De Tsjetsjenen (Tsjetsjeens: Нохчий/Noxçiy, uitspraak: [no̞xtʃʼiː] (historisch ook bekend als Kisten en Doerdzoeken), zijn een Noordoost-Kaukasische etnische groep van de Nakh-volkeren afkomstig uit de Noord-Kaukasus. De overgrote meerderheid van de Tsjetsjenen zijn moslim en wonen in Tsjetsjenië, een autonome republiek binnen de Russische Federatie.

Ze zijn etnisch gezien nauw verwant aan hun buurvolk, de Ingoesjen. De meeste Tsjetsjenen en Ingoesjen beschouwen elkaar als "broeders". Omdat er veel overeenkomsten zijn in taal en etnologie noemen beide volkeren zich Vajnachen, wat ons volk betekent. Zij zien elkaar als één volk dat opgesplitst werd in twee republieken.

De Noord-Kaukasus is door de geschiedenis heen meerdere keren binnengevallen. Het geïsoleerde terrein en de strategische waarde die buitenstaanders hebben gehecht aan de door Tsjetsjenen bewoonde gebieden hebben veel bijgedragen aan het ethos van de Tsjetsjeense gemeenschap en het vormgeven van het nationale, krijgsgerichte karakter ervan.

De Tsjetsjeense samenleving is grotendeels egalitair en georganiseerd rond autonome tribale lokale clans.

Naam thumb|Tsjetsjeense strijder in maliënkolder (uit een Duits boek uit 1892 van Bernhard Langkabel) Volgens de populaire traditie komt de Russische term Tsjetsjeens (Чеченцы) uit centraal Tsjetsjenië, waar verschillende belangrijke dorpen en steden vernoemd waren naar het woord Tsjetsjeen. Deze plaatsen omvatten Tsjetsja, Nana-Tsjetsja ("Moeder Tsjetsja") en Yokkh Tsjetsjen ("Groot-Tsjetsjen")."Миграционные и урбанизационные процессы в ходе ста (Амин Тесаев) / Проза.ру". proza.ru. De naam Tsjetsjen komt eind 16e eeuw in Russische bronnen voor als "Tsjatsjana", dat wordt genoemd als een land dat eigendom is van de Tsjetsjeense prins Shikh Murza."декларация" (PDF). orsthoy.ru (in Russian). February 1951. Retrieved 25 November 2022. De etymologie is van Nakh-oorsprong en komt voort uit het woord Che ("binnen"), gekoppeld aan het achtervoegsel - cha/chan, dat geheel vertaald kan worden als "binnengebied". De dorpen en steden genaamd Tsjetsjan lagen altijd in Tsjetsjan-are ("Tsjetsjeense vlaktes"), gelegen in het hedendaagse centrale Tsjetsjenië."РУССКО-ЧЕЧЕНСКИЕ ОТНОШЕНИЯ ВТОРАЯ ПОЛОВИНА XVI-XVII в. DrevLit.Ru – библиотека древних рукописей". drevlit.ru."Вайнахи и аланы" Руслан Арсанукаев о происхождении названий и самоназваний Чеченцев и Ингушей". ignorik.ru. Archived from the original on 2022-01-24. Retrieved 2020-11-06.

Een andere verklaring stelt dat de naam is afgeleid van tsjetsjenit' sya; "geraffineerd praten".Webster's derde internationale woordenboek, Merriam-Webster, 1993

Hoewel Tsjetsjan (Tsjetsjeens) een term was die door Tsjetsjenen werd gebruikt om een bepaald geografisch gebied (centraal Tsjetsjenië) aan te duiden, noemden Tsjetsjenen zichzelf Nakhchiy (hooglanddialecten) of Nokhchiy (laaglanddialecten). De oudste vermelding van Nakhchiy vond plaats in 1310 door de Georgische patriarch Cyril Donauri, die het 'volk van Nakhche' noemt onder Tushetians, Avaren en vele andere Noordoost-Kaukasische naties. De etymologie van de term Nakhchiy kan worden opgevat als een verbinding gevormd met Nakh ('mensen, volk') gehecht aan Chuo ('grondgebied') of Chiy ('man, persoon')."Предание о происхождении чеченцев". 18 February 2017.

