miniatuur|Oorkonde uit 1460 waar proost Johan van Limburg wordt benoemd als executeur testamentair van tante Margretha van Limburg proosdis van Rellinghausen. Een executeur is in het Nederlands erfrecht degene die door een erflater bij testament kan worden benoemd om na overlijden bepaalde taken uit te voeren in de eerste fase van de afwikkeling van de nalatenschap. De aangewezen (rechts-)persoon is niet verplicht de functie te aanvaarden. Na overlijden zijn de erfgenamen automatisch opvolgend eigenaar van de nalatenschap en de gewone erfrechtelijk executeur - de beheersexecuteur - voert samen met hen, of als hun vertegenwoordiger, de bij wet en testament vastgelegde opgaven uit. Er moet worden begonnen met inventarisatie van de nalatenschap en het opmaken van een deugdelijke boedelbeschrijving. Verder ligt de wettelijke focus op beschermend beheer van de nalatenschap en voldoening van direct opeisbare schulden. Op grond van de Successiewet is de executeur ook verantwoordelijk voor aangifte en voldoening van de erfbelasting.

De executeur mag nalatenschapsgoederen verkopen als er geld nodig is om schulden te voldoen of als een zorgvuldig beheer van de nalatenschap dat meebrengt. Dat is een situatieve bevoegdheid. In alle andere gevallen mag een executeur niet verkopen, ongeacht wat er in het testament staat. De wet gaat hier namelijk voor. Sinds invoer van het huidige erfrecht in 2003 werkt de executeur niet meer in naam of het belang van overledene en is het niet zijn taak het testament uit te voeren en de hele erfenis af te wikkelen. Dat geldt ook voor testamenten en codicillen die zijn opgemaakt vóor 2003. De executeur werkt in naam van de gezamenlijke erfgenamen en in hun belang, ook tegenover schuldeisers. Zodra alle schulden zijn voldaan, of erfgenamen voldoende middelen ter beschikking stellen om de schulden te voldoen, vervallen de bijzondere bevoegdheden van een executeur en moet rekening en verantwoording aan de erfgenamen worden afgelegd. De beloning van de executeur is volgens de wet 1% van de waarde van de nalatenschap bij overlijden, bij testament kan een hogere, lagere, of geen beloning worden bepaald.

Voor uitoefening van het beroep van executeur geeft het erfrecht geen regels. Het beroepsmatig aanbieden van dienstverlening als beheersexecuteur (tweesterrenexecuteur) of executeur-bewindvoerder (driesterrenexecuteur) omvat veelal individueel vermogensbeheer en valt als zodanig onder de Wet op het financieel toezicht. Daar gelden eisen voor vakbekaamheid en er bestaat een vergunningsplicht.

In België bestaat een enigszins vergelijkbare rechtsfiguur, de testamentuitvoerder, deze heeft als hoofdtaak de uitvoering van het testament volgens de wil van de testator na diens overlijden te bewaken.Bernard Desmet, De taak en bevoegdheid van de testamentuitvoerder (masterproef), Universiteit van Gent (2017). Gearchiveerd op 16 mei 2023.

De wettelijke regels zijn gegeven in het Burgerlijk Wetboek, voor België de artikelen 1025 - 1034, voor Nederland de artikelen 4:142 - 4:153 BW. Zowel de regels als de betekenis van bepaalde begrippen verschillen in beide landen wezenlijk van elkaar.

Wat hoort niet tot de taken en bevoegdheden van een executeur Het is een veel voorkomend misverstand, dat een executeur als taak heeft in naam van overledene diens wensen in het testament uit te voeren en de hele erfenis af te wikkelen. Onder het oude erfrecht bestond voor erflater de mogelijkheid bij testament of codicil een uitvoerder van zijn laatste wilsbeschikkingen aan te stellen, de testamentuitvoerder of exécuteur testamentair. In de huidige wetgeving, ingevoerd op 1 januari 2003, zijn deze bevoegdheden komen te vervallen. De nieuwe taken en bevoegdheden van de executeur verschillen van de oude, daaronder valt niet langer de uitvoer van het testament, dat ligt uitsluitend in handen van de erfgenaam of gezamenlijke erfgenamen. Zij gelden voor de wet als rechtsopvolgers van overledene en hebben van rechtswege alle eigendomsrechten verworven (art. 4:182 - 4:184 BW).Voor deze rechtsovergang is geen enkele rechtshandeling nodig, ook niet van een notaris. Deze vindt automatisch plaats bij overlijden, volgens het wettelijk erfrecht, en kan niet bij testament opzij worden geschoven.

