit van een ovale uitholling toe, op de grens van de praemaxilla en het bovenkaaksbeen. Ze bevestigde als onderscheidend kenmerk de aanwezigheid van een hoorntje op het postorbitale; maar om de suggestie te vermijden dat het om een structuur zou gaan die homoloog was aan de grote postorbitale hoorns van de Ankylosauria, sprak zij liever van een 'kleine verheffing'. Hoewel haar studie de postcrania in detail behandelde, leverde dat geen verdere autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen, op dan dat de ribben naast hun intercostaalplaten ook een uitwaaierend onderste uiteinde bezaten.

Skelet Schedel thumb|Een afgietsel van de schedel De schedel van Huayangosaurus is in zijaanzicht plat en langwerpig maar toch een stuk hoger dan bij de stegosauriden. Vooral het snuitgedeelte is op het midden relatief verhoogd. De meer verticale groeiwijze van de beenderen die de snuit ondersteunen, leidt ertoe dat het neusgat meer verticaal gericht is. Het voorste deel van de schedel is wat naar beneden gekromd; dat vindt zijn tegenhanger in een opwaartse kromming in het midden van de onderkaken, die zo een tangachtige structuur vormen. Het achterste deel van de schedel daarentegen is opvallend afhangend in zijaanzicht. In bovenaanzicht is de schedel spits: de snuit steekt scherp uit van een zeer breed schedeldak af dat zijn wijdste punt heeft boven de oogkassen. Naar achteren versmalt de schedel weer geleidelijk. Anders dan bij de Stegosauridae, waar de fenestra antorbitalis (bijna) gesloten is, bestaat deze schedelopening hier nog in de vorm van een kleine driehoek met de stompste punt naar boven gericht. De oogkas is erg groot en trapeziumvormig. Het onderste slaapvenster is hoog met een dunne naar beneden gerichte punt. De bovenste slaapvensters zijn breed georiënteerd en wat niervormig, met de holle zijde naar buiten gericht.