Diplazium is een geslacht van meer dan vierhonderd soorten terrestrische varens uit de wijfjesvarenfamilie (Athyriaceae). Het zijn van oorsprong subtropische en tropische varens uit de Oude Wereld. Diplazium caudatum komt ook in Europa voor.

Naamgeving en etymologie Synoniemen: Anisogonium Presl (1836), Asplenium grex Triblemma J.Sm., Brachysorus Presl (1851), Callipteridastrum Fée (1850-52), Callipteris Bory (1804), Didymochlamys Moore (1857), Digrammaria Presl (1836), Homalosorus Small ex Pichi-Serm. (1977), Lotzea Klotzsch & Karsten (1847), Microstegia Presl (1851), Monomelangium Hayata (1928), Ochlogramma Presl (1849-51), Oxygonium Presl (1836), Pteriglyphis Fée (1843), Pteriglyphis Fée (1852) [nom. superfl., Triblemma (J.Sm.) Ching (1978), Dictyodroma Ching (1964), Diplaziopsis C. Chr. (1905), Allantodia Wallich (1830) [non R. Brown (1810), Allantodia R. Brown (1810) Engels: Twin-Sorus Fern

De botanische naam Diplazium komt van het Oudgriekse διπλάζειν, diplazein (verdubbelen), naar de gepaarde sporenhoopjes op de onderzijde van de bladen.

Kenmerken thumb|150px|left|Diplazium sandwichianum, onderzijde van het blad met gepaarde sporenhoopjes

Diplazium-soorten zijn terrestrische varens met een kruipende of rechtstaande, geschubde rizoom. De bladen zijn afvallend of groenblijvend, eenvormig of licht dimorf. De bladsteel is groen, glad of geschubd, aan de bovenzijde diep gegroefd, omvat twee halvemaanvormige vaatbundels, en is onderaan verdikt als opslagplaats voor zetmeel (trophopode). De bladen staan alleen of met twee en zijn lancetvormig tot driehoekig en steeds geveerd.

De sporenhoopjes zijn lijnvormig en zitten op de onderzijde van de bladen, gepaard aan beide zijde van de nerven, en zijn bruin. Er is een duurzaam, lijnvormig dekvliesje.

Verspreiding en voorkomen Diplazium-soorten zijn varens van subtropische en tropische streken in Azië en Afrika. Slechts enkele soorten komen in gematigde streken voor, waarvan drie in Noord-Amerika en één in Europa.

Taxonomie en fylogenie Diplazium werd in het verleden al bij de families Dryopteridaceae, Aspleniaceae of Polypodiaceae ingedeeld. Volgens de classificatie van Smith en anderen, 2006: A classification for extant ferns. Taxon. 55 (3), 2006, blz. 705–731. . Gearchiveerd op 7 februari 2012. behoren ze tot de familie Woodsiaceae. Andere auteurs gaan daarin verder en plaatsen het geslacht zelfs in de onderfamilie, Diplazioideae. Onderzoeken door Schuettpelz en Pryer in 2007, Lehtonen en anderen in 2011 en Christenhusz en anderen in 2011 leidde er toe dat de familie Woodsiaceae zal worden opgesplitst, en onder andere Diplazium in de familie Athyriaceae wordt geplaatst, 2011: Towards Resolving the Complete Fern Tree of Life. PLoS ONE 6(10): e24851. doi:10.1371/journal.pone.0024851, 13 Oct 13, 2011 2011: A linear sequence of extant families and genera of lycophytes and ferns Phytotaxa 19: 7-54. (18 Feb. 2011).

De taxonomie van het geslacht zelf is complex en onduidelijk, en de samenstelling ervan is waarschijnlijk parafyletisch, 2003: Lectotypification of Several Names Currently Placed in Diplazium (Woodsiaceae). American Fern Journal, Vol. 93, No. 2 (Apr. - Jun., 2003), pp. 90-92 (abstract) . Zo zijn de grenzen tussen dit geslacht en Athyrium en Allantodia vaag en onzeker.

Beschreven soorten Het geslacht telt meer dan vierhonderd soorten, de meeste uit de tropen. In Europa komt één soort voor: Diplazium caudatum.

Geslacht: Diplazium Soorten: Diplazium caudatum (Cav.) Jermy Diplazium esculentum (Retz.) Sw. (1803)

Categorie:Athyriaceae