Madness is een Britse band die ska met pop vermengt. Hun succesperiode ligt in de jaren tachtig. Sinds 1979 heeft de band ruim 30 singles en 16 albums uitgebracht. De groep is nog steeds actief.
Madness en UB40 hebben in de jaren 1980 beide exact 214 weken in de Britse top 40 doorgebracht en delen hiermee het record voor het doorbrengen van de meeste weken in de Britse top 40 in de jaren 1980. Madness deed dit echter in een kortere periode (1980-1986).
Biografie 1976-1979; beginperiode De band werd eind 1976 opgericht in Londen door pianist Mike 'Monsieur Barso' Barson (22 april 1958), gitarist Chris 'Chrissy Boy' Foreman (8 augustus 1956) en saxofonist Lee 'El Thommo' Thompson (5 oktober 1957); drie jeugdvrienden met een verleden in straatbendes en een voorliefde voor ska, reggae en Motown.
De eerste helft van 1977 repeteerden ze op de kamer van Barson met drummer John Hasler en bassist Carl Smyth (14 januari 1959); in eerste instantie zouden ze zich The Pirates noemen, maar omdat er al een groep bestond die The Pirates (voorheen Johnny Kidd and the Pirates), werd het The (North London) Invaders.
De Invaders debuteerden 30 juni 1977 op een verjaardagsfeest. Van de aanwezigen toonde alleen Graham 'Suggs' McPherson (13 januari 1961) belangstelling; hij voegde zich bij de band nadat iemand hem op een avond See You Later Alligator hoorde zingen, het enige nummer waarvan hij de tekst wist.
Aan het eind van het jaar hield Smyth het voor gezien omdat Barson hem een lift naar huis weigerde; Gavin Rogers werd zijn vervanger. Ook Thompson lag regelmatig in conflict met Barson, wat hem in februari 1978 een optreden kostte. Daarna verhuisde Thompson met zijn ouders naar Luton vlak boven Londen waar hij zich aansloot bij Gilt Edge, een band die covers speelde van Bruce Springsteen. Desondanks probeerde Thompson zo veel mogelijk aanwezig te zijn bij repetities van de Invaders.
McPherson daarentegen verspeelde zijn plek in de band omdat hij liever naar voetbalwedstrijden van Chelsea FC ging. Hasler nam de zangmicrofoon over en gaf de drumstokken aan Garry Dovey. Rogers werd vervangen door Mark 'Bedders' Bedford (24 augustus 1961) die de band aan een optreden op zijn school hielp.
De Invaders speelden ook voor het bedrijf waar Bedford werkte; McPherson keerde terug omdat Hasler op vakantie was en Daniel 'Woody' Woodgate (19 oktober 1960) werd de nieuwe drummer. Dovey was vertrokken na een ruzie met Thompson die eind 1978 definitief terugkeerde.
Omdat er al een Invaders bestond (met een contract bij het label van Sham 69-frontman Jimmy Pursey) herdoopte de band zich in februari 1979 tot Madness, naar een song van de Jamaicaanse ska-zanger Prince Buster; daarna pas kwamen er vaker verzoeken om op te treden. Smyth werd gevraagd om de band aan te kondigen en deed dat met uitspraken die van Prince Buster zijn geleend ("HEY YOU, DON'T WATCH THAT...").
1979-1980; The Prince, One Step Beyond en 2 Tone-tournee In mei 1979 maakte Madness kennis met de min of meer gelijkgestemde ska-groep The Specials; deze formatie uit Coventry toerde destijds door het Londense clubcircuit ter promotie van debuutsingle Gangsters die op het eigen platenlabel 2 Tone was uitgebracht. Toetsenist/oprichter Jerry Dammers bood Madness een contract aan voor eenmalige single en een aantal voorprogramma's. Een van die voorprogramma's was tijdens de 2 Tone-avond op 21 juli in de heropende Electric Ballroom; openingsact was het pas opgerichte The Selecter.
