Wolfenbüttel is een plaats in de Duitse deelstaat Nedersaksen, gelegen in de Landkreis Wolfenbüttel. De stad telt inwoners.
Delen van de stad Wolfenbüttel
Kernstadt (de eigenlijke stad), bestaande uit de volgende 7 stadsdelen: Kurzes Holz (in de 19e eeuw bij de stad gevoegd) Juliusstadt (16e-eeuws) Rote Schanze (in de 19e eeuw bij de stad gevoegd) Weiße Schanze (in de 19e eeuw bij de stad gevoegd) Auguststadt (17e-eeuws) Schwedenschanze (in de 19e eeuw bij de stad gevoegd) Heinrichstadt (oudste middeleeuwse kern bij het kasteel) Adersheim, tegen stadsdeel Drütte van Salzgitter aan Ahlum Atzum Fümmelse, tegen stadsdeel Thiede van Salzgitter aan, ten westen van de A36 Groß Stöckheim, tegen stadsdeel Thiede van Salzgitter aan Halchter Leinde Linden, met de fabriek van Jägermeister. Salzdahlum Wendessen
Geografie, infrastructuur Geografie Naburige steden zijn in het noorden Braunschweig of Brunswijk, afstand van centrum tot centrum ongeveer 12 km, en Salzgitter, ten westen van Wolfenbüttel. Kleinere buurgemeentes, aan de oost- en zuidkant zijn, van noord naar zuid: Sickte, Dettum, Denkte, Ohrum en Cramme.
Ongeveer 30 km ten zuiden van Wolfenbüttel liggen Goslar en Bad Harzburg, beide aan de noordrand van het Harzgebergte.
Door de stad stroomt van zuid naar noord de alleen nog voor kano's en roeiboten bevaarbare rivier de Oker.
Infrastructuur
De voornaamste verkeerswegen in en om de stad zijn de autobahn A36, die van noord naar zuid langs de westkant van de stad loopt, en de Bundesstraße 79, die door de noordelijke en oostelijke delen van Wolfenbüttel loopt. Van noord naar zuid zijn de afritten 5 (Groß Stockheim), 6 en 7 (Halchter) van de A36 binnen de stadsgrenzen gelegen. Via Fümmelse, ten westen van de stad, Thiede, gemeente Salzgitter en de Bundesstraße 248 is ook de Autobahn A 39 snel bereikbaar.
Het station van Wolfenbüttel is alleen een spoorweghalte aan lokaalspoorwegen van en naar Schöppenstedt (zie: spoorlijn Wolfenbüttel - Oschersleben), Braunschweig, en Vienenburg. Verder is het mogelijk naar Bad Harzburg of Goslar te reizen via de spoorlijn Braunschweig - Bad Harzburg. Verscheidene stads- en streekbussen, o.a. naar Braunschweig en de Volkswagen-fabrieken te Salzgitter, stoppen bij het station van Wolfenbüttel.
Economie, hoger onderwijs
Niet ver ten westen van de stadsdelen Adersheim, Groß Stöckheim en Fümmelse bevinden zich de fabrieken van de Salzgitter-Werke en Volkswagen AG-Salzgitter. In Wolfenbüttel is de kruidenlikeur Jägermeister ontwikkeld. De fabriek is er gevestigd. In de stad zijn nog enige middelgrote bedrijven in de metaalsector (machines en machine-onderdelen) gevestigd. Daarnaast zetelt er een aantal kleine en middelgrote dienstverlenende bedrijven. In de dienstverlenende sector is de plaatselijke gevangenis van betekenis, evenals het stedelijke ziekenhuis, dat 300 bedden heeft en door de Georg-August-Universität Göttingen als academisch ziekenhuis wordt beschouwd. Op het dak van het ziekenhuis is een start- en landingsplatform voor een traumahelikopter aanwezig.
Te Wolfenbüttel is, o.a. in een voormalige luchtafweertroepen-kazerne, een hogeschool gevestigd met de naam Ostfalia. Deze heeft mede vestigingen in onder meer Wolfsburg en Salzgitter. Aangeboden wordt hoger beroepsonderwijs, vooral met een technisch karakter. Na een succesvolle studie aan deze hogeschool mag men zich in Duitsland ingenieur noemen. De instelling claimt op haar Engelstalige webpagina's, een universiteit te zijn. Sedert 2009 heeft Wolfenbüttel een conservatorium (Landesmusikakademie Niedersachsen).
Vanwege de culturele bezienswaardigheden trekt Wolfenbüttel toeristen.
