thumb|De woning, omgevormd tot Van Buuren Museum
Het Van Buuren Museum & Tuinen (Frans: Musée & Jardins van Buuren), gelegen in Ukkel, een gemeente van Brussel in België, is een historisch huismuseum gevestigd in de voormalige privéwoning van de bankier en kunstverzamelaar David van Buuren en zijn echtgenote Alice Piette. Het domein onderscheidt zich door de nauwe samenhang tussen architectuur, interieurinrichting, kunstcollecties en landschap, en vormt zo een coherent en uniek geheel.
De woning werd gebouwd tussen 1924 en 1928 in de stijl van de Amsterdamse School en opgevat als een Gesamtkunstwerk (“totaalkunstwerk”), waarin architectuur, meubilair en kunstwerken samenkomen binnen een rijk gedecoreerd art-decogetint interieur. De binneninrichting werd toevertrouwd aan Belgische, Franse en Nederlandse ensembliers, wat resulteerde in een uniek art-deco-ensemble in België.
De woning wordt omringd door opmerkelijke tuinen, ontworpen door landschapsarchitect Jules Buyssens in 1924 en later aangevuld door René Pechère tussen 1968 en 1970. Deze omvatten onder meer een rozentuin, een labyrint en de romantische Geheime Tuin van het Hart, die verschillende ruimtes bieden voor wandelen en contemplatie.
Overeenkomstig de wensen van Alice van Buuren werd in 1970 een stichting van openbaar nut opgericht, en werd de woning in 1975 omgevormd tot een museum dat toegankelijk is voor het publiek. Het museum-stichting beheert een kunstcollectie die loopt van de 15e tot de 20e eeuw, met onder meer schilderijen, beeldhouwwerken, glas-in-loodramen, decoratieve objecten en zeldzaam meubilair. Sinds 2001 is het Van Buuren Museum & Tuinen beschermd als erkend erfgoed.
Van Buuren David Michel Van Buuren (Gouda, 24 mei 1886 – Brussel, 2 september 1955) was van Joods-Nederlandse afkomst. Hij was de zoon van de uitgever en boekhandelaar Salomon van Buuren (1844–1907) en Hanna van Dantzig (1850–1912). In 1909 vestigde hij zich in België, waar hij uitgroeide tot een belangrijk privébankier. Hij werd directeur bij de privébank Cassel en vergaarde daar een aanzienlijk fortuin. Daarnaast was hij docent financiële deontologie aan de Université libre de Bruxelles (ULB).
In Antwerpen ontmoette hij de bankbediende Alice Piette (1890–1973), met wie hij in 1922 huwde. Het echtpaar bleef kinderloos. David van Buuren introduceerde zijn echtgenote actief in de culturele en artistieke wereld. Samen leefden zij eerder teruggetrokken, maar onderhielden zij talrijke contacten in artistieke, intellectuele en politieke kringen.
David van Buuren vroeg zijn neef en architect Johan Franco om de eerste plannen te maken voor zijn toekomstige woning in Brussel. Tussen 1924 en 1928 gaven David en Alice van Buuren de architecten Léon Govaerts en Alexis Van Vaerenbergh de opdracht om hun huis te bouwen aan de Léo Erreralaan in Ukkel, op basis van Franco’s schetsen.
Van 1928 tot 1970 ontvingen de van Buurens talrijke gasten, onder wie Raoul Dufy, Jacques Prévert, René Lalique, Sergej Diaghilev, Erik Satie, René Magritte, David Ben-Gurion, evenals koningin Elisabeth, koning Boudewijn en Coco Chanel. Hun vriendenkring bestond grotendeels uit kunstenaars, van wie zij regelmatig werken aankochten. De belangrijkste onder hen was Gustave Van de Woestyne, voor wie zij jarenlang mecenas waren en van wie zij een omvangrijke collectie verzamelden. Zij onderhielden ook nauwe relaties met conservatoren, kunstkenners en galeriehouders.
In 1940 brachten David en Alice van Buuren hun kunstcollectie in veiligheid en vluchtten naar New York, waar zij gedurende vijf jaar verbleven in een suite van het Plaza Hotel. Tijdens deze periode gaf van Buuren colleges en lezingen over financiële deontologie aan universiteiten zoals Yale, Chicago, Denver, Berkeley en Los Angeles, en zette hij zich in voor het inzamelen van fondsen ten voordele van Joodse slachtoffers in Europa.
