De grote spinnende watertorHydrophilus piceus in het Nederlands Soortenregister (Hydrophilus piceus) is een kever uit de familie van de spinnende waterkevers (Hydrophilidae). De kever wordt tot bijna 5 centimeter lang en is een van de grootste in het water levende kevers van België en Nederland.

Het gestroomlijnde ovale lichaam is glanzend zwart met een groene gloed. De poten zijn zwart maar doen bruin aan doordat ze een oranjebruine beharing dragen. De beharing zorgt voor een sterke verbreding van de poot die hierdoor een roeispaanachtige vorm krijgt. Tijdens het zwemmen beweegt hij de achterpoten afwisselend, waardoor een zwemmende kever een schommelende gang krijgt.

De grote spinnende watertor komt in stilstaand permanent plantenrijk water voor in geheel Europa, inclusief België en Nederland. De eieren worden gelegd in een door het vrouwtje gesponnen waterdicht nestkamertje onder water waaraan de kever de naam spinnende watertor dankt. Het menu van de dieren verschilt per levensstadium. De larve voedt zich met alle diertjes die hij in zijn bek kan krijgen waaronder zelfs kleine salamanders en kikkers. De volwassen kever is een planteneter.

De ademhaling van de kever is sterk gespecialiseerd: de antennes kunnen als 'snorkel' gebruikt worden, zodat het dier kan ademen terwijl het lichaam onder water blijft. Het leven der dieren Deel II: 257

Naam thumb|Verschillende stadia van de spinnende watertor, tekening uit The Royal Natural History, Volume 6 door Richard Lydekker, 1879 Wetenschappelijke naam De wetenschappelijke naam van de grote spinnende watertor werd in 1758 door Carl Linnaeus als Dytiscus piceus gepubliceerd in de tiende editie van Systema naturae. (1758). Systema naturae ed. 10: 411: Hydrophilus piceus (Linnaeus 1758), Gearchiveerd op 4 maart 2016 De soortaanduiding piceus is Latijn voor 'van pek' of 'pikzwart'. Voor het geslacht Hydrophilus is ook de naam Hydrous in zwang geweest, waardoor de soort in de literatuur ook onder de naam Hydrous piceus wordt genoemd.

Synoniemen Hydrophilus ruficornis , 1774 Hydrophilus viridicollis , 1844 Hydrophilus niger , 1876 Hydrophilus angustior , 1885 Stethoxus plicifer , 1891 Hydrous turkestanus , 1893

Triviale namen De grote spinnende watertor wordt ook wel 'spinnende waterkever' genoemd en heeft daarnaast verschillende andere Nederlandstalige namen. Voorbeelden zijn 'spinnende waterkever', 'spinnende watertor', 'zwarte spinnende watertor', 'zwarte waterkever', 'grote spinnende waterkever', 'zwarte spinnende waterkever', 'pikzwarte waterkever', 'pikzwarte watertor', 'grote pikzwarte watertor', 'pikzwarte spinnende waterkever', 'pekzwarte waterkever' en 'pekzwarte watertor'. De naam 'spinnende watertor' slaat op de gewoonte van de vrouwtjes om spinsel te gebruiken bij het maken van het nest waarin de eieren worden afgezet.

In andere talen wordt verwezen naar de vorm van de antennes, zoals het Duitse Kolbenwasserkäfer dat 'kolfwaterkever' betekent. In de Engelse taal wordt de naam great silver water beetle gebruikt, dat 'grote zilveren waterkever' betekent. Deze naam slaat op de zilverachtige luchtbel aan de onderzijde van een kever die in het water verblijft.

Indeling In 1762 plaatste Étienne Louis Geoffroy de kever in het door hem gecreëerde geslacht Hydrophilus (spinnende watertorren). (1762). Histoire abregée des insectes: 180Over de geldigheid van de naam Hydrophilus Geoffroy, 1762 zijn niet alle auteurs het eens omdat Geoffroy in zijn Histoire abregée niet de binominale nomenclatuur toepaste; sommigen schrijven de naam toe aan Otto Friedrich Müller, 1764. Fauna Europaea volgt die laatste visie niet, en die opvatting is hier gevolgd. In 1775 hernoemde Linnaeus het geslacht Hydrophilus in Hydrous (1775). Dissertatio entomologica: 7, in noot en onder die naam is dat geslacht lange tijd bekend gebleven. De hernoeming was echter onnodig, en Hydrous wordt nu beschouwd als een overbodige naam en als een junior synoniem van Hydrophilus.

