thumb|Dirk van Hogendorp (1803) Diderik (Dirk) van Hogendorp (Heenvliet, 13 oktober 1761 – Rio de Janeiro, 29 oktober 1822)Uit de boeken van de Engelse kerk te Rio de Janeiro bleek, dat Van Hogendorp op 18 oktober 1822 werd begraven op het kerkhof Gamboa. Algemeen wordt echter 29 oktober als sterfdatum vermeld. Zie De woning van Dirk van Hogendorp in Brazilië (1817-1822), KITLV (1923), was een resident in Oost-Indië, criticus van de koloniale politiek, ambassadeur, minister en generaal in het leger van Napoleon Bonaparte. Hij was lid van het Rotterdamse geslacht Van Hogendorp. Dirk was de zoon van Willem van Hogendorp (1735-1784), de kleinzoon van Onno Zwier van Haren, en de oudere broer van Gijsbert Karel van Hogendorp, Zijn zoon, Carel Sirardus Willem van Hogendorp, diende eveneens onder Frans gezag, en vertrok later in Nederlandse dienst naar Indië.

Vroege militaire carrière en Indische tijd thumb|left|Dirk van Hogendorp op jeugdige leeftijd (Benjamin Samuel Bolomey) Tegelijk met zijn broer Gijsbert Karel trad hij in 1773 in Pruisische dienst. Door de goede banden met het hof betaalde Wilhelmina van Pruisen hun opleiding aan de cadettenschool in Berlijn, nadat hun vader in de kredietcrisis van 1772 zijn fortuin kwijt was geraakt. Dirk nam deel aan de Beierse Successieoorlog in 1778. Vervolgens werd hij naar Koningsbergen gestuurd en kwam op de militaire academie terecht.In 1782 volgde Dirk een college antropologie van Immanuel Kant. (zie Huizinga, J. (2007) Verspreide opstellen over de geschiedenis van Nederland p.182 Amsterdam University Press) In een duel raakte hij geblesseerd aan zijn dij, en daardoor kon hij om gezondheidsredenen in 1782 de Pruisische dienst verlaten.

In 1783 ging hij in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam als kapitein-luitenant onder Jacob Pieter van Braam naar Nederlands-Indië.In Indië zag Dirk van Hogendorp na 10 jaar zijn vader terug, die administrateur van Onrust was. Zijn vader vertrok in 1784 naar Holland maar kwam daar nooit aan. Hij stapte er over in militaire dienst voor de VOC. Van Hogendorp onderscheidde zich bij de tocht naar de Riau-archipel om Buginese zeerovers of tinsmokkelaars af te straffen (1784-1785).

In Batavia huwde hij in 1785 met Elisabeth Margaretha Bartlo, de vijftienjarige dochter van de vicepresident der schepenen van Batavia, en hij trad in civiele dienst van de VOC; op haar zeventiende baarde Elisabeth hun zoon, Carel Sirardus Willem van Hogendorp. Van Hogendorp vervulde verschillende betrekkingen: 2e resident van Patna in het opiumgewest Bengalen (1786), administrateur op Onrust (1789), resident van Japara (1791), opperkoopman en gezaghebber van Soerabaja en Java's Noordoostkust (1794-1798). Gedurende de laatste functie groeide zijn weerstand tegen de slavernij. Vanaf het moment dat hij in dienst trad van de VOC zag hij in dat de compagnie in wezen bankroet was, en begon hij na te denken over manieren om de VOC te reorganiseren. In 1798 werd hij als gezaghebber van Java's Oosthoek geschorst, omdat hij zich openlijk en bij herhaling had uitgelaten over misstanden in het Indische bestuur. Hij vond dat het Indische bestuur zich onvoldoende hield aan de opdrachten uit het Nederland van na de omwenteling van 1795.Toen in Nederland de Bataafse Republiek werd gevestigd, vluchtte stadhouder Willem V naar Engeland en droeg het bestuur van de kolonies over aan de Britten. In Indië ontstonden twee kampen over aan wie gehoorzaamheid moest worden gegeven: Engeland dat het beheer over de kolonies van Willem V had verkregen, of Nederland in de vorm van de Bataafse Republiek. Hoewel Hogendorp in zijn carrière veel aan Oranje te danken had, koos hij voor het laatste. Commissaris-generaal Nederburgh was zijn belangrijkste tegenstander. Een bericht van Van Hogendorp aan de Nationale Vergadering over de misstanden binnen het Compagniebestuur kwam in handen van Nederburgh. Om hem de mond te snoeren werd Van Hogendorp gearresteerd op beschuldiging van zelfverrijking, machtsmisbruik, afpersing en uitbuiting van de lokale bevolking. Na op ruwe wijze van Soerabaja naar Batavia vervoerd te zijn, vluchtte hij, uit angst in Indië geen eerlijke rechtszaak te krijgen, in 1799 met een Deens schip naar Nederland, onder achterlating van zijn vrouw.

