Het arrest Wirth is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 7 december 1993 (zaak C-109/92), inzake het niet toekennen van een studietoelage voor studie in een andere lidstaat: Onderwijs aan een hogeschool die uit openbare middelen wordt gefinancierd, is geen dienstverrichting in de zin van , zodat de weigering niet kan worden getoetst aan het beginsel van het vrije verkeer van diensten.

Casus Stephan-Max WirthWebsite S.-M. Wirth (saxofonist). Gearchiveerd op 24 december 2021. woonde in Duitsland en verzocht daar om een studietoelage voor studie in Nederland.

Toepasselijke wet- en regelgeving – het Bundesausbildungsförderungsgesetz van 26 juli 1971 (hierna: "BAföG"), na een laatste wijziging op 22 mei 1990 – stelde voorwaarden aan het toekennen van een dergelijke studeren-in-het-buitenland studietoelage. Bij de wijziging van 22 mei 1990 werden de voorwaarden aangescherpt.

Procesverloop Het verzoek van verzoeker om een studietoeslage is afgewezen. Bezwaar is afgewezen. Een beroep ingesteld bij het Verwaltungsgericht Sigmaringen, is doorverwezen naar het Verwaltungsgericht Hannover. Deze rechter heeft het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing.

Rechtsvraag Is onderwijs dat wordt gevolgd aan een hogeschool die uit openbare middelen wordt gefinancierd aan te merken als dienstverrichting in de zin van artikel 60 EEG-Verdrag? (Neen.)

Uitspraak Hof financiering uit openbare middelen Als een hogeschool uit de openbare middelen wordt gefinancierd terwijl studenten slechts schoolgeld betalen, dan is het volgen van onderwijs aan zo'n hogeschool (in een andere lidstaat) niet te verstaan als dienstverrichting.

In zo'n geval vormt het niet toekennen van een studietoelage, en de regelgeving die daaraan ten grondslag ligt, geen belemmering van het vrije verkeer van diensten.

financiering uit particuliere middelen

Conclusie Het maakt dus verschil of een hogeschool (behoudens schoolgeld) uit de openbare middelen wordt bekostigd, of dat sprake is van een particuliere hogeschool die een winstoogmerk nastreeft en die hoofdzakelijk uit particuliere middelen worden gefinancierd. In dit laatste geval is het onderwijs een dienstverrichting, zodat een vrij verkeer van diensten – onderwijs volgen in een andere lidstaat – niet mag worden belemmerd door nationale regelgeving.

Wirth