thumb|Het noorden van Engeland met de hedendaagse county-grenzen. Met de eufemistische term Harrying of the North (Nederlands: Teistering van het noorden) wordt een reeks van militaire campagnes aangeduid die Willem de Veroveraar, The Chronicle of Florence of Worcester, Londen: Henry G. Bohn, 1854, blz. 174 in de winter van 1069-1070 in Noord-Engeland voerde.

Deze campagnes waren onderdeel van de Normandische verovering van Engeland en maakten door middel van grootschalige verwoesting een einde aan de quasi-onafhankelijkheid van Noord-Engeland. Het effect was de relatieve "pacificatie" van de lokale bevolking en de vervanging van de lokale Anglo-Deense elite door Normandische heren.

Het dodental wordt door sommigen op meer dan 100.000 geschat met een aanzienlijke sociale, culturele en economische schade aan de samenleving., The Ecclesiastical history of England and Normandy, blz. 28, Ruling Engeland, 1042-1217. blz. 60 Als gevolg van deze verschroeide aarde-politiek raakten grote stukken land ontvolkt en werd een deel van de landbouwgrond enige tijd niet meer bebouwd, volgens het Domesday Book van bijna twee decennia later., Conquest, Anarchy and Lordship: Yorkshire, 1066–1154, Cambridge University Press 2002, , blz. 298

Achtergrond Op het moment van de Normandische verovering bestond het Noorden uit wat later de graafschappen Yorkshire, Durham en Northumberland in het oosten en de graafschappen Lancashire met de zuidelijke delen van Cumberland en Westmorland in het westen zouden worden., The Norman Conquest of the North, blz. 5 De bevolking van het noorden voor de verovering kan worden omschreven als "Angloscandinavisch". Haar cultuur was ontstaan door een vermenging van Vikingse en Angelsaksische tradities. Het Oudengelse dialect dat in Yorkshire werd gesproken, was waarschijnlijk niet te verstaan voor bewoners van het zuiden van Engeland. De noordelijke aristocratie was voornamelijk Deens van oorsprong., The Norman Conquest of the North, blz. 11. Verder was de communicatie tussen het noorden en zuiden moeilijk, deels door het terrein, deels door de slechte staat van de wegen. De meestgebruikte route tussen York en het zuiden was die over water per schip, The Norman Conquest of the North, blz. 7 In 962 had Edgar de Vreedzame in ruil voor hun trouw juridische autonomie aan de noordelijke graven van de Danelaw toegekend. Dit had de bevoegdheden van de Angelsaksische koningen, die Edgar opvolgden, ten noorden van de Humber ingeperkt. het graafschap Northumbria strekte zich uit van de Tees in het zuiden tot de Tweed in het noorden.

Na de nederlaag van het Engelse leger en de dood van Harold Godwinson in de Slag bij Hastings, schaarde het Engelse verzet tegen de verovering zich rond Edgar Ætheling, een kleinzoon van Edmund, de halfbroer van Eduard de Belijder., The English Rebel, blz. 5-6. Men beweert wel dat de Engelsen hun nederlaag erkenden, niet in Hastings, maar twee maanden later bij Berkhampstead toen Edgar en zijn aanhangers zich in 1066 overgaven aan Willem de Veroveraar. Van alle mannen die zich bij Berkhampstead overgaven zou alleen Ealdred, de bisschop van York, trouw blijven aan de Normandische koning., The English Rebel, blz. 7 Willem kreeg te maken met een reeks van opstanden en schermutselingen aan de grenzen in onder andere Dover, Exeter, Hereford, Nottingham, Durham, York en Peterborough., The English Rebel, blz. 8.

Copsi, een aanhanger van Tostig (een eerdere Angelsaksische graaf van Northumbria, die verbannen was door Eduard de Belijder), was een inwoner van Northumbria en zijn familie telde heersers van Bernicia en soms Northumbria. Copsi had in 1066 samen met Tostig in Harald Hardrada's leger tegen Harold Godwinson gevochten in de Slag bij Stamford Bridge. Na de nederlaag van Harold Hardrada had hij echter weten te ontkomen. Toen Copsi zich in 1067 in Barking aan Willem de Veroveraar onderwierp, beloonde William hem door hem graaf van Northumbria te maken., The Norman Conquest of the North, blz. 103-106 Dit bleek voor Copsi geen onverdeeld genoegen. Reeds na vijf weken werd Copsi door Osulf, een zoon van graaf Eadulf III van Bernicia, vermoord. Toen deze Osulf op zijn beurt weer werd vermoord, kocht zijn neef, Cospatrick, het graafschap van Willem. Cospatrick was nog niet lang aan de macht toen hij zich in 1068 bij Edgar Ætheling aansloot in diens opstand tegen Willem de Veroveraar.