Het regelen van de uitvaart hoort evenmin tot het takenpakket van de executeur omdat het lichaam van overledene niet tot de nalatenschap behoort en de Wet op de lijkbezorging voorschrijft dat de wensen van overledene moeten worden gevolgd, niet die van een derde. Onder het oude erfrecht moest de executeur als vertrouwenspersoon van erflater de bepalingen in het testament uitvoeren, deze bevoegdheid is in het huidige erfrecht afgeschaft. Buiten de erfgenamen is niemand algemeen bevoegd, of door overledene bij testament bevoegd te maken, de uiterste wilsbeschikkingen uit te voeren.

Ook is er niemand die toezicht houdt of mag houden op de manier waarop de gezamenlijke erfgenamen omgaan met bepalingen in een testament. Zelfs als er in het testament aanwijzingen worden gegeven, deze zijn niet rechtsgeldig.

Verder bestaan er voor de erfrechtelijk executeur geen bevoegdheden in de fase van de verdeling, deze liggen uitsluitend bij de erfgenamen gezamenlijk, of bij de rechter, op vordering van een of meer erfgenamen of testamentair bewindvoerder. De bevoegdheid te verdelen kan ook niet met dwingend erfrechtelijke werking bij testament aan een executeur of bewindvoerder worden toegekend omdat de wet geen uiterste wilsbeschikking kent die dat mogelijk maakt. Een executeur mag daarom in geen enkele situatie verdelen, tenzij alle erfgenamen daar vooraf schriftelijk mee akkoord zijn gegaan. Dat geldt ook voor benoemingen in testament of codicil van vóór 2003. Deze hoofdregel uit het erfrecht geldt ook indien de executeur bij testament tevens als afwikkelingsbewindvoerder is benoemd, de zogenaamde driesterrenexecuteur, omdat de wet ook deze variant niet kent en de wet voorgaat op het testament. Erfgenamen mogen dit accepteren maar moeten dat niet. Verdeelt een executeur onbevoegd, kunnen overeenkomsten, overdrachten en registraties ongeldig zijn als niet alle erfgenamen alsnog akkoord gaan, derdenbescherming door goede trouw is in dat geval niet mogelijk.

Binnen het notariaat en door beroepsmatig executeurs wordt breed gesteld, dat verdelen door de executeur wel mogelijk zou zijn wanneer hij bij testament tevens als bewindvoerder is benoemd en expliciet de bevoegdheid tot verdeling heeft gekregen. Deze testamentaire regeling wordt vaak geadviseerd om in te stellen voor de langstlevende echtgenoot, de notaris noemt dat quasi-wettelijke verdeling. Ook dit geldt echter alleen als alle erfgenamen daar vrijwillig mee akkoord gaan, ze kunnen er niet toe gedwongen worden verdelingshandelingen van een executeur of bewindvoerder te accepteren. In een testament kan wel een bewind over (delen van) de nalatenschap worden ingesteld en kunnen andere bevoegdheden en verplichtingen aan de bewindvoerder worden toegekend dan in de wet staan, maar de testamentaire bevoegdheden moeten binnen de rechtsfiguur bewind passen en dat is het beheren van vermogen.