In Nederland klaagde hij het bewind in Indië met succes aan; in november 1800 werden de klachten tegen Van Hogendorp afgewezen. Zijn in december 1799 uitgegeven Bericht van den tegenwoordigen toestand der Bataafsche bezittingen in Oost-Indien en den handel op dezelve, geschreven tijdens zijn terugreis naar Nederland, waarin hij zich o.a. een tegenstander van de slavernij toonde, was geruchtmakend en werd met instemming ontvangen. Van Hogendorps vrouw stierf 11 april 1801 te Batavia, zijn zoon stuurde hij naar een kostschool in Sorèze. In 1803 hertrouwde hij met Augusta Eleonora Caroline prinses van Hohenlohe-Langenburg.Zij was Dirks nicht, hun moeders waren namelijk twee zussen van Haren. Zie G.K. van Hogendorp, Journal d'Adrichem (1806-1809) en Journal de La Haye (1810-1813), pagina 22.

De diplomaat en generaal thumb|Dirk van Hogendorp als gouverneur van Hamburg Het Staatsbewind benoemde hem in november 1802 tot lid van de Staatscommissie, die bijeengeroepen werd om van advies te dienen over de wijze waarop de Nederlandse Oost-Indische bezittingen na het opheffen van de VOC moesten worden bestuurd. In de commissie vond hij de voormalig commissaris-generaal Nederburgh weer tegenover zich. De discussies liepen hoog op. De Sectie Marine en Koloniën van het Staatsbewind had aanvankelijk Van Hogendorp als gouverneur-generaal van Indië voor ogen, maar onder andere Nederburgh was daarvan een fel tegenstander. Tegen het eind van dat jaar werd Van Hogendorp benoemd tot buitengewoon gezant aan het Russische hof te Sint-Petersburg om te pogen het door tsaar Paul I van Rusland beloofde handelsverdrag aan Willem Berend Buys, zijn voorganger in Rusland, te redden. Herman Willem Daendels werd benoemd tot gouverneur-generaal van Indië.

Op 10 juni 1803 arriveerde Van Hogendorp te Sint Petersburg; in 1805 keerde hij naar Nederland terug. Een jaar later benoemde koning Lodewijk Napoleon hem tot gewoon staatsraad en voorzitter van de Sectie van Oorlog, en in 1807 tot minister van Oorlog. Vanaf dat moment liet hij zijn bemoeienis met Indië varen. Hij richtte een militaire school op in Honselersdijk en breidde het Nederlandse leger in opdracht van Napoleon uit van 17.000 tot 40.000 man.

In januari 1808 werd hij als buitengewoon gezant naar Wenen gestuurd om er te onderhandelen over de schulden van Oostenrijk aan Holland; zijn zoon Carel vergezelde hem op deze missie als auditeur. Uit zijn correspondentie in deze tijd blijkt dat hij toen al overtuigd was van de onoverwinnelijkheid van Napoleon, en geen oog meer had voor degenen die zich daartegen zouden willen verzetten. Bij het uitbreken van de Vijfde Coalitieoorlog van 1809 keerde hij samen met zijn oudste zoon naar Nederland terug, opnieuw onder achterlating van zijn (hoogzwangere) vrouw. Hij weigerde het gezantschap te Berlijn omdat hij de beloning te karig vond, en werd door Lodewijk Napoleon benoemd tot gevolmachtigd minister te Madrid (juni 1810), wat echter niet ten uitvoer kwam als gevolg van de inlijving van Nederland in het Franse Keizerrijk; het koninkrijk dat hij diende te vertegenwoordigen in Madrid bestond immers niet meer.

