Het Hotel (Frans: Hôtel) Aubecq is een voormalig Brussels herenhuis in art-nouveaustijl aan de Louizalaan ontworpen voor de advocaat en industrieel Octave Aubecq (1864-?) door de Belgische architect Victor Horta (1861–1947). Het huis werd in 1950 afgebroken, maar een deel van de gevel en interieurelementen zijn bewaard en al of niet tentoongesteld in verschillende musea.
Geschiedenis thumb|Salon in het Hotel Aubecq (inmiddels gesloopt, Brussel)
Het gebouw werd opgericht tussen 1899 en 1902, de binneninrichting werd voltooid in 1904. De opdrachtgever Octave Aubecq was directeur van de Émailleries et Tôleries Réunies in Gosselies.Christian Joosten en Vincent Vincke, L'émail blanc du Pays noir, in: MIAT FACTory, juni 2016, p. 24 Het Hotel Aubecq was gelegen aan de Louizalaan 520 op een hoekperceel recht tegenover het Ter Kamerenbos en sprak aan door de plastisch opgevatte gevels met veel welvingen en balkons en door het uitgekiende aanwenden van natuurlijk licht binnenin.
Aubecq verliet de woning vanwege zijn verhuizing naar Frankrijk, waar hij in 1925 Le Creuset oprichtte. In december 1943 overleed Aubecq en hij had het herenhuis aan zijn zoon nagelaten. Vijf jaar later werd het huis verkocht aan projectontwikkelaars die van plan waren het te slopen en er appartementen te bouwen.
De sloopvergunning voor de woning werd verleend op 7 maart 1950, waarna ze werd afgebroken en vervangen door een modernistisch appartementsgebouw. Hiermee werd het een van de eerste werken van Horta die opgeofferd zijn. Smeedijzer, houtwerk en een deel van de gevel worden op het laatste moment gered door minister van Openbare Werken, Auguste Buisseret (1888-1965), onder druk van Julia Horta (Julia Carlsson (1876–1966)), mevrouw Horta en Jean Delhaye (1908-1993), de laatste leerling van Horta. Het grootste deel van de gevelstenen werd bewaard met de bedoeling om het geheel te reconstrueren. Het toenmalige budget was 300.000 Belgische frank (nu 7.500 euro).
Een deel van de glasramen, het houtwerk en enkele meubels zijn sinds 1980 in het bezit van het Parijse Musée d'Orsay. Van de mooie in elkaar vloeiende salons (enfilade), het indrukwekkende koepelgewelf en de sierlijk slingerende trappenpartij resten alleen nog foto's. Toevallig vond men in een kazerne in Etterbeek nog houten ramen en ijzersmeedwerk van de balkons terug. Het geheel heeft nog een museale waarde.
De Aubecq-stenen, die ten noorden van Brussel in Buda in opslag lagen, werden overgebracht naar Sint-Gilles, vervolgens naar Ukkel en daarna naar een kazerne in Namen. Een voorstel uit 1979 om de gevel naast het Place Royale te herbouwen werd geblokkeerd, omdat het respectloos zou zijn ten opzichte van de neoklassieke omgeving.
In 2001 werd het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eigenaar van de restanten die ze aan de Stichting CIVA (Centre International pour la Ville, l'Architecture et le Paysage of Internationaal Centrum voor Stad, Architectuur en Landschap) (sinds 2026 Kanal Architecture) in bewaring gaf. De verzameling van 634 elementen is ondergebracht in een loods. Ze verhuisden regelmatig van locatie.
Tussen 2007 en 2011 zijn de stenen gereinigd, gedigitaliseerd, en tijdelijk tentoongesteld in een Brusselse loods, en maakten ze het onderwerp uit van een gedocumenteerde publicatie. In 2021 lagen ze nog in de Navezstraat in Schaarbeek en daarna in de Demanetstraat in Laken tot juni 2025. Een reconstructie leek lang uitgesloten, aangezien men slechts de gevelelementen heeft. In 2024 kwamen de overheidsinstelling urban.brussels en bouwfederatie Constructiv met het plan om de gevelelementen te integreren in een nog te bouwen opleidingscentrum van de bouwsector Heritage Network in Sint-Agatha-Berchem. Het was de bedoeling om de collectie van stenen van de historische gevel in de herfst van 2025 aan het publiek voor te stellen. In juli 2025 was er echter nog geen vooruitgang.
Een digitale 3D-versie van het gebouw werd uitgewerkt door een architectuurstudent van de UGent.