Na twee vermoorde graven en een derde, die hem in zijn optiek had verraden, besloot Willem de Veroveraar dat de tijd rijp was om persoonlijk in het graafschap Northumbria in te grijpen., The English Rebel, blz. 10 Hij trok met zijn leger naar het noorden en kwam in de zomer van 1068 in York aan. De tegenstand smolt weg. Een deel van de leiders, onder wie Edgar, zochten hun toevlucht aan het hof van de Schotse koning Malcolm III., Anglo-Saxon England, blz. 606

Terug in Northumbria gooide Willem het over een andere boeg. In plaats van een Angelsaks, benoemde hij een Normandiër, Robert de Comines tot graaf. Ondanks waarschuwingen van de bisschop van Durham, Ethelwin, dat er een rebellenleger tegen hem werd gemobiliseerd, reed Robert met in gezelschap van zijn mannen op 28 januari 1069 Durham binnen. Daar werden hij en zijn mannen omsingeld en afgeslacht.ASC 1068. Engelse vertaling op Project Gutenberg. De rebellen richtten nu hun aandacht op York waar zij het kasteel belegerden een groot aantal van Willems mannen doodden Willems reactie was snel en brutaal. Hij keerde terug naar York waar hij de belegeraars doodde of op de vlucht joeg.. The English Rebel, blz. 11

Mogelijk aangemoedigd door de gevechten in het noorden, braken nu ook in andere delen van het land opstanden uit. William stuurde zijn graven eropuit om de problemen in Dorset, Devon en Shrewsbury op te lossen. Zelf maakte hij korte metten met de rebellen in de Midlands en in Stafford., The English Rebel, blz. 12.

Edgar Ætheling had intussen steun gevraagd bij en gekregen van Sven Estridson, een neef van Knoet de Grote. Onder commando van zijn zonen stelde deze Deense koning een vloot van schepen samen. Deze vloot zeilde in de zomer van 1069 langs de oostkust van Engeland, waar zij her en der raids uitvoerden. De Denen plus hun Engelse bondgenoten slaagden erin de stad York te heroveren.ASC 1069 Engelse vertaling op Project Gutenberg.

Daarop marcheerde Willem in de winter van 1069 zijn leger van Nottingham naar York met de bedoeling om een gevecht met het rebellenleger aan te gaan. Tegen de tijd dat Willems leger York bereikte, was het rebellenleger echter gevlucht en was Edgar teruggekeerd naar Schotland. Aangezien zij geen geschikte plaats hadden om de winter op het land door te brengen, besloten de Denen terug te gaan naar hun schepen, in de Humberdelta. Na onderhandelingen met Willem kwam men tot een overeenstemming. Als Willem hen zou afkopen zouden zij naar huis, in Denemarken vertrekken zonder dat er een gevecht zou plaatsvinden... The Norman Conquest of the North, blz. 117

Met de Denen terug in Denemarken lijkt het erop dat Willems geduld met de rebellen nu helemaal was uitgeput. Aangezien zij niet bereid waren om zijn leger in een veldslag te ontmoeten, ging hij over op een strategie die de steun voor het rebellenleger en hun voedselvoorziening probeerde te vernietigen.