Geschiedenis
Zie ook: Kasteel Wolfenbüttel; Vorstendom Brunswijk-Wolfenbüttel.
De naam van de stad is samengesteld uit een oude, Germaanse persoonsnaam, die met Wolf- begint en het naamelement -büttel. Dit laatste is het tweede lid van veel, in de vroege middeleeuwen ontstane, Noord-Duitse plaatsnamen, o.a. rond Brunsbüttel in het westen van Sleeswijk-Holstein en in de omgeving van de Samtgemeinde Papenteich (ten noorden van Braunschweig). De betekenis van -büttel is vermoedelijk: woonplaats, vergelijk Fries: -buren. Er bestaat geen enkel etymologisch verband met het huidige Duitse woord Büttel, dat beul betekent.
In het begin van de 12e eeuw leefde een edelman, een zekere Widekind, die bij het dorpje Wulferisbuttle bij een voorde in de rivier de Oker een kasteel liet bouwen. Het kasteel komt voor het eerst voor in een document, dat met het overlijden in 1118 van deze Widekind samenhangt. Het lag strategisch aan een langeafstands-handelsroute tussen plaatsen aan de rivieren Rijn en Elbe. Het kasteel was vanaf het begin ook bedoeld als veilig logeeradres voor doortrekkende pelgrims. In de nabijheid ontstond reeds vóór 888 het dorp Dalhem (Salzdahlum). Hier bevond zich een zouthoudende bron, waar van ca. 1300 tot 1853 een zoutziederij werd geëxploiteerd.
Van 1432 tot 1753 was Kasteel Wolfenbüttel de residentie van het Welfische Vorstendom Brunswijk-Wolfenbüttel. Hierdoor werd het economische en culturele leven in de stad, vooral vanaf plm. 1570, sterk gestimuleerd. In 1753 verplaatsten de hertogen de residentie naar het Residenzschloss te Braunschweig.
Van 1542 tot 1547 was Wolfenbüttel bezet door soldaten van het Schmalkaldisch Verbond onder commandant Bernhard von Mila, die zich regelmatig aan geweld te buiten gingen. In 1542 hadden de hertogen van Brunswijk-Wolfenbüttel, evenals die van het Hertogdom Brunswijk-Lüneburg, zich bij deze luthers gezinde coalitie aangesloten.
Hertog Julius voerde in 1568, direct na zijn machtsovername, de Reformatie door, waarna de meeste christenen in zijn staat evangelisch-luthers werden. Tot op de huidige dag is het aantal protestanten te Wolfenbüttel en de bijbehorende dorpen veel groter dan het aantal rooms-katholieken. Alle in dit artikel vermelde kerkgebouwen zijn dan ook evangelisch-luthers, tenzij anders vermeld. In 1571 liet hertog Julius de wijk Heinrichstadt rondom het kasteel moderniseren, evenals de vestingwerken om de stad heen. Julius gaf de vestingbouwer Hans Vredeman de Vries in 1585 opdracht, Wolfenbüttel te voorzien van grachten naar Hollands voorbeeld, zowel t.b.v. verdedigingswerken, waterbeheer als scheepvaart. Ook verleende hij aan Heinrichstadt het marktrecht.Wanneer, en uit wiens hand Wolfenbüttel volledige stadsrechten verkreeg, is niet meer bekend. Julius liet ook ertsmijnen in het Harzgebergte aanleggen, en zorgde, dat de Oker bevaarbaar werd voor kleine schepen tussen de Harz en Wolfenbüttel. In de stad werd het Arsenaal (Zeughaus) gebouwd, en er werden voor die tijd goede kanonnen en kanonskogels gemaakt. De aanwezigheid van een militair garnizoen van opeenvolgende heersers, met diverse kazernes, zou van plm. 1585 tot 1994 duren.
Hertog Hendrik Julius, een groot toneelkunstliefhebber, liet in het kasteel van de stad een theater inrichten, en bewerkte, dat Wolfenbüttel in 1592 als eerste Duitse stad een permanent toneelgezelschap kreeg, al bestond dit aanvankelijk vooral uit acteurs uit Engeland. Hendrik Julius liet in de stad ook de nieuwe Mariakerk bouwen, die, ondanks de in 1618 uitgebroken Dertigjarige Oorlog, in 1624 werd voltooid.
Tussen 1590 en 1620 werden in Wolfenbüttel 114 personen, meest vrouwen, wegens vermeende hekserij berecht. Van 50 slachtoffers hiervan is bekend, dat zij de dood op de brandstapel moesten sterven.
