Luchthaven Schiphol (IATA: AMS, ICAO: EHAM) is de grootste Nederlandse luchthaven en een belangrijke luchthaven in Europa. In 2025 verwerkte Schiphol 68,8 miljoen passagiers. Daarmee was Schiphol naar passagiersvolume de vierde luchthaven van Europa, na Londen Heathrow, Istanbul en Parijs-Charles de Gaulle.

De luchthaven ligt in de gemeente Haarlemmermeer in het zuiden van de provincie Noord-Holland en bevindt zich ongeveer 15 kilometer ten zuidwesten van Amsterdam. Op een deel van de huidige locatie van Schiphol, lag tot 1959 het dorp Rijk.Bewoners voelen sloop Rijk nog steeds als amputatie, Trouw, 17 oktober 1998. De naam "Schiphol" wordt ook gebruikt als plaatsnaam, evenals Schiphol-Oost en Schiphol-Rijk.

De luchthaven is eigendom van de Koninklijke Schiphol Group (statutaire naam: "Royal Schiphol Group N.V."), met als aandeelhouders de Nederlandse Staat en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam. De kruisparticipatie met het Franse Aéroports de Paris, die sinds 2008 bestond, werd in december 2022 volledig afgewikkeld.

Schiphol is de thuisbasis en hub van de KLM. Ook Corendon Dutch Airlines, Transavia en TUI fly hebben Schiphol als thuisbasis. Martinair, onderdeel van de KLM Group, beëindigde in 2011 zijn passagiersvluchten en is sindsdien uitsluitend als vrachtmaatschappij actief; de door Martinair voor KLM Cargo geëxploiteerde vrachtvloot is op Schiphol gestationeerd. EasyJet heeft sinds 2015 een basis op Schiphol; in 2025 waren daar negen vliegtuigen van de maatschappij gestationeerd. Delta Air Lines rekent Amsterdam tot zijn belangrijkste hubs en markten.

Sinds 2024 is Pieter van Oord de chief executive officer (CEO) van de luchthaven.

Geschiedenis thumb|links|Ligging van Schiphol ten opzichte van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Schiphol (zonder de Zwanenburg- en de Polderbaan) is geprojecteerd over een kaart uit circa 1840. Rechts van de luchthaven is met een vierkantje in de Ringvaart het vroegere Fort aan het Schiphol aangegeven. Hier ligt nu de Schipholdraaibrug. Even ten noorden hiervan kruist de A9 de Ringvaart.

Naam De naam Schiphol komt al voor in een op 11 september 1447 gedateerde, perkamenten brief over grondoverdracht (vier maden lands, liggende in Aelsmerbanne in Sciphol).P. Scheltema, Inventaris van het Amsterdamsche Archief, Volume 1, 1866, pagina 66 De exacte oorsprong van de naam staat niet vast, de deskundigen verschillen hierover van mening.

't Schiphol bestond en bestaat uit de Kleine Poel, het Zwarte Pad, het Oeverlandenreservaat en het poldertje van Sloothaak met stadskwekerij. Het gebied behoort waterstaatkundig tot de Buitendijkse Buitenvelderse polder. Na de noordelijke grenssloot, het voormalige fort en het militaire vliegveld draagt nu de nationale luchthaven de naam van dit gebiedje aan de noordoostelijke grens van Aalsmeer: Schiphol. Die naam is dus in de loop der eeuwen enkele kilometers naar het westen verschoven.

Inpoldering In 1848 werd begonnen met het droogleggen van het Haarlemmermeer, in 1852 viel de polder droog. In de noordoostelijke hoek van de nieuwe polder werd ter verdediging het Fort aan het Schiphol gebouwd. Dit fort lag binnen de later aangelegde ring van forten die de Stelling van Amsterdam vormden.

Militair vliegveld thumb|Vliegkamp Schiphol naast het gelijknamige fort. thumb|Een Britse kaart van Schiphol uit 1942.

In april 1916 werd door de minister van Oorlog, Nicolaas Bosboom, goedkeuring verleend voor de aankoop van grond in de buurt van het Fort Schiphol om daar een militair vliegveld in te richten, vliegkamp Schiphol. In augustus van dat jaar was het terrein van 16,5 hectare geschikt gemaakt om als vliegveld te dienen en waren er vier houten loodsen geplaatst. Op 19 september landden drie vliegtuigen van de Luchtvaartafdeeling der Koninklijke Landmacht op Schiphol, waarmee het vliegterrein in gebruik werd genomen. Het veld bleek al gauw te klein en gedurende de Eerste Wereldoorlog werden aanliggende percelen gevorderd. Aan het einde van de oorlog was de oppervlakte van Schiphol toegenomen tot 76 hectare.