Onder het nieuwe Napoleontische bestuur werd een delegatie van ministers, provincieafgevaardigden en militairen — onder leiding van Van Hogendorp — als gezantschap naar Parijs afgevaardigd. Hoewel hij in zijn Memoires schreef dat hij afwijzend stond tegenover de inlijving, werd hij in 1811 tot divisiegeneraal en aide de camp van Napoleon benoemd.Napoleon had twaalf aides de camp. Dirk van Hogendorp werd de oudste. Hij was daardoor een van de hoogsten in rang in het Napoleontische rijk. (Meerkerk, 2013) Nauwelijks een jaar later werd hij verheven in de adelstand met als titel comte de l'Empire (graaf van het Keizerrijk).Dirk van Hogendorp. CBG Familiewapens. Url bezocht op 3 december 2021 Bovendien werd hij onderscheiden met het grootkruis in de Orde van de Reünie. Dat daarbij een eed van trouw aan Napoleon moest worden afgelegd, weerhield hem niet deze onderscheiding te accepteren.

Van Hogendorp begeleidde Napoleon tijdens diens bezoek in 1811 aan onder meer Vlissingen, Utrecht, Leiden, Den Haag, Amsterdam en Den Helder. De relatie was zo goed, dat hij ervoor koos voortaan met de naam Thierry (Frans voor Dirk) te worden aangesproken.

Hij werd tot gouverneur van Koningsbergen benoemd. Hij ontmoette er voor de eerste maal maarschalk Davout, maar het boterde vanaf het begin niet tussen hen. Omdat hij verwachtte langer in Koningsbergen te blijven liet hij zijn vrouw en dochter uit Parijs overkomen.

thumb|left|150px|Augusta Eleonora Carolina prinses von Hohenlohe Langenburg, zijn tweede vrouw (1775-1813)

In juli 1812 werd hij als gouverneur-generaal in Vilnius gezonden en benoemd als voorzitter van de voorlopige Litouwse regering,Belarus in wartime: Situation in the regions occupied by Napoleon's troops Web.archive om daar hospitalen in te richten en de bevoorrading te verzorgen.Bart Funnekotter (2015) De hel van 1812. Nederlanders met Napoleon op veldtocht naar Rusland, p. 151, 264. Hij richtte er een Litouws legeronderdeel op voor deelname aan de Russische veldtocht in 1812. De terugtocht van het Franse leger werd een ramp; het leger was gedecimeerd. In Smorgon besloot Napoleon zo spoedig mogelijk terug te keren naar Parijs voor het nieuws bekend werd. Hij gaf het bevel aan Murat. Vilnius verviel in chaos, uitgehongerde soldaten plunderden de stad en door ziekten en kou stierven soldaten met honderden tegelijk. Van Hogendorp trok zich op zeker moment terug naar Koningsbergen en vervolgens naar Berlijn waar hij zijn vrouw en zijn dochter Louise, de laatste van zijn zes kinderen uit het tweede huwelijk, terugzag voordat zij stierven door roodvonk.

Na de slag bij Bautzen werd hij door Napoleon tot gouverneur van Hamburg benoemd (1813) onder het militaire commando van maarschalk Davout. Hamburg was een belangrijke stad voor de handhaving van het Continentale Stelsel. Na de val van Leipzig namen zij maatregelen om Hamburg te versterken. Een van die maatregelen was de deportatie van iedereen die voor de verdediging van de stad tot last zou zijn; bijna 25.000 mensen waren genoodzaakt de winter onder bittere omstandigheden buiten de stad te overleven. Zo wisten Davout en Van Hogendorp de stad te houden tot na de val van Napoleon in 1814.

Na de val van Napoleon nam Van Hogendorp op 30 augustus 1814 ontslag uit Franse dienst en betuigde zijn trouw aan Willem I. Hij trof in Nederland echter vanwege zijn handelen in Hamburg een grote afkeer bij de koningsgezinden. Van Hogendorp deed er aanvankelijk het zwijgen toe, maar toen hij de memoires van Davout las, bleek dat hij daarin als zondebok werd aangewezen. Hij schreef daarom in 1814 ter verdediging zijn Memorie (...) ter wederlegging van alle de nadeelige gerugten en lasteringen welke (...) tegen hem uitgestrooid zyn, gedurende hy Gouverneur was van Hamburg..., waarin hij op zijn beurt Davout aanviel.

Gedurende de terugkeer van Napoleon liep de geruïneerde Dirk van Hogendorp opnieuw over naar Franse zijde. Hij werd door Napoleon tot gouverneur van Nantes benoemd. Na de Slag bij Waterloo, de definitieve val van Napoleon, keerde Van Hogendorp niet meer naar zijn geboorteland terug.

Balling in Brazilië thumb|Dirk van Hogendorp op Novo Sion. (circa 1820)