Het Edict van Milaan Edictum Mediolanense, zoals in Lactantius, De mortibus persecutorum. Uit 'The Roman Law Library', van de Universiteit van Grenoble. Nederlandse vertaling Tolerantie-edict van Galerius (Nicomedia, 30 april 311) & 'Edict van Milaan' (Nicomedia, 13 juni 313), bron Lactantius, De mortibus persecutorum, 34 en 48,2-12; vertaling Vincent Hunink, gepubliceerd in: Hermeneus, 79,2007,111-112 (themanummer Constantijn) Engelse vertaling Edict van Milaan en Edict van Galerius, beide teksten vertaald aan de Universiteit van Pennsylvania, faculteit van Geschiedenis, circa 1897-1907. Website Fordham University, The Jesuit University of New York. is mogelijk een edict geweest dat door Constantijn de Grote en Licinius in februari 313 werd uitgevaardigd in Milaan. Hoewel Constantijn en Licinius de situatie van christenen zeker hebben besproken, wordt het bestaan van dit edict door sommige historici verworpen.Timothy Barnes, Constantine: Dynasty, Religion and Power in the Later Roman Empire (Chichester etc.: Wiley-Blackwell, 2011), 95-97; Henk Singor, Constantijn en de christelijke revolutie in het Romeinse Rijk (Amsterdam: ambo|anthos, 2014), 249. Het eventuele edict is niet bewaard gebleven. Wat lang voor het edict werd aangezien, is een diplomatieke brief van Licinius gericht aan de stadhouders van het oosten van het Romeinse Rijk.

Toelichting thumb|Plaquette uit 1978 in de San Giorgio al Palazzo in Milaan ter herinnering aan het Edict

In dit decreet, dat eerder het karakter van een rescript (diplomatieke brief) had, bekrachtigde Licinius dat er in het Romeinse Rijk voortaan de vrijheid van godsdienst ingang vond. Er staat in vermeld dat de Romeinse burgers vrij zijn zelf hun religie te kiezen en hem zonder belemmering vrij kunnen belijden. Licinius beschermde daardoor eerder de niet-christelijke religies. Het christendom had die bescherming na het Edict van Nicomedia, twee jaar eerder, niet meer nodig. Verbale agressie of iconoclasme van pagane beelden door christenen kwam al langer voor.

Het rescript bekrachtigde formeel het einde van de christenvervolgingen, die in 305 of 306 in West-Europa waren beëindigd en in 311 in de oostelijke rijkshelft. Het initiatief voor deze bekrachtiging ging uit van Licinius. Het zou later toegeschreven worden aan Constantijn de Grote, die als overwinnaar uit hun tweestrijd was gekomen en het edict in 312 had ondertekend uit collegialiteit.

De originele tekst zelf is niet bewaard gebleven, maar Lactantius haalt er in zijn boek De mortibus persecutorum (hoofdstuk 38 en 45) grote delen van aan. Onder meer staat erin dat alle bezittingen, gebouwen en grond die de christelijke gemeenschap ontnomen waren, teruggegeven zullen worden. De verdere inhoud van het decreet, dat uitgevaardigd werd onder het pontificaat van paus Miltiades, komt deels overeen met Galerius' uit 311 stammende Edict van Nicomedia.

Aanvang van de brief De Latijnse tekst is ons bekend via Lactantius die hem opnam in zijn boek over de christenvervolgers. De Griekse versie raakte verspreid in vertaling door Eusebius in zijn Kerkgeschiedenis.

De aanhef van de brief luidt als volgt:

Zie ook Cunctos populos

Bibliografie Henk Singor, Constantijn en de christelijke revolutie in het Romeinse Rijk, Amsterdam, 2014.

Noten

Categorie:Christendom in de Romeinse oudheid Milaan Categorie:Geschiedenis van Milaan Milaan Categorie:310-319