thumb|370px|De taalsituatie in Noord-Nederland

Westerlauwers Fries (kortweg Fries, in het Fries: Frysk) is een van de drie levende Friese talen en wordt hoofdzakelijk gesproken in de Nederlandse provincie Friesland en in Opende in het Westerkwartier van de provincie Groningen.

Tot in de late middeleeuwen werd een variant van het Westerlauwers Fries ook in delen van Noord-Holland gesproken: op Texel en Wieringen, in West-Friesland en in Waterland.

Net als de in Duitsland gesproken Noord-Friese dialecten en het Saterfries, stamt het huidige Fries af van het Oudfries. Deze taal vertoonde sterke overeenkomsten met het Oudengels, waarvan sommige nog steeds zijn terug te vinden in het moderne Fries.

Het Oudfries en het Oudengels worden samen met het Oudsaksisch tot de groep Noordzeegermaanse of Ingveoonse talen gerekend. Binnen deze groep vertonen het Oudfries en het Oudengels een dermate sterke gelijkenis dat soms van een Anglo-Friese subgroep wordt gesproken.J. Harvey - Background on Frisian

Het Westerlauwers Fries is genetisch nauw verwant aan de andere moderne Friese varianten, maar deze hebben zich apart van elkaar ontwikkeld, waardoor niet of slechts in beperkte mate sprake is van wederzijdse verstaanbaarheid tussen de talen onderling.Piet Hemminga, 'Language Policy in Germany and the Netherlands. A Comparison with Regard to the Three Frisian Languages', in: Ethnos Nation 7 (1999), p. 81-94: citaat: “For a common speaker of one of the Frisian variants the three languages are too dissimilar to understand the other variants.”Femke Swarte, Nanna Haug Hilton & Charlotte. Gooskens, 'Onderlinge verstaanbaarheid tussen Noord- en Westerlauwers Fries'. in: Us Wurk, tydskrift foar Frisistyk 62 (2013), p. 21-46. Naast het Standaardfries kent het Westerlauwers Fries verschillende dialecten. Enkele daarvan zijn voor sprekers van de standaardtaal lastig te verstaan, omdat ze dichter bij het Oudfries staan. Het Stadsfries wordt tegenwoordig beschouwd als een Nederlands ("Hollands") dialect met een Fries substraat.

Status thumb|Schriftelijk en mondeling examen in de Friese taal in 1946 De Wet van 2 oktober 2013, houdende regels met betrekking tot het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer (Wet gebruik Friese taal) bepaalt dat de officiële talen in de provincie Friesland het Nederlands en het Fries zijn.Overheid.nl: Wet gebruik Friese taal

Standaardfries Op basis van het Kleifries en Woudfries is het Standaardfries ontwikkeld, dat als onderwijs- en bestuurstaal in Friesland wordt gebruikt. Deze standaardtaal berust op oude schrijftaaltradities, die in de Middeleeuwen vooral voor rechtsteksten in gebruik waren en daarna nog enige tijd voor literair werk. In het begin van de 19de eeuw begon de herleving van deze traditie. De spellingsregels voor dit Standaardfries zijn verschillende keren hervormd, voor het laatst met de afkondiging van de Steatestavering (Statenspelling) door de Friese Provinciale Staten in 1980.

De Nederlandse staat heeft het Standaardfries in 1956 als officieel erkend.Algemeen Handelsblad, 5 november 1955: Tweede Kamer aanvaardt Friese eed en Fries in de FRIESE rechtszaal : Waarborgen voor Rechtszekerheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheidZie bv. NRC Handelsblad, 25 maart 1989, Fokke Obbema: Het Fries als fictie : De vruchteloze reanimatie van een bijna dode taal Als autochtone minderheidstaal geniet de taal bescherming onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden.Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, art. 2Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden 1995, art. 10Wet gebruik Friese taal, art. 19 lid 2 sub a Het Fries is, naast het Nederlands, officiële taal in de provincie Friesland. Fries is in het basisonderwijs een verplicht lesvak, waarbij overigens aan scholen ontheffing kan worden verleend (die aan een op de vijf scholen is toegekend). De prestatienormen en de eindtermen voor het vak 'Fries' zijn vrijgelaten zodat de onderwijsinspectie daarop geen controle uitoefent. Fries wordt als taal op de meeste scholen niet systematisch geleerd. Friese taal- en letterkunde is wel een keuzevak waarin examen kan worden gedaan op de havo en in het vwo. Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw werd Fries ook aangeboden aan de Universiteit van Leiden en aan de Vrije Universiteit. Aan de Universiteit van Amsterdam ging dat iets langer door tot het werd opgeheven in 2006. Uiteindelijk was dan één academische studierichting Fries overgebleven, aan de Rijksuniversiteit Groningen, maar ook die verloor haar zelfstandigheid, in 2013. Een hoogleraarschap Fries in breder taal- en cultuurverband is ervan overgebleven ten behoeve van andere studierichtingen waarbinnen Fries als bijvak in het curriculum is opgenomen. Fries wordt in die zin ook door een aantal universiteiten buiten Nederland aangeboden. Het Noord-Fries is een master studierichting aan de universiteit van Kiel. Aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden bestaat een HBO studie "master docent Fries".

