Hendrik de Man (Antwerpen, 17 november 1885 – Greng, 20 juni 1953) was een Belgisch socialistisch politicus.

Levensloop Jeugd De Man stamde uit een Antwerpse familie van liberale en vrijzinnige kleinburgerij. Hij was de zoon van Adolphe De Man, directeur van de Red Star Line en vrijmetselaar, en Josephine Van Beers, dochter van de Vlaamsgezinde dichter Jan Van Beers. Tijdens zijn middelbare studies aan het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, waar hij onder invloed van zijn leraar Pol De Mont interesse ging tonen in de Vlaamse kwestie en de sociale problematiek, maar ook in de Duitse cultuur. Hij was een natuurliefhebber en tevens beoefende hij zeer ijverig lichamelijke oefeningen. Samen met zijn schoolgenoten Herman Vos en Leo Picard werd hij aangetrokken door de ideeën van de Nederlandse sociaal-anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis en de socialistische dichtster Henriette Roland Holst, net als die van de Russische anarchist Pjotr Kropotkin, de Fransman Jean Grave en de Russische schrijver Leo Tolstoj.

Ter gelegenheid van de algemene staking van 1902 voor het algemeen stemrecht trad De Man op zeventienjarige leeftijd toe tot de Internationale der Socialistische Jonge Wachten (ISJW), de jongerenorganisatie van de Belgische Werklieden Partij (BWP). Hij werd onmiddellijk secretaris en redigeerde van 1903 tot 1904 het SJW-blad De Zaaier, de Vlaamse periodiek van deze organisatie.Biografie Hendrik De Man in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. De Man behoorde tot de marxistische strekking van de partij die geloofde dat de proletarische revolutie niet bereikt zou worden door een electoraal kartel van liberalen en socialisten of door de wil om tot elke prijs te regeren. Daarbij gaf hij blijk van een sterk voluntarisme en een groot vertrouwen in de rol die intellectuelen konden spelen in de arbeidersstrijd.

In 1903-1904 studeerde hij natuurwetenschappen aan de ULB en in 1904-1905 voor burgerlijk ingenieur aan de Rijksuniversiteit Gent. In 1905 werd hij uitgesloten aan de Gentse universiteit, omdat hij had deelgenomen aan een solidariteitsactie voor de Russische Revolutie, waarbij de bloedige repressie door de Russische ordetroepen aan de kaak werd gesteld. Omdat deze actie uitdraaide op gewelddadige incidenten, belandde De Man korte tijd in de gevangenis op verdenking van plundering.

Ook in Gent engageerde hij zich binnen de Socialistische Jonge Wachten en was hij lid van de literaire studentenkring Jonge Krachten en de Vlaamsgezinde studentenvereniging Ter Waarheid. In de schoot van de SJW stichtte De Man een studiekring, waarin hij lezingen gaf over Vlaamse letterkunde en de Vlaamse Beweging. In 1907 was De Man medeoprichter van de Vlaamsche Federatie der Socialistische Jonge Wachten, waarvan hij tot de Eerste Wereldoorlog de officieuze politieke leider was.

Periode in Duitsland (1905-1910) In 1905 trok De Man naar Leipzig in Duitsland, waar hij economie, psychologie, wijsbegeerte en geschiedenis studeerde.Over Hendrik De Man; Vereniging Hendrik de Man; 21 augustus 2008 De Man was er eveneens correspondent van de Leipziger Volkszeitung, het toonaangevende marxistische dagblad in Europa. In diezelfde periode had hij contacten met diverse boegbeelden van het marxisme, zoals Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, met wie hij in 1907 de Socialistische Jeugdinternationale stichtte. De Man bleef er de internationale secretaris van tot 1909. In 1909 voltooide hij in Leipzig onder het nauwlettende oog van de Belgische historicus Henri Pirenne een thesis over de Gentse lakenindustrie in de veertiende eeuw. Vervolgens verbleef De Man in 1910 enkele maanden in Londen, waar hij de Britse arbeidersbeweging bestudeerde.

