De Wereldtentoonstelling van 1894 (Exposition Internationale d'Anvers) was de wereldtentoonstelling die te Antwerpen werd gehouden van 5 mei tot 5 november 1894 op de terreinen rond het Zuid, waar reeds de Wereldtentoonstelling van 1885 plaatsvond. Naast pronkstukken uit de industriële revolutie was er ook een Congolees dorp te zien. Antwerpen was zelf vertegenwoordigd door een nagebouwd deel van de stad uit de Gouden Eeuw.

Algemeen De wereldtentoonstelling in Antwerpen moest de stad weer op de kaart zetten als internationale speler. Enkel de haven van Antwerpen was in 1894 nog op wereldniveau en dit was dan ook het terugkerende thema van de expo. Zo werd de koloniale handel vanuit Congo gepromoot met een Congolees dorp met authentieke bewoners en elementen. Daarnaast was Oud-Antwerpen, een nagemaakt stadsdeel uit de 16de eeuw, eveneens een link met de Gouden Eeuw van Antwerpen. Oud-Antwerpen was niet alleen een uiting van heimwee naar de Gouden Eeuw, het pronkstuk van de wereldtentoonstelling moest ook het belang van Antwerpen als kunststad benadrukken. Sinds de jaren 1870 was het zwaartepunt van de kunstmarkt verschoven van Antwerpen naar Brussel.

De stad zelf was geen organisator van deze wereldtentoonstelling. Een tijdelijk vennootschap werd speciaal hiervoor opgericht. De gegoede burger kon voor een maandwedde van 100 BEF een aandeel kopen. Zo’n aandeel was gegeerd want het was prestigieus om je naam te verbinden aan dit evenement.

Organisatie Bij koninklijke besluit van 25 juni 1894 werden benoemd tot leden van de commissie kunsten en muziek, op voordracht van minister Leon De Bruyne: Peter Benoit, directeur muziekacademie te Antwerpen. Albrecht De Vriendt, directeur van academie van Schone Kunsten. Louis Van Keymeulen, auteur. Henry Van de Velde. Louis Maeterlinck, kunstschilder François L'Hoëst, directeur Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde, Antwerpen. Paul Heymans, secretaris 'Cercle artistque', Brussel. Arthur Goemaere, ondervoorzitter van de Belgische Academie voor Archeologie. Eugene Geefs, Voorzitter der Raad van Architecten, Antwerpen. André Cluysenaar, lid van de Koninklijke Academie.

Deelnemende klassen De prijzen werden per klasse toegekend door een commissie aan de winnaars, en in het Belgisch staatsblad gepubliceerd door minister de Bruyn (KB van 10 aug. 1893). 5: Lager onderwijs 6: Middelbaar onderwijs 7: Beroepsonderwijs 8: Cartografie en wetenschapsobjecten 9: Geneesmiddelen & hygiëne 10: Fotografie 11: Typografie, lithografie en papier 12: Edelsmeedkunsten & diamant 13: Muziek en instrumentenbouw 14: Metaal: Brons, ijzer, email 14b: Toegepaste kunst 15: Mijnbouw 16: Steengroeven 17: Ceramica 18: Glaskunst & kristalwaren 19: Metaalindustrie en ijzer 20: "Metalurgie du Zinc" 21: Metaal: koper, lood en nikkel 22: aangedreven machines 23: Mechanica 24: Spoorwegbouw 25: Horlogerie 26: Wapenkunde 27: Mechanique de precision 28: Dynamos, electronica en verlichting 29: Telegrafie en telefonie 30: Spingaren (Katoen, jutte en zijde) 31: Weefsels (Katoen, jutte en zijde) 32: Vlasspinnerij 33: Vlasweverij 34: kleding 35: Ondermode 36: Kantwerk, borduurwerk en passementweefsels 37: Leer & huiden 38: Reisbenodigheden en accessoires 39: Bouwindustrie 40: Tapijtindustrie 41: Bouwmaterielen: varia 42: Meubelindustrie 43: Vannerie (mandmakerij) 44: Verwarming 45: Verlichting 46: Carroserie en zadelmakerij 47: Fietsmakerij 48: Luchtvaart 49: Papierindustrie 50: Bleekindustrie & rubber 50b: Olie & zeepindustrie 51: Parfumerie 52: Suikergoed, banket en bakkerij 53: Distilerie 54: Brouwerij en mouterij 55: Tabaksindustrie 56: Wijnen 57: Ingenieurswezen 58: Scheepsbouw 59: Statistique et bibliograhie commerciales 60: Musea 61: Koloniën en etnografica 62: Oorlogswapens en vestingsbouw 63 a: agricultuur: gedomesticeerd vee 63 b: agricultuur: Bijenteelt 63 c: agricultuur: Avicultuur 63 d: Melkerij & zuivelindustrie 63 e: Landbouwonderwijs 63 f: Akkerbouw 63 g: Landbouwmachine-industrie 63 h: Hygiëne en dierengeneeskunde 64: Bosbouw 65: Visserij 66: Tuinbouw