Burgerluchtvaart Toen de Eerste Wereldoorlog voorbij was, ging men al gauw post, vracht en zelfs passagiers vervoeren met afgedankte en enigszins verbouwde oorlogsvliegtuigen. Nederland wilde hier ook aan meedoen, en vooral door toedoen van luitenant-vlieger Albert Plesman werd in oktober 1919 de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën N.V. (later KLM) opgericht. Op 17 mei 1920 opende de KLM haar eerste lijndienst: de luchtlijn Amsterdam – Londen. Schiphol deed dienst als landingsplaats voor Amsterdam. Dat jaar waren er 440 passagiers.

In 1921 werd de accommodatie voor passagiers op Schiphol verbeterd, doordat men de beschikking kreeg over een volledige loods. Er kwamen meer lijndiensten en er kwamen grotere en zwaardere vliegtuigen. Dit leidde af en toe tot problemen, doordat het terrein onvoldoende gedraineerd was, waardoor vliegtuigen vaak uit de modder moesten worden getrokken.

Als militair vliegveld verloor Schiphol aan betekenis, maar voor de burgerluchtvaart werd het vliegveld steeds belangrijker. Op 1 april 1926 werd Schiphol gekocht door de gemeente Amsterdam. De gemeente ging meteen aan de slag: de drainage van het veld en de toegangswegen werden verbeterd. Er werd een betonnen platform aangelegd van 50 bij 100 meter, en op het inmiddels tot 30 hectare gegroeide bebouwde gedeelte werden een stationsgebouw en een verkeerstoren gebouwd.

Het stationsgebouw werd geopend in 1928, op tijd voor de Olympische Spelen van datzelfde jaar in Amsterdam, en in mei 1940 door een bombardement verwoest. Een replica van dit gebouw staat sinds 2005 op Aviodrome te Lelystad.

In 1935 werd het landingsterrein vergroot tot driemaal de bestaande oppervlakte en in het nu 180 hectare grote terrein werden 200 kilometer drainagebuizen verwerkt. Er kwam een nachtlandingsinstallatie en er kwamen vier asfaltbetonnen start- en landingsbanen.

Nadat enkele vliegtuigen in de buurt van Schiphol noodlandingen gemaakt hadden of verongelukt waren, werden in het in aanleg zijnde Amsterdamse Bos (Boschplan) in 1938-40 twee noodlandingsterreinen aangelegd. Het noordelijke is het terrein waar in 1988 de Geitenboerderij Ridammerhoeve geopend werd. Het zuidelijke terrein is het zogeheten Land van Bosse, in 2011 in gebruik genomen als festivalterrein.

Tweede Wereldoorlog Tijdens de meidagen van 1940 werd Schiphol door de Duitse Luftwaffe gebombardeerd. Voor het personeel, dat meteen werkloos was, werden voortgezette opleidingen begonnen, deels in Den Haag. Het doel was tweeledig: het personeel bij elkaar houden en na de oorlog meteen weer paraat zijn. Dit initiatief werd gestopt toen in 1941 duidelijk werd dat de oorlog niet snel voorbij zou zijn. Personeelsleden werden ingezet bij Rijkswaterstaat, de PTT, de Rijksverkeerspolitie en dergelijke.

Duitse troepen bezetten de luchthaven en breidden het startbanenpatroon verder uit. Het vliegveld werd uitgebreid tot Fliegerhorst, oftewel hoofdvliegveld. Bovendien kreeg het als zogenaamd Leithorst de leiding over de militaire luchtvaart in de noordelijke Nederlanden. Schiphol kreeg drie schijnvliegvelden ter misleiding van geallieerde aanvallers: in Bennebroek, Vijfhuizen en Vogelenzang.Vliegvelden in Oorlogstijd, NIMH, Den Haag, 2009 De uitbreidingen van het vliegveld werden zonder aarzelingen uitgevoerd door diverse grote Nederlandse aannemers. Het vliegveld werd gebruikt door zowel jagers, verkenners, bommenwerpers als incidenteel nachtjagers. Op het hoogtepunt van de luchtoorlog in 1943 waren dat ruim 70 militaire vliegtuigen.

De FlaK werd al eind mei 1940 gestationeerd. Vanwege de leidende positie van Schiphol werden rondom het vliegveld relatief grote aantallen luchtafweergeschut opgesteld: begin 1942 twaalf stuks van en twintig van . Schiphol werd zo het zwaarst verdedigde Duitse vliegveld van Europa.

