thumb|Reuzenpanda De reuzenpanda, ook wel panda, pandabeer of bamboebeer (Ailuropoda melanoleuca) is een zoogdier dat behoort tot de beren (Ursidae).
De reuzenpanda is een bekend dier vanwege de iconische status als bedreigde diersoort. De panda wordt onder andere als logo gebruikt door het World Wide Fund for Nature. Door de opvallende lichaamstekening en de bolle vorm van hun gezicht in combinatie met de 'grote' zwarte ogen worden panda's beschouwd als aandoenlijk en aaibaar. De manier waarop de dieren eten, zittend op het achterwerk, doet enigszins menselijk aan. Daarnaast is de neiging tot spelen aanleiding voor de populariteit onder het grote publiek. De reuzenpanda is ondanks het aandoenlijke uiterlijk niet ongevaarlijk voor de mens en kan zich als het moet fel verdedigen.
De panda leeft endemisch in China. Het is een bewoner van berggebieden op enige hoogte boven zeeniveau. De panda is een bedreigde diersoort, omdat het verspreidingsgebied door toedoen van de mens steeds kleiner is geworden. Oorspronkelijk was het meer een bewoner van laaggelegen gebieden, maar door de ontginning als landbouwgrond zijn deze ongeschikt geworden als leefgebied. Naar schatting leven er 1.864 panda's in het wild (2015) en 600 in gevangenschap. Ze hebben een versnipperd verspreidingsgebied, wat betekent dat er ver uit elkaar gelegen populaties zijn.
De panda is een roofdier dat zich heeft gespecialiseerd in het eten van planten. De beer leeft vrijwel uitsluitend van bamboe, wat in grote hoeveelheden voorkomt in het natuurlijke leefgebied. Af en toe worden ook wel andere planten of kleine dieren gegeten. De panda wordt in verschillende dierentuinen gehouden, vaak met als doel om nageslacht te produceren. De panda staat echter bekend als niet erg gewillig als het de voortplanting in gevangenschap betreft.
Naamgeving Het woord "panda" is een verbastering van het Nepalese woord poonya, wat vrij vertaald 'bamboe-eter' betekent. De kleine panda of rode panda was al eerder wetenschappelijk beschreven. De reuzenpanda werd pas later wetenschappelijk beschreven en kreeg vanwege het aanmerkelijke grotere lichaam de naam 'reuzenpanda'. Tegenwoordig blijkt overigens dat de twee soorten niet direct verwant zijn.
De Chinezen noemen het dier 大熊猫 (dà xiong mao), oftewel grote katbeer. De ogen van het dier lijken namelijk op die van een kat. Dit ter onderscheiding van de kleine panda (小熊猫, xiao xiong mao, kleine katbeer). Ook de naam beishung wordt wel gebruikt voor de panda, dit betekent 'witte beer'.
De reuzenpanda heeft als wetenschappelijke naam Ailuropoda melanoleuca, deze naam betekent letterlijk vertaald 'zwart-witte katpotige'. De wetenschappelijke naam van de onderfamilie Ailuropodinae is een samentrekking van de Griekse woorden αἴλουρος ailouros = kat, πούς pous = voet/poot met de uitgang inae, en kan vertaald worden als katpotigen. De wetenschappelijke soortaanduiding melanoleuca is afkomstig van de Griekse woorden μέλας melas = zwart en λευκός leukos = wit. Deze aanduiding betekent zwart met wit en slaat op de lichaamskleur.
Chinese schrijvers vermeldden het dier reeds drieduizend jaar geleden. De panda werd in het westen voor het eerst bekend in 1869 door de Franse missionaris Armand David (1826-1900). David kreeg een dierenhuid in handen van een Chinese boer die hij niet kon plaatsen. Hij noemde het dier Ursus melanoleucus ('beer die zwart en wit is').
Verspreiding en habitat thumb|Verspreidingsgebied binnen China (lichtgroen) in het donkergroen.
De panda komt voor in het centrale deel van China. De panda is bekend in de provincies Gansu, Sichuan en Shanxi. De leefgebieden bevinden zich op een hoogte van 1200 tot 3900 meter boven zeeniveau.
De habitat bestaat uit onherbergzame bamboe- en rododendronbossen die dicht begroeid zijn en hierdoor erg ontoegankelijk zijn. Het leefgebied is relatief koud en vochtig en bestaat uit berghellingen. In de winter is het leefgebied vaak met sneeuw bedekt en in de zomer komt vaak mist voor. Tussen de verschillende bergen zijn diepe dalen gelegen die moeilijk zijn over te steken. Het kost een panda weken om zich van de ene berghelling naar te andere te verplaatsen.
