John Marston (6 mei 1836 Ludlow - 8 maart 1918 Colwyn Bay) was een Brits ondernemer die aan het einde van het victoriaans tijdperk een vertinnerij en 'Japanware' fabriek in Wolverhampton had, maar bekendheid kreeg als oprichter en directeur van Sunbeam, dat fietsen, auto's, motorfietsen, radiateurs, vliegtuigen, vliegtuigmotoren, autobussen en trolleybussen produceerde. Hij was ook enige jaren burgemeester van Wolverhampton. Jeugd Marston was de zoon van een rijke landeigenaarsfamilie, waarvan de Britse wortels terug te voeren zijn tot 1202. Zijn ouders waren Richard Marston en Mary White. Hij werd opgeleid aan de St. Lawrence's Grammar School in Ludlow en de Christ's Hospital School in Londen. Hij ging als vijftienjarige in de leer bij de Darby's Iron Works in Wolverhampton en bij de 'Jeddo' vertinnerij en Japanware fabriek van Richard Perry, Son & Co in Wolverhampton, waar hij een leercontract kreeg. Hier leerde hij metaaltechniek en emailleren. Japanware was lakwerk van verschillende, vaak huishoudelijke artikelen van messing en koper, die voorzien werden van een donkere onderlaag en vele kleurrijke motieven. Het was voortgekomen uit het Japans lakwerk en in de 18e eeuw populair geworden in Engeland. Wolverhampton oefende waarschijnlijk een grote aantrekkingskracht uit op John, omdat het de belangrijkste industriestad in Staffordshire was. De Jeddo vertinnerij was gevestigd aan Paul Street, midden in het gebied dat later "Sunbeamland" zou worden. Gezinsleven In 1865 trouwde Marston met Ellen Edge, die zeven jaar jonger was. Ze kregen tien kinderen: Edith, (23 januari 1866), Charles (6 april 1867), John Harold (Jack) (29 september 1868), Katherine Maud (27 juli 1870), Roland (2 maart 1872), Ida Margaret (27 september 1873), Frederick Milward (8 september 1875, genoemd naar zijn oom, de echtgenoot van Ellen's zuster Fanny), Norman (4 september 1879), Henry Clive (geboortedatum onbekend) en Ellen Allerton (27 december 1886). Edith en Henry Clive overleden al op jonge leeftijd, maar John en Ellen zouden veel van hun kinderen overleven. De Marston familie woonde in 'the Oaks', een Victoriaans huis aan Merridale Road met een grote tuin. Merridale Road lag indertijd nog aan de rand van de stad. In 1885 werd Marstons achttienjarige zoon Charles leerling in het bedrijf van Marston. Charles studeerde daarnaast scheikunde aan het Mason College, dat tegenwoordig deel uitmaakt van de Universiteit van Birmingham. Charles was ook zeer gelovig en wijdde een groot deel van zijn tijd aan Bijbelstudie. De mannelijke leden van de Marston familie waren enthousiaste fietsers en tricyclisten. Charles verhaalde in zijn dagboek over dagtrips waarbij de mannen hele afstanden aflegden met hun twee- en driewielers, terwijl de dames in rijtuigen volgden. De familie had een zomerhuis in Colwyn Bay (Wales) waar ze in de zomer veel tijd doorbrachten. Charles noemde zijn vader "a champion tricyclist". Toen Marston ruim over de vijftig was reed hij met zijn tricycle circa 55 km naar Ludlow, overnachtte bij familie en reed de volgende dag ongeveer 45 km naar Shrewsbury, waarna hij de trein naar huis nam. In 1900 verhuisde het gezin naar 'the Gables' aan Wood Road in de wijk Tettenhall. Het huis heette oorspronkelijk 'Glen Bank'. Er lag grond omheen en een stuk bos.