Ook legden de Duitsers in 1941 een zijlijntje aan naar het vliegveld vanaf de Spoorlijn Aalsmeer - Haarlem, onderdeel van de Haarlemmermeerspoorlijnen. Dit werd in 1945 weer opgebroken.

Op 14 mei 1941 arresteerden de Duitsers op Schiphol een groep mensen die een navigatie-examen aan het afleggen waren. Onder de arrestanten bevond zich ook Albert Plesman. Op 27 mei werden de meesten weer vrijgelaten. Radiotelegrafist Aad de Roode ging, nadat hij Henk Deinum en Marinus Vader had ontmoet, in het verzet.

Schiphol werd in de loop van de oorlog verscheidene malen door de geallieerden gebombardeerd. Een van de zwaarste bombardementen was dat van 13 december 1943, waarbij de United States Army Air Forces 200 Martin Marauder bommenwerpers in vier groepen inzette. Daarna was de rol van Schiphol voor de Duitsers feitelijk uitgespeeld en werd het vliegveld alleen nog als uitwijkgelegenheid gebruikt. Op 17 september 1944, de dag van de start van Operatie Market Garden, bliezen de Duitsers de belangrijkste onderdelen van het vliegveld zelf verder op.

Toen zij zich in mei 1945 uit Nederland terugtrokken, lieten ze een onbruikbaar vliegveld achter. Van 2 tot 7 mei 1945 werd het vliegveld als afwerpplaats voor voedsel gebruikt tijdens Operatie Chowhound. Dankzij herstelwerk kon er al op 8 juli 1945 een Douglas DC-3 op Schiphol landen. Een paar maanden later was Schiphol weer grotendeels in bedrijf. Het zou wel nog tot in 1949 duren voordat er weer een stationsgebouw was.

Wederopbouw en bloei thumb|Het nieuwe stationsgebouw in 1948 (rechts); links noodgebouwen De activiteit op Schiphol nam in de wederopbouwperiode zo snel toe dat Schiphol te kampen kreeg met ruimtegebrek. De luchthaven breidde uit naar het zuiden.

Toen Schiphol weer volop functioneerde, werd er achter de schermen een strijd gevoerd: Rotterdam wilde graag een eigen luchthaven. Plesman kwam met een plan voor een centrale luchthaven voor West-Nederland in het zuiden van de Haarlemmermeerpolder bij Burgerveen, maar Amsterdam was daar fel op tegen. Havenmeester Jan Dellaert presenteerde in die tijd zijn plan voor een tangentieel Schiphol met een centraal gelegen stationsgebouw, aan de andere kant van de Haarlemmermeer, ter hoogte van de Rijksweg Amsterdam – Den Haag (A4).

In 1949 werd door de regering het besluit genomen dat Schiphol de belangrijkste luchthaven van Nederland zou blijven. De toekomst van Schiphol was hiermee verzekerd. In datzelfde jaar werd het tangentiële systeem door de gemeenteraad van Amsterdam goedgekeurd. Dit vormde de grondslag voor het stedenbouwkundig plan voor Schiphol dat tien jaar later door de minister van Verkeer en Waterstaat werd goedgekeurd. Weer twee jaar later, in 1961, werd aan de directie van Schiphol het nieuwe ontwerp aangeboden door Ontwerpbureau Stationsgebouw Schiphol. Hieraan namen Marius Duintjer, Architecten en ingenieursbureau F.C. de Weger en de NACO (Nederlands ontwerpbureau voor Luchthavens) deel. Later werd ook de binnenhuisarchitect Kho Liang Ie bij het werk betrokken.

Schiphol-Centrum en -Oost thumb|thumbtime=17|Reportage uit 1967 over het verlaten oude Schiphol en het nieuwe Schiphol met grote parkeerterreinen en de aanleg van nieuwe verkeerswegen. thumb|Het dorp Rijk maakt plaats voor de uitbreiding van het vliegveld. thumb|Reportage uit 1951 over een nieuwe radarinstallatie op Schiphol. thumb|Boeing 747 op de taxibaan over de A4 (E19).

In 1963 werd officieel begonnen met de bouw van het stationsgebouw, dat in 1967 feestelijk geopend werd. Het gebouw lag ten westen van de oude luchthaven, die Schiphol-Oost ging heten, en had oorspronkelijk drie pieren, die van bovenaf gezien met de wijzers van de klok mee waren genummerd. Het stationsgebouw vormde het latere Schiphol-Centrum. Vrijwel alle passagiersvluchten meerden aan bij een vliegtuigslurf, in die tijd een nieuwigheid. De A4 werd in westelijke richting omgebogen.