thumb|Luchtfoto van Willemstad met de vestingwerken thumb|Willemstad door Symon Damass van Dueren, 1586 De vestingwerken van Willemstad omvatten de omwalling en overige versterkingen van Willemstad. De vestingwerken maken deel uit van de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak.
Geschiedenis De geschiedenis van de vestingwerken begint met de veroveringstocht van Parma, die vanuit het zuiden oprukte en in 1583 ook het nabijgelegen Steenbergen in handen wist te krijgen. Om deze opmars te stuiten gaf Willem van Oranje in hetzelfde jaar opdracht aan Abraham Andrieszn om plannen te maken voor de versterking van het dorp Ruigenhil, tot bewaernisse vande Brabantsche ende Hollandsche stroom. Daarmee werd bedoeld dat de scheepvaartroutes via het Hollandsch Diep moesten worden beschermd. De versterking bestond uit een regelmatige zeshoek van grachten en wallen rond het reeds bestaande dorp. Er kwamen vijf bastions; op de plaats van het zesde lag de haveningang. Deze werd beschermd met afwijkende verdedigingswerken, het zogenoemde scheel kwartier. Aldus geschiedde dat het dorp van de Ruigenhille, die nu genaempt wort Wilmstadt, soude worde ghefortificeert volgens de patronen bij Abraham Andriesz ingeniair daer aff gemaeckt. In 1586 werd de vesting in kaart gebracht door landmeter Symon Damass van Dueren. De betrokkenheid van Adriaen Anthonisz, aan wie de vestingwerken vaak worden toegeschreven, begon pas in 1587. Hij herstelde de reeds bestaande vesting en bracht slechts kleine wijzigingen aan.
In 1598 werd de vesting aan de havenzijde versterkt naar plannen van Johan van Rijswijck. Deze voorzagen in de bouw van twee buitendijkse bastions, waardoor zeven bolwerken ontstonden. Omstreeks 1700 werden de bolwerken vernoemd naar de zeven gewesten van de Republiek. Toen in 1621 het Twaalfjarig Bestand was afgelopen en de oorlog werd hervat, werd ook de vesting weer versterkt. Deze werkzaamheden duurden tot 1627.
De soldaten werden ondergebracht in een logement en bij de inwoners. Sommige inwoners hadden daarvoor zogenoemde soldatenhuisjes in hun tuinen staan en kregen voor de inkwartiering betaald. In 1748 werd een kazerne gebouwd waarin 800 militairen konden worden gehuisvest.
De twee stadspoorten, de Landpoort en de Waterpoort, gaven toegang tot het stadje. De Waterpoort werd in 1872 gesloopt en de Landpoort in 1918. Binnen de vesting werden tevens verschillende kruitmagazijnen aangelegd.
In 1747, tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog, werd vanwege de Franse opmars begonnen met de aanleg van een stelsel van eenvoudige aarden forten, batterijen en retranchementen op en langs de dijken rond Willemstad. Het ontwerp van deze verdedigingswerken was van kapitein-ingenieur Michiel Mattheus van Oosterzee. De ring rond Willemstad bestond uit zes forten: Fort Anna, Fort Haaren, Fort Carolina, Fort Beaufort, Fort Hompesch en Fort Oranje. Buiten deze ring werden naar zijn plannen onder meer retranchementen bij de haven van Noordschans, een batterij op de Kwartiersedijk, Fort Willem bij Stampersgat, een batterij bij de Rolleplaat aan de Noord-Dintel en verdedigingswerken bij de Roode Vaart en de haven van Moerdijk aangelegd.
Fort Anna werd in 1748 gebouwd op de plaats van het huidige Fort de Hel en was vernoemd naar Anna van Hannover. De door Van Oosterzee ontworpen werken kwamen niet in gevecht en raakten spoedig in verval. De Fransen bouwden in 1811 op de resten van Fort Anna het fort l'Enfer, dat in 1813 de naam Fort de Hel kreeg.
De Fransen legden in 1810–1811 daarnaast Fort De Ruyter in de Sabina-Henricapolder aan, dat in 1913 werd hernoemd tot Fort Sabina Henrica. Aan de overzijde van het Volkerak verrees in 1811 Fort Duquesne, vanaf 1813 Fort Prins Frederik geheten. De twee forten beheersten samen de vaarweg. In 1861–1862 werd Fort Bovensluis aangelegd, ongeveer op de plaats van het oudere Fort Haaren uit 1747. Met de Vestingwet van 1874 werden Willemstad en de omliggende verdedigingswerken samengebracht in de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak, waarvan Willemstad de centrale vesting werd.
Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog kreeg Willemstad de functie van opnamevesting voor militairen die zich vanuit Noord-Brabant naar Holland zouden terugtrekken. De vestingwerken waren inmiddels militair verouderd en in september 1922 vertrok het garnizoen. Bij Koninklijk Besluit van 28 mei 1926 werd Willemstad als vesting opgeheven. Omdat de bevolking de vestingwerken wilde behouden, werden zij per 1 januari 1935 voor dertig jaar in erfpacht gegeven aan de Stichting Menno van Coehoorn. Daarna kwamen zij in bezit van de gemeente.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de vestingwerken in 1943 en 1944 opnieuw door de Wehrmacht gebruikt. Op en in de bastions Holland en Gelderland werden onder meer bunkers, geschutsopstellingen en munitieopslagplaatsen aangelegd.
Na de oorlog verloren de vestingwerken definitief hun militaire functie. In 1970 werden de vesting Willemstad en de omliggende schootsvelden aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht.
Externe link Vesting Willemstad op de website van de Zuiderwaterlinie
Categorie:Cultuur in Moerdijk Willemstad Categorie:Willemstad (Noord-Brabant)