Op 10 augustus 1979 verscheen de debuutsingle van Madness: The Prince was geschreven door Thompson als eerbetoon aan Prince Buster wiens Madness op de B-kant stond. Nadat The Prince in september de zestiende plaats in de Britse top 40 haalde, tekende Madness een contract bij Stiff, het platenlabel van Dave Robinson, op wiens bruiloft de band speelde. Het debuutalbum (One Step Beyond) opgenomen.
Op 19 oktober, Woodgates 19e verjaardag, begon Madness met The Specials en The Selecter aan een uitverkochte tournee door heel Groot-Brittannië. De 2-Tone-tournee werd een succes, hoewel rechts-extremisten menig optreden kwamen verstoren. Madness werd door de pers verantwoordelijk gehouden omdat het als enige van de drie bands volledig uit blanke muzikanten bestond. Bovendien plaatste het blad New Musical Express een interview met verdraaide uitspraken van Smyth die suggereerden dat hij geen probleem zou hebben met aanhangers van het National Front.
Dit leidde ook tot het misverstand dat Madness vanwege deze incidenten door Dexy's Midnight Runners (die de inspiratie uit de soulmuziek van de jaren zestig haalde ) was vervangen door de 2 Tone-optredens na 14 november 1979. De ware reden was dat er een mini-tournee door Amerika stond gepland; One Step Beyond zou daar pas na de jaarwisseling worden uitgebracht op Sire. Smyth kreeg een vaste plek in de band als trompettist en tweede zanger.
Ondanks alle controverse bereikte het eind oktober uitgebrachte One Step Beyond de tweede plaats in de Britse albumlijsten; het bleef er 78 weken staan. De gelijknamige single werd de eerste van negen top 10-hits op rij. De tweede single, My Girl, verscheen 21 december 1979. Vanwege de releasedatum dreigde deze een stille dood te sterven, maar schoot begin 1980 door naar de Britse top 40 om uiteindelijk de tweede plaats te halen.
1980; tournees door Europa en Amerika Begin 1980 toerde Madness door Europa; België werd aangedaan van 22 tot 26 januari en Nederland van 30 januari tot 3 februari. KRO maakte opnamen van het concert op 2 februari in Paradiso; Barson ontmoette zijn toekomstige echtgenote Sandra met wie hij meer dan twintig jaar getrouwd zou blijven.
Omdat Madness aan populariteit won bij de jeugd, gaf de band op 16 februari 1980 een kindermatinee in de Hammersmith Odeon op 16 februari 1980 (zelfs de aanwezige journalisten waren minderjarig) alvorens naar Amerika te vertrekken voor een eveneens uitgebreide tournee.
Geïnspireerd door de Too Much Too Young-EP van The Specials brengt Madness in april Work Rest & Play uit, gedragen door het van One Step Beyond afkomstige Night Boat to Cairo en gecompleteerd door drie nieuwe nummers. Ter promotie daarvan toerde Madness zes weken door Groot-Brittannië en Europa; in Nederland was de band 2 juni te zien in het televisieprogramma Rock Planet (TROS Top 50) en 3 juni tijdens het Festival of Fools in Amsterdam.
1980-1981; Absolutely en Take It Or Leave It In de zomer van 1980 werkte Madness aan het tweede album dat 26 september werd uitgebracht. Op Absolutely waren meer Motown- en variété-invloeden te horen dan op One Step Beyond. Met de voorafgegane single Baggy Trousers (een reactie op Another Brick in the Wall van Pink Floyd) manifesteerde Madness zich met pakkende liedjes en humoristische videoclips met een onderliggende boodschap.
Gedurende de rest van het jaar werd er door Europa (oktober) en Groot-Brittannië (december) getoerd. 18 oktober 1980 stond Madness in een uitverkochte Jaap Edenhal tijdens het Countdown Festival met Raymond van het Groenewoud en The Specials. Een week later kwam Absolutely de Nederlandse albumlijst binnen om drie maanden later de toppositie te bereiken; het werd de bestverkochte plaat van 1981. Baggy Trousers en opvolger Embarrassment werden de grootste hits die Madness in Nederland zou scoren. In Groot-Brittannië volgde in februari 1981 een derde single; het instrumentale Return Of The Los Palmas 7. De 12" versie bevatte als extra de eerste editie van het Madness-fanzine dat uiteindelijk vijf jaar zou bestaan.
