miniatuur|Savoye-getijdenboek, f1r Johannes de evangelist en de verschijning van Christus aan de apostel Jacobus de meerdere. Het Savoye-getijdenboek is een Frans getijdenboek uit het tweede kwart van de 14e eeuw. Het werd gemaakt voor Blanche van Bourgondië, gemalin van Eduard van Savoye, gravin van Savoye die via haar moeder Agnes van Frankrijk een kleindochter was van de Heilige Lodewijk.

Geschiedenis Het handschrift heeft een zeer bewogen geschiedenis gekend. Het werd vervaardigd omstreeks 1335-1340. Waarschijnlijk niet vroeger dan 1329 het jaar waarin Edward overleed. Blanche was op tientallen miniaturen in het handschrift afgebeeld, maar geen enkele keer met haar echtgenoot. Dit doet veronderstellen dat ze al weduwe was toen het handschrift in productie was. Vermits Blanche zelf overleed in 1349 moet het handschrift daarvoor zijn gemaakt. Op basis van stijlkenmerken plaatsen deskundigen het in de periode van 1335 tot 1340.Robert S. Wieck, Bibliophilic Jealousy and the Manuscript Patronage of Jean, duc de Berry, in The Limbourg Brothers, Nijmegen Masters at the French Court 1400-1416, 2005, Ludion.

Na de eerste eigenares, duikt het handschrift van zijn groottante op bij Karel V de bibliofiele Franse koning. Het handschrift wordt vermeld in een inventaris van Gilles Malet, de bibliothecaris van de koning, opgesteld op 11 april 1380.Paul Durrieu, 1911, Les Heures de Savoie. In zijn inventaris van 1373 wordt het boek niet vermeld, waaruit opgemaakt kan worden dat het tussen 1373 en 1380 in zijn bezit is gekomen. Hoe het handschrift bij Karel is terechtgekomen is niet bekend, het zou mogelijk zijn dat het handschrift eerst overging naar Jeanne Van Bourgondië (†1361) en bij het overlijden van Jeanne verkocht werd en zo bij Karel V terechtkwam.D. Plancher, Histoire de Bourgogne, II, p.258.

Karel V liet een sectie van 60 folia toevoegen aan het handschrift dat er al om en bij de 250 bevatte. In die sectie wordt de koningin Jeanne de Bourbon die overleed in 1378, samen met haar echtgenoot afgebeeld. Deze toevoeging werd dus waarschijnlijk voor 1378 gemaakt.

Na Karel V komt het handschrift in bezit van diens zoon Karel VI van Frankrijk die het op 7 juli 1409 aan zijn oom Jean de Berry schenkt. Van deze datum zijn we zeker via een ex libris dat in het boek werd aangebracht door Jean Flamel, de secretaris van de hertog.Mogelijk was deze Jean Flamel de jongere broer of een familielid van de alchemist Nicolas Flamel (Nigel Wilkins: 'Nicolas Flamel', hoofdstuk 4). Flamel heeft op de twee volgende folia ook een volledige gedetailleerde inhoudslijst van het handschrift gegeven. In 1413 komt het handschrift niet meer voor op een inventaris die de garde des joyaux, Robert of Robinet d’Estampes eind januari 1413 opstelt. Het handschrift is verdwenen in de nevelen van de geschiedenis.

In de 17e eeuw duikt het weer op, bij het huis van Savoye, namelijk bij de graaf Victor-Amadeus II, op dat moment koning van Piëmont-Sardinië, die het boek, samen met de rest van zijn bibliotheek, in 1720 aan de Universiteit van Turijn schenkt als basis voor de universiteitsbibliotheek. Deze bibliotheek zal later omgevormd worden tot de Biblioteca Nazionale di Torino. In 1904 woedt er een brand en de helft van de 4200 manuscripten van de bibliotheek wordt vernietigd, ook de Savoye-getijden gaan in de brand onherroepelijk verloren. Er bleven slechts de reproducties van twee folia over die in 1899 waren gepubliceerd.

