miniatuur|Cathedra Petri, oftewel Heilige Stoel van Petrus (875) miniatuur|De Heilige Drievuldigheid, icoon van Andrej Roebljov (ca. 1400) De Rooms-Katholieke Kerk is met meer dan 1,2 miljard volgelingen het grootste kerkgenootschap ter wereld, en tevens de grootste stroming binnen het christendom. Het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk is de paus. Sinds 8 mei 2025 is dat paus Leo XIV., NOS, 7 mei 2025 De kerk beroept zich op het Oude Testament (inclusief de deuterocanonieke boeken) en het Nieuwe Testament van de Bijbel, op de katholieke traditie en op het leergezag van Rome.
De Kerk heeft het verloop van de geschiedenis van de mensheid, met name in de westerse wereld, in belangrijke mate mede bepaald. Vanaf de invoering van het leenstelsel in de vroege middeleeuwen tot aan de napoleontische tijd, belichaamde ze in West-Europa behalve religieuze, soms ook politieke macht. De paus, de bisschop van Rome, is het soeverein staatshoofd van Vaticaanstad, maar zijn wereldlijke macht is beperkt.
Kenmerkend voor de Rooms-Katholieke Kerk is een fundamenteel verschillende benadering van de rol van mannen en vrouwen. Alleen mannen kunnen geroepen en gewijd worden tot het ambt van diaken, priester en bisschop. Vrouwen mogen religieuze functies vervullen, maar zijn uitgesloten van de geestelijke kernfuncties en de bediening van de sacramenten.Paus staat toe dat vrouwen lector of acoliet worden door één Latijns woord te schrappen Nederlands Dagblad, 11 januari 2021 Het uitgangspunt hiervan is dat de apostelen van Christus allen mannen waren. Onder paus Franciscus is het aantal bestuurlijke functies voor vrouwen toegenomen, ook binnen de Romeinse Curie.
Naam De Rooms-Katholieke Kerk gebruikte sinds het Eerste Concilie van Nicea (325) in haar officiële documenten de term 'Katholieke Kerk', ook in de documenten van de laatste twee oecumenische concilies.How Did the Catholic Church Get Her Name?, Kenneth D. Whitehead, 1996, Cyclopaedia of Biblical, Theological, and Ecclesiastical Literature, Harper & Brothers, original from Harvard University, 1889.
Etymologie Het Oudgriekse woord καθολικός (katholikós) betekent 'algemeen' of 'universeel'. Men zou de benaming Katholieke Kerk dus letterlijk kunnen vertalen als de Algemene Kerk of Universele Kerk. De term "katholiek" werd in het kader van de kerk voor het eerst gebruikt door Ignatius van Antiochië. In een brief aan de christenen van Smyrna uit 107 schreef hij: "Waar Jezus Christus is, daar is de katholieke Kerk."Eerste gebruik van de term katholiek door Ignatius van Antiochië
Het begrip 'rooms-katholiek' is ontstaan aan het begin van de 16e eeuw, ten tijde van de Reformatie, om onderscheid te maken tussen hen die de paus trouw bleven en de protestanten. Het woord rooms duidde oorspronkelijk op de stad Rome. Met Rooms-Katholieke Kerk wordt de organisatie aangeduid: de katholieke kerken die verenigd zijn rond de bisschop van Rome. Het begrip 'katholiek' gaat echter terug op het zelf verstaan en de belijdenis van de vroege Kerk, en drukt de universaliteit en ondeelbaarheid van de Rooms-Katholieke Kerk uit. Voor rooms-katholieken is het onderscheid tussen rooms-katholiek en katholiek vrijwel nihil, omdat de universaliteit en de ambtelijke structuur met elkaar verbonden zijn. Er zijn echter ook enkele andere, kleinere gezindten die eveneens de naam 'katholiek' voor zichzelf gebruiken, zoals de Oudkatholieke Kerk en de oosters-orthodoxe kerken.
Schrijfwijze Als de rooms-katholieke stroming bedoeld wordt die de Kerk vertegenwoordigt, wordt ook wel rooms-katholieke kerk met kleine letters geschreven.Rooms-Katholiek / rooms-katholiek, Onze Taal. Geraadpleegd op 26 december 2020. Hetzelfde geldt voor een rooms-katholiek kerkgebouw.
