De Orde van Oranje-Nassau is een Nederlandse ridderorde, ofwel een koninklijke onderscheiding, die zes graden kent. Een benoeming in de orde wordt verleend wegens bijzondere verdiensten jegens de samenleving. Daarbij wordt met name gedacht aan vrijwilligers, maar ook iemand die in het werk bijzondere prestaties heeft geleverd kan worden benoemd. Daarnaast spelen onderscheidingen ook een rol in het diplomatieke verkeer met andere landen.

De onderscheiding wordt uitgereikt door de burgemeester (voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de gezaghebber) van de woonplaats van de gedecoreerde, maar soms ook door de commissaris van de Koning, de Rijksvertegenwoordiger of door een minister. De uitreiking van de onderscheiding geschiedt in Aruba, Curaçao en Sint Maarten door of namens de Gouverneur.Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau

De verlening van een onderscheiding wordt binnen een maand na verlening gepubliceerd in de Staatscourant.

Voorwaarden voor het ontvangen van een onderscheiding Van verdiensten is sprake indien iemand zich geruime tijd ten bate van de samenleving heeft ingespannen of anderen heeft gestimuleerd, of wanneer iemand een of meer opvallende prestaties heeft geleverd of werkzaamheden heeft verricht die voor de samenleving een bijzondere waarde hebben (artikel 2 van het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau).

Het gaat bijvoorbeeld om maatschappelijk en cultureel vrijwilligerswerk. Het gaat dan niet alleen om bestuurders, maar ook om mensen die door hun inzet verenigingen draaiend houden en organisaties toegankelijk maken voor de samenleving. Militairen ontvangen de Orde van Oranje-Nassau "met de Zwaarden", wat inhoudt dat zij in plaats van een gouden of zilveren lauwerkrans een paar gekruiste zwaarden in de armen van het kruis dragen. Ook op de vroegere eremedailles voor militairen werd de lauwerkrans door zwaarden vervangen.

In het kader van staatsbezoeken worden ook personen met een niet-Nederlandse nationaliteit benoemd in de Orde van Oranje-Nassau. Een dergelijke benoeming is een uiting van waardering van het Nederlandse staatshoofd voor het staatshoofd van de vreemde mogendheid. Vertrekkende ambassadeurs worden soms onderscheiden met het grootkruis van de Orde van Oranje-Nassau. In dat geval zijn er reciprociteitsafspraken gemaakt, inhoudende dat ook de vreemde mogendheid een vertrekkende Nederlandse ambassadeur een onderscheiding verleent. De koning der Nederlanden is grootmeester van de orde. De regering laat zich bij het administreren van de orde bijstaan door de Kanselier van de Nederlandse Ridderorden en zijn Kanselarij der Nederlandse Orden. Anders dan de Militaire Willems-Orde en de Orde van de Nederlandse Leeuw heeft de Orde van Oranje-Nassau nooit een eigen kanselier of kanselarij gekend. Er is ook nooit een eigen kapittel geweest.

Rangorde thumb|Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau De onderscheidingen zijn van hoog naar laag: Ridder Grootkruis; Grootofficier; Commandeur; Officier; Ridder; Lid.

Het ordeteken van de vier hoogste graden is uitgevoerd in verguld zilver, dat van de vijfde en zesde is uitgevoerd in zilver.

Het lint is oranje tussen twee strepen van Nassaus blauw, de kleuren gescheiden door een smalle witte streep.

Tot 1994 werden ook ere-medailles uitgereikt in goud, zilver en brons, die toen werden vervangen door de rang Lid.

Versierselen Graad versierselen uitleg baton Ridder Grootkruis 300px 100px Het ordeteken aan een grootlint over de rechterschouder alsmede een achtpuntige zilveren ster 100px Grootofficier 250px100px Het ordeteken aan een halslint (bij mannen) of strik (bij vrouwen), alsmede een vierpuntige zilveren ster in de vorm van een ruitvormige plaque 100px Commandeur 250px Het ordeteken aan een halslint (bij mannen) of strik (bij vrouwen) 100px Officier 100px Het ordeteken aan een lint of strik waarop een rozet 100px Ridder 100px Het ordeteken aan een lint of strik 100px Lid 100px Een iets kleiner ordeteken aan een lint of strik 100px Eremedaille 100px Eremedaille (goud, zilver of brons) aan een lintWordt niet meer uitgereikt 100px

De versierselen zijn sinds de instelling van de orde niet veranderd, met uitzondering van de ere-medailles die zijn vervangen door de rang lid. De vorm van de versielen zijn gedetailleerd in een reglement vastgelegd.

