miniatuur|De Melkweg gemeten door COBE bij 1,25, 2,2, en 3,5 µm miniatuur|Centrum van de Melkweg gezien door Spitzer Space Telescope. De gemeten golflengtes liggen tussen de 3,6 en 8,0 µm. miniatuur|De Melkweg boven het Paranal-observatorium miniatuur|De componenten van het Melkwegstelsel miniatuur|Model van de Melkweg gebaseerd op waarnemingen met Gaia miniatuur|Model van de Melkweg gebaseerd op waarnemingen met Gaia
De Melkweg, het Melkwegstelsel of het galactisch stelselWinkler Prins Encyclopedie op Microsoft Encarta. Melkwegstelsel, 1993-2002. uitgegeven door Het Spectrum (van het Griekse galaxias, γαλαξίας, of kyklos galaktikos = 'melkcirkel') is het sterrenstelsel waarin het zonnestelsel met de Aarde zich bevindt. Vanaf de Aarde is de Melkweg te zien als een lichtende band die de hemel omspant, mits het donker genoeg is. Door lichtvervuiling is de Melkweg op sommige plaatsen moeilijk of niet meer te zien. De Melkweg bevat naar schatting 200 tot 400 miljard sterren en is daarmee van gemiddelde grootte.
Structuur van de Melkweg
Het is voor astronomen niet gemakkelijk geweest zich een beeld te vormen van de structuur van de Melkweg, omdat de Aarde er zelf deel van uitmaakt. Ons zicht wordt ook op grote delen ervan verhinderd door nevels en gaswolken, door absorptienevels. Men is er na veel observatie en modelvorming toch in geslaagd zich een redelijk nauwkeurig beeld van de structuur te vormen. Onderzoek naar de structuur van de Melkweg werd onder meer gedaan door William Herschel, Jacobus Cornelius Kapteyn, Harlow Shapley en Jan Hendrik Oort.
Van opzij ziet de Melkweg eruit als een schotel, de 'galactische schijf', met een verdikte kern, de bulge. De Melkweg is uit ten minste 200 miljard sterren samengesteld, recentere schattingen spreken zelfs van rond de 400 miljard sterren, waarvan het grootste deel zich in de schijf bevindt.
Het stelsel bevat oude en nieuwe sterren, en interstellaire materie. De interstellaire materie bestaat uit moleculaire wolken, H-I-gebieden, en H-II-gebieden. Het bestaat uit een centrale verdikking, de bulge, een schijf met vier grote en enkele kleinere 'spiraalarmen' en een halo. Heet gas in de halo wordt ook wel corona genoemd.
Centrale verdikking De centrale verdikking van de Melkweg is waarschijnlijk balkvormig en is geelwit van kleur. Hij heeft een diameter van ongeveer 20 000 lichtjaar en een dikte van ongeveer 6000 lichtjaar en bevat naar schatting 50 miljard sterren in een dichte concentratie. Hoe de balkspiraal van de Melkweg, dat zich uitstrekt door het galactisch centrum, er precies uitziet is vaak onderwerp van gesprek. De lengte van de helft van de balk schat men tussen de 1 en 5 kiloparsec en de helft van de lengte tussen de 10 en 50 graden. De balk zou omgeven kunnen zijn door een ring, die de 5-kiloparsec-ring wordt genoemd, waar een groot deel van het moleculaire waterstof van het totaal in de Melkweg zou zijn te vinden, met tevens de meeste stervorming van ons sterrenstelsel. Wanneer men de Melkweg vanuit de Andromedanevel zou aanschouwen zou dit het meest oplichtende deel zijn.
Galactisch centrum miniatuur|Het Galactisch Centrum In het centrum van de Melkweg bevindt zich hoogstwaarschijnlijk een superzwaar zwart gat, Sagittarius A*. Dit is echter niet erg actief, want er is in tegenstelling tot de situatie in de galactische schijf in de directe omgeving van Sagittarius A* weinig interstellair gas overgebleven.