Architectuur De woning had voor die tijd uitzonderlijke afmetingen: 40 bij 15 meter en een voorgevel van 11 op 15 meter, die werd afgerond naar de zijgevel. Vanuit de woonkamer in de zijgevel hadden de bewoners een zicht op het Ter Kamerenbos. Het gebouw bevatte, zoals de meeste gebouwen van Horta, een grote glasuitbouw boven de trappenpartij.
De gevel was een meesterwerk zonder metalen balken, zoals voordien, maar met drie soorten steen: Modave-steen, Longpré-steen (beide blauwe hardsteen uit Wallonië), en roze Schotse zandsteen. De gevel werd ook vakkundig opgehoogd met grijze en rode graniet. Deze duurzame materialen waren tegen de tijd bestand, maar vereisten een grote handvaardigheid van de steenkappers omwille van de complexiteit van de vormen en het lijstwerk. Het profiel van de gevelelementen was zo ingewikkeld dat de aannemer een gipsen model vroeg van de ontwerper.
Objecten in musea
Musée d'Orsay (Parijs, Frankrijk) Een deel van de glasramen, het houtwerk en enkele meubels zijn sinds 1980 in het bezit van het Parijse Musée d'Orsay. De meubels en het houtwerk zijn gemaakt door de Belg Henri Pelseneer, de glasramen door de Franse glaskunstenaar Raphaël Evaldre en het tapijt (307,0 x 268,0 cm) door Alfred de Modler. In 2006 kocht het Musée d'Orsay nog twee wandlampen aan uit het huis. De lampen waren afkomstig uit de collectie van Wittamer. Men vermoedt dat de fabrikant het bedrijf Pilate is en de lampenkappen werden waarschijnlijk vervaardigd door de kristalfabriek van Val-Saint-Lambert.
Het museum bezit ook een model van de voorgestelde locatie van een deel van Horta's Hôtel d'Aubecq, aan het oostelijke uiteinde van Rue de Lille (Parijs). Rond 1980 kreeg Jim Purcell de opdracht van de voorbereidende instelling voor het toekomstige Musée d'Orsay.
Fin-de-Siècle Museum (Brussel) Het Fin-de-Siècle Museum is een onderdeel van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, gewijd aan de periode waarin art nouveau in de hoofdstad floreerde. Een groot deel van deze collectie is afkomstig uit de Gillion Crowet-collectie door het museum in 2006 verkregen, waaronder een aantal meubels afkomstig uit het Hotel Aubecq. Het gaat over een tafel in esdoorn met een blad uit marmer, vier armstoelen (100,5 x 64,5 x 61,5 cm) uit esdoorn met een zitting in gevlochten riet, een schildersezel (216 x 99 x 76 cm) in eik, twee deuren en een marmeren schouw (124,5 x 154,2 x 41,3 cm).
Hortamuseum (Brussel) De collectie van het Hortamusuem bevat volgende objecten gerelateerd aan het Hotel Aubecq: elf plannen vanaf de kelder tot het dak, een dwars- ene lengtedoorsnede, alsook een plan voor een tapijt, fragmenten van een deurkozijn en fragmenten van een wandspiegel en zijn omlijsting.
Tentoonstelling van de gevel(stenen) De gevelstenen zijn niet permanent opgenomen in enige museumcollectie, maar worden af en toe getoond in tentoonstellingen (selectie):
In de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten liep van 1 juli tot 9 oktober 2011 een tentoonstelling naar aanleiding van de honderdvijftigste verjaardag van Horta. De tentoonstelling toonde de opnieuw samengestelde gevel van het herenhuis Hôtel Aubecq. "Art nouveau, kunst voor iedereen?" (6 januari tot 30 april 2024) in de Sint-Gorikshallen als onderdeel van Art Nouveau Brussels 2023: Fascinatie 8 - En wat zou u doen met de stenen van Aubecq? In LAB·AN, ondergebracht in het Hotel Van Eetvelde, had in de tweede helft van 2024 de tentoonstelling "Aubecq: Fragments" plaats. Deze tentoonstelling nam bezoekers mee op een ontdekkingstocht naar de sporen van Huis Aubecq.
Literatuur
(fr) Otaghsaraei Negin, Elisazadeh; Bodart, Céline; Houbart, Claudine: Les vestiges de l'Hôtel Aubecq, Faculté d’Architecture, Université de Liège (2019), ISBN 978-2-9602507-0-1.
Zie ook Lijst van beschermd onroerend erfgoed in Brussel
Externe links
Foto's op Balat / Foto's (KIK-IRPA) Foto's van de gevelstenen Video "Aubecq Fragments" op YouTube
Categorie:Art-nouveau-architectuur in België Categorie:Voormalig bouwwerk in Brussel (stad) Categorie:Bouwwerk van Victor Horta Categorie:Herenhuis in Brussel