Hendricus Gerard Hoekstra (Den Haag, 4 september 1906 - Amsterdam, 15 april 1988), bekend als Han G. Hoekstra, was een Nederlands dichter, journalist en redacteur die ook veel gedichten voor kinderen schreef. Kort na de oorlog was hij een van de vernieuwers van de Nederlandstalige jeugdliteratuur.

Hoekstra groeide op in Den Haag, als enig kind van een beeldhouwer en een naaister / coupeuse, en volgde op de Kweekschool aldaar de opleiding tot onderwijzer. Na zijn afstuderen ging hij werken als journalist (aanvankelijk bij De Nieuwsbron) en redacteur van Sport in Beeld / De Revue der Sporten alsook van twee literaire tijdschriften (Den Gulden Winckel en Criterium). Hoekstra's eerste dichtbundel, Dubbelspoor, verscheen in 1933; zijn tweede, Het ongerijmde leven, in 1940. Zijn gedicht De ceder werd opgenomen in het boekenweekgeschenk van 1941, waarvan de meeste exemplaren vrijwel meteen in beslag werden genomen door de bezetter. Na de oorlog zou het alsnog verschijnen, in Hoekstra's derde dichtbundel, Panopticum. Doordat Hoekstra weigerde zich aan te sluiten bij de nationaalsocialistische Kultuurkamer kon hij vanaf 1942 geen literair werk meer publiceren. In 1942 gaf hij zijn redacteurschap van Criterium op en raakte hij betrokken bij het kunstenaarsverzet. Hij verzamelde geuzenliederen en op clandestiene literaire avondjes, her en der in Nederland, hield hij lezingen over zijn vriend Jan Campert, die was omgebracht in Neuengamme. Na de bevrijding zou deze hommage worden uitgeven als een essay, Over Jan Campert. In 1943, toen hij veelal gescheiden van zijn vrouw en kinderen leefde, begon Hoekstra met het schrijven van kinderpoëzie. Het verhaal wil dat hij dit deed op voorstel van zijn toen achtjarige dochter Annebetje. Zij en haar broertje Joost Alexander figureren in enkele van deze gedichten, die in 1947 (met illustraties van Fiep Westendorp) werden uitgegeven onder de titel Het verloren schaap. In hun biografie van Hoekstra wijzen Joke Linders en Janneke van der Veer erop dat Hoekstra daarmee een voorloper was van zijn (latere) collega Annie M.G. Schmidt, die pas drie jaar later haar Fluitketeltje publiceerde. “Hoekstra was de eerste die "stoute kinderen" opvoerde en hoogwaardigheidsbekleders in hun hemd zette.”Joke Linders & Janneke van der Veer, Han G. Hoekstra: Biografie. Amsterdam: Ambo 2011, p. 13. Linders en Van der Veer publiceerden eerder: Stoute kinderen van Han en Annie: Het hoe, wat, wanneer en waarom van de kinderversjes van Han G. Hoekstra en Annie M.G. Schmidt. Schalkhaar: De Eierland Pers, 2006.

Van 1945 tot 1971 werkte Hoekstra bij dagblad Het Parool. In die hoedanigheid deed hij verslag van, bijvoorbeeld, de processen van Neurenberg maar ook besprak hij films, het Polygoonjournaal en (later) televisie. “En in de krant die avond stond, wat Han G. Hoekstra ervan vond,” schreef Annie M.G. Schmidt eens in een gelegenheidsgedicht. Samen met Schmidt, Simon Carmiggelt en (andere) Parool-collega's maakte Hoekstra deel uit van het journalistencabaret De Inktvis, waarbij hij vooral optrad als spreekstalmeester.

Hoekstra was bevriend met Geert Lubberhuizen, oprichter van uitgeverij De Bezige Bij. Deze vroeg hem en Schmidt deeltjes van de uit Amerika afkomstige kinderserie Gouden Boekjes te vertalen en bewerken. Van Hoekstra's hand zijn onder meer Bij Kiki thuis, Plofje de olifant, Konijntje Woelwater, Het eigenwijze eendje, De hondenmatroos, Ik hou zo van..., De kladderkatjes, Juffrouw Hippelstik reist naar Mars en Drie verhalen voor bedtijd. Ook schreef hij zelf een paar deeltjes, toen er in de serie ruimte kwam voor oorspronkelijk Nederlands werk.

In 1972, kort na zijn afscheid van Het Parool, ontving Hoekstra de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre. Toen al was hij als dichter overschaduwd door de Vijftigers -- en volgende generaties -- en als schrijver van kinderpoëzie door Annie M.G. Schmidt.