Marston ging op zijn tachtigste, in 1916, met pensioen. In 1918, toen John en Ellen in hun tweede huis in Colwyn Bay waren, hoorden ze het nieuws van het overlijden van hun derde zoon Roland. Roland was de beoogd opvolger van Marston in het bedrijf. Hij werd 45 jaar oud. Marston en zijn vrouw hadden op dat moment vijf van hun kinderen overleefd, maar deze klap kwamen ze niet meer te boven. Marston overleed daags na de begrafenis in Colwyn Bay. Ellen overleed zes weken later. Marston en zijn vrouw werden beiden begraven in Colwyn Bay en niet in Wolverhampton, mogelijk omdat er door de Eerste Wereldoorlog transportproblemen waren. In Wolverhampton werd wel een eredienst voor Marston gehouden. Er werd een herinneringssteen aangebracht aan St. Peter's Church door de werknemers van Sunbeam. Een "heer van stand" Marston groeide op in het Victoriaans tijdperk en genoot samen met zijn gezin van het leven 'op stand'. Zo werd de 21e verjaardag van zoon Charles in 1888 gevierd met een groot feest. Charles schreef hierover in zijn dagboek. Hij kreeg een biljet van tien Pond, gouden manchetknopen, een gouden dasspeld en een met goud ingelegde leren tas. Op de fabriek werden drie grote ballonnen opgelaten. 's Avonds volgde een diner met een muziekband in het Star & Garter Hotel, met het voltallige 200-koppige personeel als gast. Van het personeel kreeg Charles een gouden horloge met inscriptie en een bijbel. Vanaf die dag eindigde zijn leerlingschap en kreeg hij een maandsalaris van acht pond, dat al snel werd verhoogd naar vijftien pond. Marston gedroeg zich ten opzichte van zijn personeel 'uit de hoogte'. Hij bleef een liefhebber van fietsen. Daarom fietste elke ochtend een werknemer met een tweede fiets aan de hand naar 'the Oaks'. Marston reed ermee naar het werk, op discrete afstand gevolgd door de werknemer. Een andere werknemer haalde elke ochtend een krentenbol voor Marston bij Reynolds Restaurant in Queen Sqare.

Werk Toen Marstons tijd als leerjongen eindigde, kocht hij de japanningfabriek van Daniel Smith Lester in Bilston. Hij was toen 23 jaar oud. Het bedrijf van Marston bloeide en toen Edward Perry in 1871 overleed nam hij ook de Jeddo Works over. Daarmee was hij een van de belangrijkste fabrikanten van Japanware in Wolverhampton geworden. Marston was in zijn werk een perfectionist. Bovendien werkte hij elke dag lang en hard en hij verwachtte dat van zijn personeel ook. Wiens werk niet aan zijn kwaliteitseisen voldeed, werd onmiddellijk ontslagen. De Jeddo Works werden in 1877 uitgebreid. Marston vond een machine om sneeuw te smelten uit, die geen succes werd, maar zijn bedrijf werd een van de grootste fabrikanten van email in het Verenigd Koninkrijk. Sunbeam fietsen Na 1885 begon de populariteit van het emailleerwerk te dalen, maar rijwielen waren juist in opkomst, en veel mensen drongen er bij Marston op aan ze te gaan produceren. Naar verluidt nam hij het besluit om fietsen te gaan produceren tijdens een fietsrit naar huis met zijn zoon Charles. Zoals gezegd waren beiden enthousiaste fietsers. In 1887 bouwde William Newill, de voorman uit de fabriek, een speciale fiets voor Marston. Deze had een wat lager frame, omdat Marston korte benen had. Hij was afgewerkt met de 'Japanning' techniek met een zwarte ondergrond en gouden biezen. Marston was zo verguld met deze fiets dat hij overwoog hem in productie te nemen. Het verhaal gaat dat Ellen de zon zag weerspiegelen in de glanzende lak, en zo de naam 'The Sunbeam' bedacht. Deze naam werd in 1888 geregistreerd. De fabriek werd omgedoopt tot 'Sunbeamland'. Aanvankelijk wilde Marston zich richten op de productie van tricycles, die in die tijd nog zeer populair waren en bovendien meer geschikt werden