Winnie de Poema was de naam gegeven aan een vermeende grote katachtige op de Veluwe na een reeks waarnemingen in de zomer van 2005. Op 14 juni 2005 kwam in Nederland in het nieuws dat er mogelijk een poema op de Veluwe was gesignaleerd. Een grootschalige zoekactie leverde echter geen vorm van bewijs van het bestaan van het roofdier op.
Gebeurtenis Begin juni 2005 kwamen bij de politie meerdere meldingen binnen van waarnemingen van een "poema", en de sporen ervan. De meldingen kwamen uit de buurt van de Simon Stevinkazerne, Ede, Harskamp en Wekerom, en met name nabij de Ginkelse Heide. In een grootschalige zoekactie werd met 50 mensen van de marechaussee, de Mobiele Eenheid en enkele jachtopzieners in terreinwagens en een helicopter naar de poema gezocht tussen Ede, Wekerom, Bennekom en Harskamp. De politie sloot daarbij een groot deel van de Ginkelse Heide af tijdens de zoektocht om het dier veilig te kunnen afschieten, omdat men vreesde dat een poema een bedreiging zou kunnen vormen voor de bewoners van de Veluwe. Er werd echter geen enkel spoor van het dier gevonden. De organisatie Pantera voerde nog een zoektocht naar het dier uit, maar ook deze leverde niets op. Het dier hield Nederland tijdens deze zomermaanden in zijn greep en het kwam herhaaldelijk in het nieuws.
Verklaring Het is evenwel de vraag of de waarneming van de poema, evenals andere waarnemingen van wilde dieren, niet gerekend moet worden tot het genre van het broodjeaapverhaal. Het is een populaire internationale ontwikkeling dat er moderne volksverhalen rondgaan van wilde katachtigen in een geciviliseerde omgeving. Het verhaal komt er doorgaans op neer dat mensen (ondeskundigen) een roofdier waarnemen waar dit niet verwacht zou worden. Er ontstaat een hype, waardoor steeds meer mensen het roofdier menen waar te nemen, zelfs op plaatsen waar het dier niet tegelijkertijd aanwezig kan zijn. Niet zelden wordt op basis van de verhalen een klopjacht georganiseerd door de politie die niets oplevert. Het roofdier verdwijnt na verloop van tijd spoorloos, om na enkele jaren weer (elders) waargenomen te worden. Het nieuws kwam tevens naar boven in de komkommertijd, een periode waar kranten en tijdschriften weinig te schrijven hebben. Deze zomerse roofdierwaarnemingen worden ook wel "komkommerdieren" genoemd.
Volgens natuurfotograaf Otto Faulhaber uit Arnhem ging het om een grote verwilderde kat. Ook veldbioloog Gerrit Jansen en bioloog Marc Damen van Burgers Zoo schaarden zich achter deze theorie. Faulhaber zag de kat maandag 19 september 2005, en slaagde erin een duidelijke foto te makenFoto van Otto Faulhaber in de buurt van de Hulhorstweg in Beekbergen, die gepubliceerd werd in het regionale dagblad De Gelderlander. Volgens Faulhaber was de kat ongeveer anderhalf keer zo groot als een gewone huiskat, misschien een kruising van een verwilderde huiskat en de Europese wilde kat.
Kunstwerk Kooi-met-geen-poema-er-in In december 2007 werd op de parkheuvel Vellert, onderdeel van de nieuwbouwwijk Zuidbroek van Apeldoorn, het beeld Kooi-met-geen-poema-er-in (plaatselijk beter bekend als De Poema) van kunstenaar Maarten de Reus geplaatst. Het kunstwerk is 12 meter lang, 9 meter hoog en bestaat uit 2000 meter staaldraad. Het geheel weegt 3000 kg. Nadat het beeld in een grote hal was voltooid werd het in vijf delen gezaagd en op diepladers naar Apeldoorn vervoerd. Daar zijn de delen opnieuw in elkaar gezet. Van een afstand lijkt er een dier in de kooi te zitten, maar van dichtbij is het een abstract kunstwerk. Het ontving de Nationale Staalprijs 2008 en de Nationale Bouwprijs 2009.
Zie ook Het beest van Exmoor
Categorie:Veluwe Categorie:Broodjeaapverhaal Categorie:Fictieve katachtige