Hoekstra's gedicht De Ceder (“Ik heb een ceder in mijn tuin geplant...”) was het lievelingsgedicht van Joop den Uyl.Mededeling van Burgemeester Peter Rehwinkel, Handelingen van de Gemeenteraad van Groningen. 31 oktober 2012. Uitgeverij Meulenhoff noemde er een reeks naar, en Gerrit Komrij nam het (samen met drie andere van Hoekstra's gedichten) op in zijn bloemlezing van 19e- en 20e-eeuwse Nederlandse poëzie.Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten. Amsterdam: Bert Bakker 1983, pp. 696-698. De drie andere gedichten zijn: De vlucht, Margriet en het absurdistische De virodoppen.

Hoekstra trouwde vier keer, en kreeg vier kinderen. Elk van deze huwelijken werd door scheiding ontbonden. “Vrouwen hebben in mijn leven een grote rol gespeeld,” constateerde hij op latere leeftijd, “Mannen vrijwel geen enkele.”Linders & Van der Veer, a.w., p. 292.

Prijzen thumb|Prijsuittreiking kunstenaarsverzet 42-45. Han G. Hoekstra (links) krijgt de prijs van mej. J.R. Wolff (jury letterkunde) (=Hannie Wolff, 1907-2004) 1956 - Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 voor zijn jeugdliteratuur 1972 - Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre 1985 - Jacobson-prijs

Bibliografie 1933 - Dubbelspoor. Gedichten (poëzie) (Digitale versie) 1937 - Op ter jamboree! Oorspronkelijk spannend padvindersboek door Han G. Hoekstra en Hans P. van den Aardweg (Digitale versie) 1939 - De dorstige dichter. Omvattende een bescheiden verzameling gedichten en liederen uit nabij en ver verleden, handelende over den drank en zijn schenkplaats, over den dorstige en over de dorst (bloemlezing) (Digitale versie) 1940 - Het ongerijmde leven (poëzie) (Digitale versie) 1941 - In de donkere dagen voor Kersttijd .... Een bundel Kerstgedichten van en voor dezen tijd (Digitale versie) 1944 - Vrij Nederlands liedboek. 1 april 1944. Uitgegeven in bezet Nederland . bijeengebr. door Jan Hendrik de Groot, Hendrikus Gerard Hoekstra en Halbo Christiaan Kool (bloemlezing) (Digitale versie) 1946 - Over Jan Campert (Digitale versie) 1946 - Panopticum (poëzie) (Digitale versie) 1947 - Het verloren schaap. Een boek met versjes, die geschreven zijn voor Annebetje, maar ook voor Joost Alexander en eigenlijk voor alle kinderen van Nederland (kinderpoëzie) (Digitale versie) 1948 - Appeltjes van oranje (kinderpoëzie) 1948 - De ijsmuts van prins Karel. En een paar andere versjes (kinderpoëzie) 1949 -Amsterdam in de vier jaargetijden (fotoboek) 1952 - Dit is onze hoofdstad Amsterdam 1949 - Amsterdam in de vier jaargetijden (fotoboek) 1952 - Rijmpjes en versjes uit de nieuwe doos (bloemlezing) 1953 - Pierement (kinderpoëzie) 1953 - Versjes uit de grabbelton 1955 - Het schoentje van Roosmarijn, met illustraties van Mance Post (kinderpoëzie) 1955 - Het toverpoeder. Een speelboek (kinderpoëzie) 1955 - Meneertje weetgraag. Een speelboek (kinderpoëzie) 1956 - De zandloper. Veramelde gedichten (poëzie). Bevat tevens: Dubbelspoor; Het ongerijmde leven; Panopticum 1961 - Dag Amsterdam: een platenboek met alle foto's (394 exemplaren van 59 medewerkers), die voor de grootste fotografische tentoonstelling van Amsterdam werden uitgekozen 1970 - De dolle, dwaze zomer van '45, Han G. Hoekstra en Evert Werkman (poëzie) 1972 - Verzamelde gedichten (poëzie) 1975 - De jarige stad (poëzie) 1986 - Iki en het wolkenschaapje (kinderpoëzie) 1987 - De kikker van Kudelstaart en andere versjes. Keuze uit: Het verloren schaap; De ijsmuts van Prins Karel en veel meer; Versjes uit de grabbelton; Als de zon er niet zou zijn; De trapeze 2 1999 - De kikvors en de eend (kinderpoëzie)