Schijf miniatuur|Het melkwegstelsel met de dikke schijf en de dunne schijf De galactische schijf heeft een diameter van 100 000 tot 120 000 lichtjaren, NASA. The Milky Way Galaxy. Gearchiveerd op 16 mei 2021.Het Melkwegstelsel, op sterrenkunde.nl. Hier: "De schijf heeft een middellijn van ongeveer 100.000 lichtjaar. Dit betekent dat een lichtstraal 100.000 jaar nodig heeft om van de ene kant van ons Melkwegstelsel naar de andere kant te komen". de dikte is buiten de centrale verdikking ongeveer 3000 lichtjaren. Het midden van de galactische schijf wordt het galactische vlak genoemd. De dikte van de schijf neemt met afstand van het galactische centrum toe. Dit wordt wel de flare genoemd. Het midden van de schijf wijkt op grote afstand van het galactisch centrum ook van het galactisch vlak af: de warp van de Melkweg. Deze warp wordt door de onderlinge zwaartekracht met de Magelhaense wolken veroorzaakt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de dikke schijf met hoofdzakelijk oudere sterren en de dunne schijf. miniatuur|Geobserveerde en geëxtrapoleerde structuur van de spiraalarmen van de Melkweg. De dunne schijf wordt gevormd door diverse spiraalarmen, plaatsen waar de dichtheid van sterren, en vooral die van jonge, sterren met een hoge lichtkracht, van H-II-gebieden en moleculaire wolken groter is dan elders. De Melkweg heeft vier hoofdarmen en minimaal twee kleine armen. De vier hoofdarmen zijn de Sagittariusarm, de Perseusarm, de Cygnusarm en de Centaurusarm. Het zonnestelsel bevindt zich in een van de kleinere armen, de Orionarm. Men is het nog niet over de precieze naamgeving en het verloop van de spiraalarmen eens.
Halo De halo is een 'bolvormige ruimte' om de Melkweg heen. Daarin bevinden zich relatief kleine (10-300 lichtjaar) bolvormige sterrenhopen, ieder bestaande uit zo'n 100 000 zeer oude sterren. Door spectraalanalytisch onderzoek ontdekten astronomen dat de samenstelling van die sterren verschilt van die van de galactische schijf: de abundantie van metalen in sterren in de halo is lager dan die in sterren in de schijf. Men spreekt hier van sterren van populatie I (schijf) en II (halo). De sterren van de centrale verdikking behoren ook voor het grootste deel tot dit type. Een van de oudste Populatie II sterren is HE 1523-0901 met een leeftijd van ongeveer 13,2 miljard jaar.
Het vermoeden is de laatste jaren onder astronomen gerezen dat er zich in de halo veel meer materie bevindt dan die van de enkele honderden bolvormige sterrenhopen. De snelheid waarmee sterren rond het centrum van de Melkweg draaien, de rotatiekromme, neemt niet af met de afstand, hetgeen doet vermoeden dat de massa niet voor het grootste deel in de centrale verdikking en schijf geconcentreerd is, maar min of meer gelijk over de halo is verspreid, die zich dan bovendien over een veel grotere afstand zou uitstrekken dan men tot dusverre meende. Een dergelijke massaverdeling zou er ook een betere verklaring voor zijn dat het stelsel inderdaad stabiel is.
Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van de theorie van de donkere materie, een vorm van materie, die geen licht uitzendt of absorbeert en behalve door gravitatie nauwelijks interactie met andere materie heeft. Het is niet onwaarschijnlijk dat de massa van deze 'donkere materie' 10 maal zo groot is als die van de materie, die wij tot nu toe hebben waargenomen. Het bestaan van deze vorm van materie is alleen nog niet aangetoond. Het is een van de grote mysteries van de astrofysica.
In de halo bevinden zich ook wolken van neutraal waterstof die zich met hoge snelheid naar de schijf toe bewegen, de hogesnelheidswolken.
Zonnestelsel Het zonnestelsel bevindt zich in de galactische schijf, ongeveer halverwege het centrum en de rand van de Melkweg. Het galactisch centrum bevindt zich 8.122 ± 31 parsecs, of 26.490 ± 100 lichtjaar, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , en voor Astrophysical Journal. SINFONI in the Galactic Center: Young Stars and Infrared Flares in the Central Light-Month, juli 2005. , , , , , , voor Astrophysical Journal Monitoring Stellar Orbits Around the Massive Black Hole in the Galactic Center, 2009. . Gearchiveerd op 27 oktober 2022. , , . Stellar populations in the Galactic bulge. Modelling the Galactic bulge with TRILEGAL, 2009.. Gearchiveerd op 4 augustus 2022. voor Astronomy and Astrophysics. Concerning the Distance to the Center of the Milky Way and Its Structure, 2010. van de zon in de richting van het sterrenbeeld Boogschutter. De zon bevindt zich ongeveer 36 pc (85 lichtjaar) boven het midden van de schijf. Het zonnestelsel beweegt zich ten opzichte van de sterren in de buurt van de zon met een snelheid van ongeveer in de richting van het apex in het sterrenbeeld Hercules.