Zijn oorspronkelijke habitat zijn de laaggelegen hellingen van berggebieden in het westen van China, zoals in Sichuan en Yunnan. De panda is hier al lange tijd verdreven door toedoen van de mens, niet recentelijk, maar al duizenden jaren geleden.
Uiterlijke kenmerken De panda heeft een gedrongen lichaam met afstekende witte en zwarte kleuren. Het lichaam heeft een kleine staart en een opvallend ronde kop in vergelijking met andere beren. De schouderhoogte is ongeveer 65 tot 70 centimeter. De panda is een forse beer en kan een lichaamslengte bereiken van ongeveer 150 tot 190 centimeter. De mannetjes worden groter en zwaarder dan de vrouwtjes. Mannetjes bereiken een lichaamsgewicht van 85 tot 125 kilo en vrouwtjes worden ongeveer 70 tot 100 kilo zwaar. Mannetjes hebben relatief grotere neusgaten dan vrouwtjes.
Kop thumb|Kopprofiel met zichtbare hoektanden
De panda heeft kleine ogen met een verticale pupil, wat ook voorkomt bij andere nachtactieve dieren. Het gezichtsvermogen is erg slecht en de panda oriënteert zich voornamelijk op het reukvermogen.
De kop valt goed op door de duidelijke zwarte oogomgeving, neus en oren. Een dergelijke afwijkende tekening op de kop wordt wel een gezichtsmasker genoemd. Maskers komen ook wel voor bij andere beren, zoals de wasbeer (Procyon lotor) en de brilbeer (Tremarctos ornatus), deze laatste soort heeft er zelfs zijn naam aan te danken.
Het is echter met name de breedte van de kop die de beer zo'n karakteristiek uiterlijk geeft. De schedel van de reuzenpanda is veel breder dan die van alle andere beren. Boven op de schedel is een verhoogde kiel aanwezig, de sagittale kam. Deze kam wordt naar onderen toe snel breder wat het schedeloppervlak vergroot. Deze vergroting van het schedeloppervlak maakte de enorme spiermassa van de kaakspieren mogelijk. De kaakspieren en kiezen van panda's lijken op die van planteneters.De reuzenpanda verteert bamboe als een hypercarnivoor,NRC, 2 mei 2019, pag. 16
Ook de tanden en kiezen zijn verbreed, de panda heeft zelfs de breedste tanden van alle moderne roofdieren. De tanden en kiezen zijn niet alleen breed, maar ook plat en niet puntig. De meeste roofdieren hebben juist scherpe, dunne tanden om stukken vlees af te scheuren. Alleen de puntige hoektanden verraden de vleesetende voorouders, deze zijn nauwelijks van vorm veranderd. Het oppervlak van de overige tanden en kiezen is voorzien van richels en bobbels zodat de vezelige bamboeplanten beter kunnen worden vermalen. Deze kenmerken van de schedel zijn allemaal aanpassingen op het eten van grote hoeveelheden plantaardig materiaal, dat zorgvuldig fijngekauwd moet worden om het te kunnen verteren.
Lichaam thumb|De reuzenpanda heeft een gedrongen lichaam met een kleine staart.
De panda heeft een groot lichaam dat voorzien is van een dikke huid en vacht. Het lichaam is aangepast aan een leven in relatief koude streken.
Panda's hebben met 'normale' beren gemeenschappelijke voorouders. De scheiding tussen beren en panda's vond 19 miljoen jaar geleden plaats. Toen waren het nog omnivoren. Tussen 2 en 4 miljoen jaren geleden gingen panda's over tot een volledig plantaardig dieet. De panda heeft een maag en een kort darmstelsel, vergelijkbaar met andere roofdieren. Roofdieren eten meestal vlees en hebben een sterk maagzuur, zodat de vertering zeer snel verloopt. Moleculair onderzoek heeft uitgewezen dat de panda dezelfde verteringsenzymen en darmbacteriën heeft als vleeseters.
Aan het eten van planten is de panda echter nog niet goed aangepast; het spijsverteringsstelsel is, in tegenstelling tot dat van veel andere dieren die planten eten, niet erg efficiënt. Bij typische planteneters, zoals koeien, is het darmstelsel sterk verlengd en zijn soms meerdere magen aanwezig. De reuzenpanda heeft dus een maag-darmstelsel van een roofdier dat echter voorzien wordt van plantendelen. De panda moet dit compenseren door het eten van grote hoeveelheden planten.
