Het arrest Etienne Debouche is een prejudiciële beslissing van het Europees Hof van Justitie van 26 september 1996 (zaak C-302/93), inzake een btw-vrijstelling in België en een verzoek tot btw-teruggaaf in Nederland, getoetst aan twee btw-richtlijnen.
Btw-richtlijnen
Deze richtlijn geeft de lidstaat een keuze inzake vrijstelling van omzetbelasting voor de diensten van een advocaat(artikel 28, lid 3, sub b, juncto bijlage F). In België geldt een btw-vrijstelling voor de diensten van advocaten, in Nederland niet.
Artikel 2 regelt de teruggaaf van btw die is betaald door een belastingplichtige die in een andere lidstaat is gevestigd. Artikel 3, sub b, stelt als voorwaarde voor teruggaaf, dat de belastingplichtige in de lidstaat van vestiging onderworpen is aan de belasting over de toegevoegde waarde, en dat hij daarvan een verklaring kan overleggen, afgegeven door de lidstaat van vestiging.
Casus en procesverloop
Het verzoek om teruggaaf was gebaseerd op artikel 2 van de Achtste btw-richtlijn, maar de verklaring van artikel 3, sub b, ontbrak. De bevoegde belastinginspecteur heeft dit verzoek (en een bezwaarschrift) afgewezen. Hiertegen heeft Debouche beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Deze rechter heeft het Hof van Justitie verzocht om een prejudiciële beslissing.
Rechtsvraag Heeft een in België gevestigd advocaat recht op teruggaaf van in Nederland betaalde btw? (Neen.)
Uitspraak Hof
Conclusie In België zijn de diensten van een advocaat vrijgesteld van btw. In Nederland is dat niet het geval. Als de diensten van een advocaat in de lidstaat van vestiging (België) zijn vrijgesteld van btw-heffing, dan heeft die ondernemer geen recht op vooraftrek van betaalde btw in eigen land, en geen recht op teruggaaf van betaalde btw in een andere lidstaat (Nederland). Dat is in overeenstemming met de systematiek van de btw-heffing volgens de Zesde richtlijn.
Debouche, Etienne Categorie:Belastingrecht (Europese Unie)