thumb|Operaties rondom Caen Operatie Epsom, ook wel bekend als de Eerste Slag bij de Odon, was een Brits offensief tijdens de Tweede Wereldoorlog dat plaatsvond tussen 26 en 30 juni 1944, tijdens de Slag om Normandië. Het offensief was bedoeld om de door de Duitsers bezette stad Caen te veroveren, een belangrijke geallieerde doelstelling in de vroege stadia van de invasie van Noordwest-Europa.

Voorafgegaan door enkele aanvallen om de opmars veilig te stellen, werd Operatie Epsom gelanceerd in de vroege ochtend van 26 juni, met eenheden van de 15e (Schotse) Infanteriedivisie oprukkende achter een vooruit bewegende artilleriebarrage. Luchtdekking was sporadisch aanwezig gedurende een groot deel van de operatie omdat slechte weersomstandigheden in het Verenigd Koninkrijk leidden tot een lastminuteannulering van de ondersteuning door bommenwerpers. Ondersteund door de tanks van de 31e Tank Brigade, boekte de 15e Schotse Infanteriedivisie gestaag vooruitgang en aan het eind van de eerste dag werd een groot deel van de Duitse voorposten veroverd. Problemen bleven echter bestaan bij het beveiligen van de flanken. Bij zware gevechten gedurende de twee daarop volgende dagen, werd uiteindelijk een voet aan de grond gezet aan de overzijde van de rivier de Odon en werden inspanningen gedaan om het bruggenhoofd uit te breiden door het veroveren van strategische punten rond dit punt en het verder voorwaarts te verplaatsen van de Britse 43e (Wessex) Infanteriedivisie. Als antwoord op een krachtige Duitse tegenaanval op 30 juni werden een aantal van de Britse troepen over de rivier teruggetrokken, waardoor de operatie tot een einde kwam.

Interpretaties Militaire historici hebben sterk verschillende interpretaties over de intentie en het uitvoering van Operatie Epsom, maar er is algemene overeenstemming over het effect ervan op de balans van de strijdkrachten in Normandië. De Duitsers slaagden erin om het offensief te weerstaan, maar om dit te bewerkstelligen waren ze gedwongen om al hun kracht in te zetten, waaronder twee pantserdivisies die pas aangekomen waren in Normandië en bestemd waren voor een offensief tegen de Britse en Amerikaanse posities rond Bayeux. Aan beide zijden waren veel slachtoffers maar in tegenstelling tot generaal Bernard Montgomery was veldmaarschalk Erwin Rommel niet in staat om na de slag eenheden terug te trekken in reserve omdat ze nodig waren om stand te houden in de frontlinie. De Britten behielden het initiatief en waren in staat om verdere acties te starten in de loop van volgende weken, wat uiteindelijk leidde tot de inname van Caen rond het einde van juli.

Achtergrond

De historische Normandische stad Caen was een doelstelling voor de Britse 3e Infanteriedivisie die landde op Sword Beach op 6 juni 1944. De verovering van Caen, als “ambitieus” omschreven door de historicus L.F. Ellis, gold als de belangrijkste doelstelling tijdens D-Day, en was toegewezen aan luitenant-generaal John Crockers Britse Eerste Legerkorps. De doelstelling van Operation Overlord was dat het 2e Leger (Verenigd Koninkrijk) de stad veiligstelde en vervolgens een frontlinie zou vormen van Caumont-l'Éventé naar het zuidoosten van Caen, met het oog op het verkrijgen van vliegvelden en de bescherming van de linkerflank van het 1e Leger (Verenigde Staten) terwijl het oprukte naar Cherbourg. Bezit van Caen en haar omgeving zou het Britse Tweede Leger de ruimte geven voor een push naar het zuiden tot Falaise. Dit kon dan vervolgens als springplank dienen voor een opmars naar Argentan en de rivier Touques.

