Mark Rutte (Den Haag, 14 februari 1967) is een Nederlands bestuurder en oud-politicus. Sinds 1 oktober 2024 is hij secretaris-generaal van de NAVO. Eerder was hij van 14 oktober 2010 tot en met 2 juli 2024 minister-president van Nederland en minister van Algemene Zaken en hij was daarmee de langstzittende minister-president in de Nederlandse geschiedenis. Van 2006 tot 2023 was hij ook politiek leider van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD).

In zijn studententijd was Rutte al politiek actief als voorzitter van de politieke jongerenorganisatie JOVD, en hij was later lid van het VVD-partijbestuur. In 2002 maakte hij de echte overstap naar de landelijke politiek toen hij staatssecretaris van Sociale Zaken en vervolgens van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het eerste en tweede kabinet-Balkenende werd. Na de val van dat kabinet won Rutte nipt de lijsttrekkersverkiezing van Rita Verdonk, die als nummer twee meer stemmen haalde bij de verkiezingen van dat jaar. Na het verlies bij die Tweede Kamerverkiezingen trad Rutte als fractievoorzitter in de oppositie toe tot de Tweede Kamer.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2010 werd de VVD met partijleider Rutte nipt de grootste partij en werd vervolgens het eerste kabinet-Rutte geformeerd, samen met het CDA en met gedoogsteun van de PVV. Dat kabinet viel toen de PVV na anderhalf jaar haar gedoogsteun opzegde. Bij de verkiezingen in 2012 leidde Rutte de VVD naar een recordaantal zetels. Het kabinet-Rutte II, waarin de VVD plaatsnam met de PvdA, werd het langstzittende kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog. Na de verkiezingen in 2017 werd de VVD opnieuw de grootste partij, waarna het kabinet-Rutte III werd gevormd met het CDA, D66 en de ChristenUnie. Dit kabinet trad af in 2021 door de toeslagenaffaire, maar dezelfde partijen vormden na een formatie van recordlengte in 2022 samen het kabinet-Rutte IV. Op 7 juli 2023 viel dat kabinet na de kabinetscrisis over asiel. Na de val van het kabinet kondigde Rutte zijn vertrek uit de politiek aan.

In de eerste jaren van Ruttes premierschap domineerden de kredietcrisis en de Europese staatsschuldencrisis de agenda. In deze jaren werd er streng bezuinigd en de verzorgingsstaat herzien. In latere jaren kreeg Rutte te maken met de gaswinningsproblematiek in Groningen, de stikstofcrisis, coronacrisis en de asielcrisis.

Levensloop Familie Mark Rutte is de jongste uit een hervormd gezin met zes andere kinderen. Zijn ouders waren de in Rotterdam geboren Izaac (Ies) Rutte (1909-1988) en Hermina Cornelia (Mieke) Dilling (1923-2020).

Izaac Rutte was in Nederlands-Indië vertegenwoordiger (importeur) van de in Den Haag gevestigde technische handelsonderneming Jacobson, Van den Berg & Co., en later (in Nederland) directeur van dit bedrijf. Izaac Rutte huwde in 1931 in Den Haag Petronella Hermanna (Peta) Dilling (1910-1945), met wie hij drie kinderen kreeg. De oudste werd 35 jaar eerder geboren dan Mark Rutte.Zomergasten met Mark Rutte, NPO 2, 4 september 2016 (in de 48e minuut van de uitzending) Na de capitulatie van Nederlands-Indië in 1942, kwam hij terecht in een jappenkamp. Zijn vrouw en de drie kinderen werden gevangen gezet in jappenkamp Tjideng waar zij in juli 1945 overleed Na haar overlijden en zijn terugkeer naar Nederland hertrouwde hij in Den Haag met Hermina Cornelia (Mieke) Dilling (1923-2020), een zuster van zijn eerste vrouw. Stamboom Van der Hoek » Izaak (Ies) Rutte (1909-1988), Genealogie online Uit dit huwelijk kwamen vier kinderen voort, onder wie Mark Rutte als laatste.

Mark Ruttes moeder was een dochter van een hoofdopzichter van de Heidemaatschappij en later directeur van een fouragehandel. Zij was ten tijde van Mark Ruttes geboorte secretaresse. In 1957 vertrok het gezin uit Indonesië, toen de regering van Soekarno op 5 december 1957 de Nederlandse bedrijven nationaliseerde. Het gezin stemde op de ARP. Zijn grootvader was ouderling van de Badkapel in Scheveningen.