Vertalingen 1942 - Dokter Gion. Roman. Vertaling van: Der Arzt Gion van Hans Carossa, 1931, 1932 1944 - Ivar Halling's liefde voor een leelijke vrouw van Bengt Berg; geautoriseerde vertaling uit het Zweeds van J.Gerhard Toonder. In werkelijkheid vertaald door Han G. Hoekstra die de naam van Toonder met diens toestemming gebruikte 1949 - Zó-zit-dat .... Vertaling van: Just so stories van Rudyard Kipling, 1902. Bewerkt naar de oorspronkelijke uitgave door Han Hoekstra en Annie Schmidt 1950 - Zonder magnolia's. Roman. Vertaling van: Without magnolia's van Bucklin Moon 1950 - Ik kan vliegen van door Ruth Krauss 1950 - Het vliegende huis. Vertaling van: The wonderful house van Margaret Wise Brown, 1950 1951 - Jantje in zijn eentje van Jens Sigsgaard. Uit het Deens vertaald door Saskia Ferwerda en Han G. Hoekstra 1951 - Christoffel en de Columbus. Vertaling van: Christopher and the Columbus door Kathryn en Byron Jackson, 1951 1952 - Dokter Pijpekop, de poppendokter van Margaret Wise Brown 1952 - Laat dat roken! Vertaling van: How to stop smoking van Herbert Brean, 1951 1953 - De hondenmatroos. Vertaling van: The sailer dog van Margaret Wise Brown 1953 - Konijntje Woelwater, verhaaltje van Ariane, 1949 1954 - Het eigenwijze eendje, verhaaltje van Jane Werner, 1949 1954 - De kleine dierentuin, verhaaltje van Kathryn en Byron Jackson 1954 - De kladderkatjes. Vertaling van: The color kittens, 1949 1955 - Meneer de hond. De hond die van zichzelf was van door Margaret Wise Brown, 1952 1956 - Juffrouw Hippelstik naar de diepzee. Vertaling van: Miss Pickerill goes undersea van Ellen MacGregor 1956 - Juffrouw Hippelstik reist naar Mars. Vertaling van: Miss Pickerill goes to Mars van Ellen MacGregor 1956 - Hondje Eigenwijs, verhaaltje van Janette Sebring Lowry. Vertaling van: Pokey little pupp 1956 1956 - Zeven kleine vrienden. Vertaling van: Animal friends, 1956 1957 - Mannetje Nies. Vertaling van: The seven sneezes van Olga Cabra, 1948 1958 - Wij zijn nog klein, verhaaltje en tek. van Garth Williams. Vertaling van Baby animals 1958 - Hansworst, verhaaltje van Kathryn Jackson. Vertaling van: Pantaloon 1951 1959 - Freddy's vriendje, verhaaltje van Jane Werner. Vertaling van: Pets for Peter, 1950 1959 - Meisjes van New-York. Vertaling van: The best of everything van Rona Jaffe 1959 - Het feestvarken. Vertaling van: The party pig van Kathryn en Byron Jackson, 1954 1959 - Een beer die Paddington heette. Vertaling van: A bear called Paddington van Michael Bond 195X - Dokter Gion. Roman. Vertaling van: Der Arzt Gion van Hans Carossa, 1931, 1932 1960 - Lady L.. Vertaling van: Lady L. van Romain Gary 1961 - Waarom Ziva huilde op het feest. Vertaling van: Why Ziva cried on the Feast of First Fruits door Mosje Sjamir, 1960 1961 - José's eigen fiesta. Vertaling van: Great day in Spain. Jose's own fiesta door Patrick Pringle 1961 - De grootste vis. Great day in Japan. The biggest fish van Juliet Piggott 1961 - Barnaby en de paarden van Lydia Pender 1962 - De nieuwe ponnie door Blanche Chenery Perrin, 1961 1962 - Kwasi gaat naar Accra. Vertaling van: Great day in Ghana. Kwasi goes to town van Geraldine Kaye, 1962 1962 - De zeventiende mei. Vertaling van: Great day in Norway. The seventeenth of May van Zinken Hopp, 1962 1962 - Ik hou zo van.... Vertaling van: The friendly book door M. Brown 1962 - Paddington brengt uitkomst. Vertaling van: Paddington helps out van Michael Bond, 1960 1962 - Paddington op pad. Vertaling van: Paddington abroad van Michael Bond, 1961 1963 - De feestmaan door Peter Lum 1963 - Tobias zoekt plezier door door May Justus 1963 - Geef Paddington de ruimte. Vertaling van: Paddington at large van Michael Bond, 1962 1964 - Nieuwe avonturen van Hondje Eigenwijs. Vertaling van: Where's the poky little puppy van door Janette Sebring Lowrey, 1962 1964 - Fijn dat er kleuren zijn. Vertaling van: Colors are nice door Adelaide Hol, 1962 1964 - Laat dat roken. Vertaling van: How to stop smoking van Herbert Brea 1965 - De vrouw van de vrijgezel. Vertaling van: The wife of Ronald Sheldon van Patrick Quentin 1965 - Het wondertapijt door James Krüss 1965 - Tien kleine negertjes. Een muzikale reis om de wereld en door rekenland opgeschreven door James Krüss 1965 - De Bremer straatmuzikanten geschreven door Manfred Hausmann 1965 - De kleine indiaan van Margaret Wise Brown