In het najaar van 1626, tijdens de Dertigjarige Oorlog, had de protestantse partij de Slag bij Lutter verloren. De katholieke troepen rukten toen tegen Wolfenbüttel op. Zij werden aangevoerd door de roemruchte krijgsheren Tilly en Gottfried Heinrich zu Pappenheim.
Na een beleg van 140 dagen dwong Pappenheim in december 1626 de sterkste vesting in Noord-Duitsland tot overgave, door de loop van de Oker te verleggen, zodat de stad blank kwam te staan en zich aan de katholieke coalitie moest overgeven. In 1634 werd Johann von Reuschenberg commandant van de vesting Wolfenbüttel. In 1641 probeerden de Zweden, de stad voor de protestantse zijde te heroveren door dezelfde krijgslist als die van Pappenheim eind 1626. De troepen van Reuschenberg sloegen deze aanval af. Reuschenberg bleef commandant van Wolfenbüttel tot 1643. Op grond van vredesakkoorden daarna, die bij de Vrede van Münster in 1648 werden bevestigd, werd het Welfische, protestantse, bestuur over Wolfenbüttel hersteld.
Hertog Anton Ulrich van Brunswijk-Wolfenbüttel (1633-1714) liet in 1694 te Salzdahlum bij Wolfenbüttel een weelderig, door het Kasteel van Versailles geïnspireerd lustslot bouwen. Bij het gebouw werd een grote baroktuin met openluchttheater aangelegd, waar ook opera's werden uitgevoerd. In dit paleisachtige gebouw vond op 12 juni 1733 een koninklijke bruiloft plaats. Elisabeth Christine van Brunswijk-Bevern trouwde er met koning Frederik de Grote van Pruisen. Ook de latere keizerin van Oostenrijk, Elisabeth Christine van Brunswijk-Wolfenbüttel (1691-1750), kleindochter van hertog Anton Ulrich, heeft er enige tijd gelogeerd. Hertog Anton Ulrich bewaarde er ook een kostbare kunstverzameling. In 1813 werd het paleis, dat weliswaar een fraaie stenen façade had, maar grotendeels van goedkoop hout was gebouwd, wegens bouwvalligheid gesloopt. Het paleis had in Noord-Duitsland de spotnaam grootste houten monstruositeit ter wereld. Hertog Anton Ulrich bracht er ook zijn grote schilderijencollectie onder, die in de Napoleontische tijd gedeeltelijk naar het Louvre te Parijs verhuisde, maar in de 19e eeuw deel ging uitmaken van het Herzog Anton Ulrich Museum te Braunschweig. Van het eens zo grootse lustslot resteren alleen nog een tegenwoordig als privé-woning in gebruik zijnd poorthuisje en twee pilasters van de toegangspoort, die een naburig boerenerf sieren.
Van 1786 tot 1928 bestond de joodse Samson-Schule, een school, waar ook niet-joodse kinderen en tieners onderwijs genoten, en die een goede reputatie had. Een in Duits-Joodse kringen beroemde geleerde was de Detmolder Leopold Zunz (1794-1886), die op de Samson-Schule van 1803 tot 1809 leerling was.Zunz redigeerde later een gezaghebbende Duitse vertaling van de Thora (Rabbijnenbijbel, 1837-1839). Ook ging de later beroemde uitvinder Emile Berliner er van 1861, toen hij tien jaar oud was, tot 1865 naar school. De Joodse gemeenschap te Wolfenbüttel bestond vanaf ongeveer 1700 en was twee eeuwen lang tamelijk belangrijk. In 1893 was nog een nieuwe synagoge in gebruik genomen, omdat de vorige te klein was geworden. Na de Kristallnacht van november 1938, waarbij de synagoge werd verwoest, en de daarop volgende uitmoording van de joden door de nazi's is er sinds 1945 geen joodse gemeente meer in de stad aanwezig.
In 1798, in de Franse tijd, werden de vestingwerken geslecht; de grachten, waarin veel vuilnis e.d. werd gedumpt, werden rond 1900 om hygiënische redenen bijna alle gedempt.
Reeds op 1 december 1838 werd Wolfenbüttel aangesloten op het spoorwegnet. Er ontstond, evenals in de buursteden Braunschweig en Salzgitter, een ingewikkeld patroon van rangeersporen, daar de stad aan veel verschillende kleine lijnen lag, mede vanwege de nabijheid van de mijnbouw en staalindustrie van Salzgitter. De meeste industrie in Wolfenbüttel zelf ontstond in de 19e eeuw, maar verdween door uiteenlopende oorzaken tussen 1930 en 2000.