Jeugd en maatschappelijke carrière Na het behalen van het diploma gymnasium-A aan het Maerlant-Lyceum overwoog Rutte naar het conservatorium te gaan, aangezien hij piano speelt. Uiteindelijk werd het een studie geschiedenis aan de Universiteit Leiden, waarin hij in 1992 zijn doctoraalexamen haalde. Hij was daarna werkzaam bij Unilever. Tot 1997 was hij, onder andere bij het toenmalige Unilever-onderdeel Loders Croklaan in Wormerveer, verantwoordelijk voor opleidingen en trainingen van medewerkers en begeleidde hij enkele reorganisaties.

In 1997 trad hij binnen Unilever als personeelsmanager in dienst van Van den Bergh Nederland. Hij werd in 2000 benoemd in de Corporate Human Resources Group. In 2002 was hij als directeur Human Resources in dienst van de IGLOMora Groep BV, een werkmaatschappij van Unilever.

Rutte was van 1988 tot 1991 landelijk voorzitter van de Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie (JOVD), de politieke jongerenorganisatie van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD). In 1993 werd hij lid van het hoofdbestuur van de VVD wat hij tot 1997 zou blijven.

Staatssecretariaat In 2002 werd Rutte door Gerrit Zalm gevraagd als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in kabinet-Balkenende I. Hij behield die post in het kabinet-Balkenende II. In deze positie was hij belast met volksverzekeringen, bijstand en arbeidsomstandigheden. Zijn belangrijkste taak was het aannemen van de Wet werk en bijstand. Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2003 stond Rutte elfde op de lijst, waardoor hij tijdens de kabinetsformatie in de Tweede Kamer zat.

thumb|Rutte als staatssecretaris (2006)

Nadat hij de Wet werk en Arbeid succesvol had verdedigd, werd hij gevraagd door Zalm om Annette Nijs als staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op te volgen per 16 juni 2004. Daar was hij belast met het hoger onderwijs en het mbo.

Als staatssecretaris adviseerde Rutte in 2003 gemeenten Somalische inwoners extra te controleren op bijstandsfraude, nadat enkele Somaliërs die werkzaam waren in Engeland tevens een bijstandsuitkering bleken te ontvangen in Nederland. Een uitkeringsgerechtigde, Somalische man, werd op grond van uiterlijke kenmerken door sociale rechercheurs staande gehouden en gecontroleerd op fraude, waarna hij de recherche de toegang tot zijn woning weigerde. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besloot hierop het recht van de man op een uitkering in te trekken. De man was het hier niet mee eens en zijn beroep werd door de bestuursrechter gegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het ging om "discriminatie naar ras, omdat het hier een groep mensen van Somalische afkomst betreft, ongeacht de nationaliteit van de betrokkenen" en dat dit strijdig was met de Grondwet. Rutte verwierp de kritiek en stelde dat een wetswijziging dan noodzakelijk zou zijn, zodat gemeenten gericht onderzoek zouden moeten kunnen doen naar fraude onder bepaalde bevolkingsgroepen.

Lijsttrekkersreferendum Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 was Rutte de VVD-campagneleider. De uitslag was voor de VVD teleurstellend; men ging van 15,3 procent van de stemmen in 2002 naar 13,8 in 2006. Na die verkiezingen trok Jozias van Aartsen op 8 maart 2006 zich terug als fractievoorzitter en kandidaat-lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen 2006. Een dag later kandideerde Rutte zich voor het lijsttrekkerschap. Op 21 maart lanceerde hij in een verkiezingspamflet onder de titel "De toekomst is nu" zijn negen-puntenplan, waarin hij zijn prioriteiten presenteerde.

miniatuur|Rutte op campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen 2006 Rutte was niet de enige kandidaat in het interne lijsttrekkersreferendum: als tegenstrevers meldden zich Rita Verdonk en Jelleke Veenendaal. Er volgde een stormachtige campagneperiode en een heftige tweestrijd binnen de partij over de vraag of de populaire Verdonk lijsttrekker moest worden of de meer gematigde Rutte. Op 31 mei 2006 werd bekendgemaakt dat 51,5% van de VVD-leden hem tot lijsttrekker had verkozen, Verdonk haalde 46 procent. Op 27 juni 2006 nam Rutte ontslag als staatssecretaris op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, omdat de algemene opinie was dat hij als lijsttrekker beter geen deel meer kon uitmaken van het kabinet. De dag erna werd hij beëdigd als Tweede Kamerlid en weer een dag later werd hij voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de VVD.

