Real Club Deportivo de A Coruña, voorheen bekend als Deportivo La Coruña, is een Spaanse voetbalclub uit A Coruña. De club veranderde met ingang van het seizoen 2026/27 haar naam in Deportivo A Coruña. De club speelt in het seizoen 2026/27 voor het eerst in acht jaar weer in de Primera División en werd eenmaal kampioen van Spanje (in 2000). Het vrouwenteam, Deportivo Abanca, speelt op het hoogste Spaanse niveau. Deportivo B speelt in het seizoen 2026/27 op het derde Spaanse niveau.

De succesperiode van de club begon in 1992 en leidde uiteindelijk tot onder meer een landstitel in 2000 (met clubtopscorer Roy Makaay), winst van de Copa del Rey (in 1995 en 2002), driemaal de Spaanse Supercopa, een halve finale in de UEFA Champions League in 2004, twee kwartfinales in de Champions League en een halve finale in de Europacup II. Voor 1995 had de club alleen slechts de Copa España van 1912 gewonnen (dat pas in 2023 officieel werd vastgelegd).

Deportivo is een van de slechts 9 Spaanse clubs die ooit de Spaanse landstitel heeft gewonnen en de laatste club die zich aan dit rijtje heeft toegevoegd.

De club leverde de topscorers van de Spaanse competitie in 1993 (Bebeto met 29 goals), in 2002 (Diego Tristán met 21 goals) en in 2003 (Roy Makaay met 29 goals). Makaay won in dat jaar de Europese Gouden Schoen.

Doelman Juan Acuña won maar liefst viermaal de Trofeo Zamora voor de minst gepasseerde keeper van het Spaanse hoogst niveau. Francisco Liaño won deze prijs in de seizoenen 1992/1993 en 1993/1994. Jacques Songo'o was de minst gepasserde doelman van Spanje in het seizoen 1996/1997.

Deportivo degradeerde per 2011 driemaal vanaf het hoogste niveau en in 2020 zelfs naar de Segunda División B (het derde niveau in Spanje). Van daaruit wist het driemaal niet te promoveren. Daarom speelde Deportivo in het seizoen 2023/2024 opnieuw op het derde niveau (de Primera División RFEF) toen het in 2024 promoveerde naar de Segunda División. De degradatie in 2020 werd juridisch bevochten vanwege de onregelmatigheden rondom de laatste wedstrijd van het seizoen 2019/2020 tegen Fuenlabrada. Na twee jaar op het tweede niveau promoveerde Deportivo in 2026 weer naar het hoogste niveau.

De club eindigde in 1992/1993 op een derde plaats in de Primera División en zou tot en met 2004 bijna elk seizoen op een hoge positie eindigen. Sinds het seizoen 2004/05 eindigde Deportivo meestal in de middenmoot, totdat het in 2011 vrij onverwacht degradeerde. Hierna volgde onmiddellijk weer promotie (2012), maar ook weer een nieuwe degradatie (2013), nieuwe promotie in 2014 en lage klasseringen in de drie seizoenen erna. De vijftiende plek in 2016 is voorlopig de beste eindklassering sinds 2010 toen Deportivo als tiende eindigde. Op 29 april 2018 degradeerde Deportivo voor de derde keer in zeven jaar naar het tweede niveau (de Segunda División A). In 2020 degradeerde het naar het derde niveau (Segunda División B) terwijl de club in 2019 nog een doelpunt verwijderd was van promotie naar de Primera División. In 2024 was er de terugkeer naar het tweede Spaanse niveau. De beste notering in de laatste 10 jaar is plek 15 in 2016 in de Primera División. In 2009 eindigde Deportivo voor het laatst in de top 10 van Spanje: het werd zevende.

Deportivo is vooral bekend om de periode met de Braziliaanse spits Bebeto (1992-1996), het titelverlies in 1994 door de gemiste penalty van Djukic in de laatste minuten van de competitie, de succesvolle periode in de Champions League tussen 2000 en 2004 (inclusief overwinningen bij Paris Saint-Germain, Manchester United, Arsenal, Bayern Munchen, AC Milan en Juventus) met spelers als Makaay, Pandiani en Diego Tristán, de comebacks hierin tegen Paris-Saint Germain (2001) en AC Milan (2004), de desastreuze 8-3-nederlaag bij AS Monaco (2003) en de doelpuntloze Champions League-deelname in het seizoen 2004/05.