Daarna werkte Madness aan de autobiografische film Take It or Leave It waarin de band de eigen beginperiode naspeelde. De film ging in première op 14 oktober 1981 maar zou geen kaskraker worden vanwege distributieproblemen. Fans van Madness en andere ska-gerelateerde bands zouden het later alsnog een klassieke status toedichten.
In april 1981 verscheen de nieuwe single Grey Day en ging Madness op tournee door Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en Amerika waar het contract met Sire was beëindigd na de tegenvallende verkoopcijfers aldaar van Absolutely. In Japan werd het nummer In the City opgenomen voor een serie reclamespots ter promotie van de Honda City; deze werden pas in september gefilmd. 8 juni stond Madness op Pinkpop waar ook de bevriende bands UB40 en Ian Dury & the Blockheads acte de présence geven.
1981-1992; 7 Voorafgegaan door de single Shut Up bracht Madness eind september 1981 een derde album uit. 7 was in eerste instantie op de Bahama's opgenomen en bevatte licht-tropische invloeden. Het album ontving lovende kritieken.
De band toerde zes weken lang door Groot-Brittannië met in het voorprogramma The Belle Stars; ontstaan uit de asresten 2 Tone-skaband The Bodysnatchers en min of meer een vrouwelijke Madness. Tijdens de tournee werd een coverversie opgenomen van Labi Siffres It Must Be Love; het kwam eind november 1981 op single uit en stond een maand later in de Britse top 5. Tegen die tijd gaf McPherson zijn jawoord aan Deaf School-zangeres Bette Bright met wie hij getrouwd zou blijven.
De volgende single verscheen in februari 1982 en was weer afkomstig van 7; Cardiac Arrest werd echter geboycot door de BBC omdat het over een zakenman ging die zich naar z'n werk haastte en onderweg een hartaanval kreeg. De single haalde weliswaar de 14e plaats, maar dit werd als een behoorlijke tegenvaller beschouwd omdat Madness nu geen tien top 10-hits op rij had.
1982; Complete Madness Eind april 1982 verscheen de verzamel-lp Complete Madness met de nieuwe single House of Fun die vooraf werd uitgebracht. Een maand later stonden single en album tegelijkertijd op nummer 1 in de Britse hitlijsten. Toen Complete Madness in juli ook de video top 10 aanvoerde was de hattrick compleet. Vervolgens scoorde Madness een zomerhit met Driving in My Car; in de bijbehorende videoclip was een gastrol weggelegd voor Specials-afsplitsing Fun Boy Three (Terry Hall, Lynval Golding en Neville Staple. Omgekeerd waren leden van Madness te zien in de clip van de Funboys' The Telephone Always Rings Twice.
1982-1983; The Rise & Fall en succes in Amerika In november 1982 kwam Madness met een nieuw studioalbum; The Rise & Fall klonk een stuk serieuzer dan de vorige drie platen, zowel muzikaal als inhoudelijk. De teksten gingen voornamelijk over de schade die het Margaret Thatcher-beleid had aangericht.
Hoewel de fans langzaam maar zeker begonnen af te haken stond Madness nog altijd garant voor hits en volle zalen; Our House (eind 1982) en Tomorrow's (Just Another Day) (begin 1983) zetten de tweede reeks top 10-hits voort en de Britse tournee van februari en maart 1983 was van tevoren uitverkocht.
Speciaal voor de Amerikaanse markt bracht platenlabel Geffen een titelloze Best Of uit met oude hits en nummers van Rise & Fall. Dankzij regelmatige airplay op muziekzender MTV haalde Our House in juli 1983 de zevende plaats in de Billboard Hot 100. It Must Be Love werd de Amerikaanse opvolger van Our House en bracht het tot nr. 33.
In augustus 1983 begon Madness aan een vijf weken durende tournee door de VS; als hoofdact en als voorprogramma van David Bowie en The Police.
In eigen land scoorde Madness de voorlopig laatste top 10-hits met Wings of a Dove (goed voor de tweede plaats, achter Red Red Wine van UB 40) en The Sun & The Rain.
1983-1984; Keep Moving, zonder Barson en zonder Stiff