Dialecten Het Fries is onder te verdelen in de volgende dialecten: Kleifries (in de Kleistreek) het klei- en veenweidegebied vanaf Workum tot voorbij Leeuwarden Woudfries (in de Friese Wouden) ten zuidoosten van de lijn Dokkum - Heerenveen Noordhoeks dit wordt gesproken in het gebied tussen de Waddenzee en de lijn Engwierum-Dokkum-Birdaard Zuidwesthoeks (in de Zuidwesthoek) ten zuiden van de lijn Workum - Heerenveen Hindeloopers (in Hindeloopen) Aasters en Westers (op resp. Oost- en West-Terschelling) Schiermonnikoogs of Eilanders (op Schiermonnikoog)

De dialecten 1 en 2 zijn de Friese hoofddialecten die algemeen en ook in onderlinge communicatie gebruikt worden en zich wel van elkaar onderscheiden in hun uitspraak, maar steeds minder in hun woordenschat. Dialect 3 lijkt sterk op het Kleifries. De dialecten 6 en 7 zijn nagenoeg uitgestorven als gemeenschapstaal, 5 ondergaat sterke invloed van het omringende 4, dat zich op zijn beurt steeds meer aanpast aan een algemener Fries taalgebruik. Het dialect van Molkwerum (Molkwar), nabij Hindeloopen, werd door de 'romantische' taalkundigen uit de eerste helft van de 19de eeuw beschouwd als de meest oorspronkelijke vorm van het Fries, waaraan de moderne taalveranderingen, die het huidige Fries zijn gaan kenmerken, nog ontbreken. Tegenwoordig wordt dit dialect, voor zover nog gebruikt, beschouwd als een conservatieve vorm van het Zuidwesthoeksters.

Klankleer Klinkers + Friese klinkers met voorbeeldenSymboolVoorbeeldIPAIPAorthografieNederlandse vertalingwytwittiidtijdsitzit 1seezeeletlaat 2fêstvast dedeachtachtaardaardgatgat 2wâldwoudopop 1hoopjehopenbûsebroekzakhûdhuidútuitdrúfdruifputputmeimeeienéénoarandernuettamfreonvriendstruiestrooienbloeiebloesemmoaimooikaaisleutel

Medeklinkers b ch d f g h j k l m n p r s sj t tsj v w x y z b x d, t f g, ɣ h j k l m n p r s sj t tsj v v, f, w ks j z

Aantal sprekers In Friesland spraken in 2004 ongeveer 440.000 mensen Fries, van wie zo'n 350.000 als moedertaal. Er is geen recent onderzoek naar hoeveel mensen wereldwijd een van de varianten van het Fries kunnen spreken. In een publicatie uit 1976 werd dat aantal geschat op ongeveer 700.000.Gordon, Raymond G., Jr. (ed.), 2005. Ethnologue: Languages of the World, Fifteenth edition. Dallas, Tex.: SIL International. Online version (Internet Archive) In 2009 zou het in de Friese taalgebieden gaan om 467.000 sprekers. Maar de buiten die taalgebieden wonende Friestaligen zijn daar dan weer niet bij inbegrepen.Lewis, M. Paul (ed.), 2009. Ethnologue: Languages of the World, Sixteenth edition. Dallas, Tex.: SIL International. Online version.