David van Buuren schonk kunstwerken aan verschillende grote musea wereldwijd. Aan het museum in zijn geboortestad Gouda schonk hij onder meer een Annunciatie en een Sint-Hubertuspaneel van Pieter Pourbus
Het museum werd in 1970 door Alice van Buuren opgericht als een stichting van openbaar nut en biedt het hele jaar door artistieke en culturele activiteiten aan, waaronder tentoonstellingen, lezingen, concerten, activiteiten voor kinderen, rondleidingen en ontmoetingen met kunstenaars. Het geheel werd op 28 juni 2001 officieel beschermd als historische site.
Het huis thumb|upright|Hal en trap
In 1928 werd het huis van de Van Buurens met een interieurinrichting in art-decostijl gebouwd aan de Leo Erreralaan in Ukkel. De architect inspireerde zich op de Amsterdamse school en het huis onderscheidt zich van de vele art-nouveauhuizen die in Brussel waren gebouwd. De daken zijn steil, de vensters van het type 'laddervenster' en de muren opgetrokken in rode baksteen met metselwerk aan de binnenkant en zonder voegwerk aan de buitenkant, zodat de voegen langsdaar wel hol lijken.
Het meubilair dat in dezelfde stijl werd gekozen, bestaat praktisch uitsluitend uit stukken die speciaal voor het huis werden ontworpen. David Van Buuren had in de Internationale tentoonstelling voor kunstambachten in 1925 in Parijs inspiratie opgedaan. De meeste meubels liet hij maken op basis van eigen schetsen door gerenommeerde, meestal Franse, decorateurs en kunstenaars. Het echtpaar bezocht Studio Dominique pour Arts et Décoration in Parijs, de toonaangevende ontwerper van de jaren twintig-dertig. Dominique kreeg opdracht verschillende woonvertrekken van het huis in te richten, onder strikte regie van David Van Buuren. In België koos hij Wynants en Van der Borght uit om de eetkamer en de slaapkamers te ontwerpen, inclusief het originele tafellinnen. De Nederlander J. Gidding tekende patronen voor de tapijten met hun warme kleurschakeringen, plafondlampen voor de eetkamer en de opmerkelijke glas-in-lood-vensters. Léon Cachet – de eerste die glazen meubels ontwierp - zorgde voor de wandversiering en meubelbekleding. De meubels staan ook vandaag nog op hun originele plek in het huis. Het zeldzaam meubilair, tapijten, glasramen, beeldhouwwerken en schilderijen van internationale meesters bevinden zich nog steeds op hun oorspronkelijke plaats.
De piano in de muziekkamer is een originele art-deco-piano die ooit toebehoorde aan Eric Satie. Tot in de details van glasramen, gordijnen, tapijten werd alles speciaal voor het huis gemaakt. De monumentale luchter in de inkom weegt 800 kg. Hij is gemaakt uit glaspasta en brons en gedecoreerd met bloemen en geometrische elementen.
Tuinen thumb|Tuin van René Pechère Oorspronkelijk was de tuin 26 are groot en werd aangelegd door de tuinarchitect Jules Buyssens. Na de dood van David kocht Alice belendende percelen aan, zodat de uitgebreide tuin thans 1,5 ha beslaat. De tuinarchitect René Pechère ontwierp in 1968 een nieuwe tuin, met een labyrint gewijd aan het Bijbelse Hooglied waarin zeven sculpturen (Song of Songs) van de Belgische beeldhouwer André Willequet. Daarnaast de bekende 'tuin der harten', een eerbetoon van Alice aan David. Door de bedachte aanleg met buxus en taxus heeft deze tuin in de winter ook een herkenbare architectuur.
In 2012 en 2013 werden woning en tuin gerestaureerd. Om de restauratie van het kwetsbare interieur te financieren liet de stichting vijftig kunstwerken uit het depot van de collectie veilen. De stichting besloot tot verkoop omdat de intresten op haar kapitaal te laag zijn om de restauratie te financieren. De te koop aangeboden werken zijn veelal een eerste aankoop en omdat ze vaak uitgeleend werden, kwamen ze regelmatig in beeld. Het gaat om een bloemstilleven van Rik Wouters, boerenfiguren van Gustave Van de Woestyne, een landschap van Permeke en een musicerende clown van Floris Jespers.
Met de opbrengst van de veiking wil de stichting de verlichting, het houtwerk, de glasramen, de tapijten en de muurbekleding van zwart paardenhaar restaureren. Stoelen, tapijten en textielbehang zullen naar het origineel worden gereconstrueerd.
