thumb|300px|Generaal-majoor Ulysses S. Grant en generaal Braxton Bragg, bevelhebbers tijdens de Chattanoogaveldtocht

De Chattanoogaveldtocht vond plaats in oktober en november 1863 in en rond Chattanooga, Tennessee tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.The National Park Services beschrijving van de veldslagen . Na de nederlaag van het Noordelijke Army of the Cumberland onder leiding van generaal-majoor William S. Rosecrans bij Chickamauga in september trokken de Noordelijken zich terug naar de fortificaties in en rond Chattanooga. De Zuidelijken onder leiding van generaal Braxton Bragg sloegen het beleg op rond de stad. Generaal-majoor Ulysses S. Grant kreeg het bevel over alle Noordelijke troepen aan het westelijke front. Hij vroeg en kreeg nieuwe versterkingen vanuit het oosten.

Na het heropenen van de bevoorradingslinies naar de belegerde stad kon hij de hongerige soldaten herbevoorraden. Op 22 oktober 1863 sloeg hij in de Slag bij Wauhatchie een Zuidelijke tegenaanval af. Op 23 november waren de Noordelijken sterk genoeg om tot de aanval over te gaan. Het Army of the Cumberland, onder leiding van generaal-majoor George H. Thomas, viel de hoger gelegen plaatsen rond de stad aan terwijl het Army of the Tennessee onder leiding van generaal-majoor William T. Sherman een verrassingsaanval uitvoerde op de vijandelijke linkerflank. Dit zou later bekend worden als de Slag bij Missionary Ridge. Op 24 november versloeg generaal-majoor Joseph Hooker de Zuidelijken bij Loukout Mountain. Zo konden de Noordelijken nog meer troepen vrijmaken om vanuit het oosten de Zuidelijke stellingen bij Chattanooga te bedreigen.

Op 25 november viel Sherman opnieuw aan. Hij kon maar weinig vooruitgang boeken. Om Braggs aandacht van Shermans pogingen af te leiden liet Grant Thomas’ leger een aanval uitvoeren op het centrum van de Zuidelijke stellingen bij de voet van Missionary Ridge. Door miscommunicatie vielen de Noordelijken de vijand aan op de top van de heuvelrug. De Zuidelijke linies braken en de Zuidelijken trokken zich terug naar Dalton, Georgia. In de Slag bij Ringgold Gap voerden de Zuidelijken een succesvol achterhoede gevecht. Braggs nederlaag betekende het einde van de Zuidelijke aanwezigheid en invloed in Tennessee. Dit Noordelijke succes zou opgevolgd worden door de Atlantaveldtocht in 1864 onder leiding van Sherman.

Achtergrond Chattanooga was een strategisch belangrijke knooppunt van spoorwegen die Nashville en Knoxville in het noorden verbonden met Atlanta in het zuiden. Daarnaast had Chattanooga een belangrijke ijzerindustrie. De stad lag ook bij de rivier de Tennessee. In september 1863 voerde het Noordelijke Army of the Cumberland, onder leiding van generaal-majoor William S. Rosecrans, een reeks van manoeuvres uit die het Zuidelijke Army of Tennessee uit Chattanooga verjoeg. De Zuidelijken trokken zich terug in Georgia. Rosecrans zette de achtervolging in. Dit leidde tot een treffen in de Slag bij Chickamauga op 19 september en 20 september. Bragg behaalde een klinkende overwinning nadat er een gat ontstaan was in de Noordelijke slaglinie en luitenant-generaal James Longstreet deze zwakte ten volle had uitgebuit. Het Noordelijke leger werd gered van totale vernietiging door het achterhoedegevecht van generaal-majoor George H. Thomas op Snodgrass Hill. Rosecrans’ leger kon zich terugtrekken naar Chattanooga. Bragg zette de achtervolging niet in en probeerde ook niet om de vijandelijke linies van terugtocht aan te vallen. Het Noordelijke leger groef zich in Chattanooga in.Eicher, pp. 577-90; Esposito, text to map 115; McDonough, pp. 3-12, 23-25; Hallock, pp. 82-84; Connelly, pp. 232-33; Cleaves, pp. 178-79; Korn, pp. 35, 45-73.

