thumb|Akropolis van Athene

Polis, meervoud , poleis, Oudgrieks: , pólis, oorspronkelijk: burcht, is een zelfstandig naamwoord, door de Grieken gebruikt voor zowel een socio-politiek gegeven, een socio-geografisch gegeven, als voor een burcht, de oorspronkelijke betekenis. Deze drie kunnen in het Oudgrieks worden weergegeven: , koinônía, burgergemeenschap, , ástu, stad, en , akrópolis, burcht.

Hoewel polis soms met 'stadstaat' wordt vertaald, kan men zich er hierdoor een verkeerd beeld van vormen doordat stadstaten vooral wordt met de Italiaanse stadstaten geassocieerd, zoals Venetië of Genua. Het is daarom beter om verwarring te voorkomen om polis onvertaald te laten.Vergelijk . Griekse Democratie. Democratische politiek in het klassieke Athene, 2005. Amsterdam, blz 21-22

Deze staatsvorm ontstond door de stabielere situatie in het oude Griekenland na de troebelen rond 1000 v.Chr. Door de betrekkelijke vrede die heerste, de onderlinge handel en bevolkingstoename werd het noodzakelijk om een beter georganiseerde staatsvorm te ontwikkelen dan de toenmalige op familiebanden gebaseerde maatschappij.

Ontstaan

De eerste poleis ontstonden aan de kust van Anatolië, Klein-Azie, het huidige Turkije, waar de Griekse kolonisten zich tussen 800 en 500 v.Chr. rond een stedelijke kern gingen concentreren om zich beter te kunnen verdedigen tegen eventuele aanvallen van autochtonen. Dit is te verklaren uit de geografische verscheidenheid van de kust van Anatolië en het oude Griekenland, dat door de bergachtige omgeving berg en inhammen in kleine, natuurlijke gebieden was opgesplitst. Door deze geografische verscheidenheid groeiden verschillende nederzettingen, die dicht bij elkaar lagen, tot een stedelijk centrum aaneen. Deze kolonies noemde men apoikiai.mv.: , apoikíai < , apo, weg van + , oikos, huis, gemeenschap. Een polis ontstond soms ook door een geplande aaneensluiting van nederzettingen tot een politieke eenheid, een synoikismosOudgrieks: , sunoikismós < , sun, met, samen, + , oikos, huis, gemeenschap genaamd.

In de hellenistische periode (323–30 v.Chr.) stichtten de hellenistische basileis in hun rijken verscheidene poleis die ze naar henzelf of familieleden noemden. De Griekse invloed, het hellenisme werd zo in het hele oude Griekenland in de hand gewerkt.

Poleis Griekenland Er waren een groot aantal poleis in het oude Griekenland. De bekendste poleis waren Athene, Sparta, Korinthe, Thebe, Argos, Delphi, Olympia, Syracuse, Pergamon en Milete. Later zou ook Rhodos een belangrijke polis worden. Door het Copenhagen Polis Centre zijn er in totaal 1035 Griekse poleis, die in de loop van de geschiedenis hebben bestaan, zij het niet allemaal tegelijkertijd, geregistreerd., Stad en staat. De antiek-Griekse poleis en andere stadstaatculturen, Amsterdam, 2006, p. 90.

Fenicië De Fenicische poleis waren in Fenicië zelf meestal monarchaal van bestuur en gericht op handel. De Fenicische kolonies gingen echter - net zoals de Griekse - experimenteren en de Fenicische kolonie Carthago kende dan ook geen monarchie, maar een oligarchische republiek geleid door suffeten.

Italië De Italische poleis, waar de Etruskische en Latijnse naast de Griekse kolonies in Zuid-Italië en op Sicilië de voornaamste rol in speelden, konden zich in tegenstelling tot hun Griekse soortgenoten wel beter ontwikkelen op gebied van zelfvoorziening. Dit kwam doordat het vlakkere Italië beter geschikt was voor landbouw. Hierdoor groeide de bevolking ook sneller en begonnen onder andere de Romeinen aan gebiedsuitbreiding.

De Romeinse visie op de polis was meer gefocust op de gedachte van een staat en staatsinrichting die de gemeenschap oversteeg, terwijl de Griekse poleis meer focusten op de gemeenschap die de polis voor hen was. Hierdoor was de staatsinrichting van de Romeinen ook minder onderhevig aan verandering dan die in de Griekse poleis, omdat zij haar staatsinrichting als iets essentieel voor de polis zag.

