Paderborn is een stad en gemeente in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, gelegen in de Kreis Paderborn. De gemeente telde op de peildatum van de meest recente statistiek inwoners () op een oppervlakte van 179,59 km².

Geschiedenis Het gebied waar de gemeente Paderborn tegenwoordig ligt, was vanaf de Jonge Steentijd min of meer permanent door kleine aantallen mensen bewoond. Waarschijnlijk heeft de Germaanse stam der Bructeren hier in de eerste eeuwen van de jaartelling een nederzetting gehad.

Paderborn ligt aan de Westfaalse hellweg. Het is een zeer oude stad: al in 777 hield Karel de Grote er zijn eerste Rijksdag op Saksisch grondgebied. De Frankische keizer ontmoette er 22 jaar later paus Leo III in zijn keizerpalts en stichtte het bisdom Paderborn, de voorloper van het huidige aartsbisdom (1930) en tevens van het Prinsbisdom Paderborn dat tot 1802 zou bestaan. Reeds in 799 zou op instigatie van Karel de Grote een Domschool zijn gesticht. Als Gymnasium Theodorianum is dit instituut als school voor voortgezet onderwijs tot op de huidige dag blijven bestaan.

In 836 werden de relieken van St. Liborius van Le Mans naar Paderborn overgebracht: deze heilige is de schutspatroon van de stad en de naamgever van het Liborifest, dat jaarlijks in juli plaatsvindt.

Van 1370 tot aan de Napoleontische tijd is het kasteel Schloß Neuhaus de residentie van de prins-bisschoppen van Paderborn geweest.

In 1058, 1133, 1289, 1340 en 1506 vonden in Paderborn grote stadsbranden plaats. Na die laatste brand werd de stad van een primitief waterleidingssysteem voorzien.

Paderborn werd in 1295 lid van de Hanze (2019): De Hanze: De eerste Europese handelsmacht, Uitgeverij Omniboek, Utrecht. , p. 135 en kreeg in 1614 zijn eerste universiteit, die tot 1818 zou bestaan. Door de ligging van de stad in het Prinsbisdom Paderborn was het effect van de Reformatie in de 16e eeuw beperkt tot een periode van 1571-1585. De overgrote meerderheid van de christenen in de stad is tot op de huidige dag rooms-katholiek. In de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) had de stad zeer veel ellende en schade (16 belegeringen) te verduren.

In 1802 verdween het prinsbisdom en kwam Paderborn aan Pruisen en na de Franse tijd, waarin het tot het koninkrijk Westfalen behoorde, besloot het Congres van Wenen (1815) dat Paderborn Pruisisch zou blijven. In de 19de eeuw kreeg Paderborn verschillende spoorwegverbindingen, waarvan die met Hamm in 1850 de eerste was. In 1890 werd het militaire oefenterrein met kazernes ten noorden van de stad, de tegenwoordige Truppenübungsplatz Senne, in gebruik genomen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Paderborn zeer zwaar getroffen door geallieerde luchtbombardementen: bij de twee zwaarste bombardementen, op 17 januari en 27 maart 1945, vielen telkens honderden doden, en werd ruim 3/4 van de stad verwoest, waardoor de bewaard gebleven of herstelde historische bouwwerken te midden van naoorlogse nieuwbouw staan. Belangrijk in de economische geschiedenis van Paderborn was in 1958 de verhuizing vanuit Essen (Noordrijn-Westfalen) naar Paderborn van de zeer innovatieve onderneming Nixdorf AG. Van 1968 tot 1990 was dit een van de belangrijkste leveranciers van computers in Duitsland. In 1990 werd het bedrijf door Siemens AG overgenomen en daarna verdwenen de meeste bedrijfsonderdelen uit Paderborn.

Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde het voordien kleine boerendorpje Elsen ten westen van de stad zich snel tot een typische woongemeente met voorstadkarakter.

In 1972 kreeg Paderborn opnieuw een universiteit en in 1975 overschreed het inwonertal van de stad de 100.000, ten gevolge van de annexatie van verschillende buurgemeenten, waaronder Schloß Neuhaus. Sindsdien heeft Paderborn de status van Großstadt.

In 1994 vond te Paderborn, onder andere in het kasteel van Schloß Neuhaus, de Landesgartenschau van de deelstaat Noordrijn-Westfalen plaats. Voor dit op de Nederlandse Floriade gelijkende evenement werden rondom het kasteel de tuinen en parken vernieuwd, en werden ook elders in de stad fraaie stukken openbaar groen gerealiseerd.