Bragg had drie opties om zijn vijand te verslaan. Hij kon Rosecrans flankeren door de Tennessee over te steken. Ofwel kon hij een rechtstreekse maar kostbare aanval uitvoeren op de verdedigingswerken. Een derde mogelijkheid was de vijand uit te hongeren. De eerste optie was praktisch niet haalbaar omdat Braggs leger een tekort had aan munitie. Een frontale aanval zou te kostbaar zijn. Bragg had inlichtingen ontvangen dat het vijandelijke leger maar voor zes dagen aan voedsel had. Daarom besliste Bragg om de stad te belegeren. Ondertussen kreeg hij de tijd om zijn eigen leger te herbevoorraden om alsnog de Tennessee over te steken.Connelly, pp. 232-33; Esposito, map 115.

thumb|400px|Noordelijke toevoerlijnen en Wheelers Raid in oktober 1863 De Zuidelijken nestelden zich op Missionary Ridge en Lookout Mountain. Beide locaties boden een zeer goed zicht op de stad en de Tennessee en dus de Noordelijke toevoerlijnen. Bragg nam geen initiatief om in het offensief te gaan. Hij had vijanden te verslaan binnen zijn eigen staf. Op 29 september ontnam hij twee van zijn commandanten het bevel, namelijk Generaal-majoor Thomas C. Hindman en luitenant-generaal Leonidas Polk. Op 4 oktober stuurden 12 van zijn officieren een petitie naar president Jefferson Davis om Bragg van zijn functie te ontgeven. Davis reisde persoonlijk naar Chattanooga om de klachten te aanhoren. Davis besloot om Bragg niet te ontslaan. Bragg ontsloeg hierna ook nog luitenant-generaal Daniel H. Hill en generaal-majoor Simon B. Buckner.Cozzens, pp. 23-26, 8-9; McDonough, pp. 25-40; Hallock, pp. 88-108; Connelly, pp. 233-50; Eicher, pp. 593-96; Korn, pp. 81, 84-85.

Ondertussen leed Rosecrans aan psychologische problemen zodat hij geen besluit kon nemen om het beleg te doorbreken.McDonough, pp. 41-48, 68-70. De soldaten leden al snel onder de tekorten. Veel van hun paarden en muilezels stierven snel. De enige bevoorradingslijn die niet in handen van de vijand gevallen was een 90 km lange weg over Walden’s Ridge. Hevige regenval in het begin van september had lange stukken van de weg onbegaanbaar gemaakt. Op 1 oktober onderschepte generaal-majoor Joseph Wheelers Zuidelijke cavalerie een Noordelijke bagagetrein van 800 wagens. Verschillende honderden wagens werden verbrand en de trekdieren doodgeschoten. Tegen eind oktober bestond het rantsoen van een Noordelijke soldaat in Chattanooga uit “vier sneden hard brood en 250 gram varkensvlees” die om de vier dagen uitgedeeld werd.Lamers, pp. 375-76; Korn, pp. 78-80; Cozzens, pp. 11, 17-19; Esposito, map 115; Eicher, pp. 596, 600.

De Noordelijken begonnen onmiddellijk aan de voorbereidingen om de stad te ontzetten. Slechts enkele uren na de nederlaag bij Chickamauga stuurde Secretary of War Edwin M. Stanton het bevel naar generaal-majoor Joseph Hooker om 15.000 soldaten van het Army of the Potomac naar Chattanooga te sturen. Generaal-majoor Ulysses S. Grant diende 20.000 soldaten te sturen onder leiding van generaal-majoor William T. Sherman vanuit Vicksburg. Op 29 september kreeg Grant het bevel om persoonlijk naar Chattanooga af te reizen.Cozzens, pp. 2-3. Hij werd benoemd tot bevelhebber van de pas opgerichte Military Division of the Mississippi. Het volledig gebied tussen de Appalachen tot en met de rivier de Mississippi kwam onder zijn leiding te staan. Grant kreeg de kans om Rosecrans te vervangen. Zijn keuze viel op Thomas. Grant arriveerde op 23 oktober aan het front.Cleaves, p. 182; McDonough, pp. 49-54; Liddell Hart, p. 212; Woodworth, Six Armies, p. 151; Smith, pp. 264-65; Lamers, p. 393; Eicher, p. 595; Korn, pp. 83-89; Cozzens, pp. 18, 2-6; Esposito, map 115.

