thumb|Een nosemanual op een longboard Skateboarden is van origine een Amerikaanse sport die ontstaan is eind jaren zestig van de 20e eeuw. De sport is ontwikkeld door surfers die surfen wilden op het land, en wordt vaak gelinkt met de jeugdcultuur.

Deze sport wordt beoefend met behulp van een skateboard: een essenhouten plank, met twee trucks en vier wieltjes waar elk twee lagers in zitten. Door zich hiermee voort te bewegen en te springen kan men tal van tricks of stunts uitvoeren. Vooruitrijden doet men al steppend, pushen (zie woordenlijst) of slalommend. Door de populariteit van deze sport zijn er speciale hindernissen gekomen die ook gebruikt worden voor BMX en skaten.

Geschiedenis thumb|Polygoonjournaal uit 1978. Eerste Nederlandse skateboardbaan De Flevohof.Eerste Nederlandse skateboardbaan geopend beeldengeluid.nl thumb|Polygoonjournaal uit 1980. Skateboard-wedstrijden in Nederland. Slalom, trucjes, handstand en op een half-pipe. De sport werd in de jaren vijftig aan de westkust van de VS door surfers bedacht, door op land te surfen met onder hun surfboard gemonteerde rolschaatswielen. In het begin bestond de discipline enkel uit rijden, slippen en enkele "eenvoudige" figuren of tricks (uit het Engels voor "truc") zoals de wheelie of over hindernissen springen waarbij de plank eronderdoor dook. Helemaal in het begin kon men geen kickturns maken omdat het deck geen tail (of nose) had. Later kon het wel. Tijdens een langdurige droogteperiode in Californië, waardoor mensen hun zwembad leeg lieten staan, vonden de Z-Boys het een goed idee om in de zwembaden te gaan skateboarden waar men tricks bedacht zoals het carven (via verplaatsing van hun gewicht rondjes blijven rijden in bowls), later aangevuld met wheelies die boven de bowls uitstaken. Grote namen uit die periode zijn Stacy Peralta (oprichter van een skateboard bedrijf/team Dogtown en de Z-boys dat later opging in Powell-Peralta) en de legendarische onverschrokken Tony Alva, maar ook de iets minder bekende Jim Muir en Shogo Kubo. Stacey Peralta maakte begin 21e eeuw de film Lords of Dogtown over Dogtown and the Z-Boys, die in de filmhuizen draaide.

In de film Back to the Future, waarin het hoofdpersonage Marty McFly terug in de tijd gaat naar 1955, is er een scène waarin hij een karretje afpakt van een meisje, en de bovenkant eraf haalt. Hij hield alleen een houten bord met wielen over. Fans zien dit soms als een fictieve manier hoe het skateboarden is ontstaan.

In het begin waren de boards smal en lang, maar al gauw ging men verschillende stijlen ontwikkelen met aparte boards; in de jaren tachtig steeds bredere voor de verticale disciplines en smallere voor de slalom en freestyle. Een typisch vertboard in die tijd had nauwelijks een nose, en geen concave. Een typisch freestyleboard kreeg steeds meer nose, lichtere trucks zoals de magnesium Tracker en ACS 500 en steeds kleinere en hardere wielen. Een typisch slalomboard in die tijd was een foam/fiberglass (Summerski) of aluminium exemplaar (bv Powell Quicksilver), sterk verend met soms een duikende voorkant vanwege de stroomlijning. Ook G&S was populair met zijn verende sandwich decks: hout-fiberglass-hout of fiberglass-hout-fiberglass. Met de uitvinding van steeds meer vert tricks kwamen eind jaren negentig vertboards met meer nose, en ook met concave. Ook de vertwielen werden smaller. Men ontdekte dat de snelste wielen een hoge rebound hadden: een dikke rand oftewel lip. De slalomskaters ontdekten dat een licht stevig board veel betere resultaten geeft dan een verend exemplaar. Niet alleen hout, maar ook kevlar werd populair vanwege de stevigheid.

Een belangrijk medium voor de sport was Skateboarder Magazine, dat vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw over de hele wereld werd verspreid. De covers geven een mooi beeld van de mode en ontwikkelingen van het skateboarden.