Bekende spelers van de club zijn Bebeto, Rivaldo, Mauro Silva, Valerón, Lionel Scaloni, Diego Tristán, Djalminha, Fran, Donato, Pandiani en Albert Luque.

De club speelt zijn thuiswedstrijden in Estadio Municipal de Riazor in A Coruña.

Nederlandse inbreng bij Deportivo De Nederlandse spits Roy Makaay speelde vanaf 1999 tot 2003 voor Deportivo en won in het seizoen 2002/03 de Gouden Schoen als topscorer van Europa waarna hij werd verkocht aan Bayern München. In vier jaar bij Deportivo La Coruña maakte Makaay 97 doelpunten in 181 officiële duels. Hij staat daarmee vijfde op de topscorerslijst aller tijden van Deportivo achter onder meer Diego Tristán en Bebeto,

In 2016 speelde Ryan Babel enkele maanden voor de club. Zijn tijdelijke vervanger was Ola John. In februari 2018 werd Clarence Seedorf aangesteld als coach van Deportivo. Het lukte hem niet om de club in dat seizoen uit de degradatiezone te krijgen. In de winterstop van 2024/2025 kwam Zakaria Eddahchouri over van Telstar.

In Europees verband heeft Deportivo drie wedstrijden tegen Nederlandse clubs gespeeld. In het Champions League-seizoen 2003/04 zaten Deportivo en PSV bij elkaar in de groepsfase. Deportivo won met 2-0 in Riazor en PSV won met 3-2 in Eindhoven wat voor de Galiciërs nipt voldoende was om door te gaan en het mirakel tegen AC Milan te bereiken (El Milanazo). In het seizoen 2008/09 won Deportivo met 3-0 van Feyenoord in de Europa League.

Van de oprichting tot 1988 José Maria Abalo bracht voetbal naar La Coruña in 1904 na in Engeland gestudeerd te hebben en hij was betrokken bij de oprichting van Deportivo de la Sala Calvet in 1906 als voorloper van het huidige Deportivo. De Spaanse koning Alfonso XIII schonk de club in 1908 het predicaat 'Koninklijk' (Real) en accepteerde tevens de rol van erepresident van de club die inmiddels Real Club Deportivo de La Coruña heette. In die periode verliet de club de thuisbasis Corral de la Gaiteira en verhuisde naar een stadion dat tegenwoordig met Viejo Riazor wordt aangeduid.

In 1912 won Deportivo zijn eerste officiële prijs: de Copa España, officieel ook bekend als het Concurso España. Het geplande toernooi bleef uiteindelijk beperkt tot een beslissende wedstrijd tegen Vigo FC, die Deportivo won. Via Vigo Sporting zou die club later deel uitmaken van de fusie waaruit in 1923 Celta de Vigo ontstond. De prijs raakte daarna meer dan een eeuw in de vergetelheid, tot de RFEF hem in 2023 opnieuw erkende als officiële titel van Deportivo.

Toen de Liga in 1928 werd opgericht kwam de club niet door de kwalificaties heen en startte het in de Segunda División. Het eerste grote succes was het elimineren van Real Madrid in 1932 in de Copa del Rey. Een andere prestatie van betekenis was de promotie naar de Primera División in 1941.

In het debuutseizoen in de hoogste afdeling (1941/42) eindigde Deportivo op de vierde plaats. In 1944 werd het huidige Riazor in gebruik genomen. De eerste grote tegenslag was de degradatie van de club in 1945 naar de Segunda División, maar in 1950 eindigde het als tweede in de Primera División en werd de titel op de laatste speeldag aan Atlético Madrid verspeeld. In de jaren tot 1991 zou er veel sprake zijn van promoties en degradaties.

In de jaren ’50 kwamen er meerdere buitenlandse spelers naar Deportivo, waaronder de Argentijnen Corcuera en Oswaldo. Tezamen met de spelers Franco, Moll en Tino zou het aanvallende vijftal bekend worden als het Orquesta Canaro. Het was de eerste glorieuze periode van Deportivo dat geleid werd door onder meer Helenio Herrera, en met spelers als Pahiño en de latere Europees voetballer van het jaar Luis Suárez. Maar na de degradatie in 1957 zouden meerdere degradaties in een kort tijdsbestek volgen (in 1963, 1965, 1967, 1970 en 1973).