Omvang In 2020 waren 1,34 miljard mensen of ongeveer 17,7% van de wereldbevolking rooms-katholiek gedoopt. Het aantal katholieken is tussen 2005 en 2014 met 14% gestegen, iets meer dan de aangroei van de wereldbevolking met 11%. De Rooms-Katholieke Kerk groeit het sterkst in Afrika en Azië. Bijna de helft van alle rooms-katholieken woont in Amerika. In Azië, waar bijna 60% van de wereldbevolking woont, is 3,3% van de bevolking rooms-katholiek. Het aantal rooms-katholieken in Azië is met 20% gestegen, 100% meer dan de bevolkingsgroei van tien procent. In Oceanië nam het aantal rooms-katholieken met 16% toe, 2% lager dan de toename van de bevolking met 18%. Het aantal priesters groeit in Afrika en Azië. In Europa en Oceanië daalt het aantal. Wereldwijd steeg het aantal priesters van 405.178 in 2000 naar 414.336 in 2020.Vaticaan: 17,8 procent van de wereldbevolking is rooms-katholiek. Katholiek Nieuwsblad (9 maart 2016). Het aantal vrouwelijke religieuzen daalde wel van 694.000 in 2013 naar 642.000 in 2020.Aantal katholieken wereldwijd neemt toe, Kerk & Leven, 28 april 2021
Daarnaast is de kerk met een bezit van enkele tientallen miljarden ook een van de rijkste religieuze organisaties.
Geschiedenis
|miniatuur|150px|Mozaïek van Maria als moeder van God in de Chora-kerk in Istanboel |- |miniatuur|175px|Arius |} miniatuur|links|155px|Jezus roept Simon en Andreas miniatuur|links|155px|Petrusbrief uit de derde eeuw na Christus miniatuur|links|155px|Keizer Nero miniatuur|links|155px|Constantijn met een stadsmodel van Constantinopel
Oudheid In de Handelingen van de Apostelen beschrijft de evangelist Lucas hoe Jezus na zijn terechtstelling op Golgotha zou zijn opgestaan uit de dood en verschenen aan zijn leerlingen. Hij zou hen hebben bemoedigd en enige tijd onderricht gegeven hebben over de doeleinden van zijn aardse missie en over wat de leerlingen verder te doen zou staan. Bij zijn hemelvaart zou Jezus hen de laatste aanwijzingen hebben gegeven en geboden te wachten in Jeruzalem op de 'Heilige Geest', die hun kracht zou geven om zijn boodschap van het "goede nieuws" (= evangelie) te verspreiden over de wereld. Op Pinksteren zou dit zijn gebeurd, en na een toespraak van Petrus onder de mensen in Jeruzalem werd de eerste christelijke gemeente gesticht. Op initiatief van Petrus en de andere apostelen wordt de vacante plaats in hun college, die door het verraad van Judas was ontstaan, opgevuld door Mattias aan te wijzen als zijn vervanger. Daarnaast ontstonden de eerste christelijke gemeenschappen rond het breken van het brood dat het cultisch centrum vormde van de samenkomst (= ekklèsia). Deze eredienst of liturgie (van "leitourgia": dienst van het volk) werd vaak op de "dag van de verrijzenis" gevierd, die ook wel de "dag des Heren" (= "dies dominica") werd genoemd, en bestond doorgaans uit een lezing, een vermaning of preek (= homilie), de voorbedes van de gelovigen, een plechtig dankgebed dat uitmondde in het breken en delen van het brood. Meestal vonden deze vieringen 's ochtends of 's avonds plaats omdat de zondag toen nog geen heilige rustdag was.
Hiërarchie Tegelijkertijd werden met de opkomst van deze gemeenschappen de eerste contouren van de kerkelijke hiërarchie (letterlijk: "heilige ordening") zichtbaar: er werden bisschoppen (van "episkopos": opzichter), presbyters (= priesters) en diakens aangesteld die een voorname taak kregen aangewezen binnen de gemeenschappen. Zo waren het de bisschoppen of bij hun afwezigheid de presbyters die doorgaans het grote dankgebed uitspraken over de gaven van brood en wijn en de diakens die deze gaven vervolgens uitdeelden aan de gelovigen. De belangrijkste bisschoppen en theologen uit de eerste eeuwen staan bekend als kerkvaders omdat ze bepalend waren bij het vastleggen van de christelijke leer in, ook nu nog door de meeste christenen onderschreven, dogma's.