geacht voor dames dan de tot dan toe gebruikelijke Penny-farthings, maar de veiligheidsfiets van John Kemp Starley uit 1885 maakte het fietsen veel eenvoudiger en daarmee populairder. Dit was het type fiets dat geschikt was voor de productie bij 'Sunbeam'. Halverwege 1887 gaf Marston een van zijn werknemers opdracht te berekenen wat een overstap naar de fietsproductie zou kosten. In december van hetzelfde jaar werd de eerste fiets geproduceerd. John Marston Ltd. Newill werd partner in het bedrijf en zo ontstond John Marston Ltd. De fabriek in Paul Street werd in 1888 omgedoopt in 'Sunbeamland' en Thomas Cureton, die ook als leerling in het bedrijf was begonnen, werd Marstons rechterhand. In februari 1889 werden de eerste Sunbeam fietsen tentoongesteld op de Stanley Show. Er stonden dertien fietsen, waaronder modellen met de door J. Harrison Carter uitgevonden 'Little Oil Bath' oliebadkettingkast. Deze oliebadkettingkast zou belangrijk worden voor het merk: hij maakte het mogelijk om vanaf 1903 een twee-snelheden epicycloïde versnelling op de trapperas te monteren, die in 1907 werd aangevuld met de door Newill ontwikkelde drieversnellingsnaaf. Dankzij de oliebadkettingkast kregen deze apparaten altijd voldoende smering. Ook de latere motorfietsproductie profiteerde ervan: Sunbeam maakte (met uitzondering van enkele legermotoren op speciaal verzoek) nooit motorfietsen met riemaandrijving. In 1889 werd een showroom en magazijn geopend in Holborn Viaduct (Londen), in 1895 volgden er nog drie. Villiers Cycle Components In 1898 liep de fietsverkoop zó goed, dat er behoefte bestond aan de toelevering van onderdelen, zoals pedalen. Marston stuurde zijn zoon Charles naar de Verenigde Staten om daar op zoek te gaan naar de beste pedalen én de machines om ze te produceren. Charles vond wat hij zocht bij Pratt & Whitney en kwam thuis met tekeningen om pedalen te produceren. De machines werden besteld maar pasten niet in de fabriek in Paul Street. Daarom werd een werkplaats van Edward Bullivant, een ander 'Japanning' bedrijf aan Villiers Street, gekocht. Villiers Cycle Components kwam onder leiding van Charles te staan, maar in 1902 verkocht Marston het aan zijn zoon Charles voor 6.000 Pond. Op die manier werd Charles directeur van zijn eigen bedrijf, dat zou uitgroeien tot het inbouwmotormerk Villiers. Koh-i-noor Letters and Artistic Advertising In 1896 bracht Marston een catalogus uit voor zijn blikken en koperen reclameletters, die aan gevels van bedrijven en winkels konden worden aangebracht als reclameuiting. Ze werden in verschillende formaten geleverd, maar de productie duurde waarschijnlijk niet lang. Toen de vertinnerij werd verkocht, verdwenen waarschijnlijk ook de Koh-i-noor letters. Sunbeam auto's

In de late jaren negentig overtuigde Marstons rechterhand Thomas Cureton Marston ervan dat de productie van automobielen winstgevend zou kunnen zijn. Men begon in 1899 te werken aan een eerste prototype in een leegstaand koetshuis aan Upper Villiers Street. Het werd gebouwd door Henry Dinsdale, die bij Villiers Cycle Components werkte, maar ervaring had opgedaan bij Wearwell. Dinsdale's assistent was Harry Wood. Het ontwerp kwam van Marston en Cureton. Het werd een conventioneel tweezitter ontwerp met een 4pk staande eencilindermotor met waterkoeling, twee versnellingen, riemaandrijving, massieve banden en helmstokbesturing. De meeste onderdelen werden in de Sunbeamlandfabriek geproduceerd. Vrienden raadden Marston, inmiddels 63 jaar oud, af zich in het 'autoavontuur' te storten, maar hij zette door. Toen het prototype klaar was, reden Dinsdale en Cureton een proefrit met een snelheid van veertien mijl per uur. Deze snelheid hielden ze stil voor Marston.