Door ophoping rond het bruggenhoofd, wat de inzet van gepantserde steun vertraagde en dwong om af te buigen richting sterk versterkte Duitse stellingen langs de 15 km lange weg naar de stad, was de 3e Divisie niet in staat Caen aan te vallen en werd de aanval vlak voor de stadsgrens gestopt door de 21. Panzer Division. Onmiddellijke opeenvolgende Britse aanvallen waren niet succesvol vanwege sterke Duitse weerstand; hierdoor werd de frontale aanval gestaakt. Operatie Perch – een tangbeweging door het Britse Eerste en 30e Legerkorps – werd gelanceerd op 7 juni met de bedoeling om Caen te naderen vanuit het oosten en het westen. Het Britse Eerste Legerkorps, naderend vanuit het zuiden vanuit het bruggenhoofd bij de Orne, werd tegengehouden door de Duitse 21e Panzer Division. De aanval door het Britse 30e Legerkorps strandde bij Tilly-sur-Seulles, ten westen van Caen, vanwege felle tegenstand van de Duitse Panzer Lehr Division. In een poging om de Panzer Lehr Division terug te laten trekken of zich over te geven en de operatie door te laten gaan, drong een onderdeel van de Britse 7e Pantserdivisie zich door een onlangs gecreëerd gat in de Duitse frontlinie en probeerde de stad Villers-Bocage in te nemen. Aan het einde van de Slag om Villers-Bocage zag de voorhoede van de Britse 7e Pantserdivisie zich genoodzaakt zich terug te trekken uit de stad, maar op 17 juni werd de Panzer-Lehr-Division teruggedrongen bezette het 30e Legerkorps Tilly-sur-Seulles.

Een vervolgaanval van de Britse 7e Pantserdivisie werd niet meer opgezet en verdere offensieve operaties werden afgelast toen op 19 juni een zware storm opstak boven het Het Kanaal. De storm, die drie dagen duurde, vertraagde de geallieerde opbouw aanzienlijk. Het merendeel van de konvooien van landingsvaartuigen en schepen die reeds op zee waren werden teruggetrokken naar havens in Groot-Brittannië; gesleepte aken en andere ladingen (met inbegrip van 4 km drijvende wegen voor de Mulberryhaven) gingen verloren en 800 vaartuigen bleven gestrand op de stranden van Normandië tot het volgende springtij in juli. Ondanks deze tegenslag begon de planning voor een tweede offensief. Operatie Dreadnought wordt gelanceerd vanuit het Orne bruggenhoofd door het 8e Britse Legerkorps om Caen te naderen van uit het oosten. De operatie werd geannuleerd na bezwaren van 8e Legerkorps commandant Sir Richard O'Connor en de planning voor een aanval richting Évrecy werd vervolgens onderzocht. Er is enige controverse of Montgomery of Miles Dempsey, bevelhebber van de Britse Tweede Leger, de operatie annuleerde. Dempsey zei in een naoorlogse interview met Chester Wilmot dat hij Montgomery vertelde dat hij de voorgestelde actie ging annuleren op 18 juni.

Het slechte weer tussen 19 tot 22 juni hield ook de geallieerde vliegtuigen aan de grond. De Duitsers maakten gebruik van de onderbreking van de luchtaanvallen om hun defensieve linies te verbeteren met sterkere infanterie posities, met mijnenvelden en het plaatsen van circa zeventig 88mm kanonnen in hagen en bossen rond de toegangswegen naar Caen.

Planning Op 20 juni kreeg veldmaarschalk Erwin Rommel, als commandant van de Duitse troepen in Normandië, van Hitler opdracht om een tegenoffensief te lanceren tegen de geallieerden tussen de steden Caumont en Saint-Lô. Het doel was om een corridor tussen de Amerikaanse en Britse legers te creëren door herovering van de stad Bayeux (ingenomen door de Britten op 7 juni) en de kust er achter. Vier SS Panzer Divisies en een ’’Heer’’ Panzer Division moesten dit uitvoeren. De aanval moest worden uitgevoerd door de 9e en 10e SS Panzer Divisies van het 2. SS Pantserkorps, onlangs aangekomen uit Oekraïne, ondersteund door de 1e en 2e SS Panzer Divisies. Het merendeel van de tanks die gebruikt worden door deze formaties waren Panzer IVs, ondersteund door Sturmgeschütz, Panthers en Tigers – de laatste twee behoren tot de meest dodelijke en best beschermende Duitse pantservoertuigen.