Terug in België (1910-1914) Eind 1910 keerde hij terug naar België en in 1911 werd hij algemeen secretaris van de Centrale voor Arbeidersopvoeding (CAO), opgericht door de Belgische Werkliedenpartij om de opleiding van de kaderleden en aanhangers van de partij te verbeteren en financieel ondersteund door de liberale industrieel Ernest Solvay. Als beloftevolle jonge intellectueel die meerdere talen beheerste en voldoende kennis had over de arbeidersbeweging in verschillende Europese landen, was De Man volgens de socialistische leider Emile Vandervelde de geknipte persoon om deze instantie te leiden. De Man ontplooide er een intense activiteit met lokale en regionale afdelingen die conferenties en diepgravende cursussen organiseerden, waar hijzelf zeer actief aan deelnam. In zijn functie van algemeen secretaris geloofde hij in de emancipatorische kracht van het onderwijs om de proletarische revolutie te ontketenen en introduceerde hij zonder twijfel de kiemen van een marxistische cultuur in de socialistische arbeidersbeweging. Tegelijk ging hij gematigder kijken naar de arbeiderskwestie en omarmde hij de strategie van zijn partij om de proletarische revolutie op een vreedzame manier te verwezenlijken door een meerderheid in het parlement te veroveren.

De Man verzorgde tevens bijdragen in Die Neue Zeit, een Duits socialistisch tijdschrift onder leiding van de marxistische denker Karl Kautsky. In dit blad publiceerde hij in 1911 met Louis de Brouckère een artikel met kritische beschouwingen over het reformisme waar de Belgische Werkliedenpartij voor stond. Hij verweet de partij een gebrek aan theoretische basis en vond dat ze te weinig aandacht had voor het syndicalisme en zich te veel richtte op het parlementarisme en het opzetten van coöperatieven. De Man en de Brouckère probeerden dit artikel eveneens gepubliceerd te krijgen in België, maar dit mislukte door de grote tegenstand van leidende socialistische figuren als Edward Anseele, die de kritiek op de partijkoers van de marxistische strekking binnen de BWP als verraad bestempelde. Uiteindelijk besliste deze marxistische strekking haar eigen blad op te richten, La Lutte des Classes, waarvan de Man een van de belangrijkste medewerkers werd.

Eerste wereldoorlog (1914-1918) In juli 1914 maakte hij in Parijs als tolk de besprekingen tussen Franse en Duitse socialisten mee en was getuige van de vredesinspanningen van Jean Jaurès. Toen de Eerste Wereldoorlog niettemin uitbrak, nam hij dienst als vrijwilliger in het Belgische leger. Tegen het einde van de oorlog was hij luitenant. In deze functie vervulde hij verbindingsmissies met de Britse troepen en verbleef hij af en toe in de koninklijke residentie in De Panne, waar hij bevriend raakte met koningin Elisabeth.

In tegenstelling tot partijgenoten als Camille Huysmans toonde Hendrik de Man zich voorstander van een volledige nederlaag van Duitsland omdat dit volgens hem de enige mogelijkheid was om dit land democratisch te maken.

In opdracht van de Belgische regering nam hij in april 1917 met Emile Vandervelde en Louis de Brouckère deel aan een missie naar Rusland om de Voorlopige Regering van Aleksandr Kerenski ertoe te overhalen geen afzonderlijke vrede af te sluiten met Duitsland. Later dat jaar reisde hij als lid van een regeringsdelegatie naar de Verenigde Staten om daar het taylorisme en de arbeidsverhoudingen te bestuderen.

Kort intermezzo in Amerika (1919-1921) Na de oorlog voelde De Man zich aangesproken door het ideeëngoed van de Amerikaanse president Woodrow Wilson, die pleitte voor het zelfbeschikkingsrecht voor volkeren en een verbond van landen om de wereldvrede te garanderen. Hij toonde zich dan ook ontgoocheld in het revanchistische nationalisme van de geallieerden die Duitsland de zeer vernederende Vrede van Versailles oplegden en pakte in 1919 teleurgesteld zijn koffers om met zijn gezin naar Noord-Amerika te emigreren. Eerst vestigde het gezin zich in Canada en daarna in de Verenigde Staten. Hetzelfde jaar publiceerde hij in New York het werk The Remaking of Mind, waarin hij zijn visie op de arbeidersbeweging neerpende. Hij begaf zich op het domein van sociale psychologie en legde de nadruk op de opvoeding en de culturele verheffing van het proletariaat, waarbij hij het concept van zelfemancipatie afwees ten gunste van dat van maakbaarheid en het begrip klasse verving door het begrip mens. Met zijn elitaire en sociaal darwinistische ideeën stond De Man niet alleen in de socialistische bewegingen, ook leidende figuren als Emile Vandervelde en Jules Destrée hingen soortgelijke ideeën aan.