Verspreiding

thumb|links|300px|Verspreiding van Tsjetsjenen in Rusland, 2010 De Russische volkstelling van 2010 registreerde 1.431.360 etnische Tsjetsjenen, oftewel 1% van de Russische bevolking. Het overgrote deel van deze Tsjetsjenen, zo'n 1.206.551 personen, was woonachtig in Tsjetsjenië. Naast in Tsjetsjenië wonende Tsjetsjenen zijn er ook Tsjetsjenen in het district Chasavjoertski in Dagestan, het district Achmed in Georgië en in Ingoesjetië (18.645 personen). Ook bevinden zich groepen Tsjetsjenen in Moskou (14.524 personen), Stavropol (11.980 personen), Rostov aan de Don (11.449 personen), Volgograd (9.649 personen), Astrachan (7.229 personen) en Tjoemen (6.889 personen).

Buiten Rusland wonen aanzienlijke aantallen Tsjetsjenen in Kazachstan, Turkije en in aantal Arabische staten (vooral Jordanië en Irak). De Tsjetsjenen die in Irak en Jordanië wonen, zijn voornamelijk afstammelingen van families die Tsjetsjenië moesten verlaten tijdens de Kaukasische Oorlog, waarbij Tsjetsjenië rond 1850 door het Russische Keizerrijk werd geannexeerd. De Tsjetsjenen in Kazachstan, een groep van 32.894 personen, zijn (nakomelingen van) overlevenden van de etnische zuiveringen door Jozef Stalin en Lavrenti Beria in 1944.

Tienduizenden Tsjetsjeense vluchtelingen vestigden zich in de Europese Unie en elders als gevolg van de recente Tsjetsjeense Oorlogen, vooral na 2002. Alleen al in Frankrijk wonen naar schatting 67.000 Tsjetsjenen.

Geschiedenis Oorsprong en ontstaan van de Vainachen De oorsprong van de Tsjetsjenen en Ingoesjeten is tot op heden een mysterie. Ze kwamen misschien voort uit de Hurrieten, al is dit niet aangetoond uit archeologisch onderzoek. Toen Mitanni, het rijk van de Hurrieten werd veroverd door de Hettieten in 1335 v.Chr., vluchtten een aantal stammen van de Hurrieten naar de moeilijk begaanbare Kaukasus en vermengden zich daar met leden van de Kobancultuur. Hieruit zouden de Vainachen zijn ontstaan. Uit de vroeg-Vainachische tijd zijn afgodsbeelden en koerganen (grafheuvels uit de Koergancultuur: zie Koerganhypothese) teruggevonden.

In de klassieke oudheid en vroege middeleeuwen kwamen de Vainachen in contact met andere volken. Er was op dat moment een koninkrijk genaamd Sarir in de hoogten van de Kaukasus. In de vlaktes ten noorden van de Vainachen heersten de Alanen, die de Vainachen wilden onderwerpen en dat later ook deden. In de eeuwen daaropvolgend namen ze veel elementen van de Vainachcultuur over. Hierna kreeg de regio te maken met de Romeinen, Sassaniden, Arabische kalifaten, de Chazaren en verschillende nomadenstammen.

De Vainachen bewoonden de vlaktes ten noorden van de Kaukasus in vredestijd, maar in tijd van oorlog trokken ze zich terug naar de veilige bergen. Hier hadden ze een strategische positie, omdat verschillende handelsroutes door de Kaukasus liepen.

Christendom en islam Vanaf het begin van de 10e eeuw werden de Vainachen vanuit Georgië bekeerd tot het christendom. Naast kerken ontstonden toen ook veel nederzettingen en verdedigingswerken.

Vanaf de 13e eeuw verdween het christendom echter weer geleidelijk. Kort daarna trokken de Mongolen door de Kaukasus om het Kievse Rijk aan te vallen en te veroveren. De Vainachen trokken zich toen weer terug in de bergen. Na de val van het rijk van de barbaarse Timoer Lenk, trokken ze weer naar de vlakten.

De Vainachen ontwikkelden langzamerhand een clanstructuur gebaseerd op 9 territoriale eenheden (Toekchoems), die werden onderverdeeld in clans (tejps) Hun aantal liep gedurende de geschiedenis op tot 130-150 clans nu, alhoewel sommige bronnen spreken over meer dan 300. Dit systeem is voor veel van hen nog steeds van belang.