In de jaren zeventig werd er weer een nieuw fenomeen ingevoerd in deze sport. In plaats van met kleine wielen te rijden, vond men er polyurethaan uit. Frank Nasworthy, een Amerikaan, stal deze wielen uit de fabriek waar hij werkte. Oorspronkelijk waren dat rolschaatswielen, maar Frank zorgde er dus voor dat deze onder het skateboard pasten, waardoor de skaters sneller gingen. Al gauw werd snelheidsrecord na record gebroken. Met een aerodynamisch pak en helm brak Gary Hardwick in Fountain Hills (Arizona) (26 september 1998) het downhillrecord met bijna 100 km/u (staand). Nadat de Belgische autocoureur Jacky Ickx in de jaren zeventig een motorisch aangedreven skateboard ontwikkelde, kwam Billy Copeland op het idee om met een motorisch aangedreven skateboard een record te vestigen (112 km/h op 15 mei 1998). Het huidige downhillrecord staat op 120 km/u (liggend).

Skaten kwam weer in de mode in de jaren tachtig met het streetstyle als hoofddiscipline. Vele aanhangers keerden terug van de ramp naar de straat om er diverse figuren te creëren, die nu worden geklasseerd als old-school (zoals de boneless, no-comply en footplants). Andere disciplines zijn: downhill, parallelle en grote slalom, freestyle, bowl (soort leeg zwembad), ramp (¼ cirkelvormige helling), Hollywood ramp (bowl met plat tussenstuk), hoog- en verspringen (van board op board) en – waar het allemaal mee begon – het cruisen. Ondanks de soms magere belangstelling en de nog magerder media-aandacht in Europa worden er enkele baanbrekende tricks bedacht: jaren zeventig: de aerial – men komt 'los' van de verticale baan (ook air genoemd) jaren zeventig: de eerste handplants jaren tachtig: (door Alan 'Ollie' Gelfand) de eerste ollie (aerial, sprong zonder het board vast te houden) in de bowl, al gauw gevolgd door de eerste sprong (ollie) over de canyon (=ingang van een bowl). Door de vele variaties die dat baanonderdeel geeft, worden er in de ramps inrijstukken ingebouwd, die als canyon worden gebruikt. jaren tachtig: de opkomst van de freestyle, met name door allerlei tricks van Rodney Mullen (de kickflip, 50/50's, de impossible en variaties op de handstand zoals de handstand-kickflip). eind jaren tachtig: de skaters brengen de vert tricks zoals ollie en handplants naar de straat, Mike McGill doet voor het eerst de McTwist; een backside 540 air (rotatie in de lucht) in de halfpipe. jaren negentig: verschillende gemeentes gaan skateparken bouwen, met name gericht op het streetstyle. jaren negentig: handrails komen in de mode – men maakt een ollie op centrale trapleuning die meestal van metaal is, en glijdt naar beneden. 2005: Danny Way springt met zijn board uit een helikopter in een skatebaan (maart) en ook nog over de Chinese Muur (juli). 2006: De wereldkampioen slalom Giammarco Luca geeft een demonstratie tijdens de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen in Turijn. 2006: Danny Way, die reeds verschillende records behaalde wat betreft enorm hoge ramps, springt in Las Vegas (Nevada) van 9 meter hoog in een quarterpipe. De vermenging tussen de verschillende skateboard-disciplines gaat ook in de pipe verder door de toevoeging van street-obstakels (banks) op de rand ervan en de uitvoering van kickflips op de transition (=verticaal stuk van de half-pipe).

Door een opmerkelijke vermindering van de mediabelangstelling en een gebrek aan nieuwkomers neemt de populariteit van de sport begin jaren tachtig weer af. Bepaalde pioniers zoals Steve Caballero, Rodney Mullen en Natas Kaupas gingen niettemin verder met skaten en het uitvinden van nieuwe figuren, maar in beperkte kring.

Rond 1988 kwam skateboarden weer in de mode. De discipline had een gebrek aan elan, en de vernieuwing – een zeer belangrijke factor in het skateboarden – was steeds meer nodig. De grote namen van toen, zoals Natas Kaupas en Mark Gonzales begonnen over rails te glijden. Ze geven een nieuwe richting aan het skaten, maar ze blijven op straat. De nieuwe generatie van de jaren tachtig hield zich voortaan bezig met trappen, rails, stoepranden (curbs), enzovoort. Nieuwelingen zoals Ray Barbee, Mike Carrol, Colin McKay en Salman Agah komen erbij. Deze zijn vandaag de dag nog steeds actief, maar staan niet zoveel in de belangstelling van de media.