Collectie thumb|De val van Icarus (naar Bruegel) Als kunstliefhebbers en mecenassen bouwden David en Alice van Buuren een indrukwekkende kunstcollectie op. Van het begin had hun huis een uitgesproken museaal karakter. Na het overlijden van David besloot Alice van Buuren vanaf 1973 de woning om te vormen tot een permanent museum. In 1975 werd het huis, samen met de volledige inhoud, bij testament overgedragen aan een stichting die hun naam draagt, en die sindsdien instaat voor het beheer van de schenking.
Schilderkunst De schilderijencollectie van het Van Buuren Museum & Tuinen overspant vijf eeuwen kunstgeschiedenis, van de 15de tot de 20ste eeuw, en weerspiegelt de belangrijkste perioden van de West-Europese kunst. Ze omvat Vlaamse en Italiaanse meesters uit de 15de tot de 19de eeuw, evenals werken van Joachim Patinir, Hercules Seghers en Pieter Jansz Saenredam, representatief voor de oude schilderkunst. Daarnaast bevat de collectie olieverfschilderijen van de twee zonen van Pieter Bruegel de Oude.
De moderne periode is vertegenwoordigd door kunstenaars zoals Tsuguharu Foujita, Kees van Dongen, Paul Signac, Max Ernst, Georges Braque, James Ensor, Vincent van Gogh en Henri Fantin-Latour. De Belgische school neemt een centrale plaats in met werken van Rik Wouters, Gustaaf De Smet, Constant Permeke en Xavier Mellery.
David van Buuren was bovendien de mecenas van de expressionistische schilder Gustave Van de Woestyne, beschouwd als een voorloper van het surrealisme. De collectie van het museum omvat tweeëndertig werken van deze kunstenaar.
Beeldhouwkunst Alice van Buuren zette de mecenaatsactiviteit van haar echtgenoot voort door jonge beeldhouwers te exposeren. De collectie omvat onder meer werken van George Minne, André Willequet, Dolf Ledel en de gebroeders Martel.
Meubilair en objecten David en Alice van Buuren begonnen reeds vóór de voltooiing van de woning talrijke kunstwerken en decoratieve objecten aan te kopen. Het geheel, zorgvuldig ontworpen door gerenommeerde kunstenaars en ensembliers, vormt een art-deco-interieur dat werd opgevat als een bewoonde ruimte, “die men bezoekt alsof men wordt uitgenodigd in de intimiteit van een huis vol dagelijkse schatten uit de jaren twintig”.
De salon is ingericht met een rijke collectie modernistische tapijten van de Nederlandse ontwerper Jaap Gidding, evenals een grote palissanderhouten piano ontworpen door Julius Blüthner. De inkomhal wordt verlicht door een art-decoluchter van 500 kg, ontworpen door Jan Eisenloeffel.
Stichting In 1970 richtte Alice de Stichting Alice en David Van Buuren op, aan welke ze het huis en de volledige inboedel en kunstcollectie legateerde. Sindsdien is het geheel een museum dat openstaat voor publieksbezoek en voor culturele activiteiten. De stichting verleent ook beurzen aan studenten van de ULB en de VUB.
In 2025 werd het 50-jarig bestaan van het museum en 100 jaar Art Deco gevierd met een jubileumtentoonstelling.
Kunstroof In 2013 werd het Van Buuren Museum slachtoffer van een grootschalige kunstroof. Er werden twee tekeningen en tien schilderijen gestolen, waaronder Shrimps and shells van James Ensor en La Penseuse van Kees van Dongen. Daarnaast acht kleine werken van oude meesters.
De daders eisten losgeld. Een verzekeringsmakelaar voerde onderhandelingen maar die leidden niet tot resultaat. Nadien bleek dat het gevraagde losgeld zou worden gebruikt voor de financiering van terroristische aanslagen. In afwachting van mogelijke recuperatie heeft het museum ervoor gekozen de gestolen kunstwerken te vervangen door kopieën.
Prijs David en Alice van Buuren-prijs voor monumentale beeldhouwkunst. Robin Vokaer ontving in 1994 de tweede David en Alice van Buuren-prijs voor monumentale beeldhouwkunst met het werk Hout en staal.
Tentoonstellingen Beeldententoonstelling van Ossip Zadkine (2004) Van Maillol tot Cragg (2006) De fonteinen van Pol Bury (2009) Cheminements van Bob Verschueren (2013)