Als reactie op onder andere de groeiende Russische invloed, werden de Tsjetsjenen en de Ingoesjen geleidelijk aan tussen de zeventiende en begin 19e eeuw tot de islam bekeerd.The Ingush (with notes on the Chechen): Background information; door Johanna Nichols, University of California, Berkeley (februari 1997)

Invloed van de Russen De invloed van Rusland begon in dezelfde eeuw, toen Ivan IV de verschrikkelijke in 1559 de Kozakkenvesting Tarki vestigde in het huidige Dagestan. Tussen de Russen en de Vainachen lag nu alleen nog het islamitische rijk van de Krim-Tataren. Na de val van dit rijk in 1783 begonnen de Russen met de kolonisatie van de Noord-Kaukasus. Dit om toegang te hebben tot de Zwarte Zee en om af te rekenen met de voortdurende ontvoeringen van Russische inwoners uit gebieden dicht bij de bergvolken, die deze na ontvoering vaak als slaven verkochten.

Tsaristisch Rusland De oorlogen tegen de Tsjetsjenen resulteerden echter niet in sneller overwinningen voor de Russen. Vanaf 1785 werd onder sjeik Mansoer opgeroepen tot een "heilige oorlog" tegen de Russen. Deze werd in 1791 gevangengenomen en overleed enkele jaren later. Rond 1830 probeerden de Russen het opnieuw. Onder leiding van de Avaar imam Sjamil wisten de Tsjetsjenen de Russen tot staan te brengen van 1834 tot 1859, toen Sjamil was gevangengenomen. De Russen konden het gebied alleen veroveren door er meer dan 500.000 (kozakken)troepen heen te zenden en door grof geweld te gebruiken ("tactiek van de verschroeide aarde"). Zelfs toen hadden ze alleen nog maar de kernpunten, zoals de in 1810 opgerichte Kozakkenplaats Grozny (vernoemd naar tsaar Ivan Grozny; de verschrikkelijke) in handen. Van tijd tot tijd braken er opstanden uit, zoals van 1877 tot 1878, toen de Russisch-Turkse Oorlog woedde. Deze opstand werd neergeslagen. De inval van de Russen had ook tot gevolg dat veel Tsjetsjenen en andere bergvolken vluchtten naar het Ottomaanse Rijk. In plaats hiervan kwamen veel Kozakken en Armeniërs naar het gebied, die hun huizen en landerijen overnamen.

Sovjetperiode Na de Russische Revolutie van 1917 probeerden de Noord-Kaukasische bergvolken hun eigen onafhankelijke staat op te richten, wat in dat jaar resulteerde in de Bergrepubliek van de Noordelijke Kaukasus (1918). Deze werd in 1919 alweer feitelijk opgeheven nadat het Witte Leger grote delen van het gebied veroverde. Sjeik Uzun Haji richtte in datzelfde jaar in het resterende gebied het Noord-Kaukasisch emiraat op als islamitische staat, dat grotendeels in Tsjetsjenië lag. Hij werd al snel verslagen door het Witte Leger en kort daarop bezette het Rode Leger het gebied, dat begin 1920 werd opgenomen in Sovjet-Rusland.

In 1921 werd de Autonome Socialistische Sovjet-Bergrepubliek binnen de Russische SFSR opgericht, dat de bergvolken van de Noordelijke Kaukasus verenigde. Hierbij werd de sharia en de adab toegestaan. Deze vrijheden werden echter geleidelijk weer afgenomen en in november 1922 werd het Tsjetsjeense district van de Bergrepubliek afgesplitst als de Tsjetsjeense Autonome Oblast. In de jaren 30 werden de Tsjetsjeense en Ingoesjetische gebieden samengevoegd tot Tsjetsjeens-Ingoesjetische ASSR.

Uit onvrede over de toegenomen marginalisatie van het volk, startte de Tsjetsjeense sjeik Hassan Izrailov in januari 1940 een guerrilla tegen de Russen. Na de bevrijding van Stalingrad nam Stalin wraak op het hele volk: Op 23 en 24 februari 1944 liet hij door Lavrenti Beria en zijn NKVD alle bergvolken (Tsjetsjenen, Balkaren, Ingoesjeten, Kalmukken, Karatsjajers en Meschetische Turken) deporteren naar Centraal-Azië. Het Tsjetsjeense volk kwam vooral terecht in oblast Karaganda in de Kazachse sovjetrepubliek. Tijdens de tocht erheen en de eerste jaren daarna kwam ongeveer 30% van de bevolking om het leven. Pas in 1957, na de dood van Stalin en Beria, mochten de Tsjetsjenen van Nikita Chroesjtsjov terugkeren naar hun gebied. Teruggekomen bleek vaak dat anderen hun huizen en gebied hadden ingenomen.

Na 1990 thumb|Biddende Tsjetsjeense strijders in Grozny tijdens de Eerste Tsjetsjeense Oorlog thumb|Biddende Tsjetsjeense vrouwen