Verspreiding en habitat thumb|Een vliegende spinnende watertor, dit exemplaar is opgezet. De grote spinnende watertor is een palearctische soort die voorkomt in grote delen van noordwestelijk en centraal Europa en delen van Azië. De soort is algemeen in westelijk en noordelijk Europa tot rond de Middellandse Zee op het Iberisch Schiereiland. Het verspreidingsgebied strekt zich via Turkije uit tot in Azië; ook in China komt de kever voor.

Europa In noordelijk Europa komt de kever voor in Rusland en in Scandinavië in de landen Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden. In westelijk Europa is de soort te vinden in België, Groot-Brittannië, Litouwen, Nederland, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slowakije, Tsjechië en Zwitserland. In oostelijk Europa beslaat het verspreidingsgebied de landen Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Hongarije, Joegoslavië, Kroatië, Noord-Macedonië, Oekraïne en Slovenië, in zuidelijk Europa Frankrijk, Griekenland, Italië en Spanje.

Afrika, Arabië en Azië Het verspreidingsgebied loopt via noordelijk Afrika en Arabië tot in de landen Libanon, Egypte, Israël, Syrië, Turkije. Recentelijk is de kever ook aangetroffen in Algerije. De spinnende watertor is ook bekend uit Azië: hij is vastgesteld in China en India, maar de soort is niet waargenomen in de tussenliggende landen.

Nederland en België In Nederland komen populaties van de grote spinnende watertor verspreid over het gehele land voor, vooral in het westen van het land. In België is de kever zeldzamer, een belangrijke populatie bevindt zich in de Bospolder, een natuurgebied bij de Ekerse Putten. Bolckmans.net fotogalerij. Larve grote spinnende watertor In Nederland staat de kever te boek als algemeen, hoewel de soort in veel gebieden ontbreekt of zeldzaam is. De laatste jaren gaat het aantal kevers achteruit. (2010). Microcosmos, Hydrophilus piceus - De spinnende watertor (pikzwarte watertor)

De grote spinnende watertor is zowel in Nederland (2022). Waterkevers op nbat.nl. Gearchiveerd als in België Koninklijk Besluit houdende maatregelen van toepassing in het Vlaamse Gewest ter bescherming van bepaalde in het wild levende inheemse diersoorten die niet onder de toepassing vallen van de wetten en besluiten op de jacht, de riviervisserij en de vogelbescherming, Gearchiveerd op 21 februari 2014 beschermd. De kever mag dus niet worden gevangen en in gevangenschap worden gehouden.

Habitat De habitat bestaat uit stilstaande tot langzaam stromende wateren met een dichte onderwatervegetatie. Ook in minder ontwikkelde wateren als grote plassen kan de kever worden aangetroffen. Er is enige tolerantie voor brak water en vervuiling. De kever kan tot een hoogte van 1000 meter boven zeeniveau worden aangetroffen.

Uiterlijke kenmerken thumb|left|Belangrijkste lichaamsdelen van de spinnende watertor

De grote spinnende watertor is een van de grootste Europese kevers en kan een lengte bereiken van 34 tot 47 millimeter. Insecten van Europa: Hydrophilus piceus (grote spinnende watertor) De kleur van de bovenzijde van het lichaam is zwart met een zwartgroene, metaalachtige glans bij levende exemplaren, opgeprikte exemplaren hebben een diepzwarte kleur. De onderzijde is eveneens zwart, maar een groot deel wordt bedekt door een dichte maar fijne en korte beharing, setae genaamd. Onder water houden deze naar het lichaam gekromde haartjes lucht vast, waardoor de kever een zilverachtige buikzijde lijkt te hebben. De kever is van andere kevers te onderscheiden op basis van verschillende kenmerken: de genummerde delen in de afbeelding links worden hieronder besproken.

De grote spinnende watertor bestaat net als andere insecten uit een kop (A), een borststuk (B) en een achterlijf (C). De kop en met name het borststuk dragen verschillende uitsteeksels. De uitsteeksels aan de kop hebben een sensorische en digestieve functie: ze nemen prooien en vijanden waar en helpen het voedsel te verkleinen. De uitsteeksels aan het borststuk, die bestaan uit drie paar poten en twee paar vleugels, zorgen voor de voortbeweging.