Migratie van Friestalige plattelanders naar de (niet-Friessprekende) Friese steden (gevolgd door taalassimilatie van de daarop volgende generatie), en migratie van Friese stedelingen zowel als van niet-Friezen naar vooral het Friese platteland, hebben processen op gang gebracht waardoor het percentage inwoners van Friesland dat het Fries als huistaal hanteerde tussen de jaren 1950 en begin jaren 1980 afnam van 71% tot 59%.

Uit overigens niet door andere taalwetenschappers bevestigd onderzoek van taalwetenschapper Geert Driessen (Radboud Universiteit Nijmegen) bleek dat het percentage 'Friespraters' gestaag afnam tussen 1994 en 2014, ten gunste van het Nederlands. Hij meldde in 2016 dat aantal van degenen die Fries als hun dominante taal gebruiken terugliep en dan met name wat betreft de jongere generaties 'Friespraters'. Zij spraken tussen 1994 en 2014 binnen het gezin Fries, teruglopend van 48% naar 32% en buiten het gezin, teruglopend van 44% naar 22%. Het percentage ouders dat onderling Fries sprak, zakte in die periode van 58% naar 35%. Volgens Driessen zal er daarom 'over twee generaties weinig meer van over' zijn. Ook het Nederlands zou volgens hem verdwijnen maar het nog een paar generaties langer uithouden dan het Fries. In zijn woorden gaat 'alles naar het Engels.' De getallen die Driessen in zijn onderzoek vond, wijken overigens aanzienlijk af van die welke de provincie op grond van haar onderzoekingen presenteert. Ook die geven een verlies voor het Fries te zien maar in veel mindere mate. Zo laat het jongste onderzoek (ook uit 2016), gehouden door de Fryske Akademy, zien dat het aantal kinderen dat in het gezin Fries spreekt minder sterk afneemt en nog steeds tussen 45 en 55% ligt. Taal yn Fryslân 1980 en 1994 en de Taalatlassen van 2007, 2011, 2015 en 2019 laten een stabiel percentage van circa 65-75% zien omtrent het kunnen spreken van Fries.De Fryske taalatlas 2007 De Friese taal in beeld, Leeuwarden: Provincie Friesland, 2007.De Fryske taalatlas 2020. De Friese taal in beeld, Leeuwarden: Provincie Friesland, 2020. 64% van de ondervraagden gaf aan het Fries 'goed' tot 'heel goed' te spreken, nog eens 9% beheerste het Fries 'vrij aardig'.

Alfabet

Het Westerlauwers Fries wordt geschreven met het Latijnse alfabet, maar het Fries heeft maar 24 letters (de Q en de X worden in de hedendaagse spelling van het Fries niet gebruikt). Het Fries kent ook een paar lettertekens die worden gevormd door op een van de bovenstaande letters een accent circonflexe, een accent aigu te plaatsen.

Verwante talen

Onder de levende talen heeft het Westerlauwers de nauwste verwantschap met de beide andere Friese talen, Saterfries en Noord-Fries.

Sinds de 16e eeuw wordt in de voornaamste Friese steden minder Fries gesproken, maar zijn daar Nederlandse dialecten op basis van een Fries substraat gevormd, bekend onder de naam Stadsfries. Deze taal was het Hollands van een nieuwe ambtenarenklasse dat gaandeweg werd overgenomen en zich steeds meer aanpaste als zogenaamd Stadsfries aan de Nederlandse standaardnormen. Dat geldt niet in alle elf steden, bijvoorbeeld niet in de kleinste: Hindeloopen (Hylpen), Workum (Warkum) en IJlst (Drylts), waar men altijd Fries is blijven spreken, in Hindeloopen in een van de omgeving afwijkende variant. Taalvarianten op basis van een Fries substraat, die tot het Nederlands gerekend worden, spreekt of sprak men ook op het Bildt, op Ameland en in het dorp Midsland op Terschelling. De vrijwel verdwenen Friese dialecten van Schiermonnikoog (de Pôle), de dorpen West-Terschelling (West-Skylge of kortweg West) en Oosterend (Aast) op Terschelling, van Molkwerum (Molkwar) en van Hindeloopen (Hylpen) zijn archaïsche vormen van het Fries.