De Prozaprijs van de gemeente Amsterdam is een voormalige jaarlijkse prijs voor een roman of novelle.

De prijs werd ingesteld in 1946 en in 1972 voortgezet als de Multatuliprijs.

Gelauwerden thumb|Hanny Michaelis en Gerard Reve bij de uitreiking in 1966 1946 - Simon Vestdijk voor Pastorale 1943 1947 - Dola de Jong voor En de akker is de wereld 1948 - Annie Romein-Verschoor voor Vaderland in de verte 1949 - Anna Blaman voor Eenzaam avontuur 1949 - Josef Cohen voor De tocht van de dronken man 1951 - niet toegekend 1953 - A. Alberts voor Groen 1954 - J.B. Charles voor Volg het spoor terug 1955 - Inez van Dullemen voor Het verzuim 1955 - Marie-Sophie Nathusius voor De partner 1955 - Rein Blijstra voor Een schot in de bergen 1956 - Anna Blaman voor Op leven en dood 1957 - Maurits Dekker voor Op zwart stramien 1958 - niet toegekend 1959 - Remco Campert voor De jongen met het mes 1959 - Vincent Mahieu voor Tjies 1960 - Simon Vestdijk voor De ziener 1961 - Anton Koolhaas voor Gekke witte 1961 - Barend Roest Crollius voor Dagboek van Sara 1961 - Inez van Dullemen voor De oude man 1962 - Willem G. van Maanen voor De dierenhater 1963 - Gerard Kornelis van het Reve voor Tien vrolijke verhalen 1963 - Jan Wolkers voor Serpetina's petticoat 1963 - M. Cohen voor Mevrouw de Valdon 1964 - Jos Ruting voor Lydia en de zwaan 1965 - Bob den Uyl voor Vogels kijkenRedactie, "Prijzen van Anjerfonds". "Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad". Rotterdam, 22-05-1968. Geraadpleegd op Delpher op 24-06-2019. 1966 - Gerard Kornelis van het Reve voor Op weg naar het einde 1967 - Jan Cremer voor Ik Jan Cremer, Tweede boek 1968 - Gerrit Krol voor Het gemillimeterde hoofd 1969 - William D. Kuik voor Utrechtse notities 1970 - de prijs was door de jury toegedacht aan Friedrich Weinreb voor Collaboratie en verzet 1940-1945, deel 1: Het land der blinden. De voordracht werd door de gemeenteraad niet aanvaard. De prijs werd niet uitgereikt. 1971 - H.C. ten Berge voor Een geval van verbeelding

Categorie:Nederlandse literatuurprijs