Voor de orde moesten stempels worden vervaardigd die overeenkwamen met de modellen die op de kanselarij worden bewaard. Er zijn meerdere fabrikanten geweest en de medailles werden door de Rijksmunt in Utrecht geslagen en geassembleerd.

De linten worden van zijde geweven.

Bij de decoratie ontvangt de persoon naast de versielen ook een draaginsigne, die qua ontwerp verschillen naargelang de rang. De gedecoreerde kan ook een tegen betaling een miniatuur onderscheiding aanschaffen. De persoon ontvangt tevens een oorkonde.

Voorschriften voor het dragen Er zijn voorschriften voor het dragen van de versielen, de draaginsignes en de miniaturen. De versierselen mogen alleen gedragen worden bij officiële gelegenheden. Het miniatuur mag bij feestelijke gelegenheden gedragen worden. Het draaginsigne is voor dagelijks gebruik. In alle gevallen geldt dat er tevens passende kleding bij gedragen moet worden. Voor mannen is dat in 2025 een pak of colbert, al dan niet met stropdas. Voor dames is dat bijvoorbeeld een jasje, een pak, een jurk, of rok met blouse.

Tot 1995 was er in Nederland weinig geregeld op het gebied van draaginsignes. Het was toen niet ongebruikelijk dat, net als in andere landen met orden van verdienste die van het Franse Legioen van Eer zijn afgeleid, knoopsgatsversieringen voor de rangen van Officier en hoger bestonden uit enkel een rozet, eventueel in combinatie met kleine stukjes goud- of zilvergalon om de hogere rangen in de orde aan te geven.

In het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau is in 1995 vastgelegd dat draagtekens zijn 'bevestigd op een strik'. Het draaginsigne van een Lid bestaat slechts uit een strik, dat van Ridder uit een strik met daaraan toegevoegd een zilveren kroon, Officier uit een in rozetvorm opgemaakt lint op een strik en de overige rangen uit een in een rozetvorm opgemaakt lint met erachter een balk van galon op een strik.

De overeenkomstige batons bestaan uit een stuk authentiek lint van 27 x 11 mm. met daarop per rang de hierboven beschreven attributen.

Het is strafbaar om de officiële kentekenen te dragen als iemand daar niet toe gerechtigd is.Wetboek van Strafrecht, artikel 435

Iemand die gevangen zit vanwege een rechterlijke veroordeling mag de onderscheiding niet dragen. De onderscheiding vervalt als iemand onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar.Wet instelling van de Orde van Oranje-Nassau

Knoopsgatspelden/Draaginsignes

Borgsom en teruggaveplicht De verguld zilveren of zilveren versierselen zijn niet bijzonder kostbaar. Nabestaanden mogen voor een vastgestelde borgsom in het bezit van de versierselen blijven. Voor de versierselen van een Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau betaalt men 2147 euro, een Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau 2015 euro, een Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau 703 euro, een Officier in de Orde van Oranje-Nassau 372 euro, een Ridder in de Orde van Oranje-Nassau 348 euro en een Lid in de Orde van Oranje-Nassau 252 euro. In 2025 bedraagt de borgsom voor Ridder in de Orde van Oranje-Nassau 441 euro.Brief aan gedecoreerde, ontvangen 25 april 2025thumb|Twee sterren en twee plaques, met en zonder de zwaardenOok de Eremedaille moet nog steeds worden teruggestuurd na bevordering of overlijden. Een Eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau in goud komt op een borgsom van 58 euro, de Eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau in zilver op 46 euro en de Eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau in brons op 40 euro.