Kop De kever heeft een aan de bovenzijde sterk gepantserde kop, met aan de voorzijde de cheliceren en de onderste kaaktasters (1). De voorzijde van de kop, de clypeus, is voorzien van cirkelvormige rijen kleine putjes. De bovenzijde van de kop wordt beschermd door het kopschild of vertex (IIII). De ogen zijn zwart en kraalachtig en vallen niet op, omdat ze enigszins verzonken zijn tussen het halsschild en het kopschild. Duidelijk zichtbaar zijn twee draadvormige, gelede uitsteeksels, die doen denken aan antennes maar in werkelijkheid de bovenste kaaktasters (2) zijn.

De werkelijke antennes (3) zijn kort en bij het gefotografeerde (dode) exemplaar goed te zien. Bij levende exemplaren echter zijn de antennes verborgen aan de onderzijde; ze spelen een belangrijke rol bij de ademhaling. Omdat de antennes onder water niet meer worden gebruikt als zintuiglijk orgaan, hebben de kaaktasters deze functie overgenomen. Als de kever uit het water is, worden de antennes wel gebruikt. Ze zijn breed maar zeer kort, en bruin tot roodgeel van kleur, wat afsteekt tegen de zwarte basiskleur.

Borststuk thumb|Vooraanzicht met duidelijk verdikte antennes (boven) en sprieterige kaaktasters (onder)

Aan de voorzijde van het borststuk is in het midden een kleine driehoekige plaat aanwezig die scutellum of schildje wordt genoemd (II). Het borststuk of de thorax wordt aan de bovenzijde beschermd door het halsschild (III). Het halsschild is aan de basis breder en wordt smaller aan de achterzijde. Net als alle kevers heeft de spinnende watertor twee paar vleugels die verbonden zijn met het borststuk. De zichtbare vleugels zijn de twee zwarte dekschilden of elytra (I) die het achterlijf bedekken. Ze zijn naar achteren toe smaller dan aan de voorzijde en hebben rijen smalle, witte haartjes, die moeilijk te zien zijn. De dekschilden vormen het voorste vleugelpaar; ze dienen om de achtervleugels te beschermen als de kever niet vliegt. De achtervleugels zijn kwetsbaar omdat ze dun en vliezig zijn; ze zijn doorzichtig en hebben een bruine vleugeladering. De achtervleugels zijn qua oppervlak iets groter dan de dekschilden en hebben ongeveer dezelfde vorm, maar zijn aan de basis duidelijk breder. In rust worden de achtervleugels opgevouwen onder de dekschilden. Als de kever zijn vleugels uitslaat, klapt hij de dekschilden uit, zodat ze dwars op het lichaam staan.

De voorpoten (4, aangegeven is de tarsus) dragen net als de middelste (5) en de achterste poten (8) een duidelijke stekel of spoor. De sporen zitten altijd tussen het tweede en derde pootsegment, dus op het gewricht tussen de tarsus of voet en de tibia of scheen. De sporen aan de voorpoot zijn het kleinst, die aan de middelste poten (6) zijn iets langer en die aan de achterpoten (9) zijn het langst. Zowel het middelste als het achterste pootpaar is sterk peddelachtig afgeplat. De tarsi aan het laatste segment van de poot dragen een rij dikke haren, die dienen om het pootoppervlak en zo het zwemvermogen te vergroten. Bij veel waterinsecten dragen ook de schenen dergelijke haren maar bij de spinnende watertor ontbreken deze.

De mannetjes zijn bij veel waterkevers eenvoudig van vrouwtjes te onderscheiden door de vergroeiingen aan de tarsus, de laatste segmenten van de voorpoten. Bij de grote spinnende watertor hebben de tarsen een duidelijk verbrede, haaientandachtige uitstulping, evenals twee verlengde klauwtjes. Met de aangepaste poten kan het mannetje een vrouwtje beter vasthouden tijdens de paring. Dergelijke aanpassingen komen ook voor bij andere in water levende kevers omdat het zwemmen de paargreep of amplexus bemoeilijkt.

Achterlijf