miniatuur|Denkbeeldige hemelbol met in midden de Aarde in een baan om de Zon De dierenriem zelf is niet precies omlijnd aangegeven, maar vormt een denkbeeldige band van 20 booggraden waarin de sterrenbeelden liggen geprojecteerd over en rond de ecliptica. miniatuur|Hoek tussen de ecliptica en de hemelevenaar miniatuur| Het ecliptische vlak dat in deze cameraopname van de Clementine wordt weergegeven laat (van rechts naar links) de Maan zien die wordt verlicht door de planeetschijn van de Aarde, de corona van de zon en de planeten Saturnus, Mars en Mercurius.
De ecliptica (ook wel ecliptisch vlak genoemd) is het denkbeeldige vlak waarin de planetenbaan van de Aarde, en tevens de baan van de meeste andere planeten van het zonnestelsel, rondom de Zon ligt.
Het vlak van de ecliptica bevat dus zowel het middelpunt van de Zon als dat van de Aarde. Vanaf de Zon gezien is de ecliptica de jaarlijkse baan van de Aarde om de Zon. De 20 graden brede band van 12 (eigenlijk 13) sterrenbeelden waar de ecliptica doorheen loopt wordt de dierenriem of zodiak genoemd. Op de kaartjes van de sterrenbeelden is de ecliptica meestal als rode stippellijn aangegeven en de dierenriem ligt er als een soort vlak omheen/overheen.
Bij de beschrijving van de positie van objecten in het zonnestelsel is het ecliptische vlak het belangrijkste referentiepunt. Aan de hand van zowel het ecliptische vlak als het vlak van de evenaar kan ook de positie van andere sterren in de Melkweg worden berekend.
De positie van het ecliptische vlak is niet constant maar als gevolg van de precessie van de aardas en de beweging van alle sterren in de Melkweg in de loop van duizenden jaren schommelt. Het vlak wordt daarom beschreven aan de hand van een epoche dat wordt gedefinieerd als 1950.0 of 2000.0. Het ecliptische vlak kan verstoord worden door de zwaartekracht van andere planeten.
Oorsprong en naamgeving De benaming "ecliptisch" hangt samen met het woord eclips, ofwel zonsverduistering. Het vlak waarbinnen de baan van de aarde om de zon ligt wordt namelijk zo genoemd, omdat een zonsverduistering op Aarde alleen kan optreden wanneer ook de maan zich precies in dit vlak bevindt.
De andere planeten in het zonnestelsel liggen in een dergelijk vlak doordat alle planeten zijn gevormd uit een "uitgeplatte" protoplanetaire schijf.
Positie ten opzichte van de hemelevenaar De ecliptica is een grote cirkel die een hoek van 23°26' maakt met de hemelevenaar. In 2005 was de snijdhoek 23°27'. Zij snijdt de hemelequator in het lentepunt (de zon staat in die richting op 21 maart), rechte klimming 0 uur, declinatie 0°. In het lentepunt beweegt de zon zich van het zuidelijk naar het noordelijk halfrond van de hemelbol, in het herfstpunt van het noordelijk naar het zuidelijk halfrond. De grootste noordelijke en zuidelijke declinaties worden door de zon bereikt op 21 of 22 juni (zomerpunt, rechte klimming 6 uur, declinatie 23,44° noord) en op 21 of 22 december (winterpunt, rechte klimming 18 uur, declinatie 23,44° zuid).
De punten waar het ecliptische vlak van de aarde en de hemelevenaar elkaar snijden staan bekend als het lentepunt en het herfstpunt.
Banen van hemellichamen De banen van de Maan en de meeste planetenbanen liggen ongeveer in hetzelfde vlak als die van de Aarde. Deze liggen aan de hemel dus in de buurt van de ecliptica. In iets mindere mate geldt dit voor Mercurius (7°). Alleen Eris (44°) en Pluto (17°) hebben een baan die sterk afwijkt van het vlak van de ecliptica.
De baan van de Maan heeft een helling van 5,1° ten opzichte van de ecliptica. Dit heeft tot gevolg dat tijdens de meeste maancycli geen zons- en maansverduisteringen voorkomen. Dit is alleen het geval als de Maan in een knoop staat, de punten waar de ecliptica en het baanvlak van de Maan elkaar snijden.