Omdat de panda houtige planten eet komen relatief veel splinters in het spijsverteringsstelsel terecht. Dergelijke houtsplinters kunnen de slokdarm, de maag en de darmen beschadigen. Om dit te voorkomen heeft de panda verschillende aanpassingen aan het spijsverteringsstelsel.
De maag van de panda is eerder te vergelijken met die van een kip dan met die van andere beren vanwege de zeer dikke en gespierde maagwand. Kippen eten kleine steentjes om het voedsel te vermalen waardoor ze net als de panda een stevige maagwand hebben. Ook de slokdarm van de panda is voorzien van een vorm van bescherming, de slokdarm of oesofagus is voorzien van een hoorn-achtige laag. Ten slotte zijn ook de darmen voorzien van een beschermende laag tegen de splinters, de darmen zijn voorzien van een extra dikke slijmlaag.
De mannetjespanda heeft ongewoon kleine geslachtsorganen, dit wordt veroorzaakt door een bot dat bij veel roofdieren aanwezig is. Dit bot wordt het penisbot of baculum genoemd en dient bij roofdieren als versteviging van de penis. Bij veel roofdieren zoals andere beren is het penisbot recht en steekt naar voren. De meeste soorten roofdieren hebben hierdoor duidelijk zichtbare geslachtsorganen. Bij de panda is het bot echter gekromd en wijst het naar achteren. Dit bemoeilijkt de paring van de panda aanzienlijk.
Huid en vacht De panda heeft een opmerkelijk kleurpatroon van duidelijk afgescheiden witte en zwarte delen van het lichaam. Hierbij moet worden vermeld dat het slechts de lichaamsbeharing is die de kleur van de panda geeft. De huidskleur van de dieren is namelijk geheel zwart, net als overigens bij de ijsbeer het geval is. Het grootste deel van de vachtkleur van de panda is wit, de zwarte delen hebben een minder groot oppervlak. Bij de ondersoort Ailuropoda melanoleuca qinlingensis neigen de kleuren meer naar bruin en geel. De panda heeft een witte kop en bovenzijde van nek en eerste deel van de rug, met zwarte poten en schouders aan de voorzijde en zwarte poten aan de achterzijde. De oogomgeving, de oren en de neuspunt zijn zwart van kleur.
Dat de opvallende lichaamstekening van de panda een bijzondere reden moest hebben was al lange tijd bekend, maar waarom de beer een grotendeels witte kleur lichaamsbeharing heeft ontwikkeld was lange tijd onduidelijk. Tegenwoordig weet men dat dieren die een afstekende kleurentekening hebben weliswaar opvallen buiten hun natuurlijke habitat, maar dat ze vrijwel onzichtbaar zijn in hun natuurlijke leefomgeving. Dit komt doordat door de tegenstaande kleuren, in het geval van de panda zwart en wit, het lichaam optisch gezien uiteen valt in verschillende delen. De panda leeft altijd in beschaduwde gebieden in bossen, die donkere en lichtere plekken hebben en niet zelden besneeuwd zijn. Een dergelijke complexe vorm van camouflage komt vaker voor in de dierenwereld, zoals de strepen van zebra's. Een andere theorie is gebaseerd op het feit dat panda's erg slecht zien. Door de afstekende kleuren is de panda duidelijk als zodanig herkenbaar voor soortgenoten.
De panda verplaatst zich van de bergen naar de dalen als de winter intreedt, maar ook in de dalen kan het sneeuwen zodat de beer soms enige tijd in een besneeuwd landschap moet zien te overleven. De panda heeft hiertoe een dikke huid die aan de epidermis -de bovenzijde- voorzien is van een dichte beharing en aan de onderzijde is een vetlaag aanwezig om het dier tegen koude te beschermen. Daarnaast bevat de huid klieren die een vettige stof afscheiden waardoor de vacht waterdicht wordt. Hierdoor kan de panda midden in de sneeuw slapen terwijl de lichaamstemperatuur stabiel blijft.
Poten thumb|left|De poten van een panda zijn aangepast om bamboestengels te plukken. Deze worden met behulp van de vijf nageldragende vingers en het radiale sesamoid (zichtbaar als het voetkussentje linksboven) vastgehouden.