Samenstelling van de legers Noordelijke onderbevelhebbers Grants Military Division of the Mississippi bij Chattanooga bestond uit de volgende eenheden:Eicher, pp. 601-02. De Army of the Tennessee onder leiding van generaal-majoor William T. Sherman. Deze bestond uit het XV Corps onder leiding van generaal-majoor Frank P. Blair, Jr. en de 2de divisie van het XVII Corps aangevoerd door brigadegeneraal John E. Smith. De Army of the Cumberland onder leiding van generaal-majoor George H. Thomas. Deze bestond uit het IV Corps aangevoerd door generaal-majoor Gordon Granger en het XIV Corps aangevoerd door generaal-majoor John M. Palmer. Generaal-majoor Joseph Hooker had het bevel over het XI Corps van generaal-majoor Oliver O. Howard en de 2de divisie van het XII Corps onder leiding van brigadegeneraal John W. Geary. (Tijdens de Slag bij Lookout Mountain had Hooker eveneens gedetacheerde divisies van het IV en XV korps onder zijn bevel.)

Zuidelijke korpsbevelhebbers Braggs Army of Tennessee had de volgende eenheden tot zijn beschikking bij Chattanooga:Cozzens, pp. 408-15. Longstreets korps onder leiding van luitenant-generaal James Longstreet. Deze bestond uit de divisies van generaal-majoor Lafayette McLaws en brigadegeneraal Micah Jenkins (die John Bell Hood verving die gewond raakte bij Chickamuaga). Longstreets korps werd op 5 november naar Knoxville gestuurd. Hardees korps onder leiding van luitenant-generaal William J. Hardee. Deze bestond uit de divisies van de brigadegeneraals John K. Jackson (Cheathams divisie), J. Patton Anderson (Hindmans divisie), States Rights Gist (Walkers divisie) en generaal-majoor Simon B. Buckner (op 22 november naar Knoxville gestuurd). Breckinridges Corps onder leiding van generaal-majoor John C. Breckinridge Deze bestond uit de divisies van de generaal-majoors Patrick Cleburne, Alexander P. Stewart, Carter L. Stevenson en brigadegeneraal William B. Bate (Breckinridges divisie).Eicher, p. 602; Cozzens, pp. 104, 125.

Het openen van de Cracker Line (Noordelijke bevoorradingslinies) Brigadegeneraal William F. "Baldy" Smith, bevelhebber van de genie van het Army of the Cumberland, had een plan uitgewerkt om Rosecrans via een alternatieve route te bevoorraden. Toen Grant het bevel overnam, deelde Smith het plan mee. Grant was er onmiddellijk voor gewonnen. Brown’s Ferry was een oversteekplaats op de rivier de Tennessee ter hoogte van Moccasin Point. Vandaar liep een weg die via Lookout Valley en Wauhatchie Station naar Kelley’s Ferry liep. Dit was een plaats die binnen het bereik lag van de Noordelijke bevoorradingsschepen. Indien het Army of the Cumberland Brown’s Ferry kon innemen en de verbinding tot stand brengen met de eenheden van Hooker, kon men een beveiligde bevoorradingslinie openen bekend zou worden als de "Cracker Line".Cozzens, pp. 18, 39-42; McDonough, pp. 55-58; Kennedy, p. 241; Smith, pp. 266-67; Woodworth, Six Armies, pp. 154-55; Cleaves, p. 188; Korn, p. 89; Eicher, p. 602.

Hooker liet generaal-majoor Henry W. Slocum, met een van zijn divisies van het XII korps, achter om de spoorweg tussen Murfreesboro en Bridgeport te bewaken. Slocums andere divisie, die aangevoerd werd door brigadegeneraal John W. Geary en het XI korps dienden zo snel mogelijk op te rukken door Lookout Valley. Slecht weer vertraagde hun opmars. Grant kon niet langer wachten en startte de operatie tegen Brown’s Ferry zonder te wachten op Hooker. Smith had een plan opgesteld om Brown’s Ferry in te nemen via een tangbeweging. Een brigade, onder leiding van brigadegeneraal William B. Hazen zou ‘s nachts de rivier oversteken om de westelijke oever in handen te krijgen. Een tweede brigade onder leiding van brigadegeneraal John B. Turchin zou via Moccasin Point oprukken om de aanval te ondersteunen.Cozzens, pp. 51-56; Cleaves, pp. 189-90; Eicher, p. 602.

Braxton Bragg wist niets over de aanval op Brown’s Ferry. Hij had evenwel informatie gekregen over de opmars van Hooker via Bridgeport. Dit was een potentiële bedreiging voor zijn linkerflank. Hij gaf het bevel aan Longstreet om extra eenheden naar Lookout Valley te sturen. Dit bevel werd echter genegeerd. Iets wat Bragg niet wist. Door Longstreets slordigheid bleven slechts twee regimenten over om Brown’s Ferry te beschermen.Hallock, p. 122; Connelly, pp. 255-58; Cozzens, pp. 57-58; Woodworth, Six Armies, p. 156.