Oprichting van de Arbeidershogeschool (1921) In 1921 keerde De Man op verzoek van Emile Vandervelde terug naar België om als directeur de werking van de pas opgerichte Arbeidershogeschool in Ukkel in goede banen te leiden. De Man gaf er tevens cursussen over sociale psychologie en arbeidersopvoeding en zette eveneens in op syndicale opleidingen. Hij was gewonnen voor samenwerking met de Weimarrepubliek en dan met name de Duitse sociaaldemocraten, maar daarmee ging hij lijnrecht in tegen de patriottisch-nationalistische tijdsgeest die na het einde van de Eerste Wereldoorlog in België heerste.

Terug naar Duitsland(1922-1933) Als gevolg van een dramatische echtscheiding keerde De Man, samen met zijn twee kinderen, in 1922 terug naar Duitsland. Hij legde er zich toe op wetenschappelijk werk, en was lesgever aan de Akademie der Arbeit in Darmstadt. Hij doceerde sociale psychologie aan het Institut für Sozialforschung van de universiteit van Frankfurt en de Akademie der Arbeit van deze instelling. In 1926 verscheen zijn werk Die Psychologie des Sozialismus en in 1933 Die sozialistische Idee, waarin hij opnieuw de nadruk legde op sociale psychologie, het marxisme zoals vormgegeven in de Sovjet-Unie bekritiseerde en een aanzet gaf tot het economisch planisme.

Samen met Duitse en Zwitserse socialisten organiseerde hij de Conferentie van Heppenheim. Het enige resultaat van deze conferentie was de oprichting van een nieuw tijdschrift, Neue Blätter für dem Sozialismus. De Man was een van de redacteurs. Dit blad stond kritisch tegenover de SPD, ijverde het voor een aansluiting van de middenklasse bij de socialisten om een dam op te werpen tegen het opkomende nationaalsocialisme, dat het onmiskenbaar bestreed. Zo ook De Man. Hij maakte zich grote zorgen over de economische en politieke crisis in Duitsland, zocht naar oplossingen en had hiervoor de meest diverse contacten, onder andere met Gregor Strasser.

In 1929 werd De Man Lehrbeauftragter Sociale Psychologie aan de Universiteit van Frankfurt. Na de machtsovername door de NSDAP werd hij in september 1933 ontslagen.

Terug naar België en Plan van de Arbeid(1933) Vervolgens werd De Man door de socialistische leider Emile Vandervelde opnieuw naar België geroepen om leiding te geven aan het door de algemene raad van de Belgische Werkliedenpartij opgerichte Bureau voor Sociaal Onderzoek. De partij bevond zich op dat moment in een diepe crisis; de BWP vond geen afdoende antwoord op de economische crisis van de jaren '30 en kreeg steeds sterkere concurrentie van de communistische KPB. Het Bureau diende dan ook een oplossing te vinden voor de economische crisis die het industrieel weefsel van het land bedreigde. De Man beschouwde het reformistische karakter van de BWP als de belangrijkste reden van de crisis waarin de partij verkeerde en werkte met medewerking van senator Arthur Jauniaux en Kamerlid Max Buset het Plan van de Arbeid uit, dat een antwoord moest bieden op de opmars van het communisme enerzijds en het fascisme en nazisme anderzijds. Het Plan, bijgenaamd 'plan-De Man', werd vol enthousiasme aangenomen op het kerstcongres van de BWP in 1933 en voorzag in de installatie van een zogenaamde plansocialistische economie. Op datzelfde congres werd De Man officieel verkozen tot ondervoorzitter van de partij.