Het dwerggordeldier of pichi (Zaedyus pichiy) is een zoogdier uit de familie Chlamyphoridae. De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Anselme Gaëtan Desmarest in 1804.Gardner, A.L. (2005). "Order Cingulata". In Wilson, D.E.; Reeder, D.M (eds.) Mammal Species of the World: A Taxonomic and Geographic Reference (3rd ed.). Johns Hopkins University Press. p. 97. .

Kenmerken Het dwerggordeldier wordt 260 tot 335 mm lang en heeft een staart van 100 tot 140 mm. Het schild is donkerbruin met witte hoeken. De staart is geelachtig. Het dwerggordeldier heeft goed ontwikkelde klauwen en kleine oren.

Leefwijze De pichi graaft holen in open gebieden. Om zich te verdedigen trekt dit gordeldier, net als Chaetophractus, zijn voeten in het schild. Hij eet insecten, wormen, planten, en allerlei andere kleine dieren. Het is een solitaire soort.

Het dwerggordeldier wordt soms gegeten of als huisdier gehouden.

Voortplanting Er worden het hele jaar door kinderen geboren. Na een zwangerschap van 60 dagen worden er een tot drie jongen geboren (meestal twee). De jongen worden na 6 maanden gespeend en zijn geslachtsrijp na 9 maanden tot 1 jaar. Een exemplaar leefde 9 jaar in gevangenschap.

Verspreiding Het dwerggordeldier komt voor van de provincies Mendoza, San Luis en Buenos Aires tot Río Santa Cruz, van de Atlantische kust tot de Andes in Argentinië en Chili. In Chili komt hij voor van de provincie Aconcagua tot Straat van Magalhães.

Categorie:Dier uit het Neotropisch gebied Categorie:Gordeldieren Categorie:Chlamyphoridae Categorie:IUCN-status gevoelig