Op 18 juni vaardigde generaal Bernard Montgomery, commandant van alle geallieerde grondtroepen in Normandië, een order uit voor luitenant-generaal Miles Dempsey om Caen in te nemen door de lancering van een nieuwe tangaanval. Het oorspronkelijke plan was dat het Eerste en 30e Legerkorps ten westen van Caen aanvielen, vier dagen vóór het 8e Legerkorps de belangrijkste aanval lanceerde uit het bruggenhoofd Orne, ten oosten van Caen op 22 juni. Het was al snel duidelijk dat het 8e Legerkorps niet in staat zou zijn zich te verzamelen in de kleine omtrek van het Orne bruggenhoofd en het plan werd daarom herzien op 19 juni.

Het nieuwe plan bevatte een inleidende operatie drie dagen vóór de hoofdaanval. De 51e Infanteriedivisie kreeg de opdracht richting het zuiden aan te vallen vanuit het Orne bruggenhoofd, om zo elementen van de Duitse 21e Pantserdivisie vast te zetten. Operatie Martlet (ook bekend als Operation Dauntless) begon een dag vóór Operatie Epsom; De 49e Infanteriedivisie en de 8e Pantserdivisie, moesten de flanken verdedigen van het 8e Legerkorps door het veroveren van een hoger gelegen gebied aan de rechterkant van de aanvalsrichting.

De belangrijkste rol in Operatie Epsom werd toegewezen aan het nieuw aangekomen 8e Legerkorps, bestaande uit 60.244 man onder bevel van luitenant-generaal Sir Richard O'Connor. Zij zouden hun offensief starten vanaf het bruggenhoofd dat gevormd was door de 3e Infanteriedivisie (Canada). De operatie zou plaatsvinden in vier fasen, en het doel was het hoger gelegen gebied in de buurt van Bretteville-sur-Laize, ten zuiden van Caen te veroveren. Het zou worden ondersteund door onder andere drie kruisers en de HMS Roberts. De Royal Air Force gaf luchtsteun en een inleidend bombardement door 250 bommenwerpers. De 15e (Schotse) Infanteriedivisie zou de aanval leiden.

Tijdens fase I, met de codenaam Gout, werden ze geacht de dorpen Saint-Manvieu-Bocage en Cheux in te nemen. In fase II, codenaam Hangover, zou de divisie verschillende oversteekplaatsen over de Odon rivier en de dorpen Mouen en Grainville-sur-Odon innemen. Mocht de weerstand tijdens de openingsfase licht zijn, dan zou de 11e Pantserdivisie de bruggen over de rivier innemen. Tijdens de eerste twee fasen bleef de 43e Infanteriedivisie (Wessex) – op 28 juni versterkt met infanterie van de Guards Armoured Division – achter op de startposities om zo een "stevige basis" te geven aan het offensief. In de derde fase, Impetigo, zou de 43e Infanteriedivisie oprukken om de Schotse infanterie ten noorden van de Odon te ondersteunen. De 15e divisie zou dan aan de overzijde van de rivier oversteken om daar de uitbreiding van het bruggenhoofd verzorgen door het innemen van een aantal belangrijke dorpen. In de 4e en laatste fase van de operatie, codenaam Goitre, zouden elementen van de 43e Infanteriedivisie de rivier oversteken om het veroverde gebied bezet te houden, terwijl de 15e divisie hun bruggenhoofd uit zou breiden. De 11e Pantserdivisie zou proberen om een oversteek over Orne te forceren en hun uiteindelijke doel Bretteville-sur-Laize in te nemen. De 4e Pantserbrigade, onderdeel van de 11e Pantserdivisie, werd achtergehouden tussen de Odon en Orne ter bescherming van de flank en om in positie te blijven om naar het westen of richting Caen aan te vallen als dat nodig was.

Afhankelijk van het succes van de aanval van het 8e Legerkorps zou het Eerste legerkorps twee ondersteunende operaties lanceren, codenaam Aberlour en Ottawa. In de eerste valt de 3e Infanteriedivisie, ondersteund door een Canadese infanterie brigade, aan ten noorden van Caen, de tweede operatie was een aanval van de 3e Canadese Infanteriedivisie, ondersteund door de 2e Canadian Pantserbrigade, naar het dorp en vliegveld van Carpiquet. De oorspronkelijk startdatum van 22 juni, werd uitgesteld tot 26 juni in verband met tekortkomingen in mankracht en materiaal. De eerste tegenstand tegen Epsom werd verwacht van de uitgeputte 12. SS-Panzer-Division Hitlerjugend met elementen van de 21. Panzer Division en de Panzer-Lehr-Division.

Inleidende aanval