Deelnemers

België: Cristalleries du Val-Saint-Lambert (met de speciaal voor deze gelegenheid vervaardigde, ruim 2 m hoge Vaas van de Negen Provincies) België: Léonce Evrard (Gouden Medaille) Nederland, nr. 112: Klokkengieterij Petit & Fritsen. op Google Books Nederland, nr. 243: Bols (Likeur)

DelegatiesCatalogue officiel général; préliminaires, section Belge, sections spéciales (Volume 2) Er deden in totaal 26 landen mee. Europa: België, Duitsland, Oostenrijk, Bulgarije, Denemarken, Spanje, Verenigd Koninkrijk, Koninkrijk Roemenië, Keizerrijk Rusland, Zwitserland, Ottomaanse Rijk, Nederland, Zweden, Noorwegen Azië: Java, Madoera Sumatra, Borneo (Nederlands-Indië) Afrika: Congo Vrijstaat, Zuid-Afrika Amerika: Verenigde Staten

AnderePelle imberley D & John E Findling, Encyclopedia of World's Fairs and Expositions p 414 474 (McFarland & Company, Inc). . Bezoekersaantal: 3 miljoen. Oppervlakte: 65,5 are. Toegangsprijs: 1 BEF. Het doelpubliek was niet de modale Belg maar de gegoede burger. De toegangsprijs van 1 frank was te hoog voor een arbeider, die gemiddeld 2,5 BEF per dag verdiende. Pas in 1930 werd ook de middenklasse betrokken. Totale kostprijs: 4 miljoen BEF. De stad Antwerpen sponsorde een half miljoen.

Oud-Antwerpen links|miniatuur|Prent van nagespeeld steekspel in Oud-Antwerpen, 1894. Er werd ook een gedeelte "Oud-Antwerpen" opgericht, in het Frans “Vieil-Anvers” genoemd. Frans Van Kuyck, verbonden aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, samen met Eugeen Geeds, Max Rooses en Jan Adriaensen zorgden voor de uiteindelijke vormgeving en afwerking van deze heropgebouwde 16de-eeuwse stadswijk met ongeveer zeventig bewoonde huizen. Deze prestatie werd met lof overladen in de binnenlandse en buitenlandse pers.

De bezoekers van Oud-Antwerpen betraden het oude stadsdeel door de gereconstrueerde Kipdorppoort, die door het stadsbestuur nog geen dertig jaar voordien was afgebroken. Het geraamte van de huizen was uitsluitend uit hout opgetrokken, bekleed met uiterst stevig karton, waarop daarna de schilden en uithangborden, bakstenen en dergelijke, geschilderd werden op zeer realistische manier. Er waren overdag bewoners die een typisch ambacht van toen uitvoerden terwijl ze rondliepen in aangepaste kledij, conform het Antwerpen van de zestiende eeuw. In de gebouwen werden wassen beelden gezet, opdat ze permanent bewoond leken. De bewoners waren vooral afkomstig vanuit de burgerlijke elite-klasse, en wel omwille van een recente politieke ontwikkeling: in 1893 werd het algemeen meervoudig stemrecht goedgekeurd en een jaar later vonden de eerste parlementsverkiezingen plaats met deze hervormingen. Alle mannelijke Belgen ouder dan 25 jaar kregen met de opkomstplicht de kans om hun stem uit te brengen. De burgerlijke elite van de stad Antwerpen trok zich terug van de massademocratie in de fictieve wijk om “zich te distantiëren van de zich aandienende nieuwe samenleving”.

Hoewel wereldtentoonstellingen zich vooral focusten op technologische en industriële vernieuwingen, konden paradoxaal genoeg representaties van het pre-industriële tijdperk, zoals Oud-Antwerpen, op veel bijval rekenen onder de bezoekers. Het organiserend comité van Oud-Antwerpen wilde inspelen op een probleem dat meermaals de kop opstak tijdens wereldtentoonstellingen, namelijk dat bezoekers aangaven “steeds sneller uitgeput en verveeld te zijn van het zich vergapen aan machines, turbines en andere verworvenheden van de moderniteit”. De nood aan interactie tussen toeschouwer en het tentoongestelde was zeer hoog.