De Nederlandse koninklijke onderscheidingen (dat wil zeggen de uitreikversierselen) worden door de regering in bruikleen gegeven. De versierselen moeten na een bevordering, een gerechtelijk vonnis of overlijden worden teruggegeven aan de Kanselarij der Nederlandse Orden in Den Haag.

In geval van diefstal of vermissing dient de drager een politieverklaring te zenden aan de Kanselier der Nederlandse Orden. De Kanselier zal vragen om een borgsombedrag te storten, waarna een vervangend versiersel wordt toegezonden.

De teruggaveplicht geldt ook voor vreemdelingen, maar niet iedereen houdt zich daaraan. De grootkruisen en sterren van oud-ambassadeurs worden geregeld op veilingen aangeboden. De handel in de versierselen van de Orde van Oranje-Nassau is niet verboden.

Procedure voor de aanvraag en verlening Iedereen kan iemand voordragen voor een onderscheiding. De procedure daarvoor is wettelijk vastgelegd. De details van de procedure zijn iets verschillend voor de verschillende onderdelen van het Koninkrijk. In Nederland moet een voorstel gericht worden aan de burgemeester van de woonplaats van de te onderscheiden persoon. Deze zendt het voorstel met een advies aan de commissaris van de Koning. Die zendt het met zijn advies aan de gezaghebber aan het Kapittel voor de civiele orden. Het Kapittel stelt nog een advies op en stuurt het aan de minister die over de bevording gaat, afhankelijk van de aard van de verdienste van de persoon. De minister doet vervolgens een voordracht voor het koninklijk besluit tot verlening van de onderscheiding. Indien de voordracht meer dan een minister aangaat, wordt het koninklijk besluit tot verlening van de onderscheiding gezamenlijk voorgedragen.

Een voorstel tot verlening van een onderscheiding aan een in Nederland verblijvende buitenlandse diplomaat of buitenlandse militair of een in het buitenland verblijvende persoon, wordt gericht aan de minister van Buitenlandse Zaken. Een voorstel voor onderscheiding van een burgemeester wordt gericht aan de commissaris van de Koning. Een voorstel voor onderscheiding van een commissaris van de Koning wordt gericht aan de burgemeester in diens woonplaats, die het vervolgens met het advies aan het Kapittel stuurt.

Als een minister het advies van het Kapittel niet overneemt, legt deze het voorstel met het advies van het Kapittel voor aan de ministerraad, die over de voordracht besluit. De minister geeft het genomen besluit weer door aan het Kapittel.

Geschiedenis Aanleiding De Orde van Oranje-Nassau is op 4 april 1892 ingesteld onder koningin-regentes Emma. In 1891 was namelijk de personele unie tussen Luxemburg en Nederland verbroken, omdat Wilhelmina volgens de wetgeving geen Groothertogin van Luxemburg mocht worden. Er waren, behalve de exclusieve Orde van de Nederlandse Leeuw, in Nederland geen onderscheidingen die de regering voor minder belangrijke verdiensten kon verlenen, maar vóór die tijd had de koning de mogelijkheid om ook in Nederland, zij het in zijn hoedanigheid van Groothertog van Luxemburg, de Luxemburgse Orde van de Eikenkroon toe te kennen. Deze orde was in 1841 ingesteld door Willem II. De onderscheidingen van deze orde werden zo vaak aan Nederlanders toegekend dat men in het buitenland wel over een Nederlandse orde sprak. Toen Luxemburg een eigen dynastie kreeg, bestond die mogelijkheid niet meer, en daarom stelde koningin Emma, handelend voor haar minderjarige dochter Wilhelmina, een nieuwe Nederlandse ridderorde in. Het Nederlandse decoratiestelsel bestond vervolgens weer uit twee orden.

De voorbereiding van het door de Nederlandse grondwet voor ordestichtingen vereiste wetsvoorstel heeft veel moeite gekost.

De vele leden van de buitenlandse deputaties bij de begrafenis van Willem III rekenden, naar het gebruik van die tijd, allen op een passende onderscheiding ter herinnering aan hun aanwezigheid. De Nederlandse regering kon met dat gebruik niet breken zonder veel kwaad bloed te zetten.