Hoofdtaken executeur Hoofdtaken van de normale executeur, dat is de beheersexecuteur, zijn het inventariseren van de bezittingen en schulden (opmaken boedelbeschrijving), het beheer van de nalatenschap, daaronder het opzeggen van verplichtingen en innen van vorderingen en verzekeringsuitkeringen; voldoen van direct-opeisbare schulden van de nalatenschap, waaronder legaten, in de volgorde die de wet geeft, het doen van belastingaangiften en zorgdragen voor betaling van de aanslagen. In dat kader is een executeur bevoegd zelfstandig juridisch te 'beschikken', aldus vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, daarbuiten is toestemming van alle erfgenamen nodig (art.3:182 BW). Handelt een executeur buiten de wettelijke bevoegdheden, of opgelegde testamentaire lasten, zijn de verrichtte handelingen nietig of vernietigbaar, ook al staat de bevoegdheid in een testament.Het erfrecht kent sinds 2003 namelijk een gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen, bepalingen in een testament die niet binnen de reikwijdte van een uiterste wilsbeschikking vallen zijn nietig.

De wet biedt de mogelijkheid een executeur te benoemen met en zonder beheersbevoegdheid. Een beheersexecuteur is binnen het wettelijk takenpakket zelfstandig bevoegd de erfgenamen in en buiten rechte te vertegenwoordigen (art. 4:145 lid 2 BW) en mag goederen verkopen als er geld nodig is om schulden te voldoen of als het nodig is voor beschermend beheer van het vermogen. Bij het te gelde maken van goederen om schulden te voldoen kan in het testament worden bepaald of de executeur moet overleggen met de erfgenamen, hun toestemming nodig heeft en/of een beslissing van de Kantonrechter moet afwachten, dan wel zelfstandig mag werken (art. 4:147 BW). Verkrijgen erfgenamen een nalatenschap met de benoeming van een executeur, brengt dat dus beperkingen mee op hun rechten uit eigendom, bezit of houderschap. Het gaat hier om een Europees grondrecht dat alleen ingeperkt mag worden door de nationale wetgever in het algemeen belang (art. 1 EP EVRM). Dat is hier het belang dat schuldeisers van overledenen hebben bij naleving van erfrechtelijke verplichtingen, het overheidsbelang betaling van belastingen te verzekeren en de bescherming van erfgenamen tegen uitwinning van de boedel door schuldeisers., Rechten van nalatenschapsschuldeisers moeten volgens de Europese Erfrechtverordening (EEV) middels nationale wetgeving worden gegarandeerd. De wettelijk toegekende bevoegdheden van de executeur, die een beperking op de eigendomsrechten van erfgenamen meebrengen, kunnen daarom bij testament niet worden verruimd, alleen beperkt. Wel kunnen aan de executeur testamentaire lasten worden opgelegd. Ook kunnen meerdere executeurs worden benoemd.

Een beheersexecuteur mag op grond van het vermogensrecht alle (rechts)handelingen verrichten die nodig zijn voor de normale exploitatie van het nalatenschap vermogen met als doel dit zoveel mogelijk in stand te houden.Bij beleggingen brengt dit een defensief profiel mee Dit is een zogenaamde situatieve bevoegdheid: er gelden geen algemene regels als "de executeur mag de inboedel verkopen" maar "als een zorgvuldig, beschermend beheer dat meebrengt, mag (en moet) de executeur de inboedel van het bedrijf verkopen". De situatie bij een bepaalde nalatenschap en de gegeven specifieke omstandigheden van het geval bepalen dus de omvang van de bevoegdheden die rechtsgeldig door executeur en erfgenamen kunnen worden uitgeoefend. Zit er een bedrijf of een portefeuille met internationaal vastgoed in de erfenis, mag en moet een executeur veel meer dan bij een nalatenschap met huurwoning, auto en spaargeld. Elke erfgenaam mag naast de executeur zelfstandig handelingen verrichten nodig voor het eenvoudig dagelijks onderhoud en behoud van de nalatenschapsgoederen en handelingen die geen uitstel kunnen lijden (art. 3:182 B.W.).

Zijn alle schulden voldaan is de executeur klaar met het werk en vervallen de bijzondere bevoegdheden tot beheer en vertegenwoordiging. De executeur moet rekening en verantwoording afleggen op een manier die voor de erfgenamen inzichtelijk maakt wat de uitgaven en inkomsten waren, wat is gedaan, waarom en door wie. De taak is volledig afgerond na decharge van de erfgenamen, dan vindt in de regel voldoening van het loon plaats. Een geschil over de beloning kan aan de kantonrechter worden voorgelegd.