Na 1973 belandde club zelfs een seizoen in de Tercera Division (het toenmalige derde niveau in Spanje) en ook met Luis Suárez als coach (in 1978/79) kon de club het tij niet keren. In de jaren’80 nam de frustratie over het uitblijven van de terugkeer naar de Primera Division alsmaar toe evenals de financiële problemen. Aan het eind van het seizoen 1982/1983 speelde Deportivo zijn tweede finale in de geschiedenis, ditmaal om de Copa de La Liga. Het team was net promotie naar de Primera División misgelopen na aan 1-2 thuisnederlaag tegen Rayo Vallecano (een gelijkspel was voldoende geweest voor Deportivo). Deportivo verloor de eerste wedstrijd om deze beker met 1-3 van Atlético Madrileño (het filiaal van Atlético de Madrid) en won de uitwedstrijd met slechts 0-1.

1988-1992: de beginjaren onder president Lendoiro In 1988 werd Augusto César Lendoiro tot president van Deportivo gekozen. Coach Arsenio Iglesias, o Bruxo de Arteixo (de tovenaar uit Arteixo), begon het seizoen 1988/89 met een team dat enkele maanden ervoor ternauwernood aan een nieuwe degradatie was ontsnapt door een doelpunt in blessuretijd van Vicente in de laatste wedstrijd van het seizoen. Hoewel Deportivo erg succesvol was in de Copa del Rey was er opnieuw niet sprake van promotie (hoewel er voor het eerst in jaren weer sprake was van een positieve economische balans). In 1990 was de promotie bijna een feit, maar in de laatste play-offwedstrijd was het CD Tenerife dat promotie verdiende in Riazor na een eerder gelijkspel op de Canarische Eilanden.

Na 18 jaar zou dan eindelijk in 1991 de terugkeer naar de Primera División worden gerealiseerd. Met onder meer Miroslav Djukic in de selectie werd promotie afgedwongen in de slotfase van de laatste wedstrijd van het seizoen tegen Murcia. Onder coach Marco Antonio Boronat leek Deportivo in het seizoen 1991/92 (met spelers als Liaño, López-Rekarte, Fran en Claudio) op weg naar handhaving op het hoogste niveau toen Sporting de Gijón in maart 1992 met 5-2 verslagen werd met drie goals van Uralde. Het team stortte vervolgens echter in elkaar en coach Arsenio Iglesias keerde terug als coach van Deportivo. De club eindigde op de zeventiende plek en was hierdoor voor de derde keer op rij veroordeeld tot play-offwedstrijden. Over twee wedstrijden werd Betis Sevilla uitgeschakeld na 2-1 winst in Riazor en een 0-0-gelijkspel in Sevilla. Na het veilig stellen van de plek in de Primera División zou Deportivo vervolgens in totaal twintig achtereenvolgende seizoenen op het hoogste niveau spelen (een record in de clubgeschiedenis).

1992-1995: Superdepor, de 'Djukic penalty' en de eerste prijzen 1992-1993: de derde plek en het ontstaan van Superdepor Na de turbulente voorgaande jaren begon in de zomer van 1992 de opmars naar boven die zou aanhouden tot 2004. De Brazilianen Bebeto (28) en Mauro Silva (24) sloten zich bij de selectie aan en zouden zich twee jaar later tot wereldkampioen laten kronen met Brazilië. In La Coruña namen zij de club meteen aan de hand. Deportivo won de eerste vijf wedstrijden van het seizoen 1992/1993 (inclusief 3-2 winst op Real Madrid na een 0-2-achterstand) en werd gekroond tot ‘winterkampioen’. Bebeto zou dat seizoen topscorer van Spanje worden met 29 goals en Liaño de minst gepasseerde doelman. Uiteindelijk bleken Real Madrid en Barcelona nog een maatje te groot, maar eindigde de club op een verdienstelijke derde plaats en kwalificeerde het zich voor het eerst voor Europees voetbal.

1993-1994: verspilde titel in de slotseconden