De Bones Brigade (Caballero, Hawk, McGill, Guerrero) brengt in mei 1989 nog een bezoek aan Scheveningen, Wassenaar, Hengelo en aan Amsterdam om demonstraties te geven samen met de lokale Haagse skaters onder leiding van Richard Krijgsman.

In Duitsland krijgt het skateboarden vaste voet aan de grond door de Titus World Cups, waar zoals verwacht de Amerikanen (bv Christian Hosoi, Ken Park ook de Braziliaan Sergio Negao met een unieke frontside 540) de show stelen. Enkele Baltische Oost-Europeanen verbluffen bij de slalom.

Tussen 1992 en 1994 wordt het skateboarden technischer en minder esthetisch.

Dit is onder andere te wijten aan de minuscule wieltjes en de smalle boards. Deze periode wordt baggy pants and small wheels genoemd ("baggy-broeken en kleine wielen"). Hiermee eindigt de periode van het skateboardmerk "Powell Peralta". Pépé Martinez, Danny Way (tegenwoordig bekeerd tot de pipes) en anderen veroverden de straat: curbs (stoepranden), gaps, enkele rails. Na enkele jaren flips en andere technische figuren te hebben geperfectioneerd, keert het skateboarden terug naar zijn eerste liefde: grote gaps en rails, maar gekoppeld aan een heel nieuwe techniek. In 1998 begint het festival Jamie Thomas.

Bob Burnquist werd in 2005 verkozen tot beste skater aller tijden door op zijn skateboard een loop te maken in een speciale tunnelvormige pipe, waarvan het bovenstuk ontbrak. Tevens was dit record switch.

Ryan Allen Sheckler (geb. 30 december 1989) is tegenwoordig net zo veelbelovend als Tony Hawk en Danny Way destijds. Hij werd 's werelds jongste professional skateboarder in 2003 - toen hij 13 was. Hij heeft op zijn 15e ruim 150 wedstrijden gewonnen, waaronder de X-games en de Gravity Games.

Het skateboarden is nu door reclame en mode veroverd om zijn rebelse imago en veel plaatsen hebben een eigen skatebaan.

Competities In het skaten zijn er meerdere competities, maar de bekendste zijn SLS (Street League Skateboarding) en de X Games.

SLS is een streetskating-competitie met meerdere stops per seizoen, bij elke stop wordt een uniek skatepark gebouwd. Aan het einde van het seizoen is een Super Crown, dit kan men zien als de finale.

X Games is competitie waar meerdere disciplines van skateboarden worden beoefend, zoals street, vert, park, best trick en big air.

Enkele specifieke hindernissen/disciplines Oldskool Hoge en lage snakeruns Banken Surfen

Street skateboarden Handrail: een trapleuning die als rail word gebruikt, de term wordt gebruikt om grote rails te benoemen die (meestal) van trappen afgaan. Kleinere rails die van trappen afgaan, worden gewoon (down)rails genoemd. Hubba: een zeer brede trapleuning waar skateboarders ook normaal op kunnen grinden Rail: metalen buis gemaakt voor grinds en slides. er zijn veel verschillende soorten rails zoals - square rails: een rail waarbij de buis vierkant is. - round rails: een rail waarbij de buis rond is. - down rails: een rail die naar beneden gaat - rainbow rails: rails die de halve cirkelvorm van een regenboog hebben. - kinked rails: een rail die niet evenredig is. bv: een downrail dat overgaat naar een gewone rail.

Funbox, box: een meestal houten obstakel, met daaraan vast een rail en/of curb Ledge, curb: rand waar men op kan grinden of sliden Manualpad, wheeliebox: een blok waar skateboarders wheelie/manual tricks op kunnen doen kicker: een skateschans, waar skateboarders zichzelf overheen kunnen lanceren. Quarterpipe: een halve halfpipe A-frame: twee schansen die aan elkaar hangen zonder middenstuk. Spine: twee quarters achter elkaar. (Soms zijn deze in bowls ingebouwd, zoals in Kortrijk, en zijn deze 2-3 meter hoog). Hip transfer: twee schansen of quarterpipes in een hoek van tussen de 45-90 graden naast elkaar. Wall, wallride: een zeer steile quarter waarvan een stuk verticaal is. (niet te verwarren met een Vert ramp)

flatground