Tegen het einde van de 1e eeuw kenden vrijwel alle christelijke gemeenschappen een duidelijk eenhoofdige leiding onder een bisschop (soms ook een groep bisschoppen), die in zijn herderlijke taken werd bijgestaan door een college van priesters en diakens, later ook door subdiakens, lectoren (= lezers) en acolieten (= misdienaars). Zijn voornaamste verantwoordelijkheden waren: de wijdingen van lagere ambten, het voorgaan in de goddelijke eredienst, het dagelijks bestuur van de gemeente, de zorg voor de armen en zieken (= diaconie) en het geloofsonderricht (= catechese). De bisschoppen of het episcopaat droeg(en) het gezag door gebed en handoplegging (= wijding) over aan hun opvolgers zodat er een ononderbroken keten van opvolging ontstond die tot op de dag van vandaag voortduurt: de apostolische successie. De verbondenheid van de bisschoppen en de gemeenten was zo innig en vanzelfsprekend dat bisschop Ignatius van Antiochië in 107 reeds schreef: 'Waar de bisschop is, daar is de Katholieke Kerk.'
Een centrale rol in de vroege Kerk werd ingenomen door de apostel Petrus, die de eerste der apostelen werd genoemd en de woordvoerder was van de groep van twaalf, een positie die volgens de katholieke leer teruggaat op Jezus' toezegging bij Caesarea dat op hem, de steenrots, de Kerk gegrondvest zou worden en dat de poorten van het dodenrijk haar niet zullen overweldigen. Uiteindelijk zou Petrus, volgens de katholieke leer de sleutelbewaarder, naar Rome trekken, waar hij volgens de vroegste apostolische overleveringen onder keizer Nero met het hoofd naar beneden gekruisigd werd. De gemeente van Rome groeide uit tot voornaamste der gemeenten, de 'voorzittende van de liefde' (Ignatius van Antiochië) en de 'Hoofdkerk' (Cyprianus), die een bijzonder aanzien genoot bij de andere gemeenschappen.
Verhouding met de overheid miniatuur|links|Sint-Ambrosius en keizer Theodosius, door Anthony van Dyck In het Romeinse Rijk heerste in die tijd religieuze tolerantie. De onderdanen genoten de vrijheid hun eigen godsdienstige tradities in ere te houden, zolang er maar eer aan de Romeinse goden werd bewezen en de goddelijke status van de keizer werd erkend. Vreemde religies en mysteriegodsdiensten werden vaak ingepast in de heersende polytheïstische cultus zodat er een vorm van religieuze vermenging ontstond, die aangeduid wordt met de term syncretisme. In de praktijk gold het gebod om de keizer te vereren voor de meeste inwoners van het rijk als een zuivere formaliteit zonder veel betekenis voor hun innerlijk geloofsleven: bij enkele gelegenheden per jaar werd er wat geofferd aan de Romeinse goden en de keizer. De monotheïstische christenen vormden echter een zichtbare uitzondering omdat zij geen andere god wilden aanbidden dan Jezus de Zoon en God de Vader. Ze aanvaardden de keizer wel als staatshoofd, als wereldlijke macht, maar weigerden hem als een godheid te erkennen. Verder onderscheidden ze zich door hun eenvoudige levenswandel van de Romeinen die verzot waren op wereldlijk vertoon en vermaak.
Toen het rijk in verval raakte en er hongersnoden en natuurrampen over het rijk kwamen, werden de christelijke gemeenschappen omgeven met vreemde verdachtmakingen (christenen zouden aan kannibalisme doen, omdat ze het lichaam van hun eigen God opaten en diens bloed dronken, hetgeen de Romeinen met weerzin vervulde). De christenen werden aangewezen als zondebok en er ontstonden vervolgingen. De gelovigen die daarbij hun leven verloren en zo hun gelijkvormigheid met de Gekruisigde toonden, werden al spoedig gezien als martelaren. Ze werden met gepaste verering omgeven: de dag van hun sterven werd jaarlijks herdacht als de dag dat zij gelouterd en geheiligd de hemel binnen waren gegaan en verenigd waren met de verrezen Heer.