Twee kilometer ten oosten van de binnenstad, op een locatie, waar een kazerne (die in 1938 voor een tankregiment van de Wehrmacht werd gebouwd, en waar Britse troepen tot november 2019 waren gelegerd) heeft gestaan, is vanaf begin 2025 een nieuwe, 54 hectare grote, woonwijk Zukunftquartier ontwikkeld. Veel woningen bevinden zich in de tientallen gerenoveerde gebouwen van de voormalige kazerne.

Ligging Paderborn ligt tussen enige heuvel- en bergruggen, ten zuidoosten van de dalen van de rivieren Lippe en Alme. In het oosten maakt het bij Neuenbeken deel uit van het Eggegebergte (hoogste punt van de gemeente 347 meter boven zeeniveau).

Indeling van de stad +Tabel stadsdelen Stadsdeel Oppervlaktekm² Inwonertalultimo maart 2023 Stadsdeel sinds Kernstadt (centrum) 45,93 89.295 – Schloß NeuhausOorspronkelijk gewoon Neuhaus geheten. In 1957 werd het woord Schloß voor de oorspronkelijke plaatsnaam gevoegd. 24,04 27.490 1 jan. 1975 Elsen 20,19 16.226 1 jan. 1975 Wewer 16,88 7.145 1 juli 1969 Sande 23,39 5.738 1 jan. 1975 Marienloh 7,37 3.269 1 jan. 1969 Dahl 17,14 2.860 1 jan. 1975 Neuenbeken 14,85 2.372 1 jan. 1975 Benhausen 9,80 2.439 1 jan. 1975 Paderborn 179,59 156.823

Stand 31  maart 2023 (excl. tweede-woningbezitters en in de stad gelegerde Britse militairen)Ortsteile Paderborns. Stadt Paderborn.

Het rondom de grote kazernes aan de rand van het uitgestrekte militaire terrein Truppenübungsplatz Senne gelegen gebied met wooncomplexen en een vermaakscentrum voor de militairen heeft zich in de periode 1890- 1990 tot een min of meer zelfstandig, enige duizenden inwoners tellend, dorp met de naam Sennelager ontwikkeld. Dit dorp heeft niet de status van apart Ortsteil verworven, maar wordt voor het kleinste, westelijke deel tot Sande en voor een iets groter deel tot Schloß Neuhaus gerekend.

Het vroegere dorp Mönkeloh, ten oosten van Wewer, is alleen nog een bedrijventerrein.

Buurgemeentes Lichtenau in het zuidoosten Borchen in het zuiden Salzkotten in het westen Delbrück in het noordwesten Hövelhof in het noorden Bad Lippspringe in het noordoosten Altenbeken in het oosten.

Economie Industrie en nijverheid Stadsdeel Schloß Neuhaus bezit belangrijke fabrieken in de metaalsector, waarvan er vele tot het Benteler-concern behoren, en waar in totaal enkele duizenden mensen werken. Eén van die fabrieken, waar onder meer buizen van staal en andere materialen worden gemaakt, voor onder andere de auto-industrie, is in 2019 door Benteler verkocht aan de Nederlandse branchegenoot Van Leeuwen Buizen Groep. Elders in de stad is een 400 medewerkers tellende fabriek van limonades en andere dranken en voedingsmiddelen gevestigd. De landbouwmachinefabriek Claas heeft te Paderborn een afdeling, waar ruim 500 mensen werken. Er worden machine-onderdelen geproduceerd. Dicht bij bovengenoemde twee fabrieken, op een industrieterrein ten zuiden van de stad, heeft de firma Heidelberg een kalksteengroeve met een cementfabriek in exploitatie.

Overig (dienstverlenende sector) In het noordelijkste stadsdeel, Sande, is de nabijheid van het grote militaire oefenterrein Truppenübungsplatz Senne merkbaar.

In het noorden van het stadsgebied ligt een groot spoorwegemplacement. DB Fahrzeuginstandhaltung, een dochteronderneming van Deutsche Bahn met als taak het onderhoud van alle railvoertuigen, heeft hier haar centrale locatie waar alle DB-goederentreinwagons voor geheel Duitsland worden onderhouden en gerepareerd. Deze locatie te Paderborn (die tot 2013 een eigen klein station AW Paderborn had, waar personeelsleden konden in- en uitstappen) draagt de naam Ausbesserungswerk.

Een in zwaar transport per vrachtauto gespecialiseerd transportbedrijf, met 750 man personeel, is in Paderborn gevestigd.

De stad telt ten minste vijf, alle van oorsprong rooms-katholieke, ziekenhuizen en klinieken, waarvan er drie tot het St. Vincenz-Krankenhaus, met in totaal bijna 800 bedden, worden gerekend.