Maar in 1910 ontdekt de benedictijnse monnik Dom Blanchard in de Catholic Episcopal Library of Portsmouth Cathedral een manuscript van 26 folia, aan de kathedraal geschonken door John Vertue, de eerste bisschop van Portsmouth. De gift maakte deel uit van een verzameling met dertig andere middeleeuwse handschriften en een belangrijke verzameling gedrukte boeken. Broeder Blanchard ziet meteen dat het een waardevol boek betreft en na enig studiewerk beseffen de experten dat ze een deel van de Savoye-getijden hebben teruggevonden. Al in 1910 zal Henry Yates Thompson een facsimile laten uitgeven van het teruggevonden gedeelte.H. Y. Thompson, ed., with a note by Dom P. Blanchard, Les Heures de Savoie. Facsimiles of Fifty-two Pages from the Hours Executed for Blanche of Burgundy (London, 1910). Paul Durrieu, die het manuscript in Turijn grondig had bestudeerd voor de brand in 1904, publiceert in 1911 zijn Notice d'un des plus importants livres de priéres du roi Charles V, les Heures de Savoie, waarin hij een compleet overzicht geeft van hoe het boek er moet uitgezien hebben voor de catastrofale brand in Turijn en hij de ontdekte folia in hun context plaatst. Durrieu had bij zijn studie in Turijn vastgesteld dat het handboek niet meer volledig was. Naast het psalter ontbraken er nog verscheidene folia. Uit vergelijking met de vondst in Portsmouth kon hij concluderen dat behalve het psalter en 10 andere folia, het Portsmouth handschrift de ontbrekende folia bevatte.

Portsmouth werd zwaar gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog en in 1941 besloot men van de kathedraalbibliotheek over te brengen naar Winchester. In de zestiger jaren van vorige eeuw werd de Londense antiquaar William Fletcher gevraagd om de bibliotheek te waarderen. Fletcher die de waarde van de Savoye getijden besefte plaatste het handschrift in verzekerde bewaring in een kluis. Kort daarop werd er in de kathedraal ingebroken, de bibliotheek bleef onaangeroerd, maar de kluis werd opengebroken en het handschrift was verdwenen samen met twee pond aan geld. De dieven waren niet al te snugger want ze gingen ervandoor met het geld en gooiden het boek buiten in de struiken.Brief van William Fletcher aan Herman W. Liebert, Directeur van de Beinecke Library, van 28 juli 1971 Uiteindelijk werd het handschrift op 5 juli 1967 bij Christie's in Londen verkocht aan de boekhandelaar H.P. Kraus voor £23.000. En tot slot werd het handschrift met de zeer bewogen geschiedenis in 1969 aangekocht door Edwin J. Beinecke als een gift voor de Beinecke bibliotheek van de Yale-universiteit in New Haven waar het nu bewaard wordt als Ms. 390.

Beschrijving Het handschrift mat origineel 250 × 170 mm maar werd in de loop van zijn tumultueuze geschiedenis getrimd op 201 × 147 mm waarbij zelfs de margedecoratie hier en daar beschadigd werd. Het telde origineel ongeveer 280 folia en niet minder dan 177 miniaturen van ongeveer 52 × 64 mm die telkens in een vierlobbig gotisch raamwerk worden voorgesteld met een donkere achtergrond met goudlijntjes in vierkantjes of ruitjes onderverdeeld. In de kalender waren er 24 vignetten. Als het handschrift in het bezit was van Karel V werd het uitgebreid met een sectie van 60 folia en nog eens 68 miniaturen. Het was duidelijk de betrachting om de toevoeging zo getrouw mogelijk te laten aansluiten bij het originele deel. Aan de vorm en densiteit van het schrift en de lay-out van de miniaturen werd de meeste zorg besteed om het op het origineel te doen te lijken. Het bewaarde gedeelte bevat nog 50 van de 255 miniaturen die in het origineel voorkwamen.

Inhoud De inhoud van het werk was vrij opmerkelijk. Het getijdenboek bevatte een aantal getijden die zelden voorkomen. Hieronder de inhoud zoals die was in 1409 ten tijde van Jean de Berry en dan ook de huidige inhoud van de 26 folia die bewaard zijn gebleven.

Ex libris van Flamel 1409 De inhoudslijst werd in 1409 door Jean Flamel, de secretaris van de hertog van Berry, in het boek zelf opgenomen. De weergegeven items die we hier weergeven zijn een vertaling van de Middelfranse tekst van Flamel. De nummering in Romeinse cijfers is afkomstig van Durrieu, die in zijn omstandig overzicht van de onderdelen naar dit nummer verwees om een gedetailleerde omschrijving van de miniaturen in elke sectie te geven en te vermelden welke van de miniaturen uit het Portsmouth handschrift in die sectie thuis horen. Ook Wieck presenteert een overzichtelijke inhoudstafel die volledig gelijk loopt met die van Durrieu.

De aanduiding van de pagina's in de derde kolom verwijst naar de paginanummering die terug te vinden was in het handschrift voor de brand in Turijn. Het is wel degelijk een paginanummering en geen foliatie, zoals die meestal in handschriften wordt gebruikt. Het handschrift in Turijn bevatte ook een foliatie maar die sloeg, steeds volgens Durrieu, nergens op, tenzij op een vroegere compleet foutieve samenstelling van het handschrift bij het herinbinden. De paginatie kwam wel overeen met de volgorde van de secties zoals in 1409 genoteerd door Flamel.