Het kostte Rutte moeite zich te profileren als lijsttrekker en zijn leiderschap bij de VVD bleef niet onomstreden. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in november van dat jaar, leed de VVD een verlies van zes zetels. Verdonk wist bovendien 620.555 voorkeurstemmen te behalen, meer dan de 553.200 die Rutte als lijsttrekker kreeg; een unicum in Nederland.

Fractievoorzitterschap miniatuur|Rutte op een bezoek aan Zeeland in 2008 Mede doordat Verdonk meer voorkeurstemmen kreeg, bleef er onderling spanning. Zes dagen na de verkiezingen riep ze op om Hans Wiegel en Frits Bolkestein – die hier niet van op de hoogte waren gebracht – te laten onderzoeken wat de unieke uitslag voor de partij betekende. Op die manier hoopte ze alsnog partijleider te worden. Tijdens een daaropvolgende fractievergadering weigerde Rutte met zo'n onderzoek in te stemmen en werd daarin gesteund door de fractie.

Ook na de mislukte "coup" bleven de spanningen, met opmerkingen van Verdonk dat Rutte niet rechts genoeg was. De druppel was voor Rutte een interview van Verdonk in De Telegraaf op 13 september 2007, waarin zij kritiek uit op Rutte. Nog diezelfde dag zegde Rutte het vertrouwen in haar op en werd zij met steun van de fractie uit de fractie gezet. Op de reeds geplande VVD-ledenvergadering besloten de leden dat er een poging gedaan moest worden Verdonk voor de partij te behouden. Moties met als doel Ruttes beslissing terug te draaien of zijn positie ter discussie te stellen, werden verworpen. Pogingen tot verzoening bleven onmogelijk, waardoor Verdonk vanaf oktober 2007 als eenmansfractie lid-Verdonk verder ging.

Het leiderschap van Rutte bleef met het vertrek van Verdonk penibel: een deel van de fractie had, net als een deel van de achterban, nog altijd meer op met Verdonk dan met Rutte. Bij zijn optredens in de Kamer werd Rutte bovendien gezien als een onzichtbare fractieleider, dezelfde kritiek die hem eerder als lijsttrekker in de verkiezingscampagne ten deel was gevallen. Ruttes positie kwam intern opnieuw ter discussie te staan toen hij in 2009 pleitte voor een zo groot mogelijke vrijheid van meningsuiting. Hij eiste met partijgenoot Atzo Nicolaï de opheffing van het verbod op godslastering en bovendien van het verbod op Holocaustontkenning. Rutte verklaarde: "Hoe onzinnig het ook is dat iemand de Holocaust ontkent, verbieden moet niet!" Dat laatste viel bij veel VVD'ers, zowel binnen de partij als de achterban, slecht. Rutte ontkende daarop dat hij Holocaustontkenning niet langer strafbaar wilde stellen, het aanvankelijke voorstel stierf een vroege dood.

Als kantelpunt voor Ruttes populariteit wordt vaak één moment aangewezen: de motie van wantrouwen die Rutte tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen tegen het kabinet-Balkenende IV indiende. Balkenendes kabinet overleefde die motie, maar raakte er wel door beschadigd. En al kon ook deze keuze van Rutte binnen de VVD-fractie op tegenstanders rekenen, in opiniepeilingen sloeg de VVD kort erna de weg omhoog in.

Kabinet-Rutte I

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 was Rutte wederom lijsttrekker van de VVD. Tijdens de campagne gaf hij aan dat bij een "ingewikkeld kabinet" zoals een minderheidskabinet, hij in de Tweede Kamer zou blijven in plaats van premier worden. Onder zijn lijsttrekkerschap steeg de VVD van 22 naar 31 zetels.

thumb|links|Premier Rutte bij de presentatie van zijn eerste kabinet, met vicepremier Maxime Verhagen (CDA, links) en gedoogpartner Geert Wilders (PVV, rechts), op 30 september 2010.