Naast een uitvlucht voor de moderne samenleving en een actievere rol voor de toeschouwer liep Oud-Antwerpen nog in de kijker met een andere bijzonderheid, namelijk het gebruik van het Nederlands in de gereconstrueerde wijk. De tijdelijke bewoners van de wijk Oud-Antwerpen, de Franstalige bourgeoisie, moesten in deze taal communiceren, om de waarheidsgetrouwheid van het hele gebeuren te bewaren.

Congolees dorp Om het "beschavingswerk" in de Onafhankelijke Congostaat te promoten was een dorp nagebouwd waarin Congolezen overdag hun "primitieve" dagelijkse bezigheden moesten demonstreren.100 x Congo. Een eeuw Congolese kunst in Antwerpen, tent.cat. 2020, p. 24-25 Met dat doel waren 144 mensen overgevaren uit de kolonie, van wie er 44 zo ziek werden dat ze moesten worden gehospitaliseerd. Wie ermee akkoord ging naar België te komen kreeg een dagvergoeding.

Overdag moesten ze het dagelijkse leven en hun ambachten tonen. 's Avonds werden de Congolezen naar houten militaire barakken gebracht in de buurt van de intussen verdwenen Brialmontvesting.

Zeker acht Congolezen stierven tijdens hun verblijf in België. Van zeven werd de naam achterhaald : Bitio (20 jaar), Sabo (24 jaar), Isokoyé (31 jaar), Manguesse (18 jaar), Binda (25 jaar), Mangwanda en Pezo. De oudste was 31 jaar, de jongste zeventien. Bitio en Sabo stierven kort na hun aankomst aan dysenterie; de anderen in de maanden die volgden. Ze werden begraven op de begraafplaats van het Kiel. Na de sluiting van die begraafplaats in 1936 raakten hun graven in verval. De praalgraven van Antwerpse notabelen werden verhuisd naar het Schoonselhof. De stoffelijke resten van de arme mensen, en ook van de Congolezen, kwamen er tussen 1948 en 1949 terecht in een anoniem massagraf.

Herdenking en memoriaal Op 12 mei 2026 werd op de begraafplaats Schoonselhof in Antwerpen een officieel memoriaal onthuld ter nagedachtenis van de zeven Congolezen die tijdens de Wereldtentoonstelling van 1894 overleden. De plechtigheid vormt de eerste officiële erkenning en herdenking van de zeven Congolezen door de Stad Antwerpen. De realisatie van het memoriaal en de herdenking kwamen tot stand onder het bestuur van burgemeester Els van Doesburg. miniatuur|333x333px|Inhuldiging van het cenotaaf op het Schoonselhof ter nagedachtenis aan de zeven Congolezen die in 1894 overleden tijdens de Wereldtentoonstelling, in aanwezigheid van de burgemeester, CVGA en het Consulaat van de DRC. Het initiatief voor de oprichting van het memoriaal en de organisatie van de herdenking werd genomen door de Congolees-Vlaamse Gemeenschap Antwerpen (CVGA), in samenwerking met de Stad Antwerpen en het Consulaat van de Democratische Republiek Congo in Antwerpen. CVGA is een Antwerpse vereniging die de Congolese, Sub-Saharaanse en Vlaamse gemeenschap met elkaar verbindt, met structuur, inclusie en samenwerking als kernwaarden. Namens CVGA werd het initiatief gedragen door Christelle Yoka, Marie-Antoinette Kumudidi Walo, David Iboma, Isabelle Mbuyi, Gilles Mbiye-Beya, Manassé Massuama en Randy Kalemba.

Het memoriaal herdenkt Sabo, Bitio, Isokoyé, Manguesse, Binda, Mangwanda en Pezo, zeven Congolezen die als onderdeel van het zogenoemde "Afrikaanse dorp" naar Antwerpen werden gebracht tijdens de Wereldtentoonstelling van 1894. Zij overleden in het Stuivenbergziekenhuis aan dysenterie en longaandoeningen. Aanvankelijk werden zij begraven in kosteloze lijngraven op de voormalige Kielbegraafplaats. Omdat deze graven reeds waren geruimd vóór de sluiting van de begraafplaats, konden hun stoffelijke resten niet worden overgebracht naar het Schoonselhof. Het memoriaal fungeert daarom als een cenotaaf en symbolische gedenkplaats.

De Stad Antwerpen, CVGA en het Consulaat van de Democratische Republiek Congo spraken de intentie uit om de herdenking voortaan jaarlijks op 12 mei te organiseren, zodat de herinnering aan de zeven Congolezen en de koloniale geschiedenis van de Wereldtentoonstelling van 1894 blijvend levend wordt gehouden.

Categorie:Wereldtentoonstelling Categorie:Cultuur in Antwerpen (stad) Categorie:1894 Categorie:Evenement in Antwerpen (stad) Categorie:Geschiedenis van Antwerpen