Kenmerken van een polis Een polis was weinig uitgestrekt, waarbij het grootste deel werd ingenomen door het platteland en haar dorpen, , chôra, gebied. De stedelijke kern, , ástu, stad, ontwikkelde zich rond een gemakkelijk te verdedigen punt, zoals de Akropolis van Athene.

thumb|links|385px|Tetradrachme uit Katane, Sicilië, omstreeks 435-425 v.Chr. links: wagenmenner in een quadriga en een Nikè die een krans boven de paarden houdt rechts: gelauwerd hoofd van Apollo en opschrift: , van de Kataniërs

De polis was een exclusieve en autonome gemeenschap gevormd door haar burgers, , koinônía tôn politôn, gemeenschap van burgers, waarbij de klemtoon lag op burgers en niet-burgers. Zo kende men in Sparta de spartiaten of homoioi, gelijken, die volwaardige Spartaanse burgers waren, de perioiken, omwonenden, die vrije niet-burgers waren en ten slotte de heloten, slaven, de onvrije niet-burgers. De homoioi en perioiken vormden tezamen 'de staat van de Lacedaimoniërs'.

Dat de burgers de polis vormden, blijkt uit de munten die niet de plaatsnaam, maar de naam van de burgers, bijvoorbeeld '(staat van de) Lacedaimoniërs' vermeldden. Zowel de cultus van de polis-goden als de mythen rond de legendarische stichter van de polis en de culten en spelen ter ere van deze, moesten de cohesie binnen de gemeenschap versterken. Daarnaast waren de wetten, , nómoi, in het oud-Griekse recht een belangrijk bindmiddel om geschillen binnen de gemeenschap te beslechten. Het bewaren en versterken van deze cohesie was een voortdurende taak van de polis en de vele culten en spelen zijn hier dan ook een uiting van.

Een polis vormde een onlosmakelijk geheel van de stad, de astu en haar territorium, de chora, die de ruimte vormde die voor haar burgers was bedoeld. Deze ruimte kan worden ingedeeld in een stedelijke omgeving, de agora of akropolis vergelijk het met het forum en het Capitolium, en een rurale omgeving met gecultiveerde en braakliggende gronden, waarbinnen heiligdommen lagen in het astu, de chora en op de grenzen van de polis.

Elke polis streefde naar twee zaken: onafhankelijkheid, , eleuthería, van andere poleis en dat hun soevereiniteit, , autónomía, door andere poleis werd erkend.In het moderne onderzoek wordt steeds meer de vraag gesteld of het streven naar onafhankelijkheid een wezenlijk kenmerk was van een polis. . The "Autonomous City-State". Ancient Fact or Modern Fiction? in en , redactie. Studies in the Ancient Greek Polis, 1995, blz 21-43. Dit streven uitte zich in de verschillende doelen waar een polis naar streefde:

thumb|munt uit Metapontion, Lucanië omstreeks 530-510 v.Chr. met voor de polis haar voornaamste bron van rijkdom: gerst.

Een polis streefde ernaar zijn eigen politeia, , politeía, staatsregeling, te kiezen zonder inmenging van andere mogendheden. Een polis kon een monarchieEen monarchie kan ook een tirannie worden. zijn of een aristocratische, oligarchische, plutarchischeregering van de rijken < plutos, geld en archein, heersen of democratische regeringsvorm hebben. Een polis streefde naar autarkeia,Oudgrieks: , autós, zelf, eigen + , arkeô, ik ben toereikend > zelfvoorziening hoewel men daarin in het onvruchtbare Griekenland slechts zelden volledig in slaagde. Vaak moest de polis een deel van haar voedselvoorziening elders halen. Een polis streefde naar een autonome rechtsorde. Dit blijkt uit het aantal juryrechtbanken die in vele poleis voorkwam. Een polis streefde ernaar haar eigen munten te slaan, indien ze over goud of zilver kon beschikken. Een munt diende onder meer voor de naamsbekendheid van de polis door haar beschermgod, het symbool van haar hoofdactiviteit of haar naam, bijvoorbeeld 'van de Kataniërs' zoals in de afbeelding hierboven af te beelden. Een polis streefde ernaar de integriteit van het territorium te bewaren. Ze duldde dan ook geen permanente vertegenwoordiger van een andere macht op haar bodem en liet zich de aanwezigheid van een garnizoen opdringen.