De vierde kolom geeft het aantal miniaturen dat in de betreffende sectie, in de Turijnse situatie werd gevonden. Een volledige beschrijving hiervan is te vinden bij Durrieu. De notatie "8/3" betekent dat 8 miniaturen en 3 andere items zoals gehistorieerde initialen, marge of bas-de-page taferelen. Met "7+1" wordt bedoeld dat er waarschijnlijk 8 miniaturen waren waarvan er 1 ontbrak in de Turijnse tijd.

NrTitelPag.Min.IKalender1-1224IIPsalterna8(?)IIIGetijden van de Drievuldigheid13-6424IVGetijden van de Heilige Geest65-908VMariagetijden voor gebruik in Parijs93-1348VIPassiegetijden137-1708VIIGetijden van Johannes de Doper171-1988VIIIGetijden van de engelen119-2297+1IXGebeden tot Onze Lieve Vrouw230-231/1XGetijden van Johannes de Evangelist239-2627+1XIGetijden van de Heilige Lodewijk263-2948/1XIIGetijden van Lodewijk van Marseille295-3188XIIIGetijden van Maria Magdalena319-3366+2XIVGebeden over de passie, tot de engelen, alle heiligen en de DrievuldigheidItem, pluseurs memoires de la Passion, des Angres, De Tous sains et de la Trinité337-3506XVDodenvigilie351-3821XVIDe zeven boetepsalmen en de litanie393-3981XVIIDe bedevaartspsalmen399-4061XVIIIVerschillende gebeden tot God, Onze Lieve Vrouw, de apostelen, verscheidene martelaren, confessoren en maagden xviiiDeel 1: Gebeden tot god en Onze Lieve Vrouw407-424/43519xviiiDeel 2: Gebeden tot de apostelen4361+4xviiiDeel 3: Gebeden tot verscheidene martelaren425-43410+1xviiiDeel 4: Gebeden tot verscheidene confessoren437-4382+12xviiiDeel 5: Gebeden tot verscheidene maagdenna0+14XIXGebeden tot de paus en geestelijkenItem, memoire du pape et des personnes de lÉglise.na0+1XXGebeden voor de koningen en de prinsenna0+1XXIGebeden voor de werkendenna0+1XXIIGebeden voor diegenen die in staat van doodzonde zijnnanaXXIIIGebeden voor hen die op zee in gevaar zijnnanaXXIVGebeden voor de gevangenennanaXXVGebeden voor hen die aalmoezen gevenna0+1XXVIGebeden voor verwanten en vriendenna0+1XXVIIGebeden voor mezelfna0+1XXVIIIGebeden voor de zielen in het vagevuurna0+1XXIXGebeden tot de Drievuldigheid en meerdere heiligenna0+5

Hier eindigde het originele getijdenboek van Blanche van Savoye en begon het gedeelte dat later werd toegevoegd door Karel V.

NrTitelPag.min.XXXGebeden tot God, Onze Lieve Vrouw, meerdere martelaren, apostelen, belijders en andere heiligen en Heilige maagden439-45723+6XXXIGebeden tot de relieken4581XXXIIGebeden voor de vrede4591XXXIIIMeerdere gebeden tot God460-48612XXXIVGebeden bij het volgen van de mis4861XXXVGebeden bij het opstaan en het slapen gaan486-4881XXXVIGebeden van het heilig kruis4891XXXVIIGebeden tot de heilige Denis (Dionysius van Parijs)4921XXXVIIIGebeden tot de Heilige Lodewijk4951XXXIXGebeden voor de communie4991XLGebeden tot de Drievuldigheid501-5184XLIAndere gebeden tot God5180XLIIAnder gebed voor het opstaan5191XLIIIHet evangelie naar Johannes5251XLIVEen andere mis voor de Drievuldigheid5261XLVEen mis voor de heilige Denis (Dionysius van Parijs)5301XLVIEen dodenmis5331XLVIIEen mis voor de Heilige Lodewijk5351XLVIIIEen mis voor de engelen5371XLIXEen mis voor de Heilige Geest5391LEen mis van het kruis5411LIEen mis van de relieken5431LIIEen mis voor de Onze Lieve Vrouw5451LIIIGebeden tot Petrus en Paulus5481LIV Het psalter van Hiëronumus549-5581

De nummering in Romeinse cijfers, toegevoegd door Paul Durrieu,, correspondeert met de actuele inhoudslijst hieronder.

Portsmouth