Binnen de dienstensector is nog de aanwezigheid van een Landgericht en een Amtsgericht vermeldenswaardig.

Op de grens met de gemeente Lichtenau staat een groot windpark met 62 windturbines.

Cultuur Bezienswaardigheden Kerkgebouwen e.d. Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, zijn de hierna genoemde kerkgebouwen rooms-katholiek.

De dom van Paderborn (11de-13e eeuw) is een hallenkerk met een opvallende toren, een rijk gebeeldhouwd portaal (de Paradiespforte) en een grote crypte. In de aangrenzende kloosterhof bevindt zich de grafkapel van de graven van Westfalen. Achter de dom bevindt zich de herbouwde keizerpalts. Tussen beide gebouwen staat de, om haar uitstekende akoestiek beroemde, Bartolomäuskapelle (ca. 1017), de oudste hallenkerk ten noorden van de Alpen.

Een andere oude kerk is de sedert 1803 evangelisch-lutherse Abdinghofkerk, een in de 16e en 17e eeuw diverse malen geplunderde abdijkerk die deel uitmaakt van een nooit voltooid kerkenkruis rond de dom. De kerk werd in 2025 ingrijpend gerestaureerd.

De Busdorfkerk is het restant van het uit 1035 daterende Stift Busdorf, dat oorspronkelijk buiten de stad lag.

Het uit 1674 daterende Liborianum is een voormalig kapucijnerklooster, dat in de 19e en 20e eeuw als jongensinternaat in gebruik was. Daarna werd het een rooms-katholiek instituut voor volwassenenonderwijs.

Andere interessante oude kerken zijn de Gouwkerk Sint-Ulrich, de in 1692 door de jezuïeten gebouwde Marktkerk of St. Franciscus Xaveriuskerk en de monumentale, neogotische Heilig-Hartkerk.

Ook in de later bij Paderborn gevoegde stadsdelen staan enige monumentale kerken (zie afbeeldingen). Het romaanse Mariakerkje te Neuenbeken, met in het interieur onder andere enige kort na 1300 geschilderde fresco's, is in dit verband bijzonder vermeldenswaardig. Het kerkje van Marienloh is een bedevaartkerk (O.L.V. van Zeven Vreugden). De St. Hendrik- en Kunigondekerk te Schloß Neuhaus is van oorsprong 15e-eeuws, maar door de vele renovaties heeft het huidige gebouw een laat barok uiterlijk. Het eveneens barokke interieur van deze kerk is kunsthistorisch interessant.

Opvallend is het zeer grote, tamelijk moderne, kloostergebouw te Neuenbeken van de Missiezusters van het Kostbaar Bloed (Mariannhill Missiezusters), congregatio pretiosi sanguinis, afkorting: CPS.

Overige monumentale gebouwen Het raadhuis van Paderborn werd tussen 1613 en 1620 gebouwd, maar werd later verbouwd, in 1945 vrijwel geheel verwoest en vervolgens herbouwd. Het gebouw bevindt zich op de Marienplatz, waaraan ook het Heisingsche Haus staat, een patriciërshuis waarvan de gevel intact is gebleven. Beide gebouwen zijn voorbeelden van de Wezerrenaissance.

Hoewel veel stedenschoon door de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog verloren is gegaan, zijn verspreid door de stad nog een aantal fraaie, oude vakwerkhuizen te vinden. Zulke huizen zijn ook in de omliggende dorpen, vooral in Schloß Neuhaus, te bewonderen.

De Pader mondt slechts 4 kilometer noordwestelijker uit in de Lippe. Dit gebeurt in het stadsdeel Schloß NeuhausDe spelling van deze plaatsnaam met -ß i.p.v. met -ss, is niet aangepast ten tijde van de spellingshervorming van de Duitse taal in 1998, om dezelfde redenen, waarom in het Nederlands de plaatsnamen Heerenveen en Oudenbosch in 1947 niet zijn verdoopt tot Herenveen of Oudenbos., waar zich het kasteel bevindt van waaruit het prinsbisdom Paderborn eeuwenlang bestuurd is. Het kasteel (inclusief de bijgebouwen) huisvest onder meer enkele kleine musea en twee middelbare scholen.

Muziek- en aanverwante culturele instellingen Schouwburg Theater Paderborn – Westfälische Kammerspiele: het huidige gebouw, achter het raadhuis, bijna 500 zitplaatsen, is gebouwd in 2011( één zaal met 400 plaatsen en twee kleine zalen) Belangrijkste overige toneellocaties: de Studiobühne van de universiteit, en het openluchttheater in het Neuhäuser Schlosspark.