Hoewel niet elke poleis erin slaagde al deze doelen te bereiken, probeerden ze het toch. Een polis kon haar territorium worden ontnomen, maar zolang de gemeenschap van burgers bleef bestaan, kon de polis die later weer terugkrijgen. Zelfs wanneer een polis haar autonomia had verloren of een vreemde macht op haar territorium moest dulden bleef ze streven om deze autonomia te herwinnen, zoals gebeurde tijdens het regime van de Dertig Tirannen.

Hoewel het moeilijk is exacte cijfers te geven voor de omvang van het territorium en het inwoneraantal van een gemiddelde polis, schat een recente studie de omvang tussen vijftig en honderd km² en het inwoneraantal tussen 2500 tot 4500 voor een gemiddelde polis. en . Stad en staat. De antiek-Griekse poleis en andere stadstaatculturen, 2006. blz 89-105, Men moet er wel rekening mee houden dat die cijfers voor atypische poleis als Athene, dat heel Attica bestreek, of Sparta, dat verschillende streken in de Peloponnesos beheerste, hoger lagen. De kleinschaligheid van de gemiddelde polis had zowel voor- als nadelen: zo bleef de staat overzichtelijk door haar kleinschaligheid, maar waren er ook meer interne twisten., De Griekse polis. Een beknopte schets van haar wezenskenmerken, 1983. in Didactica Classica Gandensia 23, blz 268

Sociale indelingen in de poleis In de verschillende poleis bestond een sociale geleding die ten dele was gebaseerd op het onderscheid tussen burgers en niet-burgers, maar ook op dat tussen vrijen en onvrijen. In sommige poleis bestonden er speciale sociale groepen, die alleen in die poleis voorkwamen. We kunnen deze voor de Griekse poleis ruwweg opsplitsen in een Ionische en een Dorische sociale indeling.

Ionische sociale indelingen De Ionische sociale indelingen kennen drie grote groepen: politai, burgers, metoikoi, medebewoners, en slaven. Vrouwen en kinderen tellen niet mee in deze sociale indeling.

Politai Politai, Oudgrieks: , polĩtai, enkelvoud , polítês, burgers, waren de vrije onafhankelijke mannelijke inwoners van de polis. Aristoteles geeft een engere definitie van polites:

Niet iedere vrije onafhankelijke mannelijke inwoner van de polis kon deelnemen aan de rechtspraak en het bestuur. Het kwam vaak voor, zoals in oligarchieën, dat maar een klein aantal van hen politieke rechten bezaten. De vrije inwoners bezaten desalniettemin toch alle andere rechten van een burger, afgezien van politieke.

Metoikoi

Metoikoi of metoiken, Oudgrieks: , metoíkoi, medebewoners, waren in verschillende poleis, zoals Athene, residerende vreemdelingen die een eigen status hadden verworven en tot op zekere hoogte in de stedelijke gemeenschap ingeburgerd waren. Toch hadden ze als metoik bijvoorbeeld niet het recht om een huis te bezitten of zelf voor de rechtbank te spreken, bijvoorbeeld Lysias, waarvoor ze zich moesten laten bijstaan door een prostates, Oudgrieks: , prostátês, plaatsvervanger of volburger, maar ze moesten wel in het leger of op de trières dienen, verblijfstaks, Oudgrieks: , metoíkion, betalen en net zoals andere vreemdelingen een belasting, Oudgrieks: , xeniká, om handel te mogen drijven op de agora. Ze werden door hun prostates ingeschreven in de deme waar ze verbleven. Omdat bevrijde slaven ook als metoiken werden beschouwd, waren hun prostatai hun vroegere meesters.

Slaven thumb|Oude slavenvrouw en voedster houdt een boorling vast terracotta, mogelijk uit Tanagra en gemaakt in Attica, omstreeks 325–300 v.Chr. Louvre

Slaven waren zeer gewoon in een polis en namen veel van de taken van de burgers over. Ze maakten geen deel van de polis uit, maar zorgden er wel voor dat de polis goed functioneerde. Slaven waren vaak persoonlijk eigendom van een burger, maar soms huurde de polis ook slaven in om staatseigendom uit te baten zoals mijnen. Daarnaast waren er ook poleis die staatsslavernij kenden.