De eigenlijke Harrying Willems strategie was een daad van genocide, die bekend kwam te staan als de Harrying of the North., The Norman Conquest of the North, blz. 3, The English Rebel, blz. 13 Van de Humber tot de Tees verbrandde Willem hele dorpen. De bewoners werden afgeslacht. Voedselvoorraden en vee werden zoveel mogelijk vernietigd, opdat iedereen die de initiële slachtpartij wist te overleven in de komende winter alsnog aan de honger zou bezwijken. Het land werd symbolisch met zout in gezaaid om de productiviteit voor de komende decennia te vernietigen. De overlevenden werden soms tot kannibalisme gereduceerd., The Chronicle of Florence of Worcester, blz. 174

Contemporaine biografen van Willem de Veroveraar beschouwden het als zijn wreedste daad en een zwarte smet op zijn ziel. De gebeurtenissen werden pas in bredere kring bekend na de opkomst van de Whig-geschiedschrijving., Conquest, Anarchy and Lordship: Yorkshire, 1066-1154. blz. 298 In zijn Ecclesiastical History schrijft de Anglo-Normandische kronikeur Ordericus Vitalis:

Andere 12e-eeuwse kronieken zoals Willem van Malmesbury, Simeon van Durham en Florentius van Worcester doen van de Harrying verslag als een niet-acceptabele daad., The Yorkshire Countryside, blz.120-121

De verwoesting van het platteland moet enige tijd hebben aangehouden, aangezien het Domesday Book nog in 1086 voor landgoed na landgoed aangeeft wasteas est of hoc est vast (het is verlaten).

Oderic Vitalis werd in 1075 geboren en schreef zijn Ecclesiastical History ongeveer 55 jaar nadat de gebeurtenis zich daadwerkelijk hadden afgespeeld. Het is mogelijk dat het aantal van 100.000 in retorische zin werd gebruikt, aangezien de geschatte bevolking voor geheel Engeland, op basis van de 1086 Domesday telling ongeveer 2,25 miljoen bedroeg. Een aantal van 100.000 vertegenwoordigde dus een groot deel van de toenmalige Engelse bevolking (ca. ~4,5%)., England Under the Norman and Angevin Kings, blz. 291

Afwikkeling In 1071 benoemde Willem een nieuwe graaf van Northumbria, deze keer was het Walcher van Luik, een in Luik opgeleide Lotharinger. Walcher was de eerste niet-Engelse bisschop van Durham., et al. Handbook of British Chronology, blz. 241ASC 1072. Engelse vertaling op Project Gutenberg. Nu hij de bevolking effectief had onderworpen voerde Willem de Veroveraar in Yorkshire een grootscheepse vervanging uit van Anglo-Saksische-Scandinavische leiders door Normandische leiders. Hij verleende een van zijn meest vertrouwde volgelingen, Alan Rufus, in 1071 de Honour van Richmond. Dit gaf Alan de controle over York. Rond 1086 was Alan Rufus een van de rijkste en machtigste mannen in Engeland., "Alan Rufus (d. 1093)" Oxford Dictionary of National Biography

In Schotland huwde Malcolm in 1071 met de zuster van de Ætheling's, Margaretha. Edgar zocht steun bij Malcolm in zijn strijd tegen Willem. Het huwelijk van Malcolm en Margaretha had een diepgaande invloed op de geschiedenis van zowel Engeland als Schotland. De invloed van Margaretha en haar zonen bracht de Anglisatie van de Schotse laaglanden op gang en gaf de Schotse koning tevens een goed excuus voor gewapende uitstapjes naar het noorden van Engeland, waar hij kon claimen dat hij het onrecht kwam wreken dat zijn zwager was aangedaan., From Domesday Book to Magna Carta, 1087-1216, 2e ed. (Oxford, Engeland: Oxford University Press, 1993), blz. 265

De formele link tussen de koninklijke huizen van Schotland en Wessex was een duidelijke bedreiging voor Willem, die zijn leger in 1072 naar Schotland marcheerde voor een confrontatie met de Schotse koning. De twee koningen onderhandelden in 1072 het verdrag van Abernethy uit, waar Malcolm Willems vazal werd en waar ook werd bepaald dat Edgar Ætheling van het Schotse hof zou worden verbannen., Ruling England, blz. 1042-1217., blz. 61 Edgar Ætheling gaf zich in 1074 uiteindelijk aan Willem de Veroveraar over. Willem greep op de kroon was vanaf dat moment theoretisch onbetwist., The English Rebel., blz. 14

In 1080 werd bisschop Walcher door lokale Northumbrians vermoord. Als wraak trok Willem opnieuw met zijn leger op naar het noorden, waar hij al het land tussen York en Durham verwoestte., Libellus de Exordio., blz. 218-220.

thumb|Fountains Abbey in Yorkshire, een verwoeste cisterciënzerse abdij, die in de 12e eeuw werd gesticht.