Rotatie miniatuur|Rotatiekromme van de Melkweg.
Er is sprake van differentiële rotatie, wat wil zeggen dat de Melkweg niet als een wiel om haar centrum draait, maar dat omloopstijd van objecten in het stelsel afneemt naarmate zij verder van het centrum zijn verwijderd. Aan de hand van de relatieve bewegingen van een groot aantal sterren wordt geraamd dat onze Zon met een snelheid van ongeveer rondom het centrum van de Melkweg draait en één omwenteling voltooit in ongeveer 220 miljoen jaar (een Galactisch jaar). Hieruit is in het verleden aan de hand van de gravitatiewet van Newton geschat, dat de massa van het stelsel die zich 'binnen' de baan van onze Zon bevindt ongeveer 90 miljard zonnemassa bedraagt. De totale massa van het Melkwegstelsel die daarentegen uit metingen van de ruimtetelescoop Hubble en Gaia werd berekend is 1500 miljard zonnemassa's.
Gasbellen miniatuur|De gasbellen nabij het Galaktisch centrum Met behulp van de Fermi Gamma-ray Space Telescope zijn twee enorme gasbellen ontdekt van ieder 25 000 lichtjaar doorsnede, die zich loodrecht op het vlak van de Melkweg bevinden en vanuit het centrum lijken te zijn uitgestoten. NASA. NASA's Fermi Telescope Finds Giant Structure in our Galaxy, 9 november 2010. Gearchiveerd op 18 juli 2023. Het gaat hier mogelijk om overblijfsels van uitbarstingen van het superzware zwarte gat, maar ze kunnen ook bij een geboortegolf van zware sterren dicht bij het centrum van de Melkweg zijn gevormd. Het feit dat de gasbellen scherp zijn begrensd en niet uitgewaaierd, doet vermoeden dat ze pas enkele miljoenen jaren geleden zijn ontstaan.
Galactisch coördinatenstelsel miniatuur|Het galactisch coördinatenstelsel
Om de beschrijving van hemellichamen in de Melkweg te vergemakkelijken wordt het galactische coördinatenstelsel gebruikt. De coördinaten worden galactische lengte en galactische breedte genoemd. Dit coördinatenstelsel is in 1958 door de Internationale Astronomische Unie vastgelegd. De galactische equator correspondeert bij benadering met het melkwegvlak. Het nulpunt van de galactische lengte ligt vlak bij het galactisch centrum in het sterrenbeeld Boogschutter. De galactische noordpool bevindt zich in het sterrenbeeld Hoofdhaar, de zuidpool in het sterrenbeeld Beeldhouwer. De galactische equator maakt een hoek van 62,6 met de hemelevenaar.
In het galactisch vlak is =90 in de richting van het sterrenbeeld Zwaan, =180, het galactisch anticentrum, in de richting van het sterrenbeeld Voerman, en =270 in de richting van het sterrenbeeld Zeilen. Er zijn vier galactische quadranten, zo wordt het gebied tussen =0 en =90 het eerste quadrant genoemd.
Vorming en evolutie miniatuur|De Melkweg met enkele sterrenstromen Amina Helmi heeft in 2000 met haar promotieonderzoek aangetoond dat de Melkweg is ontstaan door botsingen en samensmeltingen van kleinere stelsels. Zij gebruikte hiervoor de gegevens die tussen 1989 en 1993 door de satelliet Hipparcos van de plaatsen en bewegingen van 120 000 sterren zijn verzameld. Zij ontdekte dat er ten minste twee kleinere sterrenstelsels zijn geweest waar de Melkweg uit is ontstaan. De resten van deze stelsels zijn zichtbaar als sterrenstromen zoals de Helmi-stroom en de Aquarius-stroom. Ze werd in 2004 voor haar ontdekking met de Christiaan Huygensprijs onderscheiden. Zulke sterrenstromen zijn ook gevonden in de Andromedanevel en in andere sterrenstelsels.
In 2021 echter publiceerde de Universiteit van Sydney nieuwe bevindingen waaruit moest blijken, dat de ontwikkeling van de Melkweg het resultaat is van een geleidelijk proces. De dwarsdoorsnede van een ander sterrenstelsel vertoont namelijk dezelfde structuur als de Melkweg.https://www.allesoversterrenkunde.nl/!/actueel/nieuws/_detail/gli/ons-melkwegstelsel-heel-normaal/
Vooruitzicht