(Dwerg)planeet Helling (°) Mercurius 7 Venus 3,4 Aarde 0 Maan 5,1 Mars 1,8 Jupiter 1,3 Saturnus 2,5 Uranus 0,8 Neptunus 1,8 Pluto 17,1 Eris 44
Eclipticapolen Hiermee hangt het begrip eclipticapool samen. Een denkbeeldige lijn door de zon, die een hoek van 90° met het eclipticavlak maakt, wijst in de noordelijke- en zuidelijke hemelbol respectievelijk naar twee punten, dit zijn de eclipticapolen. Deze denkbeeldige as wijst niet naar dezelfde punten als de as van de aarde, doordat de aardas gekanteld is ten opzichte van de ecliptica. De noordelijk eclipticapool bevindt zich nabij het sterrenstelsel NGC 6552 en de planetaire nevel NGC 6543 in het sterrenbeeld Draak Wil Tirion: Uranometria 2000.0, Volume 1, Chart 30. De zuidelijke eclipticapool bevindt zich nabij het noordoostelijk gedeelte van de Grote Magelhaense Wolk en de open sterrenhopen NGC 2153 en NGC 2176 in het sterrenbeeld Goudvis Wil Tirion: Uranometria 2000.0, Volume 2, Chart 445. De ecliptica-as valt ook niet precies samen met de draaiingsas van de zon die wijst naar de galactische hemelpolen, omdat de ecliptica bepaald wordt door de baan die de Aarde om de zon beschrijft.
Schijnbare baan van de Zon in het horizontale coördinatenstelsel De schijnbare baan van de Zon in het horizontale coördinatenstelsel hangt af van de breedtegraad van de waarnemer, en vormt een combinatie van twee schijnbare bewegingen: de schijnbare dagelijkse beweging en de schijnbare jaarlijkse beweging. De gedeelten boven de horizon vormen de dagelijkse zonneboog, die in een jaarcyclus varieert. Deze bogen op de hemelbol kunnen door verschillende projecties in een plat vlak worden weergegeven.
Lijst van deepsky-objecten op of in de onmiddellijke nabijheid van de ecliptica Een aantal extragalactische stelsels, bolvormige sterrenhopen, open sterrenhopen, en planetaire nevels die elk werden opgenomen in de New General Catalogue (NGC), bevinden zich betrekkelijk dicht bij de ecliptica. Dit betekent dat deze objecten, vanaf de Aarde gezien, jaarlijks worden verborgen achter de Zon en regelmatig door de planeten van het Zonnestelsel worden bezocht, en ook bedekt kunnen worden door de Maan.
NGC 125, NGC 126, NGC 127, NGC 128, NGC 130, Ster van Van Maanen, NGC 1088, NGC 2129, NGC 2365, NGC 2420, Abell 30 (PK 208+33.1) Abell 30 / PK 208+33.1 (Perek-Kohoutek 208+33.1), ook wel de Herboren planetaire nevel (Reborn planetary) genoemd, bevindt zich in het sterrenbeeld Kreeft, op een halve graad ten zuidoosten van de ster Delta Cancri (Asellus Australis), NGC 2711, NGC 2730, NGC 2734, NGC 3441, NGC 3611, NGC 4044, NGC 4546, NGC 4705, NGC 4718, NGC 6287, Bo 14 Bo 14 (Bochum 14) is een open sterrenhoop ten zuiden van Messier 20 en ten noordwesten van Messier 8, Messier 20, NGC 6526, NGC 6546, IC 4684 IC 4684 / LBN 34 (Lynds Bright Nebula 34) is een emissienenevel rondom de ster HD 165872, in het sterrenbeeld Schutter, op ongeveer een graad ten noordoosten van Messier 8, PK 8-3.1 PK 8-3.1 (Perek-Kohoutek 8-3.1) is een planetaire nevel op een tweetal graden ten noordwesten van de bolvormige sterrenhoop Messier 28, NGC 6629, NGC 6717, NGC 6903, NGC 7131, NGC 7576, NGC 7585, NGC 7592, NGC 7694, NGC 7699, NGC 7700, NGC 7701, NGC 7710, NGC 7746.
Categorie:Zon Categorie:Hemelmechanica Categorie:Dierenriem