thumb|Gevangenis van Werl, muur met observatiepost thumb|Amtsgericht Werl
Het arrest Von Colson en Kamann is een prejudiciële beslissing van het Europees Hof van Justitie van 10 april 1984 (zaak 14/83), inzake het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, twee vrouwen die tegenover de overheid een beroep doen op een niet tijdig geïmplementeerde richtlijn, geen directe werking van deze richtlijn wat betreft sancties op discriminatie, een opdracht aan de nationale rechter tot richtlijnconforme uitleg van nationale wetgeving.
Richtlijn
Casus en procesverloop
Deze rechter heeft het Hof van Justitie verzocht om een prejudiciële beslissing.
Rechtsvragen 6e vraag – Heeft richtlijn 76/207 directe werking wat betreft sancties op discriminatie? (Neen.) 1e vraag – Kunnen verzoeksters recht doen gelden op een aanstelling? (Neen.) 5e vraag – Zo nee: Omvang schadevergoeding?
Uitspraak Hof
Conclusie De casus betreft twee vrouwen, die tegenover de overheid een beroep doen op directe werking van een niet tijdig geïmplementeerde richtlijn inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Wat betreft sancties op discriminatie ontbreekt directe werking, omdat de richtlijn geen uitsluitsel geeft wat de sanctie zou moeten inhouden. Wel een opdracht aan de nationale rechter tot richtlijnconforme uitleg van nationale wetgeving. Een zuiver symbolische schadevergoeding is onvoldoende.
Tot besluit (1) Dit arrest is een vervolg op de arresten Van Duyn (1974) en Ratti (1978), waarin een beroep op directe werking van een richtlijn wél werd gehonoreerd.
Tot besluit (2) De arresten Defrenne II (1976) en III (1978) zijn niet gebaseerd op de richtlijn, maar wel op het achterliggende beginsel van gelijke behandeling. De casus van Gabrielle Defrenne dateert van 1968. Ze deed een beroep op verdragsbepalingen, reden waarom alleen in het tweede arrest haar claim werd gehonoreerd.
Verschillende bekende arresten hebben betrekking op bovengenoemde richtlijn: Tanja Kreil (1999), Angela Sirdar (2000).
Von Colson en Kamann